Boeken

 over musici

 

© Kees de Leeuw, november 2017

 

 

Rob Landman: Willem Kes - Toonkunstenaar uit Dordrecht

Paperback, geïllustreerd, 416 blz. + cd-rom
Uitgeverij de Nwe Bengel, Dordrecht, 2017
ISBN 978 94 629 97127 € 49,90

https://www.debengelonline.nl/product/willem-kes-toonkunstenaar-dordrecht-rob-landman/

 

 


Bij de verschijning van het tweede deel van de Willem Mengelberg biografie van Frits Zwart schreef ik al dat ik mij verheugde op de verschijning van de biografie van Willem Kes (1856-1934), geschreven door de Dordtenaar Rob Landman. Ik ontmoette Landman bij de Willem Mengelberg Society toen ik daar een lezing mocht houden over Paul van Kempen. Ik werd door Landman uitgenodigd voor een concert rond Kes met de boekpresentatie in Dordrecht op 7 oktober. Helaas, mijn regionale openbaar vervoerder en de NS leken samen te spannen om voor mij de reis naar Dordrecht onmogelijk te maken en dat is hen gelukt. Ik kon niet aanwezig zijn in Dordrecht, maar gelukkig waren er wel circa 700 andere bezoekers!

Rob Landman met zijn biografie van Willem Kes

Concert en boekpresentatie
Het was dus niet alleen een boekpresentatie maar ook een concert. Een reprise van een benefietconcert dat Kes organiseerde in 1883. Hij hielp mee geld in te zamelen voor de nabestaanden van 121 Nederlandse vissers die overleden waren in een voorjaarsstorm. Op het programma stonden onder andere (delen uit) werken van Bach, Beethoven en Brahms. Nu in 2017 werden bovendien ook nog composities van Willem Kes uitgevoerd. Aan het concert verleenden onder meer het Toonkunstkoor Dordrecht, waar Kes dirigent was van 1879 tot 1888, en de Orchest Vereeniging Dordrecht, door Kes opgericht, hun medewerking. Het eerste exemplaar van het boek werd overhandigd aan Jan Raes, de algemeen directeur van het KCO. Immers, Willem Kes was de eerste dirigent van het Concertgebouworkest, ook al bleef hij hier maar zeven jaar (1888-1895). De jaren in Amsterdam vormen een belangrijk deel van de biografie, maar uiteraard komen ook de jaren ervoor en erna uitgebreid ter sprake. Er staat dankzij het speurwerk, vooral in archieven, kranten en tijdschriften, van Landman veel nieuwe of weinig bekende informatie in het boek.

Opbouw van het boek
De hoofdstukken volgen zijn grotendeels chronologisch geordend, met hiernaast enkele hoofdstukken rond een thema, zoals vergelijkingen tussen het repertoire van Kes en Henri Viotta en Kes en Mengelberg. Alle concertprogramma's met recensies zijn op de bijgevoegde cd-rom terug te vinden. Dit staat keurig voorop het boek prominent aangegeven. Het is een kleinigheid, maar het is wat irriterend om desondanks tientallen malen in het boek te lezen dat meer informatie over een concert(programma) op de cd-rom te vinden is. Overigens is het goed om te weten dat de cd-rom één groot PDF-bestand met ruim 1500 pagina's tekst is. Een enorme hoeveelheid gegevens, maar wel met de beperkte zoekmogelijkheden van een PDF, ook al staat er op bladzijde 1 wel een handig zoekvenster en worden de resultaten keurig gepresenteerd.

