Boeken

 

© Aart van der Wal, april 2017

 

 

Jan Brokken: De gloed van Sint-Petersburg - Wandelingen door heden en verleden

Uitg. Atlas Contact (2016) - € 19,99

203 blz., geïllustreerd, met verantwoording en bronnen

ISBN 978-90-450-3330-3

www.atlascontact.nl

www.janbrokken.nl

 

 


Jan Brokkens ‘De gloed van Sint-Petersburg', kan ongetwijfeld worden toegevoegd aan de vele boeken die de beeldvorming van de voormalige hoofdstad van het Russische tsarenrijk met zijn talrijke paleizen, musea en façades en zijn vele beroemde inwoners in hoge mate hebben bepaald en in de toekomst nog zullen bepalen. De literatuurcriticus Vissarion Belinski (1811-1848) schreef het al: dat Sint-Petersburg ‘origineler' was dan welke moderne Amerikaanse stad ook, omdat het een volkomen nieuwe stad was in een oud land en daarom alleen al het symbool was van nieuwe hoop en van een grote toekomst van het land. De romanschrijver Fjodor Dostojevski (1821-1881) daarentegen was heel wat zuiniger, toen hij zei dat Sint-Petersburg niet veel meer was dan de architectuur van een reusachtig modern hotel met zijn honderden kamers en waarin het efficiënte karakter van het Amerikanisme al was verdisconteerd. En dat iedereen kon zien dat ook de Russen spoorwegen hadden en plotsklaps zakenlieden waren geworden.
Het mag dan wel enigszins bezijden de waarheid zijn geweest, het viel niet te loochenen dat het elders wortel geschoten kapitalisme nu toch ook Sint-Petersburg had bereikt, dat de stad in de vaart der Europese volkeren was opgenomen en dat het toen al een niet te vatten belevenis was om in deze stad rond te dolen. Niet alleen omdat de prostitutie er welig tierde, de haven werd overbevolkt door schepen, dokwerkers en handelslieden of omdat het er wemelde van de meest uiteenlopende kleurrijke personages, ambassadeurs en consuls niet uitgezonderd, maar ook om de extravagante architectuur, de puissante rijkdom van de bankgevels, de handelshuizen en de paleizen. Datgene dat wereldsteden als Berlijn, Londen, Parijs en Wenen zo betoverend maakte leek rechtstreeks naar Sint-Petersburg te zijn geëxporteerd. Het leverde een van de meest merkwaardige paradoxen op: een moderne wereldstad in een hopeloos verouderd en deels zelfs achterlijk land waaraan het van alles ontbrak. Zeker, ook in Sint-Petersburg struikelde men over het haveloze, het armoedige, de slechte huisvesting, de achtergestelden, de verdrukten, maar wie daar niet op lette en zijn ogen liever eendimensionaal te kost gaf meende zich opgenomen te voelen in een volmaakt nieuw gebouw van een ongeëvenaarde luxe en zeggingskracht waarin de stad zich dankzij al die uit West-Europa aangetrokken, eminente bouwmeesters had neergevlijd.

En dat allemaal uit de koker van één man: tsaar Peter de Grote (1672-1725). Een weldoener? Een visionair? Het moet gezegd, Pjotr was zoals de meeste heersers weliswaar een ware ramp voor het land maar een grootse weldaad voor de stad. Zonder Peter zou het een troosteloze, grauwe, zelfs onbeduidende Russische stad zijn geweest en ook gebleven. Dat ene Vladimir Lenin (1870-1924) in 1918 Moskou tot hoofdstad van het land uitriep heeft de voorspoed en fonkeling van Sint-Petersburg niet echt tot staan weten te brengen. Lening had weinig op met de stad. Hij was er een jaar eerder aangekomen, met de trein uit Duitsland, en had op het plein voor het Finland-station, een van de vijf stations die de stad rijk is, bovenop een pantserwagen, een joelende menigte toegesproken. Op het plein staat het Lenin-monument (inclusief die gebeeldhouwde pantserwagen) dat aan die grootse gebeurtenis herinnert. Lenin woonde er slechts kort en verhuisde al in 1918 naar Moskou. Maar de staatsgreep had wel degelijk in Sint-Petersburg plaatsgevonden, zijn onheilspellende gezicht laten zien, ingeluid door een kanonschot vanaf de in de haven liggende kruiser ‘Aurora' – het sein voor de Rode Garde om het Winterpaleis binnen te trekken om daar het verzamelde handjevol ministers van de voorlopig gevormde regering (die probeerde het land in evenwicht te houden na de gedwongen troonsafstand van tsaar Nicolaas II) in de boeien te slaan. Het pakte uit als het begin van een volksopstand.

