Audio-apparatuur

18-bit technologie van Philips:

DCC-951 dcc-deck

 

© Aart van der Wal, maart 1995

 

Philips kwam onlangs met een heus 18 bit dcc-deck op de markt, waarmee niet alleen eigen 18 bit opnamen kunnen worden gemaakt en weergegeven, maar dat met de door de verschillende platenmaatschappijen reeds uitgebrachte en nog uit te brengen 18 bit digitale compact cassettes de geluidskwaliteit van de (16 bit) cd vrij gemakkelijk overtreft. Uiteraard is dit deck ook geschikt voor het weergeven van voorbespeelde 16 bit dcc-cassettes en analoge casettes met Dolby B/C. Er is weer ècht iets nieuws onder de zon!


Bij de introductie van de cd werd het van de daken geschreeuwd: de cd biedt studiokwaliteit, wat inhoudt dat wij thuis van dezelfde geluidskwaliteit kunnen genieten als oorspronkelijk in de opnamentudio werd vastgelegd. Los van de vraag of die kwaliteit bevalt of niet en of thuis dezelfde weergave-apparatuur wordt gebruikt als toen in die studio: er is geen verschil. Sinds de komst van de eerste generatie cd-spelers, zo'n tien jaar geleden, weten we natuurlijk dat het zo simpel allemaal niet ligt en dat zelfs de beste speler en de meest geavanceerde technieken (waaronder Noise Shaping, Super Bit Mapping, Original-Image Bit-Processing) niets kunnen veranderen aan het keurslijf, waarin iedere cd nog steeds wordt geperst: dat van de geprotocolleerde 16 bit. Al plaats je bij wijze van spreken vier 20 bit digitaal/analoog-omzetters achter elkaar! De fabrikanten van cd-spelers en met name d/a-converters doen er alweer meer dan een decennium echt alles aan om het conversie-raster zo fijnmazig mogelijk te maken om zowel een zo groot mogelijke nauwkeurigheid als een zo hoog mogelijke resolutie te bereiken; en dit natuurlijk in samenhang met een maximale foutbeveiliging en foutcorrectie. Het gehoormatige verschil tussen die eerste generatie en de spelers die nu op de markt zijn, is dan ook meer dan levensgroot en het einde van die ontwikkeling is nog niet in zicht. Al worden de stapjes vooruit vanzelfsprekend steeds marginaler. Maar ook de digitale techniek in en rond de opnamentudio schrijdt voort: Sony's SBM, DG's 4-D, Philips' Bitstream, enz.

Nieuwe 18 bit technologie

Zoals bekend is dcc voornamelijk gestoeld op PASC data-reductie, een techniek die in deze kolommen al eerder uitvoerig aan de orde is geweest. Wat voor de cd althans commercieel nog niet mogelijk is, blijkt voor dcc geen beletsel te zijn: de voor de 18 bit technologie vereiste extra informatie kan probleemloos in de ruime digitale voorraadschuur van dit medium een plaatsje vinden, zonder dat er hoorbare verliezen optreden. Het zojuist uitgekomen DCC-951 deck van Philips werd ontwikkeld als de opvolger van de 16 bit DCC-900 en paart een inwendige 24 bit resolutie aan het 18 bit formaat voor opname/weergave. Het resultaat is ongehoord: de door Decca uitgebrachte 18 bit digitale compact cassettes laten ogenblikkelijk horen dat deze nieuwe technologie bepaald geen flauwekul is. En daarvoor is geen esoterische high-end (whatever it means) installatie nodig. Nee, op 'gewone', zeg maar doorsnee-apparatuur, is onmiddellijk het kwaliteitsverschil met de cd herkenbaar. En ik durf hier het woord 'kwaliteit' en niet 'klank' in de mond te nemen, omdat het klankverschil onomstotelijk een kwaliteitsverbetering inhoudt. Er is meer ruimte rondom het instrument en de zangstem, het toucher wint aan duidelijkheid, de articulatie is pregnanter en het geluidsbeeld is nog sprankelender en luchtiger. Dat het kwaliteitsverschil tussen 18 bit dcc en 16 bit cd groter wordt naarmate ook de kwaliteit van de weergave-apparatuur in stijgende lijn is, spreekt natuurlijk voor zich. De superioriteit kwam het beste tot zijn recht bij beluistering van een elektrostatische hoofdtelefoon: na enige malen a/b schakelen tussen dcc en cd hield ik het voor gezien en gehoord, zo geboeid als ik was door het Bartoli/Schiff recital in het 18 bit formaat. Wat tijdens de vergelijking tussen dcc en cd vooral opviel was het bekende gaasgordijn dat over de cd leek te liggen. De cd rond meer af, biedt zacht vervloeiende lijnen, als een lens die niet geheel scherp kan worden gesteld. De dcc daarentegen levert een zeer scherp, contourrijk focus zonder een zweem van scherpte, waarbij de luisteraar meer dan ooit bij de opname wordt betrokken. Muzikaal is dit veel belangrijker dan het waarnemen van de geringste ademzucht of klepgeluiden bij de houtblazers.

