CD-recensie

 

© Aart van der Wal, april 2022

Im Wald - Benedetto Boccuzzi

Klik hier voor de inhoudsopgave

Benedetto Boccuzzi (piano)
Digressione DCTT126 • 74' •
Opname: dec. 2021 & jan. 2022, Studio Digressione - Area DIG Studio, Molfetta (BA, I); Im Wald [track 15]: Mix & Sound Design; Piano (Steinway) samples: juni 2020, Farina Pianoforti, Ostuni (I)

   

In de Romantiek was er in alle kunstuitingen het sterke verlangen naar de ongerepte natuur, zoals onder meer beschreven door de grote Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau. L'homme sauvage, De natuurmens, dát was het ideaal der romantici, hun denkbeelden en toekomstdromen vér verwijderd van de alom heersende industriële revolutie die zowel landschap als natuur en daarmee ook de mens in ernstige mate had aangetast, in een geestelijk klimaat waarin niet alleen het mystiek-religieuze het onderspit moest delven. Het was een tijdvak van wegvluchten uit de realiteit van alledag en een onbedwingbare zucht naar het pure, religieuze, mystieke, fantasierijke en individualistische, naast stuwende vormen van nationalisme, individualisme en – even onvermijdelijk – de opwellende gevoelens van een onbestemde ‘Weltschmerz'. Dat tijdvak ligt globaal tussen het einde van de achttiende en het midden van de negentiende eeuw, al moet eraan worden toegevoegd dat tot in de eerste helft van de twintigste eeuw er nog allerlei artistieke uitlopers van te registreren zijn die gemakshalve nog als Laatromantiek kunnen worden aangeduid. En dit terwijl Goethe en Schiller met reden als ‘vroege romantici' kunnen worden aangemerkt.

Wat de muziek betreft zijn Schönbergs strijksextet Verklärte Nacht (1899), diens symfonisch gedicht Pelleas und Melisande (1903), het monodrama Erwartung (1909) en natuurlijk als laatromantische ‘apotheose' Gurre-Lieder (1911) daarvan onmiskenbare exponenten. Maar ook Bergs Sieben Frühe Lieder (1908) en diens Pianosonate (1909/10) mogen in dit verband worden genoemd, naast bijvoorbeeld werk van Zemlinsky.

Terug naar de natuur betekende voor de romantici vanzelfsprekend ook terug naar het bos. Dat vinden we onder meer terug in het reeds genoemde Erwartung, door Schönberg gecomponeerd aan de hand van een libretto van Marie Pappenheim. In een zwoele zomernacht is een vrouw in het bos bijna wanhopig op zoek naar haar geliefde. Daarmee zijn we gelijk bij een aantal kernbegrippen uit de Romantiek aanbeland: het zwoele, de zomernacht, het bos, de liefde, de dood. Er is echter ook het mysterie, want de protagoniste treft in haar zoektocht haar geliefde ten slotte roerloos op de grond liggend aan, met van de dader geen enkel spoor. Was het een hij? Of een zij? Of was ze het misschien wel zelf, of was het de vrouw van het slachtoffer, belust op wraak, een onvervalste crime passionel ? Maar misschien sloeg hij wel de hand aan zichzelf! Vragen genoeg, maar antwoorden blijven uit, waardoor het drama de onmiskenbare contouren van een heus mysteriespel krijgt.

Dat het bos (of iets deftiger: het woud, naar het Duitse ‘Wald') binnen de Romantiek, zeker als 'vehikel' van gevoelens en gedachten, een belangrijke rol heeft vervuld vindt zijn oorsprong enerzijds in de natuur en anderzijds in de exploratie van het eigen ik, als een soort geesteshouding die sterke raakvlakken heeft met waar we ons als mens bevinden, wat onze lotsbestemming zou kunnen zijn, hoe we onze relatie tot anderen beschouwen, maar ook als liefde, verdriet, eenzaamheid en dood in het geding zijn.

Een ander voorbeeld vinden we bij de 84-jarige Richard Strauss die in 1948 de Vier letzte Lieder componeerd. Wat lezen we in het laatste lied, Im Abendrot, op een tekst van Joseph von Eichendorff (1788-1857)?

Wir sind durch Not und Freude
gegangen Hand in Hand;
vom Wandern ruhen wir
nun überm stillen Land.

Rings sich die Täler neigen,
es dunkelt schon die Luft.
Zwei Lerchen nur noch steigen
nachträumend in den Duft.

