Boeken

 over musici

 

© Emanuel Overbeeke, augustus 2019

 

Albert van der Schoot: Kapitein Walther Boer en het galaconcert

BoekenGilde, Enschede
ISBN 978 94 6323 602 7
136 blz., paperback, geïllustreerd
Verkoopprijs € 12,50

Klik hier voor de recensie van Gerard van der Leeuw


Dit boek gaat over een voorval waarover tot nu toe weinig bekend was. Bij het huwelijk van Juliana en Bernhard in Den Haag in januari 1937 wilde de Duitse delegatie dat niet slechts het Duitse volkslied maar ook het Horst Wessel-lied zou worden gespeeld. Dit gebeurde, maar de beoogde dirigent Peter van Anrooy en 25 leden van het Residentie Orkest weigerden dit uit te voeren. Die 25 werden vervangen door leden van de Koninklijke Militaire Kapel en in plaats van Peter van Anrooy dirigeerde C.L. Walther Boer. De achtergronden van dit voorval zijn even opmerkelijk als de aanpak van de auteur.

In het voorval komen vele dingen samen. Wie de voorgeschiedenis daarvan kent, verbaast zich niet helemaal over de reacties van de betrokkenen. Het boekje opent met korte portretten van enkele hoofdrolspelers. Peter van Anrooy, nu vooral bekend als componist van de vroeger veel gespeelde Piet Hein rapsodie, was vooral actief als dirigent, eerst in Groningen en Arnhem, later bij het Residentie Orkest. Zijn antinazisme was in 1937 bekend want hij had in 1933 meegewerkt aan de Nederlandse editie van het Bruinboek waarin de misdaden van de nazi's aan de kaak werden gesteld – tijdens de oorlog zou dit gevolgen voor hem hebben. C.L. Walther Boer was militair met een sterk plichtsbesef, kwam uit een militair nest en had het Oranjehuis hoog in het vaandel. Het Duitse verlangen dat bij het huwelijk het HW lied zou worden gespeeld, was evenmin een verrassing. Bij diverse gebeurtenissen in Nederland na Hitlers machtsovername waarbij Duitsers betrokken waren, had dit lied geklonken. Dat ging niet zonder slag of stoot. Nederland was weliswaar van oudsher sterk op Duitsland gericht, politiek en cultureel, maar de weerstand in Nederland tegen het nazi-regime leefde al voor mei 1940, vooral onder joden en socialisten (de liberale elite reageerde veel voorzichtiger). Het voorgenomen huwelijk maakte die relatie extra gecompliceerd. Volgens de Duitse gezant in Nederland was ons land destijds ‘wenig deutschfreundlich'. Enerzijds was men blij dat de kroonprinses, enig kind op leeftijd van de koningin, nu een man had. Haar aanstaande was weliswaar niet van gelijk statuur (een ongeschreven verlangen van het koningshuis waarmee later ook Mr. Pieter van Vollenhoven mee te maken zou krijgen), maar omdat het voortbestaan van de monarchie op het spel stond, kon men niet al te kieskeurig zijn. Met Bernhards Duitse afkomst had men geen moeite: de banden tussen het Nederlandse koningshuis en de Duitse adel waren al vele decennia zeer innig. Bernhard was weliswaar van adel, maar van een lagere stand van koning(in) en prins(es), ‘slechts' graaf; zijn titel was bovendien nog maar zeer recent en van zeer korte duur (1916-1918). Wat men ook dacht van Bernhards banden met het nazisme (veel Duitse aristocraten konden de komst van de democratie in 1919 maar moeilijk verkroppen en waren vanaf ongeveer 1930 op de hand van de nazi's), door zijn huwelijk zou hij Nederlander worden. Dat de Duitse delegatie (niet slechts de familie van de prins, maar ook overheidsfunctionarissen) stond op het uitvoeren van het Duitse volkslied, was voor de Nederlandse regering geen probleem. Het HW lied lag gevoeliger (immers geen nationaal lied) en tot een paar dagen voor de plechtigheid weigerde het kabinet.

