Audio-apparatuur

Musical Fidelity:

Elektra serie

en

A2 klasse A versterker

 

© 1997 Aart van der Wal

 

Antony Michaelson, de oprichter van Musical Fidelity, is zo'n typisch kleurrijke en eigenzinnige Engelsman die wars is van iedere conventie en bij voorkeur platgetreden paden vermijdt. De vergelijking met Quads Peter Walker is hier niet misplaatst. Evenals Good Old Peter (saxofoon en fluit) bespeelt Antony niet onverdienstelijk een instrument: hij studeerde klassieke klarinet aan het Londense Trinity College of Music en werd voor zijn vakmanschap eervol onderscheiden. Onlangs kwam zelfs een cd uit met zijn bijdrage aan Mozarts klarinetkwintet! Het zakelijke avontuur begon met de oprichting van het bedrijf in 1982 in Londen, met een startkapitaal van tachtig pond. Het daverende succes van de aan de keukentafel ontworpen en gemaakte† "The Preamp" voorversterker deed hem echter al snel naar de wat ruimere garage verhuizen. Daar werd een kleine werkplaats ingericht die ook al snel uit zijn voegen barstte. Antony moest kiezen: of overdag werken in een automatiseringsbedrijf en 's avonds en in de weekeinden versterkers bouwen, of de grote sprong wagen naar een onzeker bestaan als fabrikant van audioproducten. Het werd het laatste en dat bleek geen verkeerde keuze. Vandaag de dag is Musical Fidelity met zo'n 60 medewerkers gevestigd in Wembley, Middlesex in een pand van ruim 2000 vierkante meter. Van de totale omzet wordt 80% naar meer dan 25 landen geŽxporteerd. Maar het belangrijkste is wel dat het hobbyisme is gebleven!†††

Mijn belangstelling voor Musical Fidelity werd vooral aangewakkerd door de zevenklapper uit '96: de X 10-D buffertrap die tussen cd-speler en versterker wordt verbonden (besproken in het novembernummer, pag. 69). Een nadere kennismaking met de Elektra-serie en de A2 klasse A versterker lag dan ook voor de hand. Te meer, omdat het merk bij de internationale vakpers hoog staat aangeschreven en ik altijd al een zwak voor Engelse HiFi heb gehad. Want ondanks de elektronische lawines uit Japan, Korea, China,† MaleisiŽ en Singapore waren de Engelse ontwerpers en fabrikanten - tegen de verdrukking in - steeds weer op zoek naar naar dat eigenzinnige, soms ook uitgesproken avontuurlijke element dat HiFi uittilt boven de talloze eenheidsworsten uit het Verre-Oosten die in de meeste huiskamers staan te pronken. Zonder dat er - zoals bij met name de Duitse produkten het geval is -† exorbitante bedragen voor over de toonbank hoeven te gaan. En laten we eerlijk zijn: de echte baanbrekers op het gebied van versterkers en luidsprekers vinden we toch in het wat stijve en soms zeer traditionele Albion: de lijst met de namen die bij de ontwikkeling van High Fidelity een essentiŽle rol hebben gespeeld en nóg spelen is te lang om hier op te sommen.

Elektra E101 geÔntegreerde versterker

Zoals alle componenten in deze serie schuilt er achter het glanzend-zwarte front met chique goudkleurige belettering elektronica van hoge kwaliteit. Zo zien we een forse toroÔde trafo, MosFets in parallel met bipolaire TIP31C's, stevige† elektrolytische condensatoren en een discreet opgebouwd voorversterkerdeel. De enige IC die ik kon vinden bevindt zich in de pick-up mm voorversterker. Net als bij de door mij gerecenseerde Luxman A-384 zie je dat alle signaalwegen worden teruggevoerd naar een gemeenschappelijk aardpunt.