Merkwaardig hoezeer de ideologie van een klasseloze en socialistische maatschappij, met ingebouwde elementen als universaliteit en gemeenschappelijkheid ook vat kreeg op Sint-Petersburg. Denk bijvoorbeeld aan de verplichte ‘condensatie', de door het stadsbestuur uitgevaardigde richtlijn die de goede burgerij verplichte om de armzaligen en behoeftigen in hun huizen op te nemen. Wie bijvoorbeeld vier kamers bewoonde moest er drie afstaan aan andere gezinnen die zonder huisvesting zaten. Stelt u zich de componist of schrijver voor die in alle rust wil werken en zich geconfronteerd ziet met een niet af te remmen heksenketel van vreemden die zijn woning deels hebben overgenomen, huizen in zijn keuken en badkamer. Zo'n appartement raakte al snel in verval, verslonsde, maar onder hamer en sikkel kwam er ook nieuwbouw, zij het merendeels in de nieuwe wijken die tegen de binnenstad aanschurkten. Wat onveranderd bleef was het zeeklimaat en het waterige licht van de noordelijke streken. En natuurlijk de stevige wind, de soms bevroren rivier en de hevige sneeuwval. Wie echter nu de balans opmaakt ziet een stad van rond vijf miljoen inwoners aan de monding van de rivier de Neva, in de Neva-baai, het meest oostelijke deel van de Finse Golf, een internationale trekpleister van groot cultureel en historisch belang die jaarlijks miljoenen toeristen van heinde en verre trekt. Een stad ook waarin de Russische Akademie van Wetenschappen zijn zetel heeft, waar drie universiteiten, een conservatorium en meer dan vijftig theaters zijn gevestigd, maar ook een stad die maar liefst meer dan 120 musea en nog een ongekend aantal gebouwen van historisch belang telt.

Deze in 1703 ontstane stad was van 1713 tot 1728 en van 1732 tot 1918 de hoofdstad van het Russische keizerrijk. Zij het onder verschillende namen: vanaf het begin van de Eerste Wereldoorlog tot 1924 Petrograd en vervolgens tot 1991 Leningrad, waarna het Sint-Petersburg werd. Maar toch is die aan heel wat minder florissante tijden herinnerende naam Leningrad (waaronder het beleg door het Duitse leger in 1941-43, briljant en tegelijk onderkoeld neergeschreven door Lidia Ginzburg in 1983) niet verdwenen: Sint-Petersburg is de zetel van de oblast Leningrad, zonder er overigens zelf deel van uit te maken. De stadbewoners noemen hun stad echter eenvoudig ‘Pieter'. Zo heette de stad immers oorspronkelijk ook en was het de bouwdrift van Peter de Grote die de koers bepaalde. Het is tenslotte zijn erfenis waarin het verkeer zich soms drie tot vier rijen dik dagelijks doorheen worstelt. Aan een van de rivieroevers staat niet voor niets zijn enorme standbeeld dat iedereen kent als de ‘Bronzen Ruiter'. Meer dan levensgroot, maar liefst zes meter hoog, door de Franse beeldhouwer Etienne-Maurice Falconet gemaakt in opdracht van Catharina de Grote, maakt het evenzeer deel uit van de ‘gloed van Sint-Petersburg' als de Hermitage, het Mariinski of het oogverblindende Peterhof.

