CD-recensie

 

© Aarnout Coster, november 2008


 

Händel: Il Trionfo del Tempo e del Disinganno.

Roberta Invernizzi (sopraan), Bellezza; Kate Aldricht (alt), Piacere; Martin Oro (countertenor), Disinganno; Jörg Dürmüller (tenor), Tempo, Accademia Montis Regalis o.l.v. Alessandro de Marchi.

Hyperion CDA 67681/2 • 68' ' + 69' •
(2 cd's)

 


Händel is waarschijnlijk de enige componist wiens eerste opera Il Trionfo del Tempo e del Disinganno ook zijn laatste opera was.

Toen de 21-jarige Händel eind 1706 in Rome arriveerde, was hij al beroemd als uitvoerend musicus en als componist. Hij kwam spoedig in contact met de 'Academie der Arcadiërs', een gezelschap van aristocraten, kerkvorsten en kunstenaars, dat zich bezighield met het beoefenen van de schone kunsten. Een van de leden, kardinaal Benedetto Pamphili, die onder de artistennaam 'Fenizio' vele libretti en toneelstukken had gepubliceerd, vroeg Händel muziek te schrijven bij zijn nieuwste pennevrucht: Il Trionfo del Tempo e del Disinganno, een allegorie over tijdelijke en eeuwige waarden. Een eervolle opdracht die de jonge componist graag aanvaardde.

Het resultaat is een prachtig barok-oratorium met, kort samengevat, de volgende inhoud. Schoonheid (Bellezza), verrukt van haar spiegelbeeld, wordt door Genot (Piacere) aangemoedigd de vergankelijkheid van haar schoonheid uit het hoofd te zetten en geen acht te slaan op de waarschuwingen van Tijd (Tempo) en Goede Raad (Disinganno). Maar Schoonheid is onzeker en uiteindelijk zegevieren Tijd en Goede Raad: Schoonheid klampt zich niet meer vast aan oppervlakkige, vergankelijke uiterlijkheden, maar krijgt oog voor de échte schoonheid: de waarheid (o.a. die van het hiernamaals). Het is een moraliserende tekst met een religieuze achtergrond, die een les voor een ieder bedoelt te zijn. In ieder geval heeft het Händel geïnspireerd tot het schrijven van prachtige muziek.

De eerste uitvoering vond waarschijnlijk plaats in het Palazzo Bonelli in 1707 of 1708, door het huisorkest van kardinaal Pamphili onder leiding van niemand minder dan Arcangelo Corelli. Het werk beleefde maar één uitvoering en had matig succes; de kardinaal was er overigens zeer mee in zijn nopjes.

Later, in 1735,  heeft Händel het oratorium weer ter hand genomen en er veranderingen in aangebracht. De uitvoering van deze versie in 1737 was ook geen groot succes. Händel had in die tijd zakelijke-  en gezondheidsproblemen en zocht genezing in Aken. Na zijn terugkeer in Londen maakte hij in 1757 een derde versie van Il Trionfo, nu met een (sterk gewijzigde) Engelse tekst. Het werd zijn zwanenzang.

Volgens Ruth Smith, in haar uitgebreide toelichting in het cd-boekje, had Händel alles, wat we tegenwoordig waarderen in de oorspronkelijke versie, eruit geschrapt! Op deze cd is de eerste, Italiaanse versie uit 1707 te horen. Het is een kleinschalig werk: vier solisten en kamerorkest, geen koor.

Händels tweedelige compositie bestaat uit een driedelige Sonata ter inleiding, gevolgd door een reeks van recitatieven, dacapo-aria's, enkele duetten en kwartetten en een orgelsonate. Door de afwisseling in expressie en in instrumentatie blijft men geboeid luisteren. Voor Corelli, concertmeester en leider van het ensemble, schreef Händel fraaie vioolsoli; ook de blazers, met name de beide hobo's, en de cello hebben dankbare partijen.

Alessandro de Marchi dirigeert een levendige en fraai klinkende authentieke uitvoering. De solisten kwijten zich op stijlvolle wijze van hun taak. De dacapo's zingen zij met gepaste versieringen.

Roberta Invernizzi als Belezza zingt haar partij soepel een zeer expressief; de vaak virtuoze passages vertolkt zij moeiteloos. Beluister in haar eerste aria Fido specchio, hoe zij met een mezza di voce een maximaal effect bereikt; ook in het virtuoze Un pensiero nemico en in de fraaie slotaria Tu del Ciel geeft zij staaltjes van haar kunnen.

De alt Kate Aldrich vertolkt Piacere nu eens verleidelijk, dan weer dreigend; imponerend in haar woede in Come nembo. De countertenor Martin Oro is als Disinganno overtuigend; heel mooi is Crede l'uom - de enige aria met twee blokfluiten. De tenor Jörg Dürmüller weet als Tempo op indringende wijze Bellezza  erop te wijzen dat de tijd zijn werk doet, bijvoorbeeld in de aria Folle.

Het instrumentale gedeelte wordt uitstekend verzorgd door de enthousiast spelende Accademia Montis Regalis onder leiding van Alessandro de Marchi. Het is barokspel van de bovenste plank.

Hyperion heeft alles puntgaaf op cd gezet.                  


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links