Het opgegeven vermogen (2 x 60 W aan 8 Ohm) wordt keurig waargemaakt: met beide kanalen aangestuurd kwam ik bij 320 mV input op links 61 en rechts 60 W. Hoofdzaak is dat het vermogen over de gehele audioband geen enkele inzinking vertoont (in de meeste fabrieksspecificaties komt dit o zo belangrijke aspect niet aan bod). De frequentiecurve binnen de audioband is zo recht als een lineaal. De eerste afwijking verschijnt pas bij 8 Hz en 32 kHz en die is dan nog maar 0,6 dB in het diepste laag en 0,8 dB in het extreme hoog. Goede cijfers ook voor ruisafstand (lijn 100 dB en phono 71 dB), overspraak (67 dB). De E10 versterker had nog last van ongewenste overspraakcomponenten tussen 15 en 20 kHz, maar de E101 is 'schoon' binnen de gehele audioband. De ontwerper heeft aan dit aspect ongetwijfeld extra aandacht besteed. De RIAA correctie in het laag is niet helemaal volgens† de laatste aanpassing van de IEC norm, maar blijft in het hoog binnen 0,4 dB.

Er zijn zes vergulde cinch-ingangen (5 x lijn, 1 x phono mm), twee vergulde RECORD OUT cinch-uitgangen, een aardingsklem en één paar luidsprekeruitgangen. De netsteker wordt los bijgeleverd. Aan de voorzijde bevindt zich in het midden van het glanzende paneel de geprononceerde volumeregelaar. Rechts zien we de TAPE 1 MONITOR toets en de schakelknop voor de ingangskeuze (phono/cd/tuner/aux/tape1/tape2). De uitgang voor hoofdtelefoon is héél eigenwijs aan de linker zijde aangebracht. Blijkbaar om het fraaie uiterlijk van het frontpaneel niet aan te tasten. De rode leds zijn niet opdringerig, maar wel duidelijk. De E101 is een typische A/B versterker en qua plaatsing niet veeleisend. Bij normaal gebruik wordt het apparaat niet meer dan handwarm.

De muzikale aspiraties van Mr. Michaelson worden volledig waargemaakt. Een evenwichtige klank, rustig en voornaam, zonder details die ten onrechte de aandacht opeisen, maar alles fraai geïntegreerd zonder pieken en dalen. Het ragfijne midden en hoog laten strijkers en houtblazers mooi opbloeien, terwijl het laag strak en volumineus is, met een hecht fundament. De voor de vergelijking gebruikte Van Medevoort MA222 versterker en ook de hieronder besproken A2 laten in het midden/hoog en in het laag iets meer details horen, maar dan wel in combinatie met de door mij gebruikte luidsprekers en overige apparatuur.

Elektra E601 cd-speler

Van de meeste cd-spelers in de prijsklasse tussen vijfhonderd en vijftienhonderd gulden kun je niet veel meer zeggen dan dat het allemaal voortreffelijk klinkt. Dit staat dus gelijk aan het intrappen van een open deur. Ik heb al eens uitgelegd hoe dit komt. De E601 hanteert het bitstream principe en daarom verbaasde het mij enigszins dat op de zéér zachte niveau's van rond -80 dB de scoop duidelijk ruispieken liet zien. Die zijn gehoormatig niet te ontdekken, maar dat geldt uiteraard niet voor de aangesloten apparatuur. Ik moet er eerlijkheidshalve bij vermelden dat ik er werkelijk geen idee van heb of die ruispieken überhaupt enig effect kùnnen hebben. De maximale uitgangsspanning was iets lager dan de opgegeven 2 V, maar met 1,9 V en aangesloten op de gelukkig niet zéér gevoelige E101 versterkeringang (300 mV) hoeft u tenminste de volumeregelaar op de versterker niet schrikkerig te bedienen. In tegenstelling tot de overige apparatuur van de Elektra-serie zijn de uitgangen niet verguld, maar van nikkel. Hier hebben de Japanners trouwens de hand in gehad! Naast de gebruikelijke analoge uitgang zijn er twee digitale uitgangen (1x coax, 1x optisch).

Dat de speler over vele afspeel- en programmeerfuncties beschikt gelooft u natuurlijk wel. Ik noem de belangrijkste: Reverse, Auto-Space, Index, Program, Call, Random, Intro. Het display kan naar smaak worden gedimd.

Het klankbeeld is open en helder, met een duidelijk stereobeeld en goede plaatsing van zangsolisten en instrumenten. De gebruikelijke orkestopstelling wordt realistisch afgebeeld. Strijkers en piano worden fraai weergegeven, breed en vol. Bepaalde details komen niet zo geprofileerd uit de verf als bij aanmerkelijk duurdere spelers, maar daaraan hoeft muzikaal niet al te veel waarde aan te worden gehecht. Bij contemporaine muziek, met veel slagwerk en scherp afgebakende ritmiek, en dan alleen via topklasse luidsprekers is te merken dat het nóg beter kan. Maar... ik kon het niet laten en sloot Musical Fidelity's X 10-D buffertrap aan. Het resultaat was weer verbluffend: méér diepte en details, een nog strakker laag en met een volume (niet de luidheid!) dat mij letterlijk in Rachmaninovs Derde Pianoconcert (Ashkenazy/KCO/Haitink) onderdompelde. Dat blijkt al bij de beginakkoorden van de piano.