Nadat Van der Schoot ons veel goed gedocumenteerde informatie heeft gegeven over de hoofdrolspelers, is de ontknoping eerder de meest plausibele verklaring dan een onbetwistbaar feit. De vorstin overlegde een paar dagen voor de huwelijksplechtigheid met haar familie en belangrijkste adviseurs (de minister van buitenlandse zaken en de vicepresident van de Raad van State) en zou het kabinet hebben teruggefloten. Die toedracht lijkt op de reconstructie die Martin van Amerongen ooit maakte van het gesprek tussen Mahler en Freud in Leiden in 1910: er zijn geen opnamen of notulen van het moment suprême, maar met ‘omringende bronnen' en retorisch talent valt een hoop aannemelijk te maken. Dat juist van zo'n gesprek een document ontbreekt, verbaast niet: het kabinet nam de verantwoordelijkheid op zich voor de wil van het Koninklijk Huis en moest vervolgens die wil verdedigen als haar besluit. Werkte zo de ministeriële verantwoordelijkheid?

Het voorval zou voor sommigen nog een staartje krijgen. Aanvankelijk leken de gevolgen beperkt. Bij de viering van het veertigjarig regeringsjubileum van Koningin Wilhelmina in 1938 werd het Residentie Orkest gepasseerd. De orkestleden die weigerden het HW lied te spelen, konden weer bij het orkest aan de slag. Van Anrooy en Walther Boer werden door hun gedrag in de oorlog opgepakt en brachten een deel van de bezettingstijd door in Duitse gevangenschap. Walther Boer, behalve militair en musicus ook de eerste aan een Nederlandse universiteit gepromoveerde musicoloog, werd na de oorlog om zijn beslissing Van Anrooy te vervangen aan de schandpaal genageld door de neerlandica Magdaleen van Herk die hem een NSB-lidmaatschap toedichtte en zich daarbij beriep op de schrijver en verzetsman J.B. Charles die weliswaar zeer negatief is over Walther Boer maar hem geen lidmaatschap toedichtte. Kort na Walther Boers dood werd de beschuldiging opgerakeld in een in memoriam. Zijn familie pikte dit niet, spande een zaak aan en Van Herk bood excuses aan, maar omdat die excuses achter de schermen kwamen, bleef de misvatting bestaan en kon de beschuldiging een nieuwe plek krijgen in het toneelstuk Wilhelmina: Je Maintiendrai van Ton Vorstenbosch. Dat toneelstuk, in 2001 gebracht als tv-serie, waarin de dirigent ‘een overtuigd NSB-er' heet, kreeg destijds in de pre-digitale tijd veel meer aandacht dan dit boekje in de digitale tijd. Het internet is kortom geen garantie voor massale verspreiding van informatie. (De Engelse kunsthistoricus Kenneth Clark verklaarde ooit over een boek van Friedrich Engels: ‘Wie las het? Waarschijnlijk alleen Karl Marx. Dat was voldoende.')

Het boekje is boeiender om de inhoud dan om de stijl. Tegenover de ogenschijnlijke rommelige vorm staat de constante presentatie van nieuwe perspectieven, fraaie en vreselijke. Van der Schoot maakt zeer goed duidelijk hoe in dit ene incident vele tendensen samenkomen. De ‘uitkomst' verklaart voor een deel waarom Van der Schoot in zijn biografieën van de hoofdrolspelers ook ingaat op de gebeurtenissen na het huwelijk. Het boek bevestigt opnieuw (voor wie het nog niet wil weten) hoeveel oude documenten nog niet zijn gedigitaliseerd en hoe noodzakelijk en soms schokkend archiefonderzoek kan zijn. En wellicht ook hoeveel er sinds 1937 niet is veranderd, ondanks grotere openheid en informelere omgangsvormen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links