Boeken

 over componisten

 

© Gerard van der Leeuw, november 2018

 

Siegbert Rampe: Georg Philipp Telemann und seine Zeit

In de serie 'Große Komponisten und ihre Zeit'

Laaber-Verlag 2018
ISBN 978-3-89007-839-7
569 blz., gebonden en geïllustreerd
Verkoopprijs € 44,80

http://www.laaber-verlag.wslv.de/index.php?ID_Liste=85


Ein Lulli wird gerühmt, Corelli lässt sich loben, nur Telemann allein ist übers Lob erhoben. (Mattheson)

Telemann: voor de één een groot componist uit de laat-Barok, voor de ander een vervelende veelschrijver: ‘Teelman’. Zoals altijd ligt de waarheid in het midden. Telemann heeft veel, erg veel geschreven, maar hij deed dat gedurende een lang, uiterst arbeidzaam leven. En er zijn schitterende werken bij. Wat een interessante man! Nieuwsgierig, handig, zakelijk en met een enorme werkkracht. Geïnteresseerd in zowat alles. Werkzaam als componist, violist, paedagoog, uitgever, journalist, vertaler, theoreticus, muziekfilosoof en dichter. Kind van de Verlichting, met grote aandacht voor het componeren voor amateurs. Slimme koopman, die zijn werk in tijdschriftvorm aanbiedt. Kind van zijn tijd ook, burger van de zelfbewuste havenstad Hamburg. Diepgelovig Lutheraan, maar even zo goed ook directeur van de opera. Een der eersten met serieuze belangstelling voor volksmuziek, die hij in zijn werk verwerkt. Niet in de laatste plaats grondlegger van de bovennationale, klassieke stijl. Hoewel, of misschien beter gezegd juist omdat de altijd ijverige Telemann tijdens zijn lange leven maar liefst drie autobiografieën schreef (1718, 1729 en 1740) en er onlangs nog een autobiografische schets (rond 1738/39) opdook, heeft hij toch 250 jaar moeten wachten op een biografie die hem in alle opzichten recht doet. Siegbert Rampe, klavecinist, dirigent, docent en musicoloog schreef een werkelijk grootse biografie die wetenschappelijk gezien aan de hoogste normen voldoet. Voetnoten, literatuuropgave, bibliografie, oeuvrecatalogus: aan werkelijk alles is de grootst mogelijke zorg besteed.

En wat misschien nog belangrijker is, Rampe schaart zonder enige
aarzeling Telemann onder de groten: ‘Wer jetzt also weiter liest, muss akzeptieren, das aus historischer Sicht nicht Bach, sondern Telemann als wichtigster deutscher Komponist des Spätbarock zu gelten hat’ (blz. 9).
Sommige recensenten, zoals de Zwitser Peter Hagmann hebben zich aan deze uitspraak geërgerd en wierpen de auteur voor de voeten dat hij zich teveel identificeert met zijn onderwerp. Maar er staat niet voor niets ‘aus historischer Sicht’ en vanuit dit historisch perspectief heeft Rampe - die overigens ook veel moois over Bach heeft geschreven - ongetwijfeld gelijk.
Met Telemanns reputatie is het vaak nog altijd droevig gesteld. Gold hij tijdens zijn leven als de belangrijkste componist van zijn tijd, al vrij snel na zijn dood begon zijn reputatie te tanen. Dat geldt overigens grosso modo voor alle barokcomponisten: de tijdgeest wilde geen ‘redende Kunst’ meer, maar ‘Empfindsamkeit’.
Waar in de 19de eeuw, de bewondering voor de ‘diepzinnige’ Bach almaar groter werd wist diezelfde eeuw zich met Telemann geen raad. Men verweet hem het oppervlakkig nalopen van de mode, waar Bach koppig bleef vasthouden aan de ‘traditie’. Dat diezelfde, ‘modieuze’ Telemann ook opmerkelijk conservatieve trekjes vertoonde (zijn bewondering voor Schütz, zijn liefde voor de gamba, zijn vasthouden aan het oudere vierdelige concertmodel, zijn afkeer van lege virtuositeit) zag men eenvoudig niet, of wilde (en wil) men niet zien.
Het is een gegeven dat Telemanns grote productiviteit een grondig waardeoordeel in de weg staat. Zelfs Peter Hagmann constateert in een van zijn recensies dat Telemann weliswaar ‘ein Vielschreiber war, aber einer, der sein Metier so beherrschte, dass ihm das unablässige Komponieren überhaupt erst möglich wurde’*.

Interessant genoeg begint Siegbert Rampe zijn biografie met een uitvoerige ‘Chronik’, een opsomming van de belangrijkste gebeurtenissen in Telemanns leven, aangevuld met culturele, politieke en sociale wetenswaardigheden van het betreffende jaar. Zo wordt in 1687 correct het overlijden van ‘Dichter, Universalgelehrte und Politiker’ Constantijn Huygens genoemd, waarbij Rampe helaas ‘Komponist’ weglaat.
Rampe volgt vervolgens het leven van Telemann op de voet en weet in ieder stadium in Telemann’s carrière (Leipzig, Sorau, Eisenach, Frankfurt am Main, Hamburg en Parijs) met treffende, relatief onbekende details te komen. Het boek volgt de laatste stand van de wetenschap en Rampe vermeldt ook de nieuwste wetenschappelijke ontdekkingen nauwkeurig en met gezag. Bovenal geeft het inzicht in de persoon van Telemann, die toen zijn tweede vrouw er met een ander vandoor ging en hem met enorme speelschulden opzadelde aan een vriend het volgende gedichtje stuurde: ‘Mein Zustand steht anitzt noch ziemlich zu ertragen. Die Frau ist von mir weg, und die Verschwendung aus. Kann ich die Schulden mich von Zeit zu Zeit entschlagen, So kehrt das Paradies von neuen in mein Haus.’

Of de oude Telemann, die hartstochtelijk ging tuinieren en met hulp van collegacomponisten een schitterende tuin met de meest diverse soorten bloemen wist aan te leggen. Het neemt de componist andermaal voor je in. Zoals gezegd: deze biografie is een meesterwerk. Een broodnodig eerbetoon aan een componist die nog altijd niet naar waarde wordt geschat. Het ‘Bildteil’ is uitsluitend zwart-wit en wat donker uitgevallen, maar verder valt er op dit standaardwerk weinig tot niets aan te merken. Lezen!

___________________
* Peter Hagmann op zijn blog Mittwochs ums zwölf, 28 juni 2017


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links