18 bit alleen voor dcc?

Het lijkt mij (vooralsnog? want je weet maar nooit!) dat voor minidisc de 18 bit technologie evenmin is weggelegd. De aard en de omvang van de aan dit formaat inherente, zeer beperkte gegevensruimte leidt tot onvermijdelijk tot zeer aanzienlijke data-reductie en is het alleen al om die reden volslagen onmogelijk om de 18 bit technologie op het minidisc-systeem te projecteren. Het is toch al niet minder dan een heksetoer van Sony om zoveel fraai klinkende muziek op zo'n gering formaat onder te brengen. Voor Laserdisc geldt grosso modo hetzelfde als voor de cd, terwijl de kwaliteitsverbetering van DAT voorlopig moet worden gevonden in de dubbele snelheid (96 i.p.v. 48 kHz) of Super Bit Mapping. Maar dan tegen prijzen die in ieder geval (nog) aanzienlijk hoger liggen dan dcc. Terwijl DAT bovendien de steun niet heeft van de platenmaatschappijen en op de consumentenmarkt geen echt graag geziene gast is. Zo bezien is dcc voorbestemd om in het domein van pure 18 bit althans voorlopig alleenheerser te blijven. De concurrentie zou op kortere termijn alleen van de cd kunnen komen, mits er niet alleen op de cd met een speelduur van maximaal ca. 70 minuten voldoende ruimte kan worden gevonden voor de voor 18 bit benodigde, veel grotere datastroom en er cd-spelers komen, die de grotere dichtheid aan informatie aankunnen. Waarbij ik natuurlijk niet uitsluit dat ook voor de cd uiteindelijk een soort PASC-codering toepasbaar wordt en dat we over weer tien jaar enigszins minzaam neerkijken op de cd en de topklasse-spelers van vandaag...

Hebben méér bits zin?

Vooropgesteld dat 18 bit nauwkeurig en zonder verliezen kan worden verwerkt, ziet Philips niet in dat met 20 tot 24 bit op het gehoor nog verdere vooruitgang kan worden geboekt. Uit uitgebreid fysiologisch onderzoek blijkt namelijk dat voor ons gehoor de waarnemingsgrens bij 18 bit ligt: een verdere verhoging levert geen hoorbare kwaliteitswinst nog op. Ik heb het zelf niet kunnen controleren, met het zou mij niet verbazen dat het inderdaad zo is.

Functies

Naast een analoge in- en uitgang zijn er twee digitale in- en uitgangen (coax en optisch), bemonsteringsfrequenties 32, 44,1 en 48 kHz. De ESI-bus zorgt voor de communicatie met andere componenten uit de Philips 900 serie. De regelbare uitgang voor de hoofdtelefoon heeft een plezierig ruim bereik en de handzame, lichtgewicht afstandbediening spreekt gemakkelijk aan.
Er is een uitgebreide tekstfunctie om titels in te voeren. Per titel kunnen op iedere willekeurige plaats op de band maximaal 40 tekens worden ingevoerd. Met de cijfertoetsen van de afstandbediening is dit in een oogwenk gebeurd.
Nadat de opname is gemaakt, wordt automatisch een stopmarkering op de band aangebracht. Wanneer u later een nieuwe opname wilt maken, zonder dat de vorige gewist mag worden, kan met de append-toets die markering worden teruggevonden: de laatste tien seconden van de laatste opname worden eerst afgespeeld, waarna het deck automatisch de opnamentand (record pause) kiest.
Vergeleken met het voorgaande model, de DCC900, is de snelspoelfunctie behoorlijk verbeterd: 2x45 minuten band wordt in nog geen minuut op- of afgespoeld, waarbij het mechanisme zo is ingeregeld dat een paar minuten voordat het einde van de band wordt bereikt de vertraging in werking treedt en de band niet met een forse klap tot stilstand komt. Ook het opzoeken van de gewenste track verloopt nu zeer snel en de benodigde informatie wordt vrijwel onmiddelijk op het display zichtbaar.

Analoge opnamen

Om een mogelijk misverstand weg te nemen: op een dcc-deck kunnen met "gewone" (mc)bandjes geen opnamen worden gemaakt, doch wel worden weergegeven. Voor analoge opnamen moeten dus ook de (duurdere!) dcc-bandjes worden gebruikt. Dat verloopt probleemloos, al miste ik wel de vertrouwde uitsturingsmeters. Philips heeft voor deze opzet gekozen, omdat bij het kopiëren van digitale opnamen (via de optische of coax digital input) het opnamenterkteniveau automatisch door de te kopiëren digitale bron wordt bepaald (ook worden dan automatisch alle (sub)codes van die digitale bron overgenomen en op de dcc-band gezet).

