Boeken

 over componisten

 

© Maarten Brandt, augustus 2020

 

Emanuel Overbeeke: Nederland en Beethoven

Uitgeverij Prominent (2020)
ISBN 978-94-92395-34-4
382 blz., paperback en geïllustreerd
Verkoopprijs € 24,95

 


Bestaan er fascistische drieklanken, communistische septiemakkoorden danwel neoliberale terts-verwantschappen? Kan muziek iets extra-muzikaals uitbeelden? Is de aanleiding tot het ontstaan van om het even welke compositie aantoon- lees bewijsbaar in de noten aanwezig? Velen zullen wellicht geneigd zijn deze vragen deels bevestigend te beantwoorden. Beethoven heeft toch immers niet voor niets duidelijke benamingen aan de delen van zijn Zesde en de titel ‘Pastorale' dragende symfonie meegegeven? En Mahler voorzag menige symfonie niet zonder reden van uitvoerige programma's, van extra-muzikale duidingen dus, hoewel hij nadien terecht inzag dat diezelfde duidingen eerder misverstanden in het leven riepen dan dat deze tot een beter begrip van zijn muziek zouden leiden. Hoe fascinerend zou het niet zijn om Beethovens Zesde symfonie nu eens blanco te leren kennen en zelfs zonder op de hoogte te zijn van die alom bekende bijnaam. Stravinsky beweerde namelijk niet voor niets dat muziek niets anders kan uitdrukken dan zichzelf. Niet minder en ook niet meer. In puur fysieke termen geredeneerd is muziek niets anders dan luchttrillingen die tot klank zijn getransformeerd en door een componist in een zekere ordening zijn ondergebracht. Daarbij staat het een ieder volledig vrij daarbij te denken wat hem of haar voor de geest komt, maar aan het feit dat muziek alleen muziek is verandert dit niets, hoezeer deze kunst ons ook vermag te behagen, ontroeren, verpletteren, ontregelen of zelf irriteren. In die zin is en blijft de macht van de toonkunst van een allure waar alle woorden en analyses het vroeg of laat tegen afleggen. Vandaar dat niet alleen Stravinsky met bovengenoemde uitspraak, maar ook Beethoven het gelijk aan zijn zijde had toen hij opmerkte dat muziek “eine höhere Offenbahrung [ist] als alle Weisheit und Philosophie.”

Receptie
Deze gedachten hielden mij bezig tijdens het lezen van het recentelijk verschenen boek ‘Nederland en Beethoven' van de musicoloog Emanuel Overbeeke, die tot de meest productieve auteurs over klassieke muziek in ons land behoort en onder andere publicaties over Debussy en Boulez het licht deed zien die in geen enkele verzameling mogen ontbreken. Zijn monografie over Debussy behoort samen met de geschriften van wijlen de componist Rudolf Escher over laatstgenoemde musicien français tot het beste wat er in Nederland over Debussy is geschreven. Ditmaal heeft Overbeeke de schijnwerpers gericht op Beethoven en weest u niet bang, het is bepaald niet het zoveelste Beethoven boek geworden, dus het soort waarvan er dertien in een dozijn gaan, ook al kent hij de literatuur op dit gebied als weinig anderen in de lage landen. Nee de kern wordt gevormd door de receptie van deze titaan onder de componisten in den lande. Het is wel een boek om even voor te gaan zitten, maar wie de kunst van het doorbijten beheerst zal merken dat de inhoud steeds boeiender wordt en nog eens onderstreept hoe een abstracte kunstvorm als de muziek zich bij uitstek leent voor diverse en soms naar het mythologische neigende interpretaties – dit zowel in positief als negatief opzicht – die niet zelden meer zeggen over hen die deze etaleren als de muziek en in dit geval die van Beethoven zelf.

