Audio-apparatuur

Tussen gloeilamp en Berlioz:

PHILIPS FW 91 surround mini-systeem
(tuner, versterker, cd-speler, dcc-deck)

PHILIPS DCC 130 portable dcc-speler

PHILIPS DCC 900 stationair dcc-deck

 

© Aart van der Wal, februari 1994

 

Philips startte enige tijd geleden op wereldwijde schaal een intensieve mediacampagne onder de veelzeggende titel "Philips invents for you". Dat er achter die slogan kwalitatief hoogwaardige en aantrekkelijke audioprodukten schuil gaan, blijkt o.a. uit dit testoverzicht.


Het met een zeer uitgebreide afstandbediening (o.a. motorgestuurde volumeregeling) uitgeruste FW 91 mini-systeem bestaat uit vier losse componenten en vraagt weinig ruimte (bxhxd 260x345x312 mm). De in mini-sets veelvuldig toegepaste platte kabels voor de signaal- en stroomvoorziening zijn van stevige pluggen voorzien en kunnen slechts op een manier in de al even stevige connectors worden geklikt. Het dcc-deck is ook apart leverbaar (DCC 450) en vereist daarom een aparte aansluiting op het lichtnet. Dankzij de handige insteekverbindingen is de gehele set in een oogwenk opgesteld en bedrijfsklaar. Het aansluiten van het DCC-deck is dankzij de duidelijke tekening in de handleiding kinderwerk.

Versterker

De versterker biedt met 68 schone Watts aan 8 Ohm voldoende vermogensreserve voor grotere kamers en luidsprekers met een laag rendement. Er kunnen vier luidsprekers aan de nogal bescheiden uitgevallen klemmen worden aangesloten. Naast de vaste insteekverbindingen via die platte kabel zijn er twee digitale in- en uitgangen voor bijv. cd en dcc, alsmede twee analoge ingangen voor aux en phono (de laatste alleen voor MM-elementen). Tenslotte is er nog de aansluitbus voor de draadloze systeem-afstandbediening. Het goed afleesbare display toont o.a. de gekozen functies in desgewenst zes talen (Engels, Frans, Duits, Italiaans of Portugees), waaruit weer eens blijkt dat bij Philips eerder multi-nationaal dan Nederlands wordt gedacht... De versterker heeft geen ingebouwde D/A-converter (deze zit uiteraard wel in het dcc-deck).
Zowel het binnenwerk als de prestaties op de meetbank wijzen op een goed afgewerkt produkt dat menige versterker in het mini-domein met gemak achter zich laat en ook als los verkrijgbare component uitstekend zou voldoen. Het frequentiebereik wordt strak in de hand gehouden en het s/r-niveau ligt gemiddeld op 83 dB: niet bijzonder, maar voldoende (waarden van rond 100 dB zijn allang geen uitzondering meer). De ruisafstand op de phono-ingang was zelfs nog 78 dB bij 5 mV. De ingangsgevoeligheid is met 200 mV (tuner), 350 mV (cd en dcc), aux 250 mv en phono 2,5 mV goed gekozen, met een prettig ruime slag van de volumeregelaar. Gelukkig niet die onzinnige waarden van ca. 100 mV! Philips leverde tevens de al door ons panel geteste Legend luidsprekers af, maar ik vond het ook wel zo aardig om de reuzen van B&W (802) en Koos Schenk (Cadans 5) aan te sluiten en die vuurproef stelde niet teleur. Ook in hevige climaxen en bij hevig uithalende sopranen was er meer dan voldoende vermogensreserve in een kamer van 50 m2 en bleef de klank helder en aangenaam, zonder dicht te lopen.

