Audio-apparatuur

Sennheiser hoofdtelefoons

HD 520 II ~ HD 530 II ~ HD 540 Reference II

HD 250 Linear II ~ HD 560 Ovation II ~ HD 580 Precision

 

© 1994 Aart van der Wal

 

Het Duitse Sennheiser maakt, evenals het Oostenrijkse AKG, al sedert jaar en dag o.a. microfoons en hoofdtelefoons. Vooral dankzij het door Sennheiser ontwikkelde en in 1968 gepatenteerde, zogenaamde open systeem, is de dynamische hoofdtelefoon een steeds grotere rol gaan spelen bij de kwaliteitsweergave en de beoordeling van opnamen.

Wat vooral opvalt is de constante kwaliteit vanaf de relatief goedkope HD 530 tot de aanzienlijk duurdere HD 580. De familieverwantschap is evident en dit betekent dat, welk type ook wordt gekozen, een hoogwaardige weergavekwaliteit wordt geboden. Waarbij ook blijkt dat de ontwikkeling van de dynamische topmodellen ook zijn weerslag heeft gehad op de klankeigenschappen van de goedkope(re) typen. De hoofdtelefoon is allang niet meer uitsluitend een barrière tegen burengerucht, maar stelt de muziekliefhebber in staat om de opname van heel dichtbij, a.h.w. door een loep te bekijken. Details die de luidspreker niet of nauwelijks prijsgeeft, komen met een goede hoofdtelefoon wèl aan het licht. Niet zelden levert dat een zeer fraai en boeiend klankpanorama op, maar het komt uiteraard ook voor dat feilen genadeloos worden waargenomen. De toepassing van vliesdunne membranen en de hoge gevoeligheid voor niet-muzikale bijverschijnselen kunnen de luisteraar zelfs behoorlijk parten spelen. De hoofdtelefoon-uitgang op de versterker blijkt dan bijv. de sluitpost op de begroting te zijn geweest, wat resulteert in een te hoog ruisniveau of een uitgesproken blikkerige, vlakke weergave. Maar het kan ook slechts een kwestie van het aanbrengen van de juiste weerstanden zijn (om het signaal aan de uitgang in voldoende mate te verzwakken), een klusje dat iedere technicus in een handomdraai kan klaren. Waarbij men moet bedenken dat het niet altijd mogelijk is om bij hoofdtelefoon- en luidsprekerweergave (bijna) dezelfde stand van de volumeregelaar te bereiken. Dat heb ik zelf meer dan eens ervaren: de voor de hoofdtelefoon benodigde verzwakking is dan zo ingrijpend dat bij stevige impulsen of gewoon luide passages forse vervorming optreedt. Er is altijd die grens tussen de maximaal toelaatbare verzwakking en het binnensluipen van vervorming. Het is dus niet zo verwonderlijk dat fabrikanten van hoofdtelefoons, de beperkingen van de conventionele telefoonuitgang op de versterker kennende, afzonderlijke versterkers op de markt brengen. Voor de puur elektrostatische telefoons kan dit ook niet anders, maar niet zo lang geleden ontwierp bijv. AKG een dergelijke versterker voor de dynamische K 1000. En omdat voor het aansturen van de hoofdtelefoon slechts weinig vermogen nodig is, komt pure klasse-A versterking natuurlijk het eerst in aanmerking! Rechtstreeks aangesloten op de luidsprekeruitgangen van de conventionele eindversterker kan naar believen worden omgeschakeld van hoofdtelefoon- naar luidsprekerweergave. De hier besproken Sennheiser-typen zijn echter uitsluitend bedoeld voor aansluiting op de hoofdtelefoon-uitgang van uw versterker, cd-speler, enz.

OPEN OF GESLOTEN

Om het geheugen nog even op te frissen: bij de open hoofdtelefoon is de ruimte voor en achter het membraan akoestisch open. Omgevingsgeluiden, maar ook het door de telefoon afgegeven geluidsvolume kunnen ongehinderd worden waargenomen. Bij het gesloten systeem (drukkamerprincipe) is het membraan echter aan beide zijden afgesloten. Het afgegeven signaalniveau dringt niet of nauwelijks tot anderen door, terwijl de luisteraar zelf b.v. een rinkelende telefoon of deurbel grotendeels ontgaat. Dat het gesloten type tot een rijkere basweergave in staat is, is dank zij de nieuwste technieken inmiddels wel achterhaald. Het halfopen type (geen van de hier besproken Sennheisers behoort tot die categorie) combineert a.h.w. de voordelen van de beide andere systemen. In deze categorie is met name Sony zeer actief.