 

Werk en leven van Willem Kes
Aan de hand van de opzet van het boek zal ik het leven en vooral het werk van Kes samenvatten en zo nodig wat commentaar geven.
Willem Kes werd op 16 februari 1856 in Dordrecht geboren. Zijn ouders kregen zeven kinderen waarvan slechts Willem en de oudste zoon ouder dan tien jaar werden. Muziek speelde geen rol in huize Kes waar vader het brood verdiende met de handel in boter en kaas en moeder huisvrouw was. Willem liep al op jonge leeftijd draaiorgels na en leerde musiceren op een harmonica. Willem kreeg, vooral op aandringen van bekenden, serieus muziekles. Zijn belangrijkste docent was August Julius Ferdinand Böhme (1815-1883), een prominent man in het plaatselijk muziekleven. Böhme was zelf onder meer door Louis Spohr in Leipzig opgeleid. Kes kreeg onder andere onderricht in componeren, viool en piano. Er is verder nauwelijks iets bekend over Kes' tijd in Dordrecht. Rob Landman suggereert dat Kes door optredens van het violistisch wonderkind Jan de Graan (1852-1874) in Dordrecht is geïnspireerd. Willem Kes had niet helemaal de gaven van zijn leeftijdgenoot, maar blonk dusdanig uit dat hij een beurs kreeg om in 1871 in Leipzig te gaan studeren. Kes' docenten waren onder meer Carl Reinecke en Ferdinand David. Hoewel de ijver van Kes op sommige terreinen, vooral theorie en zingen, soms wel te wensen overliet werd hij zeer geprezen voor zijn prestaties op piano en viool.
Het derde hoofdstuk Brussel is amusant, vooral omdat Landman ons mooie verhalen opdist over beroemde musici en de koning van Nederland. Na terugkomst uit Leipzig in 1873 trad Kes enkele malen op voor koning Willem III. De koning had een goede smaak want hij hield van mooie muziek én van mooie meisjes. Hij gaf beurzen aan talentvolle musici, waarbij hij bij de jongedames vaak meer op uiterlijke schoonheid dan op muzikaliteit beoordeelde. Bij Kes speelde dit natuurlijk niet, maar hij kreeg in 1875 een beurs waarmee hij in Brussel mocht gaan studeren bij Henri Wieniawski. Aan het hof trad soms ook Liszt op. Toen hij samen met Kes diens vioolsonate uitvoerde maakte hij zijn pianopartij veel mooier dan in het manuscript stond en maakte de jonge componist hiermee nogal verlegen. Liszt deed hetzelfde in samenwerking met Wieniawski toen ze een simpel arrangement van een werk van Rossini dankzij hun improviserend vermogen zeer verfraaiden. Toen de koning het stuk nogmaals liet voorspelen door musici die zich trouw aan de saaie simpele partituur hielden voelde hij zich aardig te kijk gezet. De koning die een hekel aan Duitsers had en daarom geen Duitse composities wenste te horen werd door Wieniawski opnieuw voor de gek gehouden toen de violist een compositie van Spohr liet uitvoeren maar dit op het programma aankondigde als werk van Vieuxtemps. Toen Willem III het werk prees en vervolgens ontdekte dat hij naar een Duitse compositie had geluisterd was het einde verhaal voor Wieniawski. Gelukkig had Kes toch enige tijd in Brussel van hem les ontvangen. Zijn vervolgstudie mocht hij ondanks de aversie van de koning bij Joseph Joachim in Berlijn voorzetten.
Na zijn studie keerde Kes terug naar zijn vaderland en vond vooral in Dordrecht en Amsterdam werk. In de hoofdstad was hij eerste concertmeester bij het Parkorkest, vervolgens tweede concertmeester bij de Amsterdamsche Orkest Vereeniging en hierna eerste dirigent bij het opnieuw opgerichte Parkorkest. In zijn geboorteplaats leidde hij het Toonkunstkoor Dordrecht van 1879 tot 1888 en de door hem opgerichte Orchest Vereeniging Dordrecht (1883-1888). Hij trad bovendien op als concertviolist en kamermusicus. Ook had hij inmiddels diverse composities voltooid.