Grafische equalizer

De meeste mini-systemen hebben een grafische equalizer i.p.v. de conventionele klankregeling - wel of niet aan een spectrum analyzer gekoppeld - en Philips heeft beide in het muzikale pretpakket opgenomen. De spectrum analyzer laat d.m.v. de bekende staafdiagrammen (in dit geval 63, 160, 400 Hz, 1, 2,5, 6,3 en 16 kHz) de frequentieverdeling van de op dat moment weergegeven geluidsbron zien. De grafische analyzer toont de door de gebruiker gekozen/geprogrammeerde instellingen of de door de fabriek vast ingestelde programma (gekozen kan worden uit klassiek, zang, rock, jazz of disco). De instellingen kunnen met de neutraal-toets ongedaan worden gemaakt. Tenslotte is er nog de Digital Sound Processor, waarmee bijzondere akoestische effecten kunnen worden opgeroepen (stadium, presence, live, hall of concert). Het is aardig om met de vele mogelijkheden gedoseerd te experimenteren en uit te zoeken welk klankbeeld het beste bij de akoestische omgeving en de eigen smaak past. Mits men maar oor heeft voor de nadelige effecten, zoals de aantasting van het oorspronkelijke klankkarakter en de bij verdere vermogenstoename onvermijdelijk progressief toenemende vervorming. Gebreken aan de kamer-akoestiek kunnen beter aan de bron worden aangepakt en niet door de elektronica worden 'gecompenseerd'. Aangesloten op vier goede luidsprekers was het resultaat bij surround-weergave niet zo overtuigend, omdat er in tegenstelling tot de èchte surround-versterkers slechts twee stereo-kanalen voorhanden zijn, die dan a.h.w. over de vier luidsprekers worden verdeeld. Voor een zo neutraal mogelijke weergave van de serieuze(re) muziek lijken dergelijke manipulaties toch minder geschikt. De prestaties van de versterker zijn bovendien meer dan goed genoeg om die batterij aan vooral gebreken maskerende 'hulpmiddelen' niet echt nodig te hebben.

Tuner/timer

Golfbereiken FM/MG/LG, 30 voorkeurzenders, automatische en handafstemming, toekenning van zendernamen en een uitgebreide timer met sluimervoorziening, klok en tijdschakelaar. U kunt dus met uw favoriete muziek worden gewekt of in slaap worden gesust... De tijdschakelaar is er overigens niet voor bedoeld om voorgeprogrammeerde (band)opnamen te maken. Handig is dat met de NEWS-toets iedere geluidsbron van het systeem door de daarvoor geselekteerde nieuwsuitzendingen kan worden onderbroken. In tijden van crisis zeker te overwegen!
De gevoeligheid bij mono is goed: 1,3 microV voor 30 dB ruisafstand; bij stereo wat minder, met 44 micro V voor 50 dB. Piloottoononderdrukking is ook goed: bij 19 en 38 kHz bedraagt deze 59 dB. Selectiviteit en spiegelonderdrukking laten niets te wensen over. Midden- en lange golf zijn, afhankelijk van de ontvangstlocatie, voor spraakuitzendingen redelijk, maar voor muziekweergave is het pakket aan irritante stoorgeluiden mij toch te groot. Men kope een wereldontvanger! (heeft Philips ook...) Een dergelijk mini-systeem wordt normaliter niet met een eigen, draaibare antenne, maar wel met het kabelnet verbonden en voor de CAI is deze tuner uitstekend geschikt. Het klankbeeld is rustig en voldoende transparant.