CIRCUMAURAAL

De oorschalen van deze Sennheisers omsluiten het (buiten)oor. Ze liggen er dus niet tegenaan (is dat wel zo, dan moet u wel èrg grote oren hebben!). Dit komt de een natuurlijk en transparant klankbeeld ten goede.

MUZIEK IN HET ACHTERHOOFD

Dankzij de luidheid-diffuusveld-techniek is het bekende probleem van 'het geluid in het achterhoofd' behoorlijk naar de achtergrond verdrongen. Helemaal te voorkomen is dit (nog) niet, maar echt hinderlijk kan ik het toch nauwelijks noemen. Eenvoudig gezegd komt het erop neer dat niet alleen de sterkte van de directe, maar ook die van de indirecte (diffuse) geluidspatronen volgens de meetmethode van Kuppler in het ontwerp wordt meegenomen. Diepte en breedte van het klankbeeld komen sterker tot leven, de zaal- en studio-akoestiek krijgen ook meer relief.

SNOER

Het verbindingssnoer (meestal een per kanaal) wordt nogal eens ondergewaarderd of krijgt onvoldoende aandacht. Veel snoeren zijn akoestisch niet 'dood', waardoor de geringste aanraking storende bijgeluiden tot gevolg heeft. En hoe vaak komt het niet voor dat je op het snoer staat of het achter een stoelpoot blijft hangen? Sennheiser levert bij iedere telefoon een zuurstof- en verliesarm OFC-snoer van meer dan voldoende lengte (3 m) met zeldzaam hoge trekkracht, dat de lichaamsbewegingen akoestisch niet doorgeeft. Bovendien kan het snoer, indien nodig, dankzij handige stekkertjes zelf worden vervangen.

HOGE GEVOELIGHEID

De volumeregelaar hoeft slechts een fractie te worden opengedraaid en dat kan van het gebruik van luidsprekers niet gezegd worden. Dit houdt in dat u moet oppassen, wanneer overgeschakeld wordt van hoofdtelefoon- naar luidsprekerweergave. De Sennheisers kunnen een grote geluidsdruk aan zonder kapot te gaan, maar dan heb ik het wel over een paar honderd mW! Bij een geluidsdruk van minstens 90 dB bij 1 kHz blijft die telefoon nog wel heel, maar uw gehoor waarschijnlijk niet meer...

DE ZIT

Alle telefoons bieden een hoog draagcomfort en een zeer ruime instelmarge. Het gemiddelde gewicht (rond de 200 gram) wordt keurig over het hoofd verdeeld. De beugel knelt niet en de aansluitkussens roepen geen irritatie op.

HD 520 II (f.199)

De goedkoopste in deze serie, maar kwalitatief op een respectabel niveau. Er is enige kleuring in het midden en laag, terwijl het hoog wat aan de vlakke kant is, met hier en daar een scherp randje. De basweergave loopt zeker ver door (29 Hz mocht er zijn), maar is, vergeleken met de duurdere typen, aan de vage, soms te warme kant. De enorme klappen op de grote trom en het orgelpedaal zijn volop aanwezig, maar je mist natuurlijk altijd de bij luidsprekerweergave optredende sensatie in het middenrif. Het klankprofiel is over de gehele linie minder open, wat diffuus ook. Toch is de weergave vele malen beter dan menige luidspreker in de duurdere klasse.

HD 530 II (f.239)

Sterk verwant aan de 520, maar met een kernachtiger basweergave. Zeker in het middengebied is het klankbeeld gelijkmatiger, met minder accenten bij stemmen.

HD 540 II (f.289)

Het is dat ik weet dat de 560 en 580 nog méér presteren, anders zou ik met deze 540 al dik en dik tevreden zijn. Een duidelijk hoger oplossend vermogen, minder kleuring in midden/laag, een gelijkmatiger verlopende hoogcurve en een heldere, droge bas. Veel niet-muzikale details in de opname komen goed tot leven: een partituur die wordt omgeslagen, een krakende plank, een voorbijzoevende trein, verkeersgeruis. Ook de akoestiek komt beter tot zijn recht.

HD 250 II (f.325)

Het enige gesloten type in deze reeks. Het klankbeeld komt grotendeels met de 530 overeen, maar het opgesloten gevoel is evident. Toch worden niet alle omgevingsgeluiden buitengesloten. Wel is het mogelijk om ongehinderd van de muziek te genieten, zonder last te hebben van die opdringerige tv of een ander geluidspandimonium.