Voordat Landman de periode vanaf het Concertgebouworkest (1888-1895) beschrijft wordt in vier hoofdstukken de schijnwerper gericht op Kes als concertviolist, als kamermusicus, als dirigent van het Toonkunstkoor in Dordrecht en als dirigent van de Dordtse Orchest Vereeniging. De hoofdstukken zijn erg uitgebreid met vooral beschrijvende opsommingen van programma's en eventuele recensies hiervan, maar die zijn al terug te vinden op de cd-rom. Bovendien is er naar mijn mening in deze hoofdstukken vaak weinig relevante informatie toegevoegd. Het gaat soms om feitjes die niet direct met Kes van doen hebben, zoals korte mededelingen uit de bestuursvergaderingen. Ze worden vaak zonder enige toelichting genoemd en zijn mijns inziens vaak nietszeggend. Een aantal voorbeelden uit het hoofdstuk over de Orchest Vereeniging (afgekort als OV):
“(…) Aan de Kunstmin werd een verzoek gericht om de pauken van hun orkest in bruikleen te mogen gebruiken”
“(…) op 14 februari 1884 wijdde het bestuur de gehele vergadering aan de eerste uitvoering van de OV die op 3 april zou plaatsvinden”
“Op 17 december 1884 vond het eerste concert van de OV in dit seizoen plaats” (zie de cd-rom)
“Dinsdag 23 december 1884: Generale repetitie van Das Paradies und die Peri van Robert Schumann. De uitvoering vond de dag daarna plaats” (zie de cd-rom)
Ook ontbreekt juist in deze hoofdstukken soms structuur. Er wordt bijvoorbeeld minstens twee maal gesproken over leerlingen van Kes alvorens heel wat pagina's later duidelijk wordt dat hij doceerde aan de muziekschool. Dit blijken de minst prettig leesbare hoofdstukken met een laag informatiegehalte. Laat ik er gelijk aan toevoegen dat ik het overgrote deel van het boek wel goed leesbaar en informatief vind!

 
 
Henri Viotta

Willem Kes had inmiddels zo'n tien jaar orkestervaring, grotendeels als concertmeester en dirigent toen het Concertgebouworkest (1888) opgericht werd. Willem Kes was niet de eerste keuze van het bestuur, maar werd toch de dirigent nadat onder meer Henri Viotta geweigerd had. Biograaf Landman vergelijkt de twee geregeld. Viotta had rijke vrienden die hem hielpen met de uitvoering van de opera's van Wagner, waar Kes - ook Wagneriaan - alleen maar van kon dromen. Viotta had echter een beperkt repertoire en was vooral gericht op Wagner. Kes was juist bijzonder veelzijdig want zijn programma's waren zeer veelzijdig. Ze omvatten muziek van Monteverdi tot toentertijd hedendaagse componisten als Dvorák, Richard Strauss en Bruckner. Kes was feitelijk al bezig met de authentieke uitvoeringspraktijk, getuige de authentieke instrumenten bij een concert met composities van onder meer Monteverdi en Rameau. Van een duidelijke profilering met sterke nadruk op bepaalde componisten waar nu Mahler en Bruckner de ijkpunten zijn was bij Kes veel minder sprake.
Hij deed echter nog veel meer. Zijn musici werden intensief geschoold om hun kwaliteit sterk te verhogen. Er kwam een orkestschool en er werden hoge eisen aan de heren gesteld bij het proefspel. Dit betekende dat de dirigent te doen kreeg met zeer ervaren kandidaten die toch door hem werden afgewezen en dat hem natuurlijk niet in dank afnamen. Overigens ging Kes ook niet al netjes om met musici die wel in het orkest zaten. Hij was erg zuinig met complimenten, schoffeerde en beledigde ze soms en diversen van hen dienden klachten in bij het bestuur van het Concertgebouworkest. Soms moest Kes zijn excuses aanbieden. Bij een concert in 1892 met de nog jonge Amerikaanse maar in Rusland werkende diva Louise Nikita liet Kes duidelijk zijn ongenoegen blijken en vertrok met musici van het podium toen ze nog een toegift wilde geven. Erg fijngevoelig was het natuurlijk niet tegenover Nikita en bovendien reageerde een groot particulier sponsor van het Concertgebouw erg verbolgen op het gedrag van Kes. Het bestuur reageerde slim en zorgde ervoor dat de zangeres de nog geplande optredens met het orkest met een andere dirigent kon doen. Het bestuur had vast geen gemakkelijke aan Kes maar in tegenstelling tot Mengelberg (b)lijkt zijn voorganger zich vooral te hebben in gezet voor musiceren op hoog niveau.
Het zal bekend zijn dat onder Kes het publiek werd opgevoed. Bij de meeste concerten tot 1888 was de muziek vaak niet meer dan bijzaak. Men kon al pratend, etend, drinkend en rokend aanwezig zijn en ook weer op elk gewenst moment vertrekken. Het is een enorme verdienste van Kes dat hij dit radicaal heeft veranderd.
Door het aanstellen van betere musici en door hen beter op te leiden en het publiek op te voeden is de muziekbeleving onder Kes enorm toegenomen en kan men nu nog als concertganger geconcentreerd genieten van en opgaan in de muziek.
In 1893 werd Kes koninklijk onderscheiden. Zijn lustrum in hetzelfde jaar werd ook gevierd want hij werd zeer gewaardeerd. Hij had het enorm druk met alleen al meer dan 100 concerten per seizoen. Zijn beloning was er niet naar en toen hem in Glasgow in 1895 een plaats als dirigent gebonden werd bezweek hij voor de verleiding.

