Boeken

 over muziek (algemeen)

 

© Aart van der Wal, augustus 2019

 

Arthur Olof: De kunst om te overleven - Russische muziek in de eeuw van Dmitri Sjostakovitsj

Stichting Autres Directions 2019
ISBN 978-90-821384-1-2
255 blz., softcover, gebonden en geïllustreerd
Verkoopprijs € 29,95

Te bestellen op www.olof.cz


In 2014 overleed, na een slepende ziekte, Arthur Olof, zoon van Thera van Steeden en de violist Theo Olof en echtgenoot van de bezorgster van dit met zorg samengestelde boekwerk, José ten Berge. Arthur Olof werd 56 jaar.

Arthur Olof (1957-2014)

Olof maakte voor de Concertzender bijna honderd programma's, geheel gewijd aan de twintigste-eeuwse Russische muziek. Nog tot kort voor zijn dood werkte hij aan dit boek, ‘De kunst om te overleven', met de scripts van de uitzendingen en de daarmee verbonden, door hem gemaakte muziekkeuzes als uitgangspunt. Zo lang als het ging, toen een slopende ziekte reeds bezit van hem had genomen. Tot duidelijk werd dat hij ‘zijn' project niet meer zou kunnen voltooien. Dat het uiteindelijk toch nog tot een passende afronding kwam is te danken aan de kleine redactie die na Olofs dood regelmatig samenkwam rond de keukentafel van José.

In het boek zijn de bij de toenmalige radio-uitzendingen behorende en waar nodig geredigeerde toelichtingen opgenomen, met daarnaast shortlinks die met behulp van een QR-code de door Olof speciaal voor zijn programma's geselecteerde muziek direct toegankelijk maken. Met de in de smartphone of tablet ingebouwde camera kan de code worden gescand, waarna zich de website van Concertzender opent op de aldus opgevraagde pagina. De muziekstukken zijn ook toegankelijk via het bij het muziekstuk vermelde webadres. Dan zijn er in de marge zo'n tweehonderd aanvullende kanttekeningen in kleiner lettertype die Olofs tekst verduidelijken of ondersteunen.

Om het door Olof geschetste beeld van de ‘Russische muziek in de eeuw van Dmitri Sjostakovitsj' nog verder naar de actualiteit te verplaatsen, voegde Willem Hering er nog een vijftal hoofdstukken over de generatie toondichters na de dood van Sjostakovitsj (1906-1975) aan toe.

Oorgetuige
Olof maakte zijn radioprogramma's over de twintigste-eeuwse Russische muziek tussen 2009 en 2014. De titel, ‘Oorgetuige, alles ter nagedachtenis aan jou', had Olof deels ontleend aan een dichtregel van Aleksandr Poesjkin die Anna Achmatova als motto meegaf aan haar aangrijpende gedichtencyclus ‘Noordelijke elegieën', geschreven in de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw, waarin zij het Rusland van haar jeugd, aan het einde van de negentiende eeuw oproept (ze werd in 1889 in Odessa geboren). Niet zonder ironie behandelt zij, naast vele persoonlijke memories, op onnavolgbare wijze de ‘onvergelijkbare schouwspelen' van de twintigste eeuw. We maken kennis met wat haar beweegt en wat zij heeft ervaren, met de bitterheid en de aliënatie die daarbij, of beter: die bij haar past.

Anna Achmatova, in 1914 geportretteerd door Nathan Altman

In het literaire tijdschrift ‘Tirade', jaargang 23, nrs. 242-251, 1979, heeft Kees Verheul het volgende gedicht uit ‘Noordelijke elegieën' opgenomen:

Ik ben, als een rivier
door een hard tijdperk omgeleid.
Ik kreeg een ander leven. In een nieuwe bedding
loopt nu de stroom, door een nieuw landschap
en ik herken mijn eigen oevers niet.
O, hoeveel schouwspelen heb ik gemist.
Mijn plaats bleef leeg terwijl het doek
opging en viel. Er waren zoveel vrienden
die ik niet eenmaal in mijn leven heb ontmoet
en zoveel steden met een silhouet
dat mij tot tranen toe had kunnen roeren.
Maar er is één stad op de wereld die ik ken
en die ik ook met dichte ogen vind.
En hoeveel verzen heb ik nooit geschreven.
Ze zweven om mij, een onzichtbaar koor
dat mij wellicht nog eens zal wurgen...
Ik ken de oorsprong van de dingen en hun eind,
het leven na het einde en iets anders
waar ik in stilte aan voorbij zal gaan.
Een vrouw, een vreemde, houdt mijn plaats bezet.
Zij draagt de naam die mij van jongsaf toebehoorde
en liet mij niet meer over dan een naampje
een holle klank, waarvan ik alles
wat in mijn macht lag, heb gemaakt.
Ik zal het graf van iemand anders krijgen.

Maar als ik van daarginds
zou kunnen kijken naar mijn leven nu,
zou ik tenslotte ondervinden
wat afgunst is...

Fonotheek
Hoe dicht staat deze tekst bij niet alleen de muziek van Sjostakovitsj, maar ook bij die van menige tijdgenoot! En niet alleen de muziek, want Olof besteedde in zijn uitzendingen ook volop aandacht aan de Russische dicht- en schilderkunst en degenen die in het leven van de componist een belangrijke rol hebben gespeeld. Daaronder leerlingen, uitvoerende musici en componisten, maar ook andere kunstenaars. Waarbij de teksten vooral tot leven komen dankzij die zo bijzondere, met grote toewijding en kennis van zaken samengestelde verzameling geluidsdragers, de fonotheek, die maar liefst zo'n zeshonderd werken van Russische muziekvinders van allerlei pluimage omvat. Je zou zonder enige overdrijving kunnen zeggen: ‘ze zijn er allemaal, en daardoor in ongekende variëteit', al diegenen die er wezenlijk toe hebben gedaan, een belangrijke rol hebben gespeeld in de Russische muziekgeschiedenis, al dachten de machthebbers er in die dagen bepaald anders over en geen poging onbenut lieten om de rol van de ‘formalisten' rigoureus de kop in te drukken.

Het voorliggende boek is dat al evenmin: ‘formalistisch', wat overigens niet betekent dat het iets van ‘vormloosheid' zou hebben. Integendeel, het is keurig in negen hoofdstukken verdeeld die ieder een bepaalde fase of ontwikkeling in de Sovjetkunst bestrijken: De zilveren eeuw (1900-1917), Oktjabr (1917-1922), De vegetarische jaren (1922-1933), De grote terreur (1934-1941), De grote vaderlandse oorlog (1941-1946), Zjdanovtsjina (1946-1953), Dooi (1953-1966), Stagnatie (1966-1975) en I.M. DSCH (1975-1991). De hoofdstukken worden aangevuld met een biografie van de auteur, een bibliografie en een index.

Voor zover de hoofdstuktitels niet alleszeggend zijn: ‘Oktjabr' staat voor ‘oktober' en ‘Zjdanovtsjina' voor de door Andrej Zjdanov, de gouverneur van Leningrad, op 18 april 1946 in gang gezette aanval op Achmatova, die werd bestempeld als ‘half-non, half-hoer, of beter een non-hoer die haar zonden vermengt met gebeden'. Twee jaar later volgde Zjdanovs meedogenloze aanval op het (veronderstelde) formalisme in de muziek.