CD-speler

Philips past ook in deze speler weer de 1 bits-techniek met bitstream-conversie toe, zij het dat uiteraard niet Philips' beste omzetter (de DAC 7) is ingebouwd. De resolutie en het dynamische bereik zijn bescheidener, terwijl de ruisafstand de esoterische grenzen niet benadert. Alle 1 bitters moeten het hebben van de aan deze opzet inherente zeer goede lineariteit en het ontbreken van moeizame en later meestal weer wat verlopende afregelingen. Daar staat tegenover dat ze met zogenaamde 'noise shaping' in het gareel moeten worden gehouden. De onvermijdelijke quantisatieruis in het hoorbare spectrum wordt naar een gebied boven de gehoorgrens verplaatst om aldaar te worden gefilterd. Op de scoop worden op het extreem lage niveau van ca. -50 dB de eerste ruissporen zichtbaar, maar ik moet zeggen dat Philips dit proces zeer goed in de hand heeft gehouden, want op pittige opnamen (symfonieën van C.Ph.E. Bach op Archiv 415300-2) worden de strijkers niet venijnig. Het klankbeeld is door de bank genomen aan de milde, ietwat verhullende kant. Alle essentiële functies kunnen d.m.v. de druktoetsen op de speler worden gekozen, maar de directe toegang tot de tracks verloopt via cijfertoetsen op de centrale afstandbediening. De index-keuze ontbreekt en dat is spijtig, want het aantal cd's dat een index-codering heeft, neemt alleen maar toe. De foutcorrectie mocht er zijn: ik kon met geen enkele, soms zelf behoorlijk beschadigde cd, de aftasting uit het goede spoor krijgen en het klankbeeld bleef ondanks de zeer actief opererende foutcorrectie open en helder.

DCC 91 (450) dcc-deck

De meeste gekozen functies kunnen probleemloos van het blauw oplichtende en zeer overzichtelijke display worden afgelezen.
In tegenstelling tot de portable DCC 130 en het vlaggeschip, de stationaire DCC 900, heeft de in het FW 91 mini-systeem opgenomen DCC 91 (DCC 450) een loopwerk dat niet uit metaal, maar uit kunststof is vervaardigd. En zoals gebruikelijk bij alle dcc-decks is er maar een kaapstander die de bandloop moet beheren. Dit bracht mij eerst aan het twijfelen, want een metalen loopwerk met zware vliegwielen en dubbele kaapstanders komt de stabiliteit van het geheel altijd zeer ten goede. Dat is voor de digitale nullen en enen dan wel niet van belang, maar wel voor het afspelen van de analoge cassettes telt dat zwáár. De kritiek op dit punt uit het verleden nog eens in herinnering roepende, viel het resultaat mij echter niet tegen: over de gehele bandlengte kwam het gemiddelde op gewogen/lineair 0,10/0,18 % en dat zijn cijfers die je bij veel decks met enkele capstan in de prijsklasse rond ƒ800 tegenkomt. De gunstige jankfrequentie is bovendien zegenrijk voor de lang aangehouden tonen van orgel, klavecimbel piano en blazers blijft binnen de hoorbare perken. De kopstand bleek nagenoeg perfect gejusteerd en dat uit zich in een frisse, heldere weergave van zowel de voorbespeelde bandjes als mijn eigen opnamen. De weergave is soms zelfs aan de pittige kant, omdat de curven laten zien dat de fabrikant een compromis heeft gesloten tussen de verschillende afspeelkarakteristieken van chroom- en ijzerbandjes. Met de Dolby-schakelaar kan worden gekozen tussen Dolby B en Dolby C of Dolby uit en ook daar was niets mis mee.
Het digitale deel in 1 bits bitstream-techniek en met Philips' eigen DAC 3 D/A-omzetter levert compromisloze cd-kwaliteit in het 16 bits formaat. En dat bij 19 sporen (18 voor de muzieksignalen en 1 voor de informatiestroom) en een bandsneldheid van 4,76 cm/sec.! Zeker, de opname- en zoekfuncties verlopen aanzienlijk trager dan bij minidisc, maar (vooralsnog?) wint de PASC (Precision Adaptive Subband Coding)-datareductie van dcc het van Sony's ATRAC (Adaptive TRansform Acoustic Coding)-codering van minidisc. Binnenkort brengt Sony een geheel nieuwe generatie minidisc-spelers op de markt en dan kom ik op het klankbeeld en het gebruiksgemak van dcc en minidisc nog uitvoerig terug. Het deck heeft zowel vaste digitale als analoge in- en uitgangen, alsmede twee aansluitingsbussen voor de centrale, draadloze afstandbediening binnen het FW 91 systeem of andere Philips-component met het EASYLOGIC-systeem. De bemonsteringsfrequenties (32, 44,1, 48 kHz) worden, afhankelijk van de bron, automatisch gekozen. Het ruime frequentiebereik is zo recht als een lineaal tot 21 kHz. De gespecificeerde kanaalscheiding (88 dB) wordt met 1 dB overtroffen, maar haalt de waarde die de betere cd-speler biedt, niet (ca. 100 dB). Dat verschil hoort u echter absoluut niet! Dat geldt ook voor de stoorafstand: bij de zeer fraaie waarde van 91 dB hoor je echt niet meer ruis dan bij 100 dB! Als gevolg van de eigen ruis van de gebruikte meetapparatuur valt er in dit gebied ook weinig te constateren. Elektronische jengel komt bij dcc, weer dankzij het kwartskristal, niet voor. De hoofdtelefoonuitgang voor de standaard 6,3 mm steker heeft een eigen volumeregelaar met een prettig ruim bereik.

