CD-recensie

 

© Aart van der Wal, september 2019

 

Ketevan Roinishvili - Nana

Bartók: Roemeense volksdansen
Ligeti: Sonate voor cello solo
Say: Four Cities
Lagidze: Elegie
Maier: Gossamer Road
Tsintsadze: 5 Pieces on Folk Themes
Trad.: Tsintskaro*

Ketevan Roinishvili (cello), Daniël Kool (piano), Nora Fischer (voice)*
7 Mountain Records 7MNTN-017 • 71' •
Opname: februari 2019, Westvestkerk, Schiedam

http://ketevanroinishvili.com/about.html

www.voordekunst.nl/projecten/8496-cd-project-nana

 

Dit is een cd naar mijn hart, door zowel het gekozen repertoire als door de gloedvolle muzikaliteit die van deze vertolkingen afstraalt. Wat overigens niet wil zeggen dat iedere hier vertegenwoordige compositie mij echt heeft geboeid (waarover straks meer).

Kelevan Roinishvili (u kunt van haar naam al afleiden dat zij uit Georgië stamt, en bovendien ook nog uit een zeer muzikale familie) woont en werkt al geruime tijd in Amsterdam. Zij is een van de vele buitenlandse musici die de hoofdstad als uitgangsbasis heeft gekozen.

In haar op het internet gepubliceerde biografie kwam ik een wel zeer bekende naam tegen: die van Lev Markiz, met wie zij – ze was toen pas vijftien – als solocelliste intensief heeft samengewerkt. Markiz was toen de artistiek leider van het Conservatoriumorkest van het Georgische Tblisi, maar ook jarenlang de drijvende kracht achter het door hem in 1988 opgerichte Amsterdam Sinfonietta (dat nu onder leiding van Candida Thompson ware triomfen viert; en terecht!)

Ketevan Roinishvili kwam in 2009 naar ons land om te studeren bij onder anderen Dmitri Ferschtman en Floris Mijnders. Ze was toen al zes jaar eerder cum laude afgestudeerd aan het muziekgymnasium en vervolgens begonnen aan haar conservatoriumopleiding in Tblisi, de hoofdstad van Georgië. Daar studeerde ze bij Tamara Gabarashvili. Haar overstap naar ons land en de aanschaf van een cello werden mede gefinancierd door Markiz en de vriendenstichting van het conservatorium. Dat zegt, afgezien van haar ‘vooropleiding', wel iets over het talent van deze jongedame.

Nadat zij in 2012 cum laude voor haar bachelor was geslaagd aan het Amsterdams conservatorium, trok zij naar Wenen om daar lessen te nemen bij Reinhard Latzko, die is verbonden aan de Universität für Musik und darstellende Kunst. Na Wenen werd het weer Amsterdam, waar ze in 2014 haar studie met de hoogst denkbare lof afsloot. Geen wonder dus dat niet alleen in het buitenland, maar ook in ons land haar grote muzikale talent al spoedig werd herkend. Zo ontving zij in 2013 de door Radio 4 in het leven geroepen studiebeurs in het kader van Dutch Classical Talent.
Al weet ik wel dat zelfs de meest indrukwekkende biografie altijd nog in de praktijk moet worden bewezen. In iedere uitvoering opnieuw. Het is letterlijk ‘garantie tot aan de voordeur'. Van de concertzaal welteverstaan (in de studio is er gelukkig nog de ‘narrow escape' dankzij knip- en plakwerk).

Nu dan het nieuwe album dat hopelijk de wereld verovert onder de titel ‘Nana', Georgisch voor slaapliedje en tevens het vierde deeltje van de vijf stukken op volksliedachtige thema's van de eveneens Georgische componist en cellist Sulkhan Tsintsadze (1925-1991), een Georgische componist en cellist, geboren en gestorven in Tblisi. Hij begon zijn muzikale loopbaan in de jaren veertig als lid van het Georgisch Staatsstrijkkwartet, het genre waarvoor hij zijn belangrijkste composities achterliet. En evenals Bartók had hij grote belangstelling voor de muzikale folklore van zijn land: de genoemde vijf stukken zijn daarvan een prachtig voorbeeld.

Dat maakt de stap naar Bartóks Roemeense volksdansen (ze zijn zonder uitzondering gestoeld op de eeuwenoude, overgeleverde melodieën uit Transsylvanië) een tamelijk voor de hand liggende: daarin draait het immers ook om volksmuziek. De zes dansen hebben het binnen het door de bank genomen nogal weerbarstige oeuvre van deze grote Hongaar tot grote populariteit gebracht en zijn in allerlei uitstekend speelbare bewerkingen en combinaties voor handen. Daaronder ook het arrangement voor cello en piano van de hand van Luigi Silva. Bartók maakte van de zes pianostukjes overigens zelf ook een bewerking, voor klein ensemble (1917).