In Glasgow kreeg hij veel meer geld en dat voor een concertseizoen van 4 maanden. Hij bereikte er relatief veel in 3 jaar tijd maar misschien niet het niveau van Amsterdam, wat door de achterstand aldaar en organisatorische problemen geen wonder was. Wat wel een wonder was dat Kes tijdens zijn laatste openbare optreden (1897) als vioolsolist in het concert van Tsjaikovski niet alleen soleerde maar ook dirigeerde, een situatie die volgens Landman hoogstwaarschijnlijk een unicum is in de muziekgeschiedenis. Kes trad ook op met zijn Scottisch Orchestra in Nederland.
In het voorjaar 1898 dirigeerde hij twee concerten voor het Philharmonisch Gezelschap van Moskou. Hij werd hier prompt gevraagd om te komen en werd ook directeur van een conservatorium, dat niet verward mag worden met het beroemde Tsjaikovski (toen Keizerlijk) conservatorium. Kes doceerde onder meer viool en directie en dirigeerde het orkest van het Gezelschap. Als niet-Rus die ook nog eens weigerde Russisch te leren zat hij in een moeilijke positie, ook al kreeg hij meestal grote waardering als musicus. Grootvorstin Elizabeth, een zus van de tsarina, steunde Kes en hij kreeg zelfs een onderscheiding. Maar dat nam niet weg dat hij een steeds minder prominente plek kreeg binnen het Gezelschap. Toen in 1904 de Russisch-Japanse oorlog uitbrak, de jongste zoon van het echtpaar Kes wellicht onder de wapenen zou moeten en er gedwongen russificatie dreigde was het Russisch avontuur voorbij, ook al kreeg Kes een zeer eervol afscheid met audiëntie bij de grootvorstin.
Over het persoonlijk leven van Willem Kes valt niet te veel lezen in de biografie. Pas in dit hoofdstuk Moskou komen we wat meer te weten over zijn vrouw en de zoons die in Dresden leven. Eerder is meegedeeld dat Willem Kes in 1881 in Berlijn getrouwd is met Berta Koch (p. 107) en over een verhuizing naar Dordrecht met zijn gezin (p. 112). Tijdens deze periode overlijden beide ouders van Kes. Zijn vrouw blijkt als (amateur?)zangeres op te treden tijdens een officieus concert op een vakantie in Thüringen. In 1902 trekt ze de aandacht met een lezing in Dresden over Multatuli, die tot dan toe nog vrijwel onbekend was aldaar. Ook schreef ze een artikel over de strijd om het bestaan van de Russische vrouw.