Ontdekkingstocht
De lezer die niet alleen in de muziek maar ook in de zowel om- als achterliggende geschiedenis is geïnteresseerd, wacht een ware ontdekkingstocht die – hoe kan het anders – vergezeld gaat van de nodige kruisbestuivingen, maar ook van sterke contrasten en bijzondere verbanden. Niet in de vorm van een consequent aansluitend verhaal, maar met Olof in de rol van de chroniqueur die op inventieve wijze een caleidoscopisch landschap ontvouwt dat de lezer niet alleen – en menigmaal analoog aan de hink-stap-sprong methode - verplaatst in een hem dan nog volkomen vreemde wereld, maar die, ik citeer Olof, ‘de zintuigen op een verrassende wijze bedient'. Zo ontvouwt zich het boek ook: vreemd en verrassend, vanuit westers perspectief misschien wel de belangrijkste twee sleutelwoorden, met het aardse bestaan van Dmitri Dmitrijevitsj Sjostakovitsj als de rode draad die alles bindt en verbindt.

Overleven
Een bestaan dat primair gericht was op overleven, zoals niet beter beschreven dan in de tweedelige memoires van de echtgenote van de grote dichter Osip Mandelstam, Nadjezjda Mandelstam, in 1971 voor het eerst in het vrije Westen uitgegeven door G.A. van Oorschot. Het eerste deel werd uit het Russisch vertaald door Kees Verheul, het tweede door Hans Leerink. Het is geschreven in dezelfde onderkoelde stijl als het literaire werk van Konstantin Paustovski en Varlam Sjalamov (‘Berichten uit Kolyma'). Het is kort gezegd het leven en het lot van de Russische bevolking in tijden van oorlog en repressie, van onherbergzaamheid en doodsangst, precies zoals ook Vasili Grossman het heeft beschreven.

Olofs nalatenschap biedt ons ook zicht op wat zich heel lastig in nuchtere woorden laat samenvatten, maar wat Igor Goeberman (in de vertaling van Hans Boland) zo treffend heeft beschreven:

Waarom spreekt de Rus zoveel van de ziel? Wie niets te eten heeft, denkt voortdurend aan eten. Gezegend de man, die geweldig subtiel en diepgaand dit raadsel betracht, en na jaren doorgrondt: het geheim van de Russische ziel. Verbijsterd zal hij in die leegte staan staren.

Sjostakovitsj zei eens dat muziek nog het minst betrekking heeft op de feiten. In andere kunstvormen kan de kunstenaar zich wel concreet uitdrukken, waarbij het uitsluitend aan hem is dat wel of niet te doen. Dat is kunst die in zijn concrete verschijningsvormen op slag wordt herkend, de betekenis ervan wordt doorgrond. En als het niet zo is? Dat helpt de fantasie om het aldus zelf geschapen beeld te completeren. Als hij zegt dat alles wat hij te zeggen heeft in zijn muziek te horen is, is dat zowel persoonlijk als universeel. Een zo op het oog wat merkwaardige paradox. Want geldt dat niet voor iedere componist, waarbij voor de een muziek uitsluitend over muziek dient te gaan, en voor de ander juist niet.

Muziek laat gebeurtenissen en beelden niet concreet uitdrukken. Het is en blijft de kunst van de transformatie en de metamorfose, waarbij het aan de toehoorder wordt overgelaten wat hij waarneemt of kan waarnemen. De muziek als boodschapper, de luisteraar als receptor. Hoe anders is dit als een tekst een wel degelijk concreet beeld oproept. Laat ik als voorbeeld dat bekende gedicht van Osip Mandelstam nemen, waarvan de inhoud 'voor zichzelf spreekt':

Wij leven zonder onder onze voeten ons land te voelen,
Onze woorden zijn niet verder dan op tien pas te horen,
Maar waar nog een half gesprekje plaatsvindt,
Wordt de Kremlin-bewoner uit de bergen vermeld.
Zijn dikke vingers zijn vet als wormen,
En zijn woorden zijn onwrikbaar als loden gewichten,
Zijn kakkerlakkensnor lacht
En zijn beenkappen glanzen.
Hij is omgeven door een bende slankhalzige leiders
En hij maakt gebruik van de slavendiensten van halfmensen.
Zij fluiten, miauwen of janken,
Alleen hij oreert en port met zijn vinger,
Hij smeedt series decreten, als hoefijzers
Die hij mikt op je voorhoofd, je kruis of je oog.
En iedere terechtstelling is een traktatie
Voor de Osseet met de brede borstkas.

