CD-recensie

 

© Aart van der Wal, november 2021

Four in One - 35 Years of Brisk

Rore: Canon*
Dufay: Invidia nimica - Fuga duorum temporum
Grimace: A l'arme, a l'arme
Tsoupaki: Aerinon*
Waller: Salupita* - Dualfin*
Obrecht: Fuga - La Tortorella
Palestrina: Super flumina Babylonis
Swart: Generations around me*
Clemens non Papa: Angelus Domini
Zuidam: Méditations sur la liberté et l'égalité III*
Bach: Das alte Jahr vergangen ist BWV 288 & 614 - Die Kunst der Fuge (Fuga a 4 voci, alla duodecima)
Janssen: De Meesterfout
Skrjabin: Canon in d
Tsjaikovski: Nocturne op. 19 nr. 4
Brahms: Einförmig ist der Liebe Gramm

Brisk Recorder Quartet Amsterdam, Laurens de Man (orgel)
Globe GLO 5283 • 59' •
Opname: mei & juli 2021, Dorpskerk Kethel, Schiedam

*World premiere recording

 

Ik weet niet hoe het met u is gegaan, maar voor veel amateur- én beroepsmusici was de blokfluit het eerste instrument waarmee praktisch werd kennisgemaakt. Hetzij uit vrije wil of omdat het nu eenmaal ‘zo hoorde'. Maar ook omdat het de meest goedkope ‘oplossing' was om het muziekonderwijs van start te laten gaan: een blokfluit kostte immmers slechts weinig, terwijl de aanschaf van gelijk maar een piano of een ander (duur) instrument behoorlijk in de papieren kon lopen; en bovendien maar moest worden afgewacht of de aankomende student het vol zou houden. Dus werd het voor menige beginneling de blokfluit als basisinstrument.

Toch is er een groot aantal musici, ook van vaderlandse bodem, die de blokfluit tot hun lijfinstrument heeft gemaakt en sommigen van hen er zelfs een wereldreputatie mee hebben opgebouwd. Ik noem slechts twee bekende namen die vandaag de dag furore maken: Lucie Horsch en Erik Bosgraaf. Maar iets verder terug in de geschiedenis komen we ook bekende namen tegen, zoals die van Kees Boeke, Marion Verbruggen, Kees Otten en Frans Brüggen. En héél ver terug is er natuurlijk die andere zo bekende naam, die vooral als componist in de herinnering is blijven leven: Jacob van Eyck (ca. 1590-1657).

Wie onze recensies regelmatig volgt kent sowieso het blokfluitconsort Brisk, bestaande uit vier gelijkwaardige partners (Marjan Banis, Susanna Borsch, Bert Honig en Alide Verheij) die gezamenlijk een hechte creatieve eenheid vormen zonder daarbij hun eigen muzikale identiteit te verliezen. Dat spreekt ook uit de titel van het nieuwe album: Four in One, dat in feite zowel eenheid in verscheidenheid uitdrukt als naar de zozeer beproefde canon verwijst: vier-in-één.

Eenheid in verscheidenheid is overigens een eigenschap die voor de meeste ensembles geldt: individueel musiceren in collectief verband, zij het wel dat naarmate het ensemble groter wordt, de individualiteit het meestal moet afleggen tegen de collectiviteit. Dat dan de aanvoerders van de verschillende groepen en in samenspraak met de artistiek leider feitelijk de dienst uitmaken en de overige musici zich ernaar moeten schikken. Het kan moeilijk ook anders, want wie wil een rommeltje?

Dit jaar bestaat Brisk maar liefst 35 jaar en natuurlijk wordt dat gevierd, met een tournee (klik hier) en dit album. Al moet helaas bij dat ‘vieren' een kanttekening worden gezet, want het heeft er alle schijn van dat we regelrecht afstevenen op wéér een lockdown die dus ook de cultuursector weer in volle hevigheid zal treffen. Een sector die, anders dan de horeca- winkel- en voetbalsector, het niet van de daken schreeuwt dat er als de wiedeweerga financiële compensatie moet komen, maar er in (helaas vrijwel) stilte enorm onder te lijden heeft. En dan met name de honderdduizenden zzp'ers die straks weer werkeloos aan de kant staan.

