CD-recensie

 

© Aart van der Wal, maart 2024

Female Composers from The Netherlands

Bosmans: Vioolsonate

Jama: Suite voor viool en piano

Bordewijk-Roepman: Vioolsonate

Hajary: Serenade - Tango

Wertheim: Vioolsonate

Ursula Schoch (viool), Marcel Worms (piano)
Zefir ZEF 9702 • 65' •
Opname: juni 2016 & april 2023, Zeeuwse Concertzaal, Middelburg

 

Toeval of niet, dit album, deels een heruitgave, viel op de deurmat met de Internationale Vrouwendag op 8 maart a.s. al duidelijk in zicht. De dag die in het teken staat van vrouwenrechten en teruggaat naar 1908, het jaar waarin talloze vrouwen opkwamen voor hun rechten.

Zeker niet toevallig – het staat los van deze uitgave – verschijnt op 8 maart ook de cd waarin rond het (over)bekende ‘Amerikaanse' strijkkwartet van Antonín Dvorák ( 1841-1904) twee werken van vrouwelijke Amerikaanse componistes zijn geprogrammeerd: het Tweede strijkkwartet van de Amerikaanse Florence Price (1887-1953) en het voor strijkkwartet bewerkte lied ‘But Not My Soul' van haar landgenote Rhiannon Giddens (*1977). Het uitsluitend door vrouwen ‘bemande', Nederlandse Ragazze Quartet staat ongetwijfeld weer garant voor spetterende vertolkingen. Wellicht komt er nog een bespreking van.

Het door het Nederlandse muzieklabel Zefir Records uitgebrachte album Female Composers from The Netherlands richt zich op vijf Nederlandse componistes die zonder uitzondering muzikale geschiedenis hebben geschreven, maar inmiddels lang en breed zijn vergeten of onder de radar zijn gebleven. Terwijl zij schreven in een zeker niet ontoegankelijk idioom. Zo componeerde Henriëtte Bosmans (1895-1952) al vrij vroeg in haar carrière in de laatromantische stijl die ook in haar Vioolsonate van rond 1918 zer herkenbaar is. In het expansieve openingsdeel (Allegro passionato, ma non troppo mosso) zijn er idiomatisch flarden te horen van de vrijwel gelijkgestemde Vioolsonate van César Franck, al is van epigonisme geen enkele sprake.

Bosmans kwam uit een muzikaal gezin, hoewel haar vader, de cellist Henri Bosmans (hij was korte tijd solocellist bij het Concertgebouworkest), reeds overleed toen zij een jaar oud was. Haar bepaald niet gemakkelijke moeder, Sara geb. Benedicts, was een bekend pianiste. Zij gaf haar dochter vanzelfsprekend pianoles, wat door haar bemoeizucht en veeleisendheid voor Henriëtte niet gemakkelijk zal zijn geweest. Compositieles ontving ze eerst van Cornelis Dopper (1921-1922) en later van Willem Pijper (1927-1930).

Bosmans' composities ontwikkelden zich stilistisch vrij geruisloos van de Duits-Oostenrijkse late romantiek naar het Franse idioom, wat zeker te maken zal hebben gehad met haar lessen bij Pijper, en de muzikale invloed die hij op haar moet hebben gehad. Pijper was een man van statuur, van groot gezag tegen wie werd opgekeken. Zo nam Henriëtte diens polytonaliteit (het gelijktijdig optreden van verschillende toonsoorten) over en ontwikkelde zich een voorliefde voor snel wisselende maat- en toonsoorten. Wat zeker ook zal hebben bijgedragen was Henriëttes intense vriendschap met de Franse zangeres Noëmie Perugia.