Held
Het is bijvoorbeeld interessant te lezen hoe Beethoven door de een als een revolutionair de hemel wordt ingeprezen en door de ander juist niet, ja hoe hij aan de ene kant met zoveel woorden als een classicus werd beschouwd en aan de andere als een romanticus. Ook zonneklaar is dat Beethoven zowel ongekend populair was en is, echter tegelijkertijd – en terecht – voor een van de grootste vernieuwers van het eind van de 18 de en begin van de 19 de eeuw door gaat. Zowel in linkse als rechtse kringen werd en wordt - en Overbeeke schuift dat allerminst onder stoelen of banken - Beethoven als een held binnengehaald. Het ‘Alle Menschen werden Brüder” stond bij de Nazi's even hoog aangeschreven als nadien in het vrije Europa, al dekte het begrip ‘Alle' in het eerste geval slechts het Arische deel van de mensheid. Maar niet voor niets voerde Leonard Bernstein in Berlijn om de val van de Muur extra luister bij te zetten diezelfde Negende symfonie uit, een live-evenement dat door Deutsche Grammophon werd vastgelegd en onlangs opnieuw in de roulatie is gebracht. De Negende, zijnde een - om het even hoe ook behorend tot de ‘Music fort he millions' - hoe dan ook zeer grensverleggend opus. Niet alleen Richard Wagner heeft toegegeven dat hij zonder die symfonie nooit tot de opvatting van het ‘Gesamtkunstwerk' zou zijn gekomen, ook de symfonieën 2,3,4 en 8 van Gustav Mahler zijn zonder het voorbeeld van Beethoven eenvoudigweg ondenkbaar, net zo min als de Negende symfonie van Hans Werner Henze* – waarop Overbeeke niet in gaat, wat niet als een tekortkoming is op te vatten, want zijn relaas betreft de Nederlandse situatie – die als een ondubbelzinnige en duistere repliek op Beethovens laatst voltooide symfonie moet worden gezien. Trouwens als er een componist is in wiens klinkende nalatenschap het ethos van Beethoven voortleeft, dan zonder ook maar de geringste twijfel Henze!

Henze, met wie De Notenkrakers (ze beschouwden hem als een ‘salonsocialist') niets ophadden en die in Overbeeke's boek uiteraard tevens aan bod komen. Voor deze ‘angry young men' was Beethoven het symbool bij uitstek van de bourgeoisie die zich in de concertzaal liet verwennen door de ene na de andere Beethoven-cyclus. Een fenomeen dat zich overigens nog lang na de welbekende actie heeft weten te handhaven en nu in het Beethovenjaar, gesteld dat het Covid-19 virus niet om zich heen had gegrepen, onvermijdelijkerwijs wereldwijd bij de meerderheid van de symfonieorkesten zou hebben geleid tot seizoenen volgeplemd met Beethoven en nog eens Beethoven. Natuurlijk waren de Notenkrakers niet de enige oproerkraaiers, ook iemand als Boulez wist van wanten. Evenwel in tegenstelling tot de uit onder meer Reinbert de Leeuw en Peter Schat bestaande rebellenclub, werden de schotschriften van Boulez van meet af aan geschraagd door een eruditie waar de Haags/Amsterdamse clan nog niet eens bij benadering bij in de buurt kwam.

Kaalslag
En dat brengt mij tot een van de interessantste, zo men wil zelfs meest ontluisterende conclusies die uit Overbeeke's intrigerende betoog valt te trekken. Ik citeer:

“De aanval van Louis Andriessen en zijn collega-Notenkrakers op klassieke muziek als symbool van burgerlijke cultuur was zeker niet bedoeld als een aanval op de klassieke muziek per se, maar pakte wel zo uit (mijn cursivering. De kritiek op hoge cultuur, oorspronkelijk geventileerd uit het linkse kamp als onderdeel van een antiburgerlijk wereldbeeld ten behoeve van de verheffing van het proletariaat, werd vanaf de jaren tachtig gekaapt door rechtse denkers en politici en drong ook door tot beleidsmakers die de economische crisis aanwendden als argument om met flink ideologisch vertoon te snijden in de kunstbegroting (onder andere diverse orkesten werden wegbezuinigd). De achterliggende rechts-ideologische agenda van begin jaren tachtig werd nog duidelijker met de komst van het neoliberalisme vanaf de val van de Muur, dat principieel bezwaren maakte tegen niet alleen kunstsubsidie, vooral van kunst die zich niet helemaal kan bedruipen omdat ze een klein, lees ‘elitair' publiek heeft, maar ook tegen de verheffingsgedachte, uitmondend in de kaalslag die toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra in 2010-2011 aanbracht in de kunstensector. Zijn bezuinigingen waren veel meer dan een economische reactie op de bankencrisis aangezien de kunstensector disproportioneel veel moest inleveren. De kaalslag was een bevestiging van hogerhand van het idee dat sinds 1970 (of eigenlijk 1969, toen de Notenkrakersactie plaatsvond MB) van ‘lagerhand' steeds sterker begon te leven: hoge kunst is niet voor de allergrootste, wel voor een vaak relatief bemiddelde groep die een kunst maakt of waardeert die velen niet begrijpen, mede omdat velen de ethiek verkiezen boven de esthetiek (mijn cursivering).”

