CD-recensie

 

© Aart van der Wal, december 2015

 

Brahms: Pianosonate nr. 3 in f, op. 5 - Fantasien op. 116 - Intermezzi op. 117

Piet Kuijken (piano)

Passacaille 1009 • 80' •

Opname: november 2013, Conservatorium, Brussel

www.pietkuijken.be

www.youtube.com/watch?v=r7zaPt_7yfM

   

Piet Kuijken studeerde bij Jan Vermeulen (geen onbekende op onze site: we bespraken al eerder zijn Schubert-opnamen), bij Jan Michiels en André De Groote. Hij bekwaamde zich vervolgens verder bij niemand minder dan Menahem Pressler. Hij is docent piano en pianoforte (dat zijn echt aparte disciplines) aan de conservatoria van Brussel en Antwerpen, en geeft daarnaast seminars op het gebied van de kamermuziek aan het Orpheus Instituut in Gent. Overbodig te zeggen dat Piet Kuijken tot de uiterst muzikale Kuijken-familie (met enige leden daarvan treedt hij regelmatig op) behoort. Misschien kent u hem ook van het Koningin Elisabeth Concours in Brussel, waar hij met zinvolle commentaren de muzikale inhoud een extra dimensie gaf.

Piet Kuijkens Brahms-spel op een fabuleus gerenoveerde en gestemde Streicher uit 1868 (Gaetan Leclef heeft er heel goed voor gezorgd; misschien niet al te ver gezocht: hij doet zijn naam eer aan, Leclef = de sleutel) klinkt soms letterlijk als een klok: afwisselend massief lichtvoetig, charmant en expressief-dichterlijk. Kuijkens visie op deze muziek doet niet onder voor dat van coryfeeën van weleer als een Svjatoslav Richter, Clifford Curzon of Julius Katchen (min of meer toevallig alledrie Decca-artiesten): hij biedt ons een soortgelijk groots vergezicht, zelfs als wordt beseft dat het gebruikte instrument geen Steinway D of Bösendorfer van deze tijd is. Als ik naar de huidige pianistengeneratie kijk heeft zijn spel duidelijk raakvlakken met dat van bijvoorbeeld Hélène Grimaud, Alexander Melnikov en Nicholas Angelich.

De pianist verzorgde zelf de uitgebreide, zeer lezenswaardige toelichting. We kunnen daarin onder meer lezen dat de door Kuijken bespeelde Streicher uit 1868 dicht bij die van Brahms zelf staat; zelfs de serienummers verschillen niet noemenswaardig: 6680 (Kuijken) en 6713 (Brahms). Het moet voor een pianist (en daarmee ook voor ons) ronduit geweldig zijn om daarmee zo dicht bij oorsprong van deze muziek te komen, en de onvolkomenheden van het instrument juist als een uitdaging te beschouwen, zoals de zware aanslag in het basregister en het enkelvoudige repeteermechaniek. Nee, het is geen perfect instrument, maar het inspireerde Kuijken nog meer om extra pogingen te doen om het soms weerbarstige karakter ervan te ontstijgen. Het 'comfort', de 'luxe' van de moderne concertvleugel brengt immers weer andere beperkingen met zich mee en leiden - soms onbewust - tot andere artistieke keuzes.

Kuijken heeft geen 'authentieke' uitvoeringspraktijk nagestreefd. Hij neemt er zelfs duidelijk afstand van en motiveert dat door de stelling dat we in het nu leven, in een geheel ander perspectief dan in de muziekhistorische context van toen. Natuurlijk, de muziek zal oorspronkelijk altijd anders geklonken hebben, maar vaststaat wel dat wat Kuijken ons op deze cd voorschotelt van het begin tot eind op grond van zijn intense muzikale inhoud mateloos boeit en overtuigt. Kuijken durft deze stukken met een groot aplomb te lijf te gaan, menigmaal ook quasi improvisatorisch (intermezzi en fantasieën), strikt helder, zonder agogische accenten, zelfs in het Allegro energico van de Derde sonate tot in de puntjes gearticuleerd. In de fortissimi blijft de klank nobel en voornaam, en blijft ook in het pianissimo de kern moeiteloos overeind. En dan die sonoriteit! Met dank aan mede deze Streicher! Schitterende muziek die subliem wordt uitgevoerd, en dan in een opname die best als een juweel mag worden gekwalificeerd. Samengevat Brahms op zijn best dus.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links