Mij schiet het boek van Michel Krielaars, ‘Op zoek naar het brilletje van Tsjechov' in gedachten, waarin de grote Russische schrijver hem tot gids diende voor zijn vele reizen door dat enorme land. Wat dit boek zo meeslepend maakt zijn de rechtstreekse contacten van de auteur met de meest uiteenlopende Russen (boeren, winkeliers, hoteleigenaren, arbeiders, burgemeesters, leraren, artsen, politici) en zijn weinig hoopvolle kijk op het moderne Rusland. De niets verhullende keerzijde is een doorgaans troosteloos, soms zelfs asgrauw beeld van soms groteske proporties. Een beeld ook van een bevolking die verankerd lijkt in een mentaliteit die nog stamt uit de verre middeleeuwen.

Hoe anders is ‘Gloed van Sint-Petersburg', waarin de Brokken anders dan Krielaars zich voornamelijk beperkt tot vrij korte stadswandelingen die ons echter op niet minder meesterlijke wijze in aanraking brengen met de rijke geschiedenis en het minder riante heden. Onder zijn inspirerende handen zijn het de veelal levensechte, menigmaal zelfs realistische contouren die van begin tot eind een niet minder scherp geprofileerd en altijd boeiend panorama opleveren. Hoe kan het anders, het gaat met name over de grote dichters, schrijvers en componisten die hier hebben gewoond en het culturele aanzien van deze metropool in zo sterke mate hebben bepaald. Hun namen spreken boekdelen: Achmatova, Bely, Berlin, Blok, Brodsky, Dostojevski, Ehrenburg, Glinka, Jesenin, Malevitsj, Majakovski, de Mandelstams, Nabokov, Poesjkin, Prokofjev, Rachmaninov, Rimski-Korsakov, Sjstakovitsj, Tarkovski, Toergenjev, Tsjechov, Tsjaikovski… En dat zijn ze dan nog niet eens allemaal.

Voor Brokken is Sint-Petersburg en zijn oblast een levensecht maar vooral levendig museum met zijn talloze plekken waarover iets te vertellen is, om verbanden te leggen of juist tegenstellingen bloot te leggen. Niet de buitenkant van de gevels en winkels interesseert hem, maar wat zich daarachter heeft afgespeeld en waaruit hij opmaakt dat er in de loop der decennia (zijn eerste bezoek dateert uit 1975) maar weinig is veranderd. Een beeld overigens dat Joseph Brodsky in 1986 in zijn ‘Less than one' (‘Tussen iemand en niemand') ook al had opgeroepen. Dat Brokken de wandelaar zo'n geweldige verteller is weten we al van zijn eerdere boeken, maar natuurlijk kan dat alleen op basis van veel kennis van het negentiende- en twintigste-eeuwse Russische culturele leven. En die kennis heeft hij. Hij etaleert niet maar presenteert, achteloos of juist verdiepend, maar altijd volmaakt passend in zijn bijzonder feitenrelaas. Hij kan met even groot gemak diep diep ontroerende beelden oproepen. Zoals van de grote dichteres Anna Achmatova (1889-1966), die aan een van de oevers van de Neva - evenals Peter de Grote – met een standbeeld is vereeuwigd. Ze staat onbewogen recht tegenover de gevangenis waar ze vaak uren lang in de bijtende vrieskou aan de poort stond om een pakketje voor haar daar gevangen zoon af te geven. Dat is in ieder geval wel veranderd: tot eind jaren tachtig durfde niemand in Rusland in het openbaar over haar te praten (al kenden velen haar gedichten uit het hoofd), terwijl er nu een heus standbeeld van haar staat. Net zo onaantastbaar als haar gedichten dat zijn.

Iets minder te spreken ben ik over Brokkens nogal kritiekloze kijk op ‘Getuigenissen', de door Solomon Volkov ‘opgetekende' memoires van Dmitri Sjostakovitsj. Alsof er geen enkele twijfel zou bestaan over de authenticiteit ervan. Authentiek is wel weer zijn verslag van de arme componist die iedere avond tegen tienen met zijn koffertje naast de lift van het appartement plaats nam omdat hij verwachtte dat hij ieder moment zou worden opgehaald om naar de gevangenis te worden overgebracht en hij niet wilde dat zijn kinderen daarvan iets zouden merken. Een slechts kleine kanttekening bij een boeiend geschreven kroniek over het oude en het huidige Sint-Petersburg.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links