Brisk is dus gespecialiseerd in dé blokfluit, en wel in alle denkbare soorten en maten. Wie weleens een concert van het viertal heeft bijgewoond zal zeker de maatvoering van het deels zéér exotische instrumentarium kennen: het grootste exemplaar stijgt qua lengte nog vér boven de gemiddelde, toch al langgerekte Nederlander uit… Zoals bijvoorbeeld blijkt uit de afbeelding hieronder van het Flanders Recorder Quartet, zeg maar de Vlaamse evenknie van Brisk.

Flanders Recorder Quartet

Van heel groot naar heel klein. Zoals er aan het andere einde van het spectrum die piepkleine blokfluiten zijn die alleen maar geschikt lijken om vogelgetjilp te imiteren (of om er misschien de draak mee te steken: het is maar hoe men het bekijkt, want ook humor hoort in de muziek thuis!)

Ik noemde reeds de canon: vier-in-één, een bekende vorm die - evenals de fuga - vooral in de (Vroeg)barok tot grote bloei kwam, vooral dankzij de inventiteit van componisten als Dufay, Obrecht en later natuurlijk Bach. Maar ook tot in onze tijd bleef de canon zijn aantrekkingskracht houden. Geen wonder dus dat het de canon is die als rode draad door dit album loopt.

Het blokfluitrepertoire is door de eeuwen heen tamelijk beperkt gebleven. Los van de oorzaken (die zijn velerlei) maakte dit uiteraard de weg vrij naar allerhande bewerkingen en transcripties, maar ook naar nieuwe compositieopdrachten, toegespitst op de uiterst gevarieerde spelmogelijkheden van het instrumentarium. Dat ook de orgelmuziek daarbij een voortdurende bron van inspiratie was is niet zo vreemd: dankzij de gevarieerde klankregisters kon aan iedere stem niet alleen een eigen kleur worden gegeven, maar was er ook de daarmee samenhangende persoonlijke inbreng en de aldus daaruit voortvloeiende diversiteit die ook het blokfluitensemble als muzikale entiteit zozeer aankleeft (deze nieuwe uitgave getuigt ervan). Zo komt het ook uit de luidsprekers: als een uiterst levendig geheel dat een betoverende uitwerking heeft. Geen wonder dus dat Brisk zich eveneens al decennialang heeft toegelegd op het arrangeren van vocale muziek, met de daarmee verbonden diminuties en ornamentatie conform de overgeleverde modellen uit reeds lang vervlogen tijden. Wat en passant wel degelijk nieuwe inzichten heeft opgeleverd!

Al in de Middeleeuwen groeide het besef dat de blokfluit een uitgelezen instrument was om de menselijke stem te imiteren, met als belangrijkste ingrediënten de natuurlijke ademstroom en de articulatie. Het is aan ons overgeleverd: de Oude muziek die het eeuwige vertegenwoordigt en door ons weer ademend tot leven wordt gewekt. Het lijkt een fenomeen dat Brisk op het lijf geschreven is.

Brisk Recorder Quartet Amsterdam

Dit letterlijk eeuwen omspannende album met composities vanaf het midden van de veertiende eeuw tot eigentijds vormt een exquise staalkaart van wat de blokfluit in zijn verschillende gedaanten als solo- en tutti-instrument vermag, hier aangevuld met het net zo geëngageerde orgelspel van Laurens de Man.

Het album verschijnt op 26 november in een gelimiteerde oplage van 1000 stuks (ik ontving nr. 780). De door Jean van Vugt in de Dorpskerk Kethel (Schiedam) gemaakte opname is schitterend. Jammer alleen dat in de door Bert Honig verzorgde, uitstekende toelichting een opgave van de in het strijdperk tredende verschillende blokfluiten in de verschillende stukken ontbreekt. Dat had de liefhebber zeker de helpende hand geboden bij het niet alleen klankmatig onderscheiden van de verschillende blokfluiten.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links