Wat daarbij vooral opvalt is de vormbeheersing en het instrumentale vakmanschap: ze hanteert een rijkelijk voorzien technisch palet en componeert buitengewoon vaardig, meesterlijk toegesneden op de bijzondere klank- en speltechnische eigenschappen van viool en piano. De  zeker niet conventionele melodische invalshoeken en de indrukwekkend uitgewerkte harmonische textuur laten er geen twijfel over bestaan dat Bosmans bij het componeren een duidelijk beeld voor ogen had

In 1935 ging het echter bergafwaarts. Ze verloor haar verloofde, de violist Francis Koene, met wie ze veel had opgetreden, hetgeen haar in een bijna volkomen isolement stortte. Ze componeerde lange tijd niet meer.  De oorlog haalde een nieuwe streep door allerlei rekeningen. De bezetter verbood enig optreden (ze was halfjoods), maar na de bevrijding nam ze draad weer op, ging naar hartenlust weer componeren en begon ook weer met optredens. Ze schreef bovendien in allerlei dagbladen en correspondeerde met vakgenoten, waaronder Benjamin Britten. In 1951 werd ze Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. In 1952 overleed zij aan maagkanker.

Van Agnes Jama (1911-1953), stammend uit Oostenrijk maar de Nederlandse nationaliteit verworven, verscheen al eerder een album met kamermuziek, op Challenge Classics (klik hier). Ze componeerde haar driedelige Suite in 1952, dus vrij kort voor haar dood. Het werk ontpopt zich als een kleurrijke mengeling van Frans impressionisme en bartókiaanse weerbarstigheid, een facet overigens dat ook in haar pianospel regelmatig terugkeerde. Het stuk werd in de jaren vijftig door de violist Theo Olof en de pianist Luctor Ponse ten doop gehouden en ook daarna nog regelmatig uitgevoerd, maar op de concertprogramma's is het toch een witte raaf gebleven. En dan te bedenken dat het stuk haar de toen zeker prestigieuze Johan Wagenaarprijs opleverde!

Johanna Bordewijk-Roepman (1892-1971), de echtgenote van de schrijver Ferdinand Bordewijk, was als componiste autodidact en daarmee tevens een uitgesproken natuurtalent dat een behoorlijk aantal composities op haar naam heeft gebracht, waaronder orkest-, koor- en pianowerken, maar ook liederen. een pianoconcert en een pianosonate. Wie haar werk ‘afzet' tegen dat van de overige vier componistes op deze cd kan niet anders dan concluderen dat haar muziek een volstrekt persoonlijk stempel draagt dat zich niet gemakkelijk laat ‘classificeren'. Zowel stilistisch als qua klank is ze een eigen weg gegaan, hoewel dit sterk geprofileerde individualisme de toegankelijkheid van haar muziek niet in de weg heeft gezeten. Al vrij kort na het einde van de Tweede Wereldoorlog en ondanks haar ‘vrouw zijn', had zij niet alleen in eigen land maar ook buiten de landsgrenzen vrij veel succes. Haar in 1923 voltooide Vioolsonate – waarvoor ze, alvorens eraan te beginnen, meerdere leerboeken raadpleegde! - droeg ze op aan de violist Jan Deggeler. Zelf was ze van de kwaliteit van het stuk minder overtuigd en heeft ze mogelijk om die reden verdere uitvoeringen ervan niet echt willen stimuleren. Het duurde dan ook tot 2016, toen het pas op de lessenaars werd gezet, door het duo Schoch-Worms. Een jaar later verscheen, eveneens op Zefir Records, de cd From the bottom of my heart, geheel gewijd aan muziek van Bordewijk-Roepman: de impromptu (1960), liederen, de viool- en de pianosonate (dit uit 1943 stammende pianowerk viel een staatsprijs ten deel), door de sopraan Irene Maessen, de alt José Scholte, de violiste Ursula Schoch en de pianist Marcel Worms.

Met in 2017 de verschijning van dit album – waarvan de titel was ontleend aan het lied ‘Uit het diepst van mijn hart' (1945), op teksten van respectievelijk Potgieter, Vondel en de verzetsdichter J.J.G. Zwanniken - was althans in discografisch opzicht tenminste enigszins tegemoetgekomen aan bijna een halve eeuw onbegrijpelijk stilzwijgen. Het album werd tegelijkertijd gepresenteerd met de eveneens rond die tijd verschenen dubbelbiografie Ferdinand en Johanna van Elly Kamp.