Elektra E50 FM tuner

Natuurlijk biedt deze FM tuner (MG/LG ontbreken) het bedieningsgemak dat we vandaag de dag de normaalste zaak van de wereld vinden. Het is ook wel èrg lang geleden: die knarsende afstemknop van de Quad FM 3 met de oplichtende lampjes als goed was afgestemd... Er kunnen totaal 20 voorkeuzezenders worden ingesteld en dat is werkelijk een fluitje van een cent. Er kan natuurlijk automatisch of handmatig worden afgestemd, er is een afstemindicator en een mono/stereo-schakeling. Het duidelijke display toont alle wezenlijke functies en rond het fraaie geheel af. Aan de achterzijde vinden we natuurlijk de uitgang naar de (voor)versterker en de standaard 75 Ohm antenne-ingang.

Als met een goede tuner via 'de kabel' op diverse locaties wordt geluisterd is het werkelijk stuitend om te constateren hoe sterk de signaalkwaliteit per gebied kan verschillen. Dan heb ik het niet over bijgeluiden in de vorm van brom, gefluit en getjilp, maar over de muzikale kwaliteit. Ik denk dat een paar goede Revox-ontvangers in het kopstation en wat meer aandacht voor bekabeling en verdelers al veel narigheid zullen wegnemen. Aan deze E50 ligt het in ieder geval niet en met een eigen zolder- of buitenantenne kunnen veel zenders in vrijwel onberispelijke studiokwaliteit worden ontvangen. Rond 10 kHz vond ik de klank wat afgerond, een fractie minder geprofileerd en open, indien vergeleken met een topklasse-tuner. Zonder voor eigen parochie te willen prediken: dit is in ieder geval zo'n tuner die het klankverschil tussen Radio 4 en Concert Radio soms wel èrg duidelijk etaleert. Dezelfde cd-opname die door Concert Radio wordt uitgezonden, blijkt dan in mijn ontvangstgebied hoorbaar beter uit de verf te komen.

A2 klasse A geïntegreerde versterker

De A2 maakt geen deel uit van de Elektra-serie en is de logische opvolger van de oorspronkelijk als High-End ontworpen A1 versterker. High-End: what's in a name?

Dat een klasse A versterker per definitie beter is dan een klasse A/B versterker is overigens klinkklare nonsens. Net zo min is een buizenversterker a priori beter dan een solid state transistorversterker. Die eeuwige strijd tussen buis en halfgeleider, het zoveelste Audio-kerkje... Het zegt allemaal even veel of even weinig als dat eigenheimers lekkerder zijn dan bintjes. Ik kan u misschien uitleggen wat de elektronische verschillen zijn tussen klasse A en klasse A/B versterkers, maar dat is een vrij lastig te beschrijven materie en geheid dat ik weer door minder rekkelijken op de vingers zal worden getikt. Vooruit, ik neem dat op de koop toe. Bij klasse A is de ruststroom zodanig ingesteld dat de toppen van de te versterken wisselspanning in de buurt van de maximale en minimale Ic (bij buizen Ia) uitkomen. Als de stroom in de buurt van de 0 komt, is een klein deel van de karakteristiek niet lineair. Door het werkpunt echter iets omhoog te verschuiven wordt het meest rechte (lineaire) deel van de karakteristiek maximaal benut. Het maakt niet uit of de schakeling wel of niet wordt belast: ongeacht de mate van uitsturing zal de ruststroom binnen het werkgebied niet veranderen. De warmte-ontwikkeling in de eindtorren of buizen verandert niet of nauwelijks met de belasting/vermogensafgifte binnen dit werkgebied. Het bezwaar van A versterking is dat de hoge ruststroom altijd aanwezig is: of de volumeregelaar nu open of dicht staat, wel of niet een signaal naar de luidsprekers wordt gestuurd. De warmte-ontwikkeling kan enorm zijn, of de versterker nu wel of niet in bedrijf is. Versterkers in klasse A hebben door de (zeer) hoge bedrijfstemperatuur in beginsel een kortere levensduur dan versterkers in klasse A/B. Het is dan ook het beste om een klasse A versterker uit te zetten als er niet wordt geluisterd. Veel in en uitschakelen heeft op den duur echter weer nadelige gevolgen voor o.a. veel typen elektrolytische condensatoren. Ik hoor het Henri van Hessen in de jaren zestig nog zeggen: "een versterker slijt niet van aanstaan, maar wel van veelvuldig aan en uitschakelen".†††