Het sterkteniveau voor een analoge opname wordt ingesteld met de record level +/- toets. Op het display kan de opnamenterkte worden afgelezen. Aanpassing geschiedt in maximaal 14 stappen. Philips raadt aan om een waarde tussen 9 en 12 dB te kiezen en dat blijkt in de praktijk aardig te kloppen. Het lijkt wel lastig, maar het went snel, terwijl de variatie in opnamenterkte in de praktijk meestal vrij gering is. Bovendien is het mogelijk om de gekozen opnamenterkte voor de verschillende bronnen (cd, tuner, aux) in het geheugen op te slaan. Dolby B en C ontbreken uiteraard niet.

Eigen opname

De microfoon-ingang stelt u in staat om zelf 18 bit opnamen van professionele studiokwaliteit te maken. Mits niet op de microfoon wordt bezuinigd en een bescheiden mengpaneeltje (bijv. van Nakamichi) wordt aangeschaft, kan het resultaat indrukwekkend zijn. Ik maakte op deze wijze onlangs een opname van een piano-recital en haalde met slechts een microfoon een fabuleus resultaat: de zes (deskundige!) toehoorders meenden met een zeer geslaagde, commerciële opname van doen te hebben... Maar laat ik er haastig aan toevoegen dat dit echt niet mijn verdienste is! Dankzij de hoge resolutie, het extreem laag ruisniveau en de aanzienlijk grotere headroom van het 18 bit systeem is het zelf maken van een kwaliteitsopname geen heksetoer meer.

Metingen

Het digitale deel laat exemplarische resultaten zien: de lineariteit van de beide kanalen is binnen de gehele audioband nagenoeg perfect, ook op de zeer lage niveau's. De vervorming is nauwelijks meetbaar en het stoorniveau is dermate laag dat ik niet verder kwam dan 90 dB (Philips specificeert 105 dB en dat zal dus best kloppen). Ook via de microfooningang puur professionele resultaten: het dynamische bereik is zeer groot (bij 15 kHz -25 dB), de ruisafstand ligt op niet minder dan -85 dB, met een frequentiekarakteristiek die van 10 tot 20 kHz zo recht is als een lineaal. Over wow en flutter hoef ik het in het digitale domein natuurlijk niet te hebben: die zijn er dankzij de kwartsklok gewoon niet.

Het analoge deel laat minder spectaculaire resultaten zien: ruisafstand bij ferro -66 dB (Dolby B) en -72 dB (Dolby C); bij chroom achtereenvolgens -65 dB en -74 dB. Overspraak links -58,5 dB en rechts -56 dB. Wow en flutter zijn hoger dan gespecificeerd: de piekwaarde lag tijdens het "inrijden" bij 0,1 % (gespecificeerd 0,05 %), maar verbeterde tenslotte tot 0,09 %. De snelheidsafwijking is volstrekt verwaarloosbaar. De afspeelkarakteristiek tot 18 kHz voor ferro en chroom klopte vrij aardig met de IEC-norm, al viel er tussen 5 en 12 kHz een kleine afwijking te signaleren. Voorbespeelde musicassettes klonken vol leven, sprankelend en fris. Het stereobeeld was stabiel, zonder faseverschuivingen, de weergave van o.a. klarinet en piano bleef strak en solide.

Conclusie

De weergave van (goede!) 18 bit-opnamen met dit 18 bit-deck is superieur aan die van de "gewone" cd, ld, md, DAT én natuurlijk de 16 bit DCC-900. Polygram zond mij zowel de dcc-cassettes als de cd's met dezelfde opnamen en dan blijkt dat 18 bit dcc (vreemd dat Decca dit niet op de doosjes vermeldt) vrij gemakkelijk de meerdere is van de cd: er is een grotere rijkdom aan details, de transparantie is toegenomen, de contouren worden scherper getrokken en de klank is ook fraaier, nog overtuigender, met als extra bonus een wel zeer solide laagweergave (piano!). Maar nogmaals: áls de opname ook echt goed is! De dcc-cassette met de werken van Brahms en Schoenberg viel qua opname zelfs behoorlijk tegen, met een dikke, vette en soms scherpe (strijkers)klank. Maar als de sterren goed staan, biedt 18 bit een fabuleus uitzicht op de muzikale prestaties. Nee, dat biedt het (huidige!) cd-formaat met zelfs de beste cd-spelers toch niet. De DCC-951 is voor mij dus nu al het snoepje van het jaar en tegen een uiterst schappelijke prijs!


________________________________________
Beluisterde opnamen:
Rachmaninov, Skrjabin, Prokofjev: pianosonates.
Peter Jablonksi (piano).
Decca 440281-2 (cd) en 440281-5 (dcc).

Beethoven/Schubert: Italiaanse liederen.
Cecilia Bartoli (mezzo-sopraan), Andras Schiff (piano).
Decca 440297-2 (cd) en 440297-5 (dcc).

Brahms: Symfonie nr. 3 in F, op. 90.
Schoenberg: Kammersinfonie nr. 1, op. 9.
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Riccardo Chailly.
Decca 436466-2 (cd) en 436466-5 (dcc).

Fabrikant/importeur: Philips Nederland b.v., Eindhoven
Prijs: fl. 1.000,- (minus psychologische gulden)


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links