Ter wille van de luidruchtige faam van toekomstige eeuwen,
Ter wille van het verheven mensdom
Ben ik beroofd van mijn beker aan de dis der vaderen,
Van mijn levensvreugde en mijn eer.

Ik word besprongen door een wolfshond - mijn tijd,
Maar ik heb niet het bloed van een wolf;
Stop mij maar liever als een bontmuts in een mouw
Van de warme bontjas van de Siberische steppen,
Zodat ik geen lafaards hoef te zien, geen weke vuiligheid
En geen bloederige botten in het rad,
Maar lichtblauwe poolvossen, die de hele nacht
Schitteren in hun ongerepte schoonheid.
Voer mij weg naar de nacht waar de Enisej stroomt
En de sparren tot de sterren reiken,
Omdat ik niet het bloed van een wolf heb
En alleen een gelijke mij zal doden.

Osip Mandelsjtam (vertaling: Kees Verheul)

Osip Mandelstam (foto's genomen in de beruchte Loebjanka-gevangenis in Moskou, na zijn eerste arrestatie in 1934)

Caleidscopisch beeld
Leven en werken van Sjostakovitsj als rode draad, jawel. Maar ook een bonte verzameling indrukken, naar tekst en muziek, die de lezer echter nergens doet verliezen in een - al is het slechts denkbeeldig - labyrint, en waarin Olof ons telkens afwisselende figuren toont van die groteske legpuzzel die Russische geschiedenis heet.

Deze breed opgezette ontdekkingstocht, dit grote avontuur, tevens uitstekend dienend als naslagwerk, zet hopelijk aan tot verdere tochten waarin de verdieping van de aangeroerde thema's centraal staat. Daarvoor dient bij uitstek de uitvoerige bibliografie die in het boek is opgenomen: de poort wordt als het ware opengezet voor verdere exploraties, terwijl de muziek dankzij de QR-code onder hand(luister)bereik blijft. De slotconclusie lijkt daarom onontkoombaar: een prachtuitgave, met bovendien veel afbeeldingen en in een fraai lettertype. Het boek is ook keurig ingenaaid, wat het wel jammer maakt dat toch werd gekozen voor een niet geplastificeerde, slappe kaft waarvan ik mij afvraag of die tegen lang intensief gebruik bestand zal zijn.

Knullig
Ik weet uit ervaring dat velen niet op de hoogte zijn van het bestaan van deze radiozender. Blijkbaar door ingesleten luistergewoonten wordt werktuiglijk op Radio 4 afgestemd, een zender die wordt bestierd door Hilversumse knulligheid in combinatie met een popie-jopie-aanpak (en dan heb ik het nog maar niet over de abominabele geluidskwaliteit die al geruime tijd geleden het luisterplezier vergalt) Concertzender daarentegen heeft al jaren geleden doelbewust gekozen voor een meer gerichte, uitgesproken thematische aanpak die dagelijks zijn vele vruchten afwerpt. De door Arthur Olof gemaakte programmaserie is er een schoolvoorbeeld van. Het is het klinkende bewijs dat inventiviteit niet te koop is.

Wat de ‘klassieke' radiozenders (en het Belgische Klara hoort er net zo uitdrukkelijk bij als het nog treuriger programmerende Classic FM) nog steeds niet door hebben is dat met de komst van de streamingdiensten de muziek voor het oprapen ligt, en dan ook nog tegen een alleszins schappelijke abonnementsprijs (en al helemaal indien vergeleken met de prijs van een cd of een concert). De liefhebber kan naar hartenlust kiezen en zelfs zijn eigen afspeellijsten samenstellen, niet afhankelijk van wat deze of gene in Hilversum of Brussel weer eens heeft bedacht. Een thematische opzet daarentegen past in het beeld van verrijking en verdieping. Het is echter tegen dovemansoren gezegd.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links