HD 560 II (f.379)

Nog gedefinieerder, pregnanter ook. Superieure houtblazers, fraaie toonbalans, maar ook bij het strijkkwartet het juiste evenwicht. De laagweergave is droog, met een stevige kern en veel details. Zeer sterke impulsen in Lutoslawski's Derde symfonie (Philips) worden nog scherper neergezet dan de 540 al presteerde.

HD 580 (f.469)

Een topper die de afstand tot de elektrostaat nog kleiner maakt. Van grote bezetting (Mahler) tot eenzame cello (Bach) een klankbeeld om in te zwelgen. Zeer evenwichtige strijkers, sublieme hout- en koperblazers, de finesses van het moderne slagwerk, een prachtige bas, bronzen en kristalheldere pianoklanken en een stereotoneel om van te smullen. 'Authentiek musiceren' is een regelrecht feest. De instrumenten worden niet alleen levensecht gepresenteerd, maar ook de opnameruimte komt wel heel goed mee. De verschillende opnamelocaties en de vaak subtiele klankverschillen tussen cd-spelers kunnen haarscherp worden waargenomen Kortom, geen detail gaat verloren. Mozarts Klarinetconcert K.V. 622 (L'Oiseau-Lyre/Pay/Hogwood) bevat een ongekende weelde aan details, met een warme, ronde toon van de bassethoorn, een stevige bas (adagio!) en een afgewogen authentiek orkestpalet. De retoriek van Fischer-Dieskau en Brendel in Schuberts Im Abendroth D. 799 (Philips) heeft een zeldzame sfeer. Pollini en Abbado spelen de sterren van de hemel in Bartóks eerste en tweede pianoconcert (DG), met een vlijmscherpe attaque en een uit graniet gehouwen vleugelklank. Rijk, diep en sonoor klinken de baspizzicati in Beethovens vierde pianoconcert (Philips/Arrau/Davis), terwijl de beide sopranen in Rossini's Stabat Mater (DG/Ricciarelli/Vallentini-Terrani/Giulini) moeiteloos van elkaar te onderscheiden zijn. Geen ongemakkelijk moment wanneer de sopraan hevig uithaalt (Kiri Te Kanawa in aria's van Mozart en Elly Ameling in liederen van Schubert op Philips). De betere definitie van Sony's nieuwe Super Bit Mapping procede komt zeer overtuigend naar voren. Minder geslaagde opnamen worden natuurlijk ook genadeloos geetaleerd!

KAN HET NOG BETER?

Die vraag kan in principe in iedere recensie worden gesteld en meestal is het antwoord bevestigend. Zo ook hier. Zeker, het kan nóg beter. Ik heb zeer hoge verwachtingen van Sennheisers HE 60 elektrostatische hoofdtelefoon (f.2500!), maar die is nog niet leverbaar. Zowel de dynamische AKG K 1000 als de elektrostatische Stax Lambda reiken nóg verder. Ik kan het sterker zeggen: ik ken geen enkele luidspreker die qua transparantie een van deze beide topvliegers evenaart. De QUAD ESL elektrostatische luidspreker komt er dichtbij, maar de dynamische luidspreker moet nogal wat massa in beweging brengen en dat betekent, hoe goed ook onder controle gehouden, een aanslag op de nauwkeurigheid. Hetgeen overigens met enige distantie moet worden geïnterpreteerd: de akoestiek van de luisterruimte speelt in de vergelijking namelijk een wel zeer hartig woordje mee.

RESUMÉ

Voor zeer hoogwaardige muziekweergave komen primair de 540 en 560 in aanmerking. De 580 ligt daarbij onbetwistbaar op kop met een in alle geledingen scherp doortekend klankprofiel dat zeer realistisch overkomt. De 250 is de aangewezen hoofdtelefoon voor diegenen die het gesloten systeem prefereren. De overige hier besproken typen halen niet het onderste uit de muzikale kan, maar stellen zeker niet teleur. Er kan ongecompliceerd van de muziek worden genoten: concessies worden niet als echt storend ervaren. De prijs moet hier, denk ik, toch de doorslag geven.

IMPORTEUR: Sennheiser Nederland b.v., Amsterdam (020) 6978701



Beluisterd op o.a. Luxman LV-111 en Technics SU-A900 versterker, Technics ST-GT650 tuner, Philips 850 dat-recorder, Quad CD-67 en Philips CD-950 cd-speler, Nakamichi CR-4 en Sony TC-K808 cassettedecks.

index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links