DCC 130 portable dcc-speler

Met deze portable kunnen zowel analoge, als digitale (dcc) bandjes worden afgespeeld (niet opgenomen!). De weergaveprestaties komen overeen met die van de DCC 91 (ook dit deck is met de DAC 3 converter uitgerust), zij het dat de wow- en flutter-waarden van het nu metalen loopwerk nog iets beter zijn: 0,09/0,17 %. Het apparaat is zowel geschikt voor het lichtnet in binnen- en buitenland (een losse, traploze trafo van 110 tot 240 V wordt bijgeleverd), als voor batterijgebruik. De heroplaadbare batterij wordt in slechts een uur opgeladen en levert dan energie voor ruim 2,5 uur. In het snoer van de eveneens bijgeleverde hoofdtelefoon (de DCC-130 verdient trouwens een betere en de ruime volumeregeling staat die ook toe!) is een afstandbediening aangebracht, maar alle functies kunnen ook d.m.v. druktoetsen op het apparaat worden gekozen. De verlichte en goed afleesbare display geeft nauwkeurig de stand van zaken aan. Voor het afspelen van de analoge cassettes is alleen Dolby B in/uit voorhanden. De lage frequenties kunnen met een schakelaar in twee standen worden 'opgewaardeerd'. Er is geen coax-, maar wel een optische uitgang. De kopstand bleek perfect en het klinkende resultaat bevestigde dit: geen lusteloze, voorbespeelde of zelf opgenomen bandjes, maar een krachtige, heldere weergave. Ik heb de speler ook nog bij een gemene oostenwind en een temperatuur van -10 graden Celsius, een paar uur op het balkon laten draaien. Wonderlijk toch dat zo'n speler zich daarvan niets aantrekt!

DCC 900 stationair dcc-deck

Dit deck kwam in september '92 al aan bod. Nu, bija anderhalf jaar later en ook nog ƒ600,- goedkoper, heb ik de analoge prestaties nog eens gecontroleerd, omdat daarover toen niet zo positief werd bericht. De jank schommelt nu gewogen/ongewogen rond 0,08/0,14 % (toen minimaal 0,07/0,21 % en maximaal 0,15/0,34 %). Ik kon mijn analoge cassettes nu zonder storende jankverschijnselen afspelen. De tracking bleek weer uitzonderlijk goed en het Dolby afspeelniveau was perfect ingeregeld. Het analoge deel was en is toch niet Philips' én mijn eerste zorg, zoals nog steeds blijkt uit de wat beperkte frequentiekarakteristiek en de iets hogere vervorming bij zowel ijzer- als chroomband. DAT wint het trouwens in meettechnisch opzicht nog steeds!

Analoge prestaties: echt belangrijk?

