CD-recensie

 

© Aart van der Wal, april 2024

Adrift - Delphine Trio

Leighton: Fantasy on an American Hymn Tune op. 70

Kahn: Trio Serenade op. 73

Psathas: Island Songs

Piazzolla/Temmingh: Oblivion

Delanoff: Trio

Seiber: Introduction & Allegro

Delphine Trio: Magdalenna Krstevska (klarinet), Jobine Siekman (cello), Roelof Temmingh (piano)
TRPTK TTK0113 • 71' • (sacd)
Opname: juni 2023, Studio 1, MCO, Hilversum

 

Het in Utrecht gevestigde muzieklabel TRPTK wordt in hifi-kringen als ‘audiofiel' aangeduid, wat zoveel wil zeggen dat een zo perfect mogelijke opname wordt voorgestaan. Dat ís zeker geen loze kreet, want ik moet de eerste cd van dit label nog tegenkomen die op dit gebied teleurstelt. Maar er is gelukkig méér, beduidend méér zelfs, dankzij het selecte repertoire en het uitgelezen vertolkingsniveau van de bij de vele projecten betrokken musici. Het resulteert steevast in op en top verzorgde albums met een bijna magische aantrekkingskracht.

Met die nieuwe album, Adrift, is het opnieuw raak. De muziek – met uitzondering van het overbekende Oblivion van Piazzolla, zij het hier wel in de bijzondere bewerking van Roelof Temmingh – kennen naar ik aanneem de meesten onder ons niet (of nauwelijks). Een echte 'ear-opener' dus en bovendien een productie die als geheel (klank, uitvoering) superieur mag worden genoemd.

De instrumentale combinatie van klarinet, cello en piano mag dan op zich zichzelf niet niet zo bijzonder zijn, het erachter schuilgaande muzikale talent is dat wel degelijk, want we hebben hier te maken met drie musici die hun nieuwsgierigheid naar voor hen nieuw repertoire hebben verbonden met passie én intellect. Want dat mag worden gezegd van de Australische klarinettiste Magdalenna Krstevska, de Nederlandse celliste Jobine Siekman en de Zuid-Afrikaanse pianist Roelof Temmingh, een wat mij betreft ideaal - met een knipoog! - 'driemanschap' dat deze muziek een warm-expressief en instrumentaal gloedvol aureool heeft meegegeven. Het is de overtuigende uitkomst van wat in 2020 leidde tot een artistieke kruisbestuiving met de oprichting van het Delphine Trio, nog ten tijde van hun studie aan het in Londen gevestigde Royal College of Music.

Het Delphine Trio tijdens de opname in Studio 1 van het Muziekcentrum van de Omroep (MCO) in Hilversum (foto Brendon Heinst)

Als rode draad door de programmering van dit trio fungeert de diversiteit: een zo breed mogelijk scala van veelal minder bekende of zelfs onbekende werken, wel of niet in een aan de bezetting aangepast arrangement, door dit fabuleuze ensemble fris, speels en met het nodige stijlgevoel geponeerd. Zeker dat laatste is geen geringe prestatie, want alleen al op dit album trekt een bepaald niet geringe variatie van stijlen aan de luisteraar voorbij, van volksmuziek tot jazzy invloeden, van uitgelaten vrolijkheid tot diep gevoelde mistroostigheid, van luim en ernst. Dit illustere gezelschap blijkt bovendien over zangtalent te beschikken, getuige het vocale aandeel in de spiritual Shall we gather by the river?, nauw verbonden met het in strikt helder C-groot gecomponeerde openingsstuk op deze cd van de hand van de diepreligieuze Britse componist Kenneth Leighton (1929-1988): Fantasy on an American Hymn Tune, die zijn loopbaan begon als koorknaap aan de kathedraal van zijn geboorteplaats Wakefield en wat je terughoort in zijn muziek. C-groot toeval? Nee, want voor Leighton was deze toonsoort rechtstreeks verbonden met God.

