CD-recensie

 

© Aart van der Wal, maart 2024

Johann Sebastian Bach - Complete Organ Works

Bernard Foccroulle (orgel)
Ricercar RIC 459 (16 cd's)
Opname: 1982-1997

 

Bachs complete orgelwerken op 16 cd's, uitgevoerd door één musicus, in dit geval de Waalse organist Bernard Foccroulle, doet qua opvatting een hoge graad van eenvormigheid vermoeden, maar dat blijkt alleszins mee te vallen. Die conclusie kan ik trekken na er zich geruime tijd aan te hebben 'gelaafd'.

Nieuw zijn deze opnamen niet: ze werden gemaakt in de periode 1982-1997 en als zodanig door Ricercar al eerder uitgebracht. Een heruitgave dus. Wat de liefhebber nu evenwel krijgt is bijna 20 uur uitstekend uitgevoerde muziek in de goedkope(re) prijsklasse (gemiddeld € 3,50 per cd mag zelfs een koopje worden genoemd). Een niet te versmaden aanbod, ook voor degenen die het complete orgelwerk van Bach al in huis hebben. Want ook de instrumenten zelf spelen uiteraard een danig 'woordje' mee.

Een voorts niet onbelangrijke bijkomstigheid is het panorama van historische orgels (het overzicht vindt u hier) dat zich, mede dankzij de geslaagde opnamen, voor de luisteraar ontvouwt. Dat maakt het extra jammer dat de registraties in het lijvige boekwerk (ruim 140 pagina's!) onvermeld zijn gebleven; al moet er gelijk aan worden toegevoegd dat dit het boekwerk nog lijviger zou hebben gemaakt. Waar gelukkig dan weer tegenover staat dat er schitterende afbeeldingen van de diverse orgels zijn opgenomen en dat menigeen dankzij de uitgebreide en uiterst vakkundig geschreven toelichting (met daarin de stevige hand van de organist zelf) ongetwijfeld nieuwe inzichten in dit kolossale werk van de Thomascantor op zal doen.

Het orgelspel van Foccroulle heeft mij al meerdere decennia geïntrigeerd door het onopgesmukte karakter ervan, de rust die ervan uitgaat en het momentum dat de organist schijnbaar moeiteloos weet vast te houden (in die zin hoor ik overeenkomsten met het spel van ‘onze' Leo van Doeselaar). Het komt kortom neer op gewetensvolle en muzikanteske vertolkingen, waarin het uiterlijk effect wordt vermeden en niet de organist maar de componist voortdurend op de voorgrond staat.

De eveneens opgenomen acht Kleine Präludien und Fugen (BWV 553 t/m 560, 568 en 576) zijn mogelijk niet van Bachs hand, al zijn ze het aanhoren beslist waard.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links