Met de nodige moeite kon Kes weer een vaste plek krijgen in 1905 en wel in Koblenz. Hij ging in artistiek opzicht er niet echt op vooruit want de situatie leek op die van decennia geleden in Nederland waar de serieuze klassieke muziek leed onder de populaire deuntjes en de term bierconcerten veelzeggend is. Toch heeft in de twintig jaar dat Kes hier werkte het publiek met voor hen (deels) onbekend repertoire zoals Bruckner en Mahler in aanraking gebracht. Kes werd als musicus zeer gewaardeerd en als mens zeer gerespecteerd, temeer daar hij in de moeilijke oorlogsjaren en de jaren erna Duitsland niet verliet. In deze periode trad hij af en toe op in Nederland en kreeg hij zelfs een aanbod om in Philadelphia dirigent te worden.. Hij sloeg het af even als aanbiedingen van de Berliner Philharmoniker, waarvan de musici toen nog veel populaire volksconcerten uitvoerden, hetgeen een gruwel voor Kes was.

Zowel zijn afscheid in 1926 als het 50-jarige huwelijk in 1931 met Bertha werd gevierd.
Ook in Nederland was er aandacht voor zijn zeventigste verjaardag. In 1920 bij het 25-jarig jubileum van Willem Mengelberg was Kes door het Concertgebouworkest min of meer genegeerd. Pas in 1928, bij het 40 jarig bestaan van het orkest mocht hij samen met Mengelberg een concert dirigeren. Het zou zijn laatste concert zijn. De laatste jaren leefden Bertha en Willem Kes teruggetrokken in het Beierse Oberaudorf am Inn. Op 22 februari 1934 overleed hij na een operatie in een ziekenhuis in München. Zijn as werd bijgezet in een familiegraf waar al een kleindochter was bijgezet.

Hierna volgt nog een hoofdstuk Kes en Nederland 1895-1938 .Het is gebaseerd op de berichtgeving van de Nederlandse media na zijn vertrek uit Amsterdam. Het bevat eerder gemelde maar ook nieuwe feiten. In mijn beleving had de informatie beter in de eerdere hoofdstukken kunnen worden verwerkt. Het laatste hoofdstuk De repertoires van Willem Kes en Willem Mengelberg tot aan 1926 toe behoort naar mijn mening tot de bijlagen. Een andere bijlage geeft een overzicht van Kes' composities.

Betekenis Willem Kes
Wat ik mis is een samenvattend hoofdstuk of conclusie over Willem Kes. Van zijn persoonlijk leven is heel weinig beschreven, maar als musicus valt er toch wel iets over te zeggen. Daarom probeer ik het zelf maar.
Willem Kes was een zeer veelzijdig musicus die heel goed piano speelde en nog beter viool. Na zijn studies heeft hij zich vooral op het orkestwezen en aanvankelijk ook nog op kamermuziek gericht. Hij beheerste een enorm breed repertoire. Misschien was hij wel het allerbeste als muziekpedagoog. Bij alle orkesten waar hij werkte ging het niveau flink omhoog en als leraar was hij zeer gezien. Minder geliefd bij sommigen omdat hij zeer veeleisend was. Dat hij na het Concertgebouworkest bij wat minder bekende orkesten werkte heeft naar mijn mening te maken met ongelukkige omstandigheden maar waarschijnlijk vooral met zijn persoonlijkheid, tamelijk bescheiden maar zonder torenhoge ambities. In bepaalde opzichten doet Kes mij denken aan Ed Spanjaard. Beide fantastische veelzijdige maar nogal bescheiden musici die veel meer bekendheid verdienen.
Kes heeft de zeer solide basis gelegd voor het Concertgebouworkest. Door zijn opvoeding van het publiek werd concertbezoek geheel anders. In plaats van vooral een sociale gebeurtenis met beetje achtergrond muziek van niet altijd even hoog niveau, zowel qua inhoud als uitvoering werd het iets zoals we het nu kennen. Bij het repertoire verdwenen de populaire oppervlakkige deuntjes en gaf Kes veel aandacht aan toentertijd hedendaagse componisten. Opvallend is dat Kes veel Franse muziek in Amsterdam op de lessenaars zette. Hij heeft veel orkest en koormuziek gedirigeerd. Hoe graag hij het soms wilde, opera's heeft hij amper uitgevoerd. Mijn constatering is dat Willem Kes een belangrijk persoon is in de muziekgeschiedenis, in het bijzonder in die van ons eigen land.