De joodse componist Robert Kahn (1865-1951) nam als gevolg van het sterk toegenomen antisemitisme in de jaren dertig (we weten allemaal waartoe dat heeft geleid) noodgedwongen de wijk. Hij verliet Duitsland om elders zijn geluk te beproeven. Adrift is zeker ook daarop van toepassing. In Trio Serenade nemen de zwoele klanken van de klarinet het voortouw in een van melancholie doordesemd muzikaal landschap, dat evenwel ook speelse momenten kent. Misschien goed om te weten dat het stuk al in 1922 ontstond, dus nog ruim voordat de Hitler-horden zich met grof geweld tegen de joodse gemeenschap keerden (al was het antisemitisme in Duitsland, zoals in zoveel Europese landen, nooit ver weg).

De in Nieuw-Zeeland uit Griekse ouders geboren componist John Psathas (*1966) kreeg de Griekse muzikale folklore als het ware met de paplepel ingegoten en zoals zoveel van zijn collega's kreeg die een waardige plek in zijn muziek. De drie Island Songs zijn daarvan een (wel)sprekend voorbeeld, met daarin prominent de verschillende Griekse dansvormen. In het cd-boekje wordt de tweede ‘song' terecht aangemerkt als de meest 'geheimzinnige' van de drie, een emotioneel- intense dans tussen twee gezworen vijanden. Ze zijn slechts enkele stappen van elkaar verwijderd en in voortdurend oogcontact met elkaar.

Het centrale thema, Adrift, keert eveneens terug in Oblivion van de Argentijnse ‘ tanguero', bandoneonist en componist Astor Piazzolla (1921-1992), een stuk dat we ook in de meest uiteenlopende bewerkingen kennen. Een ‘tijdloze melancholieke klassieker', ook in dit zeer geslaagde arrangement door het Delphine Trio, gestoeld op Piazzolla's eigen opname van het stuk in 1984.

De Duitse toondichter Robert Delanoff (*1942) heeft door de jaren heen een sterke voorliefde ontwikkeld voor de meest ongebruikelijke instrumentale combinaties. Zijn creatieve devies: ‘Eine Komposition zu gestalten: dies ist eine Wanderung in das Ungewisse…' Het uit 1964 stammende Trio 'drijft' stevig op invloeden van Hindemith en Debussy, maar er zijn ook lucratieve uitstapjes naar de jazz en in het derde deel zelfs Franse circusmuziek. Adrift dus in de meest muzikale betekenis.

Mátyás Seiber (1905-1960) verliet, evenals Robert Kahn in Duitsland, in de jaren dertig zijn vaderland Hongarije om in Engeland een nieuwe en veilige thuishaven te vinden. Hij overleed in 1960 tijdens een reis door het Kruger National Park in Zuid-Afrika. Ook Seiber hanteerde graag een smeltkroes van stijlen, variërend van volksmuziek en jazz tot het serialisme. De drie musici raakten opgetogen toen ze in het archief van het Royal College of Music het originele manuscript aantroffen van Seibers Introduction & Allegro, oorspronkelijk gecomponeerd voor accordeon en cello. De uitbundige Hongaarse volksmuziek schijnt er, ook in deze bewerking, dwars doorheen.

Dankzij de kleine bezetting en de superieure opname mag de luisteraar thuis – uiteraard afhankelijk van de eigenschappen van zijn weergaveapparatuur – rekenen op een heuse ‘live'-belevenis. Het album biedt aldus de ideale symbiose van prachtige muziek en sublieme weergave, zowel in ‘gewoon' stereo als in ‘surround'. Beluisterd op een elektrostatische hoofdtelefoon hóór je ieder denkbaar detail tot in de perfectie. Een ware topprestatie van zowel het Delphine Trio als van Brendon Heinst (opname en mastering) en Hans Erblich (editing).

_____________
Noot: Bij wijze van uitzondering vindt u hier een gedetailleerd overzicht van de door TRPTK gebruikte apparatuur.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links