CD-recensie

 

© Aart van der Wal, december 2020

Avi Avital - Art of the Mandolin

Vivaldi: Concert voor 2 mandolines, strijkers en basso continuo in G, RV 532
Avi Avital, Alon Sariel (mandoline), Venice Baroque Orchestra

Beethoven: Adagio ma non troppo in Es, WoO 43 nr. 2 (voor mandoline en harp)
Avi Avital (mandoline), Anneleen Lenaerts (harp)

Bruce: Death is a Friend of Ours (voor mandoline, gitaar, harp, theorbe en klavecimbel)
Avi Avital (mandoline), Sean Shibe (gitaar),Anneleen Lenaerts (harp), Ophira Zakai (theorbe), Yizhar Karshon (klavecimbel)

Sollima: Prélude
Avi Avital (mandoline)

(D.) Scarlatti: Sonate in d, K 89 (voor mandoline en basso continuo)
Avi Avital (mandoline), Ophira Zakai (theorbe), Patrick Sepec (cello), Yizhar Karshon (klavecimbel)

Ben-Haim: Sonate a tre (voor mandoline, gitaar en klavecimbel) (bew. Avi Avital)
Avi Avital (mandoline), Sean Shibe (gitaar), Yizhar Karshon (klavecimbel)

Deutsche Grammophon 48385348 • 58' •
Opname: december 2019, Stadttheater, Fürth; januari en april 2020, Teldex Studio, Berlijn

   

In het cd-boekje schrijft de Israëlische musicus Avi Avital (Beër Sjeva, 1978) dat zijn lijfinstrument, de mandoline, lange tijd niet meer was dan een instrument, een stuk 'gereedschap' om muziek mee te maken. Dat hield vooral verband met zijn eerste leraren, die meer thuis waren op de viool dan op de mandoline ; met als logisch gevolg dat ze hem met het vioolrepertoire kennis lieten maken. Wat zich overigens uitstekend voor de mandoline leende. Het heeft hem geen windeieren gelegd, deze bevlogen musicus die zich zowel op het wereldpodium als in de studio als een bijzonder begaafd talent heeft ontwikkeld.

Simcha Nathanson
Avitals eerste leraar, de Rus Simcha Nathanson, was van huis uit violist. Hij emigreerde, zoals zoveel Russische kunstenaars, in de jaren zeventig naar Israël en streek neer in Beër Sjeva, waar op de plaatselijke muziekschool evenwel geen behoefte was aan een vioolleraar. In de kelder bevond zich echter wel een aantal mandolines. Nathanson maakte van de nood een deugd en binnen een paar jaar had deze toegewijde docent een jeugdig mandolineorkest uit de grond gestampt dat al spoedig zou uitgroeien tot een plaatselijke legende. Avital speelde, evenals zijn collega-studenten in de klas, uitsluitend vioolrepertoire, maar in het mandolineorkest liep het repertoire van baroksuites tot ‘kleine' symfonieën van Haydn en Mozart, maar ook de typisch Russische volksmuziek kwam daarbij ruimschoots aan bod, ongetwijfeld ingegeven door Nathansons achtergrond.

Voor Nathanson speelde het geen enkele rol dat uitsluitend op mandolines werd gespeeld: volgens Avital kende zijn leraar het speciaal voor de mandoline geschreven repertoire niet eens – en als hij het wel kende? H besteedde hij er in ieder geval geen enkele aandacht aan. Maar het resultaat was wel dat Nathanson een generatie jonge mandolinebespelers wist op te voeden in het klassieke repertoire.

Ontstaan in Italië
Pas later, Avital was toen al in de twintig en had zich gevestigd in Italië, kwam hij van zijn Italiaanse docenten meer te weten over de mandoline. Dat het instrument in Italië was ontstaan en dat zijn geschiedenis voornamelijk was bepaald door sociale en geopolitieke veranderingen; eerst als tijdverdrijf voor de welgestelden maar later ook voor de werkende klasse. In de achttiende eeuw klonk de mandoline vooral in de een of andere aristocratische salon, ingehouden bespeeld door een veelal adellijke dame, maar het instrument kon in de negentiende eeuw ook klinken in zomaar een willekeurige Napolitaanse kapperszaak. Of afgebeeld op een stilleven, op een tafel met peren en sinaasappelen, met een luxe fluwelen kleed eromheen gedrapeerd, maar evengoed ook in de handen van een of ander karakter uit de commedia dell'arte.