Boek en conclusie
Rob Landman is afgestudeerd aan de HTS en de TH en een groot muziekliefhebber, in het bijzonder van het Concertgebouworkest. Hij schrijft artikelen en geeft al jaren lang lezingen over muziek. Twaalf jaar geleden begon hij met deze biografie. Toch wilde blijkbaar niemand het boek uitgeven. Het is daarom een eigen uitgave en dat heeft meestal enige beperkingen en daar vormt deze uitgave geen uitzondering op. Het boek ziet er goed uit, maar de tekst is in een nogal klein lettertype. Er staan veel foto's die van aardige beeldkwaliteit zijn, maar de tekst van de betrekkelijk kleine foto's van concert programma's is soms praktisch onleesbaar. Wat echt jammer is dat er weinig kritisch geredigeerd is. Sommige informatie die in het boek staat voegt niets aan hetgeen op de cd-rom staat of is mijns inziens irrelevant in het kader van het boek. Andere feiten staan ‘verstopt' in een hoofdstuk waar je ze niet verwacht. Enkele dingen worden diverse malen herhaald, in enkele gevallen zelfs op één bladzijde.
Maar verreweg het belangrijkste is dat het een heel informatief boek is waardoor ik eindelijk veel meer weet over Willem Kes en het is, in hoeverre ik het kan nagaan, correcte informatie en dat is niet vanzelfsprekend. Mijn meest recente informatie over Kes las ik in het boek Bravo! 125 jaar het concertgebouw en het Koninklijk Concertgebouworkest uit 2013 met hierin onder meer een bijdrage van musicologen Michiel Kleij en Mark van Dongen, die toen al verbonden was aan het Concertgebouworkest. Ze schrijven weinig over Kes, maar een aantal beweringen zijn tenminste ongenuanceerd of faliekant onjuist. Ze schrijven dat hij geen discipline bracht in het orkest maar Mengelberg, terwijl juist laatstgenoemde aanvankelijk veel moeite had met de discipline van zijn orkestleden. Ten tweede wordt van Kes gezegd dat de focus lag op Duitse of Oostenrijkse componisten. Dat klopt wel maar hebben de heren niet opgemerkt dat Kes relatief veel Franse componisten dirigeerde, beduidend meer dan Mengelberg? Tot slot nog een echt grote misser. Kes zou nog niet alle Beethoven symfonieën kunnen dirigeren omdat het orkest daar nog niet goed genoeg voor was. Pertinent onjuist want Kes dirigeerde ze alle negen, zij het dat hij de laatste aanvankelijk zonder slotkoor dirigeerde, maar uiteindelijk lukte dat ook nog. Kortom, van musicologen moet je het soms (niet) hebben. Dan maar liever een serieuze bevlogen buitenstaander. Des te meer h ulde voor het vele en grondige onderzoekswerk van Rob Landman. Hij wenst dat door zijn biografie Willem Kes een verdiende plaats in de muziekgeschiedenis krijgt. Dat wil ik ook en ik hoop dat mijn bespreking hieraan bijdraagt.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links