CD-recensie

 

© Aart van der Wal, september 2017

 

Il Violoncello del Cardinale

Boni: Sonate in C, op. 1 nr. 8 - Sonate in g, op. 1 nr. 9

Amadei: Sonate in d, WD 896 nr. 10

Haym: Sonate nr. 1 in a/e

Perroni: Sonate nr. 1 in A - Sonate nr. 2 in D

Costanzi: Sinfonia a violoncello solo in D, WD 551

Bononcini: Sonate in a

Lulier: Aria in g 'Amor di che tu voi' (bewerking voor twee celli en continuo)

Accademia Ottoboni: Marco Ceccato (cello en directie), Rebeca Ferri (cello), Francesco Romano (theorbe en gitaar), Anna Fontana (klavecimbel)
Alpha 368 • 64' •
Opname: november 2016, Cori (I)

   

Als het tij meezit, als de sterren goed staan, kan er in vrij korte tijd veel moois ontstaan. Dat was zeker zo in het Rome van rond 1700, met in het muzikale middelpunt daarvan maar liefst drie toonaangevende componisten, maar ook twee belangrijke, goed bij kas zittende en bovenal muziekminnende kardinalen: Arcangelo Corelli, Alessandro Scarlatti, Georg Friedrich Händel, Benedetto Pamphili en Pietro Ottoboni. Twee decennia lang was het daarom een komen en gaan van allerlei musici die werden aangetrokken door de vele muzikale initiatieven zoals die door de beide kardinalen werden gefinancierd. In een van de door Corelli geleide grote orkesten (met als ‘thuisbasis' de monumentale basiliek van San Luigi dei Francesi) zaten in die tijd meerdere uitstekende cellisten, waaronder Giovanni Lorenzo Lulier (1669-1700), Nicola Francesco Haym (1678-1729), Giuseppe Maria Perroni (1699-1737) en Filippo Amadei (1690-1730). En zoals toen heel gewoon was, schreven musici ook muziek. Zo ook de genoemde cellisten. Vandaar de ietwat vrije titel van deze cd: ‘Il Violoncello del Cardinale' (want zonder verdere toelichting zegt zo'n titel weinig tot niets). Dat de diverse orkestinstrumenten en dus ook de celli in zekere zin ook eigendom waren van de beide goedgeefse prelaten laat zich raden: zij betaalden die immers, vulden de (bijna) lege beurzen opnieuw aan en zorgden voor allerlei geschikte onderkomens waar muziek kon worden gemaakt.

Het was dus eigenlijk vanzelfsprekend, de gewoonste zaak van de wereld, dat musici van allerlei pluimage in die tijd konden componeren (kom daar vandaag de dag nog maar eens om). Ze waren theoretisch zeer goed onderlegd, zowel wat hun eigen instrument als de gangbare compositietechnieken betrof. En wie zijn instrument goed kende en kon componeren, sloeg daarmee in feite twee vliegen in een klap: men componeerde bij wijze van spreken op het lijf geschreven stukken. U vindt op deze cd daarvan negen meer dan slechts representatieve voorbeelden: het zijn stuk voor stuk werkjes (echt, het zijn geen groot aangelegde sonates) die klinken als een klok. Al is het geen repertoire waarin innovatieve bergen worden verzet. Maar inventief zijn ze wel degelijk, deze miniaturen, waarin het (zeer zonnige) achttiende-eeuwse zuiden warm en expressief doorklinkt.

Het uit slechts vier leden bestaande Italiaanse ensemble Accademia Ottoboni laat op ‘authentieke' instrumenten horen hoe het ruim twee eeuwen terug in Rome geklonken moet (of kan) hebben. Dat lukt natuurlijk alleen als men zich met ziel en zaligheid aan deze muziek overgeeft, wat zowel voor de musicus als voor de toehoorder geldt. Van de eerste staat dat hierbij vast, van de tweede is het zonder meer te hopen. Waarbij ik er gelijk maar voor alle duidelijkheid aan toevoeg dat deze uitvoeringen zowel muzikaal als speltechnisch boven iedere denkbare kritiek verheven zijn. Het is bovendien opvallend hoezeer het Frans-Belgische Alpha-label steeds opnieuw de goede opnametechnici weet te vinden die voor registraties in de categorie van twaalf-in-een-dozijn stevig de neus lijken op te halen. Het zoveelste bewijs ligt althans hier, op deze draaitafel. Echt, zo moet je de vele instrumentale kleuren vastleggen; en niet anders.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links