Dedain van laag naar hoog
Overbeeke vervolgt dan zijn beschouwing door er op te wijzen dat het dedain van laag naar hoog in den brede ingang had gevonden en dat vanaf 2000 het populisme – dat zich tegenwoordig geenszins beperkt tot politieke partijen als de PVV en FvD, was het maar zo simpel; de houding die minister Ingrid van Engelshoven (D66) vandaag de dag ten aanzien van de kunsten etaleert, geeft aan hoe schrijnend actueel deze kwestie is! – een uiting van het omgekeerde beschavingsoffensief is geworden. Overbeeke: “Hoge kunst is elitaire kunst heet het.” Ook stelt de auteur ondubbelzinnig vast dat de nadruk op nationale identiteit nieuw is en dat kunst daarbij “graag wordt beschouwd in relatie tot die identiteit.” Hoewel nieuw? Daarbij valt in zoverre een kanttekening te plaatsen dat de relatie tussen – zij het door de bezetter gekleurd – nationalisme, kunst en identiteit in de Tweede Wereldoorlog natuurlijk ook een rol speelde (met niet alleen veel aandacht voor Beethoven, maar ironisch genoeg ook voor de Nederlandse muziek die het nu bij de orkesten juist bijkans volledig moet ontgelden). Maar dat laatste maakt bovengenoemde ontboezeming van Overbeeke er niet minder fascinerend op. In ieder geval wordt de Notenkrakersactie hierdoor in ‘a nutshell' in een verrassend perspectief geplaatst dat op z'n minst te denken zou moeten geven, iets wat men van het saaie boek ‘De Notenkrakers' van Loes Dommering-Van Rongen (klik hier voor de bespreking) moeilijk kan beweren.

Cultuurgeschiedenis
Kortom, ‘Nederland en Beethoven' gaat over veel meer dan de Beethoven-receptie in ons land - waarbij Overbeeke bepaald niet vergeet ook zijn licht te laten schijnen over de uitvoeringspraktijk door de decennia heen, de historisch-geinformeerde allerminst uitgezonderd - en levert dusdoende een imposante bijdrage aan een stuk cultuur-geschiedenis. Het laatste woord over de Notenkrakers is bepaald nog niet gezegd en nu het tweede deel van de Peter Schat-biografie van Bas van Putten er helaas niet komt is mijn hoop op Overbeeke gevestigd dat hij de handschoen zal oppakken om het definitieve boek over de bewuste actie (en de daarmee samenhangende implicaties en gevolgen) te schrijven. Hij bewijst met deze Beethoven-publicatie, maar ook met zijn proefschrift over de Nederlandse muziek bij de Nederlandse Symfonieorkesten 1945-2000 dat hij dé man is om deze klus te klaren. Rest nog te melden dat deze uitgave een aantal waardevolle bijlagen bevat, te weten (1) een discografie van werken van Beethoven, vastgelegd door Nederlandse musici, waarbij – in zoverre bekend – het jaar van opname en het eerste verschijnen staan vermeld (2) een bibliografie van de door de schrijver geraadpleegde literatuur (3), een uitvoerig notenapparaat, alsmede (4 en 5) een naam- en werkregister. Een ‘must have' dit boek!

_______________
*) “Den Helden und Märtyrern des deutschen Antifaschismus gewidmet”


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links