Populair
Eerst in de twintigste eeuw werd het instrument meer populair in kringen van amateurmusici. Geen wonder, want de mandoline leende zich niet alleen uitstekend voor het solospel, maar ook in groepsverband; waardoor er niet alleen veel muzikaal plezier maar ook een positieve sociale functie vanuit ging. Het maakte niet uit wat er werd gespeeld: het kon een aria zijn uit een Verdi-opera of een traditionele polka of mazurka, of zomaar volksliedjes. Margaretha van Savoye (1851-1926), de echtgenote van koning Umberto I en daarmee de koningin van Italië, hield er zelfs een mandolineorkest met uitsluitend sterspelers op na; terwijl in talloze Italiaanse stadjes en dorpjes de mandoline tevoorschijn werd gehaald om lokale feesten of vieringen op te luisteren. En zo kon het instrument ten slotte zijn zegetocht voortzetten naar andere Europese landen, om uiteindelijk ook ver van huis, in Noord-Amerika, Australië en zelfs Japan bij grote groepen muziekliefhebbers in de smaak te vallen.

Nauwelijks effect
Echter, paradoxaal, genoeg, heeft die groeiende populariteit niet of nauwelijks effect gehad op het componeren voor de mandoline. De meeste componisten, althans zij die als ‘belangrijk' worden beschouwd, hebben het instrument zelfs links laten liggen, terwijl zij die zich er wel over ontfermden, het instrument meestal zelf bespeelden. Ze schreven dus voor eigen en andermans gebruik. Wat niet wegneemt dat ze juist daardoor ze een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de artistieke evolutie van de mandoline, zoals dat geldt voor bijvoorbeeld Raffaele Calace (1863-1934). Maar omdat ze niet voor andere instrumenten componeerden had dit weer tot gevolg dat ze als componist alleen bekend waren in de beperkte kring van mandoline-adepten.

Bredere context
Avital had zich bij de keuze van zijn programma voor dit album daartoe kunnen beperken, maar dat wilde hij per se niet. Integendeel, hij wilde juist de betekenis van de mandoline in een bredere, meer kosmopolitische context plaatsen, gericht op componisten van buiten het mandolinecircuit.

Associaties
Terecht stelt Avital vast dat voor sommigen de kracht van het instrument is gelegen in zijn populaire associaties en het symbolisme. Hij noemt als voorbeeld de beroemde mandolinepartij in Mozarts Don Giovanni: ‘Deh, vieni alla finestra'. Dat Mozart door strekking en inhoud van deze canzonetta de mandoline waarschijnlijk vereenzelvigde met onschuld en pretentieloosheid, als tijdverdrijf de ideale keuze voor een welopgevoede jongedame. In die zin tevens een schoolvoorbeeld van onschuld en naïviteit en daarmee de perfecte dekmantel voor Don Giovanni's verleidingspogingen.

Vivaldi
Vivaldi gaf aan zijn beide mandolineconcerten de luchtigheid en charme mee zoals we die van deze componist ook in de andere genres zo goed kennen. Avitals keuze voor Vivaldi's Mandolineconcert in C werd mede ingegeven door het uitsluitend pizzicato spelende orkest, waardoor bijna een vanzelfsprekend gevoel van camaderie ontstaat. Interessant is ook het eveneens gespeelde Dubbelconcert met zijn bijzondere echo-effecten: de beide solisten spelen dezelfde muzikale frases, na elkaar, alsof het identieke tweelingen betreft. Ook in dit concert overheerst een naar nobele humor tenderende lichtvoetigheid.

Scarlatti
Ook in het zeventiende- en achttiende-eeuwse Napels, de geboortestad van Domenico Scarlatti, speelde de mandoline een belangrijke rol; met aansluitend de vraag of hij voor de mandoline heeft gecomponeerd? Het blijft gissen, al bevindt zich tussen de ruim vijfhonderd klaviersonates een vijftal dat duidelijk minder ‘pianistiek' is ingericht en dat ze aldus mogelijk bestemd zijn geweest voor mandoline en basso continuo. Avital verwijst in dit verband naar de ‘open strings and typical mandolin idioms', hoewel naar mijn gevoel geen strikt overtuigend argument.