In de audiopers wordt aan het analoge deel van het dcc-systeem mijns inziens te veel aandacht besteed en niet in de laatste plaats doordat Philips in de advertentiecampagne er ook al de nodige nadruk op legt. Waarom eigenlijk? Dat heeft het dcc-medium in het geheel niet nodig, want het heeft zonder de afspeelmogelijkheid voor analoge compact-cassettes al meer dan voldoende digitale reden van bestaan. DAT mag dan meettechnisch beter zijn, er zijn niet of nauwelijks voorbespeelde DAT-bandjes te krijgen. Het DAT-deck blijft ook voor gebruik in de auto corpus non grata. Diegenen die een digitale geluidsdrager voor gebruik in de auto zoeken, zijn met DCC beter uit, omdat de cd in die omgeving nogal kwetsbaar is en snel vuil en beschadigd wordt. Bovendien kunnen de plastic doosjes tijdens het rijden niet gemakkelijk worden geopend en zijn veel (elektronische) opbergsystemen in o.a. de kofferbak van de auto niet ideaal: het lukt mij althans niet om die zilveren schijfjes krasvrij te houden, terwijl door de sterk wisselende temperaturen gemakkelijk condensvorming ontstaat en aftastproblemen optreden (al moet ik zeggen dat de Sony-spelers daarvan weinig last hebben).
In de naaste toekomst kan dcc tot een medium uitgroeien dat qua klank wèl van de cd verschilt. Want de cd zit gevangen in het nauwkeurig gespecificeerde en genormeerde 16 bits protocol, en dat geldt in principe voor dcc niet. Decca, Philips, DG enz. kunnen probleemloos de muziek in 18 tot 20 bits registreren en met behulp van PASC praktisch ongeschonden op dcc uitbrengen. De Symphonie fantastique wordt dan in twee formaten uitgebracht: cd (16 bits) en dcc (18 bits). En gegarandeerd dat je het verschil hóórt. Een dergelijke ontwikkeling kan minidisc op nog grotere (klank)achterstand zetten. Maar laten we niet te vroeg klagen, want bij Sony leunt men ook niet gelukzalig achterover en zullen verdere verbeteringen in o.a. het ATRAC-coderingssysteem heus niet uitblijven. Hoe dan ook, dcc biedt ook in het voorbespeelde digitale domein zeker voldoende mogelijkheden, waarbij de muziekliefhebber zich niet hoeft af te vragen hoe Philips denkt om te gaan met de mogelijke concurrentie in eigen huis (dcc t.o.v. cd!) Het PASC-coderingssysteem kan misschien ook op het cd-formaat worden losgelaten, maar ik vermoed dat het dan eerder om de veel langere speelduur (tot vijf uur?) dan om de verbetering van de weergave zal gaan. Als er al een platenmerk zal zijn dat voor pakweg ƒ50,- een kunstprestatie van vijf uur (Wagner-adepten opgelet!) op dat schijfje zal zetten... In de populaire sector al helemaal niet, want menige artiest blijkt er nu al moeite mee te hebben om 45 minuten vol te zingen... Dit alles overziende is er dus geen enkele reden om dcc als tweederangsmedium af te schilderen, waarvan de toekomst in de meest zwartgallige bewoordingen moet worden geschilderd. Hetgeen niet wegneemt dat Philips e.a. best wat meer werk van de voortrekkersrol mogen maken: de winkelschappen met voorbespeelde en onbespeelde dcc's zijn nog steeds met een lantaarntje te zoeken en als ze er zijn, moedigt het assortiment bepaald niet aan tot kopen.

Resumé

Dit Philips-assortiment biedt goede kwaliteit in een degelijke jas en zal de serieuze muziekliefhebber zeker niet teleurstellen. In- en uitwendig is sprake van een zorgvuldige bouw die gericht is op langdurige en probleemloze werking. Het mini-systeem FW 91 (incl. dcc-deck 91/450!) is zeker niet te duur, wanneer de prestaties in ogenschouw worden genomen. De sterk in prijs verlaagde DCC 900 krijgt van mij in het digitale domein een dikke voldoende. Kortom, een prettige kennismaking met een paar echte raspaardjes uit de Philips-stal.



__________________________________
PHILIPS: FW 91 mini-systeem ƒ2.500,-
DCC 130 portable dcc-speler ƒ1.000,-
DCC 900 stationaire dcc-speler ƒ1.200,-
DCC 450 stationaire dcc-speler ƒ1.000,-

FABRIKANT/IMPORTEUR: Philips Nederland bv, Eindhoven


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links