Majoie Hajary (1921-2017) was zowel pianiste als componiste, in Paramaribo geboren in de tijd dat Suriname nog tot een kolonie van Nederland behoorde (het land werd in 1975 onafhankelijk). Hajary studeerde – toen als eerste Surinaamse studente - in ons land piano bij Willem Andriessen aan het Amsterdams conservatorium. Na haar studie begon ze aan een glanzende concertcarrière, waarbij ze ook optrad met het Concertgebouworkest, met wie zij haar Hindoestaansche Fantasie (voor piano en orkest) uitvoerde.
In 1950 ging ze bij Nadia Boulanger en Louis Aubert verder studeren. Parijs werd vervolgens voor merendeel van haar verdere leven haar nieuwe woon- en werkplaats, hoewel ze ook vrij langdurig in Istanbul, Tokio en Madagascar verbleef. In haar recitals lag de klemtoon duidelijk bij haar eigen composities, die een fascinerende mixture vormen van ‘klassiek', ‘jazz' én haar muzikale wortels: de Surinaamse muziek. Het zijn deze elementen die we terughoren in zowel Serenade als Tango.

Tot slot Rosy Wertheim (1888-1949), aan wie collega Siebe Riedstra in zijn bespreking (klik hier) van haar kamermuziek ruimschoots aandacht heeft geschonken. Haar Vioolsonate (1931), speciaal gecomponeerd voor de toen jonge pianiste Olga Mokowsky en haar echtgenoot, de violist Alexander (Sacha) Mokowsky, getuigt van een overvloedige ideeënrijkdom die de vormstructuur herhaaldelijk op de proef stelt en waarin ruimhartig plaats is gemaakt voor Franse invloeden met daarin centraal de harmonische wendingen volgens de kleurrijke receptuur van Ravel en Debussy. Dat laatste laat zich vrij gemakkelijk verklaren, want Wertheim woonde in die tijd in Parijs, met haar huis als een belangrijke ontmoetingsplaats tussen componisten en musici van allerlei slag. Door onder te duiken wist de joodse Wertheim aan deportatie te ontkomen.

In het cd-boekje schrijft Marcel Worms (hij verzorgde de toelichting):

‘In de zomer van 2022 kregen [de violiste] Ursula Schoch en ik de partituur van een tot dan toe ongepubliceerde sonate voor viool en piano van Henriëtte Bosmans. We waren direct onder de indruk van dit bevlogen vroege werk van de componiste. Toen we ons realiseerden dat we in de loop van onze samenwerking al vaker muziek van vrouwelijke, Nederlandse componisten hadden gespeeld, ontstond het plan om al deze twintigste-eeuwse stukken op cd op te nemen.'

Het resultaat van hun inspanningen mag er zijn: dit zijn sublieme vertolkingen van muziek - het wordt tijdens het beluisteren alras duidelijk dat beide musici in hun concerten met deze stukken veel ervaring hebben opgedaan - die om de een of andere, maar nooit en te nimmer geldige reden aan de publieke aandacht is ontsnapt en die dankzij dit album – zij het rijkelijk laat – expressief leven wordt ingeblazen. Opnametechnicus Jakko van der Heijden zorgde voor een passende omlijsting van dit zo bijzondere repertoire. Een compliment ook aan het adres van pianotechnicus Joost van Hartevelt, die voor een perfect geïntoneerde en gestemde Steinway D zorgde.

Dan nog dit. De Duitse violiste Ursula Schoch en de Nederlandse pianist Marcel Worms treden niet alleen regelmatig op, maar hebben al eerder voor Zefir een cd volgespeeld, toen met werken van Arvo Pärt (klik hier).


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links