Avital heeft die suggestie van zijn vroegere leraar Ugo Orlandi in ieder geval omarmd en de Sonate in d, K 89 samen met Ophira Zakai (theorbe), Patrick Sepec (cello) en Yizhar Karshon (klavecimbel) aldus een waardig plaatsje gegeven op dit album. Bovendien: dit musicieren maakt alles goed!

'Pour la belle J'
Beethoven en de mandoline is een verre van voor de hand liggende combinatie en toch schreef hij meerdere stukken voor het instrument. Er zijn er vier overgeleverd, alle opgedragen aan de jonge gravin Josephine von Clary und Aldringen (zij zong het hoogste lied en ze bespeelde bovendien de mandoline). ‘Pour la belle J', schreef hij bovenaan het manuscript. Intieme muziek van een bekoorlijke schoonheid die doet veronderstellen dat Ludwig warme gevoelens voor deze Josephine moet hebben gekoesterd.

Twintigste eeuw
Het valt te prijzen dat Avital ook een aantal twintigste-eeuwse composities voor de mandoline niet buiten schot heeft willen laten. Het idee erachter was de (nog) verdere exploratie van het zowel klankmatige als technische potentieel van de mandoline, met in de voorste gelederen Hans Werner Henze en Paul Ben-Haim met de suggestie van een pizzicato strijktrio als equivalent van het strijkkwartet of blaaskwintet. Henze lijkt met ‘Carillon, Récitatif, Masque' uit te zijn geweest op het creëren van een zo veelkleurig mogelijk speelveld (in ‘Carillon' waant men zich zelfs in een speelgoedwinkel!).

David Bruce creëerde met ‘Death is a Friend of Ours' een nieuwe klankwereld die tegelijkertijd – de titel verwijst er in zekere zin al naar – een oude klankwereld oproept: die van Schuberts ‘Der Leiermann', het slotlied uit ‘Winterreise'. Tussen al het harmonische fraais wringt het voortdurend, met een uitspraak van Sir Francis Bacon in gedachten: 'Death is a friend of ours; and he that is not ready to entertain him is not at home.'

In Sollima's Prélude voor mandoline solo is het 6/8 ritme van de Pizzica en Tarantella kunstzinnig verwerkt, waardoor de typische volksdansen zoals de Pizzica en Tarantella door uitsluitend de mandoline tot bruisend leven worden gewekt.

De Duits-Israëlische componist Ben-Haim (hij werd geboren als Paul Frankenburger), bracht in zijn ‘Sonate a tre' een nieuwe muzikale taal binnen die een symbiose vormt van klanken uit het Midden-Oosten, de joodse liturgie en folklore, en uit West-Europa.

Sprankelend luisterfeest
Avital heeft de musici die hem op dit nieuwe album omringen uiteraard met zorg uitgekozen. Dat garandeert weliswaar nog geen fonkelende uitvoeringen, maar gelukkig is dat hier wel en bovendien onverkort het geval: van begin tot eind is sprake van een sprankelend luisterfeest waarin echter ook de dieper gelegen expressieve lagen met groot raffinement en overrompelende affiniteit mede dankzij de strikt heldere opname optimaal uit de luidsprekers komen. Er is geen enkele twijfel aan dat hier uitsluitend rasmuzikanten aan het ‘woord' zijn.
Het Venice Baroque Orchestra houdt het tempo in Vivaldi er goed in, er wordt op het scherp van de snede gearticuleerd en dit beeld bewijst des te meer dat het tot een ‘watermerk' van dit ensemble is geworden. Dat ook de Belgische harpiste Anneleen Lenaerts zich in dit ad hoc ensemble uitstekend thuis moet hebben thuis gevoeld blijkt wel uit haar niet minder overtuigende bijdragen. Straks zullen we haar ongetwijfeld weer tegenkomen in de Weense ‘Musikverein', tijdens het traditionele Nieuwjaarsconcert (zij is als soloharpiste verbonden aan de Wiener Philharmoniker).

Kort en goed: een pracht-cd!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links