CD-recensie

 

© Aart van der Wal, februari 2020

Beethoven/Lachner: Pianoconcert nr. 3 in c, op. 37 - nr. 4 in G, op. 58 (bewerking voor piano en strijkkwintet)

Hanna Shybayeva (piano), Utrecht String Quartet, Luis Cabrera (contrabas)
Naxos 8.551400 • 70' •
Opname: april en mei 2019, Riverside Studios, Keulen

   

Twee pianoconcerten van Beethoven, maar zonder blazers en pauken (al spelen de laatste in op. 58 een minder belangrijke rol dan in op. 37). Deze bewerking voor piano en strijkkwintet (strijkkwartet plus toegevoegde contrabas) stamt volgens de cover van Vinzenz Lachner (1811-1893), maar de werkelijkheid is (en in het boekje komt dat gelukkig ook aan de orde) dat het een gemeenschappelijk project was van Lachner en de Duitse pianist en pedagoog Sigmund Lebert (1821-1884). Het was ook Lebert die zijn studenten stimuleerde om van pianoconcerten goed uitvoerbare kamermuziekversies te maken. Zelf had hij van een aantal Mozart-concerten een dergelijke versie al gemaakt, om zich vervolgens samen met de dirigent Hans von Bülow aan die van Beethoven te zetten. Ze verschenen in 1881 in druk in de zogenaamde Cotta-editie. In datzelfde jaar ontstond ook de samenwerking met Lachner.

Dergelijke bewerkingen hadden in de negentiende eeuw een belangrijke functie. Anders dan nu waren concertoptredens relatief dun gezaaid en was voor veel muziekliefhebbers geen andere mogelijkheid dan er thuis of elders in kleine kring kennis mee te maken. Dat vroeg uiteraard om de nodige aanpassingen en vandaar de vele bewerkingen die toen op de markt werden gebracht. Wat simpelgezet neerkwam op een vertaalslag: van de voltallige orkestbezetting naar de piano (twee- of vierhandig) of deze of gene kamermuzikale bezetting. Menige conservatoriumstudent die zich ermee bezighield zal het als een belangrijk deel van het leerproces hebben beschouwd.

Bewerkingen waren in die tijd belangrijk, want zo werd muziek voor een grote schare liefhebbers bereikbaar die anders onbereikbaar moest blijven. Het voordeel van dergelijke bewerkingen was bovendien dat wie goed met de noten overweg kon, deze muziek ook daadwerkelijk kon spelen, zich wel of niet en passant tevens de theoretische onderbouw ervan eigen kon maken. En wie moeite had met de bewerking van het origineel kon vaak terecht bij min of meer sterk vereenvoudigde versies. Voor ieder wat wils dus.

Anno nu liggen de kaarten bepaald anders. Zo kunnen Beethovens pianoconcerten te kust en te keur worden genoten, zowel thuis (radio, grammofoonplaat, cd, dvd, streaming) als in de concertzaal. Er zijn dus in dit opzicht feitelijk geen beperkingen die een kamermuzikaal alternatief vanuit die optiek noodzakelijk maken. Dat alternatief betekent in dit geval géén blazers en géén pauken, met bovendien een 'uitgekleed' strijkerscorps. Terwijl, we weten het, juist de blazers in Beethovens concerten een nog zelfstandiger rol kregen toebedeeld dan in die van Mozart (vanaf KV 453). En hoe belangrijk de pauken zijn blijkt niet alleen uit het markante openingsdeel van op. 37, maar vooral ook uit het afsluitende rondo (in die zin leent op. 58 zich beter voor een kamermuzikale benadering).

Voor de vier musici van het strijkkwartet liggen de kaarten anders: dankzij de bewerking hebben zij vanuit hun professionaliteit toegang tot deze werken, wat anders niet het geval zou zijn geweest. En misschien geldt dat ook wel voor de pianist, want niet iedere solist krijgt de gelegenheid met een orkest op te treden. En samen met de contrabassist (hij is bepaald niet de hekkensluiter: zijn belang moet niet worden onderschat, want Beethoven hechtte zeer aan het laagfundament in onder meer zijn orkestwerken en concerten) zou misschien zelfs van een waar feestje kunnen worden gesproken.

Maar is het ook een feestje voor de luisteraar? Ik denk dat in termen van winst of verlies eerder sprake is van het laatste dan van het eerste. De winst is dat de stemvoering tot in detail kan worden gevolgd (wat overigens eerder voor de niet-partituurlezers geldt) en anders dan bij een (zelfs bescheiden bezet) orkest is het de lichtheid die overheerst. Het verlies: de ontbrekende blazers (hout en koper) en pauken. Welke bewerking ook ter hand wordt genomen: dat valt op geen enkele manier te compenseren. Bezien vanuit een uitsluitend positief gezichtspunt is het wel zo dat menigeen de beide concerten in deze kamermuzikale bezetting als tamelijk nieuw en daarmee als een aanwinst zal ervaren. Het glas is in ieder geval meer dan slechts halfvol.

Beethoven was een uitmuntend instrumentator en orkestrator, al moest hij noodgedwongen rekening houden met de beperkingen van het voor handen zijnde instrumentarium (en dan met name de koperblazers). Maar ook op dit gebied kende zijn inventiviteit geen grenzen (neem alleen maar het openingsdeel van de Eroica als schitterend voorbeeld). Die beperking bracht ook een belangrijk voordeel met zich mee: doordat de musici op de grenzen van hun kunnen moesten spelen leverde dat nog eens extra spanning op (de huidige 'luxe-instrumenten' hebben dat helaas volkomen uitgewist). Maar dit ter zijde.

Over de uitvoering niets dan goeds. Hanna Shybayeva (zij stuurde mij spontaan de cd) heeft technisch alles in huis om haar partij t fonkelend en poëtisch tot leven te brengen, maar ook het kamermuzikale karakter van deze bewerkingen ligt haar uitstekend (niet iedere briljante solist is een soepele partner in kamermuziek). Haar aanstekelijk engagement wordt in het spel van de overige vier musici met evenveel energie en verve weerspiegeld. De feilloze balans tussen de instrumenten en de perfecte intonatie zorgen voor een eclatant luisterfeest, terwijl het qua expressie langs afgronden gaat. Wat een klasse spreekt er uit dit spel!

Het Utrecht String Quartet bewijst zich al jarenlang als een van de belangrijkste en beste strijkkwartetten van ons land. Bovendien is het altijd op zoek naar nieuw repertoire en kiest het graag voor een avontuurlijke programmering, waarvan de betekenis niet hoog genoeg kan worden geschat. Ook Hanna Shybayeva (ze werd in 1979 geboren in Minsk, woont en werkt al jaren in ons land en doceert in Duitsland en Italië) heeft zich op dit gebied al vaak genoeg onderscheiden. Zij maakt sinds 2008 onder meer deel uit van het New European Ensemble en draagt de promotie van Nieuwe Muziek op het muzikale hart. Shybayeva werkt ook samen met het Nederlandse Ysaÿe Trio, met wie zij onder meer transcripties voor pianokwartet opnam (hier besproken).


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links