CD-recensie

 

© Aart van der Wal, oktober 2017

 

Bach: Cantate 'Ich hatte viel Bekümmernis' BWV 21 (Sinfonia) - Cantate 'Ich will den Kreuzstab gerne tragen' BWV 56 - Concert in A voor oboe d'amore, strijkers en basso continuo (reconstructie van het Klavecimbelconcert nr. 4), BWV 1055 - Cantate 'Ich habe genu(n)g' BWV 82

Matthias Goerne (bariton), Katharina Arfken (hobo en oboe d'amore), Koor: Christina Roterberg (sopraan), Isabelle Rejall (alt), Florian Feth (tenor), Freiburger Barockorchester o.l.v. Gottfried von der Goltz
Harmonia Mundi HMM 902323 • 57' •
Opname: februari 2017, Teldex Studio, Berlijn

   

De wegen van een musicus kunnen soms ondoorgrondelijk zijn. Maar de Duitse bas (dat hij nog steeds als pure bariton wordt geafficheerd wekt inmiddels verbazing) Matthias Goerne moet hebben gedacht dat de tijd voortschrijdt en dat het dus ook de tijd is voor nieuwe inzichten. En dus vinden we op deze nieuwe cd van Harmonia Mundi twee cantates die Goerne al eerder opnam. Zeventien jaar geleden op het Decca-label naar aanleiding van de herdenking van Bachs 250ste sterfjaar (hij overleed in 1750). En, niet onbelangrijk, toen klonk Goerne frisser, jeugdiger zo u wilt, dan nu.

Zeventien jaar geleden was het al erg goed. Het is niet beter geworden, maar wel anders. De stem is meer gerijpt, als goede wijn op eikenhout, wat niet wegneemt dat de plasticiteit ervan nog wel degelijk is toegenomen. Zo getuigen de fraseringen van meer vrijheid en dat het anders dan toen meer ´zwaar op de hand´ klinkt heeft eerder te maken met de stem dan met de interpretatie. Goerne beweegt zich qua profilering meer in de helaas al lang vergeten wereld van de fenomenale bas Hans Hotter (zijn Wagner-interpretaties bevestigen dat). Het kan verkeren: Goerne mag dan bij Fischer-Dieskau hebben gestudeerd, maar Goerne komt daar zelfs niet bij in de buurt. Ik hoef slechts de desbetreffende opnamen onder Karl Ristenpart en Karl Richter ernaast te leggen om daarin de bevestiging te vinden. Ook qua stembeheersing is Goerne een klasse apart, met de vloeiende lange lijnen die wel degelijk een kern bezitten, maar ook in het consistente legato dat zelfs nog ruimte biedt voor minuscule accenten en wendingen die binnen het geheel wel degelijk een belangrijke rol spelen. Ondanks de vele zware rollen die Goerne in tot nu toe voor zijn rekening heeft genomen is van enigerlei slijtage geen enkele sprake. Ook zijn tekstbeleving is superieur (zoals in ‘Mein Wandel auf der Welt'), met binnen het gehele discours een voortdurend spirituele ondertoon die juist het contemplatieve karakter van deze muziek onderstreept. Dat Bach het zijn solist niet gemakkelijk heeft gemaakt (trouwens, wanneer wel?) is evident, maar daarin huist wel een deel van de artistieke noblesse die deze cantates zo bijzonder maken. Dit is geen routineuze Bach, maar een Bach die in deze stukken het beste van zichzelf heeft gegeven; en we weten allemaal: dat is niet gering.

Wat toen al de boventoon voerde is in de inmiddels achter hem liggende jaren niet veranderd: de zelfverzekerde articulatie, het gemak waarmee zowel korte als lange frasen vorm worden gegeven en de fijnzinnige kleuring van de notentekst. Briljant is ook het spel van hoboïste Katharina Arfken, die in het naar BWV 1055 gemodelleerde concert voor oboe d'amore, strijkers en basso continuo voor een rijk geschakeerde onderbreking zorgt (ook haar warm getinte bijdragen in de beide cantates zijn als om door een ringetje te halen). Over het Freiburger Barockorchester hoef ik niets meer te vermelden: dat is eenvoudig top. Voor de opname geldt dat ietwat minder ruimteafbeelding mij liever was geweest.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links