Misschien is wel het meest lastige en grillige werk op deze cd het Capriccio van de tweedelige Sonate voor cello solo van György Ligeti (1923-2006). Het openingsdeel (Dialogo) dateert al uit 1948, speciaal bedoeld voor een medestudente op wie hij verliefd was geraakt: Annuss Virány. Een liefde overigens die volgens de historiën niet werd beantwoord. Ze nam het stuk van hem wel in ontvangst, maar heeft het voor zover bekend nooit gespeeld.

In 1953 vroeg de celliste Vera Dénes hem om een cellowerk. Dialogo was er al en dus voegde hij Capriccio eraan toe, met als resultaat een tweedelig werk. Dat was echter nog in de tijd dat de Stalinisten het ook in Hongarije behoorlijk voor het zeggen hadden. Ze moest de sonate voor de beoordelingscommissie voorspelen, die het werk vervolgens afserveerde. Vooral het tweede deel viel volkomen verkeerd: te ‘modern'.
Zeker in het openingsdeel is de verwantschap met Bartók en Kodály weliswaar onmiskenbaar, maar dat bleek verre van voldoende voor toelating. Openbare uitvoering werd dan ook prompt verboden. Eerst in 1979 kwam het werk op de lessenaars en in 2005 werd het opgenomen als verplicht werk in het Rostropovitsj Celloconcours in Parijs.

‘Four Cities' van de Turkse componist Fazil Say (1970) draait, de titel zegt het al, om vier steden: Sivas, Hopa, Ankara (Says geboortestad) en Bodrum. Hij schreef het verbeeldingsvolle, kleurrijke stuk voor de cellist Nicolas Alstaedt (er is een opname van op het Warner-label waarop hij de cellist zelf aan de piano begeleidt, in 2017 met een Edison bekroond). Het goede nieuws is voorts dat ons de zo voor de hand liggende ‘oriëntaalse exotica' grotendeels wordt bespaard en dat het eclectisch vormgegeven stuk niet al te hoge eisen stelt aan het absorptievermogen van de luisteraar. In 2012 werd het door Alstaedt gespeeld op de inmiddels wereldberoemde Cello Biënnale in Amsterdam.

‘Gossamer Road' van Florian Magnus Maier (1973) werd kortgeleden gecomponeerd, wat in dit geval een ‘world premiere recording' oplevert. Het heeft op mij geen al te flitsende indruk gemaakt door de nogal routineus toegepaste sjablonen en de weinig saillante thematische ontwikkeling. Het ritme is de dominante factor en dat is voor een stuk als dit gewoon te weinig.

De Elegie van de Georgiër Revaz Lagidze (1921-1981) is, het ligt voor de hand, sterk romantisch gekleurd en onderscheidt zich in die zin niet van wat er op dit gebied ruimschoots voorhanden is. Het is in ieder geval gloedvol voor de cello geschreven en zeker een geslaagde poging om welluidende, evocatieve muziek te schrijven.

Het album wordt afgesloten met een Georgische ‘traditional': Tsintskaro, een volksliedje uit de Kakheti-regio. Daarin is tevens Nora Fischer met haar sfeervolle vocale vocabulaire van de partij.

Heel bijzonder, hoe Roinishvili haar gloedvolle spel vaak bijna intuïtief vorm geeft en demonstreert hoezeer zij zich in deze stukken thuisvoelt. Bij haar is ook voortdurend de verbeelding aan het woord, verloopt daarbij de frasering uiterst soepel en natuurlijk, met een natuurlijke aanleg voor het pulsieve karakter van het merendeel van deze muziek. Dat blijkt ook uit de verfijnde vertragingen en versnellingen die zij aanbrengt, waardoor wat toch al vanuit zichzelf spreekt nog meer gaat spreken. Stilistisch draait het uiteindelijk toch om die combinatie van kennis, ervaring en goede smaak en die is bij haar in de beste handen.

Dan is er de Nederlandse pianist Daniël Kool die al langer met Ketevan Roinishvili samenwerkt en dat ook goed laat horen: hij levert niet alleen een fraaie, kleurrijke bijdrage aan het prachtige spel van de celliste, maar staat samen met haar ook garant voor het naadloze samenspel in dit evenwichtig samengestelde programma met daarin als rode draad de volksmuziek.

Frerik de Jong tekende weer voor de prachtige opname en Matthijs Jongepier voor de in perfecte staat bevindende Steinway.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links