CD-recensie

 

© Aart van der Wal, juni 2018

 

Recollection - Jirí Belohlávek

Werken van Smetana, Dvorák, Suk, Fibich, Janácek, Ravel, Martinu, Bartók, Mozart, Schönberg, Haas en Mahler

Czech Philharmonic Orchestra, Prague Symphony Orchestra, Prague Philharmonia, Brno Philharmonic Orchestra, New Czech Chamber Orchestra o.l.v. Jirí Belohlávek
Supraphon SU 4250-2 (8 cd's)
Opname: 1973, 1977, 1978, 1979, 1980, 1981, 1987, 1989, 1990, 1994, 1995, 1996, 2002, 2006, Praag

Het discografisch overzicht vindt u hier

   

Een mooie titel: ‘Recollection', ‘herinnering', in plaats van ‘Collection', ‘verzameling', met acht cd's die uitsluitend zijn gewijd aan de dirigeerkunst van de Tsjech Jirí Belohlávek, die op 24 februari 1945 in Praag werd geboren en op 31 mei 2017 daar overleed. Hij werd 71 jaar.

De laatste keer dat ik Belohlávek aan het werk zag was op 21 april van het vorig jaar, dus nauwelijks een maand vóór zijn overlijden, in de Rotterdamse Doelen, waar hij het Rotterdams Philharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor leidde in Dvoráks Stabat Mater, met vier Tsjechische solisten: de sopraan Katerina Knezíková, de alt Katerina Jalovcová, de tenor Pavel Czernoch en de bas Jan Martinik. Niet alleen de uiterst verzorgde orkest- en koorklank viel toen op, maar ook een uitvoering die vooral werd gekenmerkt door de langzame tempi waarmee de diep inkervende monumentaliteit van het grootse werk nog eens extra werd onderstreept. Die bijzondere benadering had mogelijk ook met Belohláveks ziekte te maken: de dirigent was sterk vermagerd en kaal, ongetwijfeld mede het gevolg van de intensieve chemotherapie (hij leed aan kanker) die hij had ondergaan. Ik herkende hem niet eens toen hij opkwam, alsof er een vervanger voor hem was gevonden: weg was die stevige grijze krullenbol, die gedrongen gestalte.

Tijdens die uitvoering kwamen de woorden van Dvoráks zoon Otakar naar boven borrelen: ‘'My father's God was not the God of vengeance, but the Creator who sanctifies the journey through the valley of death through his infinite love'. Daarmee schiep Belohlávek een beeld dat afweek van zijn lezingen van het werk in 1991 (Chandos) en 1997 (Supraphon). Een beeld ook van een magistrale visie op een magistraal werk die Belohlávek op volkomen overtuigende wijze wist over te dragen op koor, orkest en solisten. Alsof hem er alles aan was gelegen om Dvoráks diep gewortelde religiositeit voortdurend te laten stralen. Dat liefdevolle karakter vinden we ook terug in de door Decca uitgebrachte release van het werk, opgenomen een jaar voor die gedenkwaardige uitvoering in De Doelen (klik hier voor recensie).

Jirí Belohlávek in betere tijden
Jirí Belohlávek in 2017

Het Tsjechische label Supraphon, zo'n beetje het ‘huismerk' van de Tsjechische muziek, heeft voor een representatieve heruitgave gezorgd die de dirigeerkunst van Jirí Belohlávek uitstekend belicht, maar tevens een hommage is aan een musicus die een belangrijk stempel heeft gezet op niet alleen de Tsjechische muziek, maar ook op het Tsjechische orkestspel in met name de tweede helft van de vorige eeuw. Dat laatste laten de hier vertegenwoordigde vier orkesten (Tsjechisch Filharmonisch, Praags Symfonieorkest, Praagse Filharmonie, het Philharmonisch Orkest van Brno en het Nieuw Tsjechisch Kamerorkest) in al hun glorie horen. Jammer alleen dat het programma deels nogal fragmentarisch is uitgevallen, met van Mahler alleen het adagietto uit de Vijfde en het ‘Urlicht' uit de Tweede symfonie. Met slechts twee cd's meer hadden we over Belohláveks kijk op beide symfonieën kunnen beschikken. Vreemd is ook dat het uitsluitend studio-opnamen betreft, terwijl er toch voldoende live-materiaal in de archieven schuilt. Waar dan wel weer tegenoverstaat dat Supraphon het minder gangbare Tsjechische repertoire niet uit de weg is gegaan. Maar waar het natuurlijk werkelijk om draait is om het eerbetoon aan een overleden dirigent van portuur: Jirí Belohlávek. De opnamekwaliteit is over de gehele linie uitstekend.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links