Tritt her und laß sie schwirren,
bald ist es Schlafenszeit.
Daß wir uns nicht verirren
in dieser Einsamkeit.

O weiter, stiller Friede!
So tief im Abendrot.
Wie sind wir wandermüde--
Ist dies etwa der Tod?

Nog meer bekende ‘kernbegrippen' van de Romantiek laten zich gelden: ‘Wandern', ‘Land', ‘Täler', ‘Lerchen', ‘Einsamkeit', ‘Abendrot', ‘Wandermüde', ‘Tod'. In termen van romantische liedkunst t bereikte de componist hier niet alleen het expressieve non plus ultra, maar tevens een ongekende orkestrale klankweelde.

Maar terug naar het bos, dat voor zoveel romantische componisten als een waar baken heeft gefungeerd. Ik noem slechts enkele composities: Schumanns Waldszenen (1849), Liszts Waldesrauschen, de eerste van de twee in Rome ontstane Concert-etudes (1862/63), en Schuberts Im Walde (1825/27) en Nachtgesang im Walde (op. post.).

Het bos als plek voor de wandelaar, de retraite, contemplatie, reflectie, enz. Het heeft een subliem nieuw album met de veelzeggende Im Wald opgeleverd, waarin de Italiaanse pianist én componist Benedetto Boccuzzi ons als het ware aan de hand meeneemt op zijn avontuurlijke ‘boswandeling' met verrassende panorama's in het verschiet en met als hoofdbestanddeel Schumanns uit veertien korte deeltjes bestaande, reeds aangehaalde Waldszenen op. 82. Daartussendoor ‘geweven' vijf van de elf door Jörg Widmannin 2007 gecomponeerde Humoresken, Im Wald (voor elektronica) van Boccuzzi zelf, zeven door August Horn voor piano solo bewerkte deeltjes uit Schuberts Die schöne Müllerin en vijf variaties op een Schubert-thema van de hand van Helmut Lachenmann, gecomponeerd in 1956.

In februari 2021 besprak ik Boccuzzi's debuutalbum, Á Claude (klik hier), waae er eveneens sprake was van een verhalende reis en hij zich in dit toch al uiterst creatieve proces tevens als componist van zich laat horen. Alsof, in mijn beleving, sprake was van een dialoog tussen hem en de overige componisten (Debussy, Crumb, Messiaen, Rotaru en Takemitsu).

Dat zo sfeervolle beeld zien we opnieuw terug, zij het in een andere context. Opnieuw werd ik daarbij getroffen door de reikwijdte van Boccuzzi's expressie, de wijze waarop hij deze zo sterk van elkaar verschillende werken als herscheppend musicus ‘verstaat'. Stilistisch kameleontisch zoals hij de verschillende deeltjes muzikaal heeft uitgewerkt en met elkaar verbonden; en net zo exemplarisch de pure klankweelde die onder zijn handen ontstaat. Contrastwerking is bij hem geen doel op zich, maar maakt onderdeel uit van een facetrijke gevoelswereld die door het aanboren van steeds weer nieuwe expressieve karakteriseringen in dit uiterst vloeiende betoog de ene verrassing op de andere stapelt.

Dat Waldszenen door de doelbewust gekozen programmatische opbouw als het ware uit elkaar wordt getrokken betekent binnen dit knap gekozen én spanningsvol opgebouwde scenario (of model) dat het sfeerbeeld een voortdurende verandering ondergaat en dat daardoor het (over)bekende in een volkomen nieuw perspectief wordt geplaatst. Zoals dat de wandelaar ook tijdens een lange boswandeling of langs bergen en dalen kan overkomen. Maar misschien zegt dit programma en de uitvoering ervan nog het meeste over de grote creatieve reikwijdte van deze musicus van grote allure. Waarbij het niet zal verbazen dat zelfs Boccuzzi's Im Wald (voor solo-elektronica) een romantische ondertoon met zich mee draagt. Het is speciaal voor dit album gecomponeerd.

De klank van de Fazioli F212 werd in het Italiaanse Molfetta op 11 december 2021 en 29 januari 2022 bijzonder fraai vastgelegd. Twee dagen slechts voor dit recital: het zegt bepaald ook iets over Boccuzzi's techniek en zijn interpretatief stevige ankers. In het cd-boekje worden de verschillende werken door Benedetta Saglietti bondig en helder uit de doeken gedaan.

Een dergelijk recital op het concertpodium, eventueel ondersteund door toelichting en projectie (bijvoorbeeld afbeeldingen van schilderijen van Caspar David Friedrich) kan wonderen doen!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links