CD-recensie

 

© Aart van der Wal, mei 2012

 

 

Aho: Chamber Symphonies 1-3

Kamersymfonie nr. 1 (voor strijkorkest) (1976) - nr. 2 (voor strijkorkest) (1991/92) - nr. 3 (voor altsaxofoon en strijkorkest)* (1995/96)

John-Edward Kelley (altsaxofoon)*,
Tapiola Sinfonietta o.l.v. Stefan Asbury
en Jean-Jacques Kantorow*

BIS-SACD-1126 • 57' • (sacd)

Opname: Tapiola, Finland, 10-2005 en 4-2009 (in aanwezigheid van de componist)


 
 
Kalevi Aho

Het eigentijdse componeren wordt in Finland beheerst door drie zeer creatieve reuzen: Einojuhani Rautavaara (1928), Kalevi Aho (1949) en Kaija Saariaho (1952). De drie 'kamersymfonieën' van Aho sluiten in feite aan bij de 21ste-eeuwse modetrend die in gang werd gezet door de kamersymfonieën van Dmitri Sjostakovitsj, in feite niet meer dan bewerkingen (door zijn landgenoot Rudolf Barshai) van een aantal van zijn strijkkwartetten Zoals er in de loop der tijd ook kamersymfonieën ontstonden met als voornaamste doel om naar aanvullend repertoire snakkende strijkensembles van nieuwe stukken te voorzien (met name ons eigen Amsterdam Sinfonietta heeft er door de jaren heen veel eer mee ingelegd).
Waarbij het een kunst op zich is om voor een per definitie homogeen strijkensemble voortdurend boeiende klankkleuren te bedenken. Hoe geniaal was toch die Johann Sebastian Bach, die de meest uiteenlopende klankkleuren in zijn hoofd moet hebben gehoord toen hij voor slechts één instrument, de viool, zijn sonates en partita's neerschreef!

Toch is de term kamersymfonie in zekere zin een anachronisme, want de meeste stukken die deze titel dragen hebben met de symfonie als zodanig weinig tot niets gemeen, niet qua inhoud, noch qua vorm (die door Haydn is bedacht). Omgekeerd zou Beethovens Eroica van oorsprong juist wel een kamersymfonie kunnen worden genoemd, want ten eerste ís het een symfonie en ten tweede was de bezetting in die tijd zelfs nog aanmerkelijk kleiner dan die van ons tegenwoordige kamerorkest.
Het was naar ik meen Schönberg die voor het eerst het begrip 'Kammersinfonie' introduceerde, met zijn
op. 9 voor 19 solo-instrumenten (de componist schreef nauwkeurig de zitposities voor!), dat in 1912 bij het Weense Universal Edition in druk verscheen. Dit baanbrekende stuk is een échte Kammersinfonie.

De drie 'Chamber Symphonies' van Aho zijn alleen in naam kamersymfonieën, want hoewel soms de pure symfonische vorm boven het stilistische amalgaam uitsteekt is er naar mijn smaak toch eerder sprake van 'stukken voor kamerorkest', waarin soms zelfs een concrete aanduiding van een begintempoontbreekt (de twee eerste delen van de driedelige nr. 2), of de uitvoerenden het vooral met begripsomschrijvingen of sfeeraanduidingen moeten doen (nr. 3: ...bevroren zijn de rusteloze wateren; ...oh, ik heb de wilde ganzen horen roepen; ...de lange nachten smelten; ...de vuurrode boot roeit naar de open zee).

Aho's grote ervaring als componist, orkestrator én arrangeur (hij bewerkte stukken van andere componisten) moet hem ook bij het schrijven van deze Chamber Symphonies zeer van pas zijn gekomen, want alle drie zijn ze verrassend, afwisselend en hoogst origineel geschreven. Aho is zo te horen duidelijk een componist die geen piano nodig heeft om een stuk te schrijven: hij weet precies hoe hij voor strijkinstrumenten (viool, altviool, cello en contrabas) moet componeren en hoe hij daar dan het beste uit kan halen. Met andere woorden: de speltechnische mogelijkheden worden in deze drie stukken optimaal uitgebuit. In nr. 3 komt er ook nog een altsaxofoon aan te pas, hier bespeeld door Jophn-Edward Kelley, een rasmuzikant en een groot virtuoos op zijn instrument. Zelfs in de lastigste atonale passages (cadens!) blijft hij heer en meester over deze grillige materie.

Deze uitvoeringen zijn in zekere zin authentiek: de componist was erbij en ik ga er voetstoots vanuit dat hij niet alleen heeft geluisterd, maar ook aanwijzingen heeft gegeven. Ik heb het tenminste nog nooit anders meegemaakt, al gaat de ene toondichter daarbij voortvarender te werk dan de andere. In dit geval is bescheidenheid niet altijd een deugd. Maar hoe het ook zij, deze uitvoeringen stralen grote autoriteit uit en zijn technisch in één woord volmaakt. De opname krijgt van mij ook een 10 (in stereo-opstelling de contrabassen duidelijk links, de eerste violen links en de tweede violen rechts), waardoor ruimschoots aan alle voorwaarden is voldaan om van deze cd een succesvolle loopbaan te verwachten. Ja, zult u misschien roepen, dit is wel eigentijdse muziek. Dat woord alleen al, eigentijds, mijn hemel, het doet mensen al bij voorbaat in hun schulp kruipen! Wie echter bereid is om over zijn eigen schaduw heen te springen (ik hoor sinds de kabinetscrisis in onze vaderlandse media bijna niets anders meer) wordt beloond met schitterende muziek die schitterend wordt gespeeld en die schitterend is opgenomen. Ging het in onze vaderlandse politiek trouwens maar net als in deze drie stukken van Kalevi Aho meer om de inhoud dan om de vorm! Hoeveel interessanter en kleurrijker zou het dan in en rond het Binnenhof worden. Sterker nog, misschien zou er dan net als in deze muziek van Aho nog getoverd kunnen worden!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links