Het bezwaar van A/B versterking is dat het niet-lineaire deel van de karakteristiek wŤl wordt benut (op het punt dat A overgaat in B). De geringste afwijking geeft onmiddellijk ongerechtigheden in de nuldoorgang. Puur theoretisch gezien kan de narigheid worden voorkomen als de eindtrap geheel complementair is uitgevoerd en de eind- en aansturingstransistoren precies elkaars spiegelbeeld zijn. In klasse A/B is de vermogensdissipatie in de eindtrap tot een zekere waarde constant: daarboven is deze afhankelijk van de omvang van de uitsturing en de waarde van de belasting. Sommige A/B versterkerfabrikanten claimen ten onrechte klasse A versterking, maar een simpele voltmeter over een van de collector-weerstanden geeft daarover onmiddellijk uitsluitsel. Dergelijke versterkers leveren hooguit een paar Watt in klasse A. Als de stroom belangrijk hoger wordt na het aansluiten van een belastingsweerstand en toevoeren van het signaal tot maximum vermogen is van klasse A in mijn beleving sowieso al geen sprake.††††

Watts en Waanzin

In klasse A is per kanaal 2 x 25 W aan 8 Ohm beschikbaar. Dat lijkt weinig, maar laat u zich niet van de wijs brengen. Het vermogensverschil (uitgedrukt in dB) tussen een 50 en 100 W versterker is slechts 3 dB. En als u dan ook nog weet dat we in het gunstige geval een verschil van 1 dB kunnen waarnemen, weet u dus gelijk dat die dikgedrukte vermogensspecificaties meer waarde hebben voor de verkoop dan voor de muzikale weergave in onze gemiddelde huiskamer van ca. 40 m2.. Die paar dB's minder of meer hebben voor onze muziekbeleving geen enkele betekenis. Een goed ontworpen versterker van 2 x 25 W (zoals deze A2) zal bij de weergave van de felste sopraan bovendien geen krimp geven. Het is in het algemeen veel zinniger om kritisch de gevoeligheid van de (te kiezen) luidsprekers in ogenschouw te nemen, omdat daar de grootste vermogenswinst ligt. En die is nog gratis ook! Een voorbeeld is deze A2 versterker van 2 x 25 W. Aangesloten op twee luidsprekers met een gevoeligheid van 89 dB kan ruim beneden het clipping-niveau een maximale geluidsdruk worden opgebouwd van ca.103 dB. Met twee luidsprekers met een gevoeligheid van 'slechts' 85 dB wordt een geluidsdruk van maximaal ca. 100 dB bereikt. Dat leunt tegen de pijngrens aan! Ik heb uit een door Jaap de Jong ontworpen buizenversterker van slechts 2 x 15 W de meest goddelijke klanken op afgrijselijk luide niveau's gehoord, dus waarover hebben we het dan eigenlijk?†††††

Doopceel

De blokgolf laat zien dat de A2 onvoorwaardelijk stabiel is bij iedere belasting. Dat zegt ook iets over de gemakkelijke verwerking van grote stromen. De ruisafstanden zijn uitstekend met op phono mm 72 dB en op lijn 102 dB. De overspraak slingert tussen 58 en 65 dB, met binnen de audioband een alleszins acceptabele, gemiddelde waarde van rond de 63 dB. De vervorming is weer extreem laag en de gevoeligheid van de lijningang is keurig 300 mV. Er zijn zes vergulde cinch-ingangen (5 x lijn, 1 x phono mm), twee vergulde RECORD OUT cinch-uitgangen, een aardingsklem en één paar luidsprekeruitgangen. De netsteker wordt los bijgeleverd. Aan de voorzijde bevindt zich in het midden van het glanzende paneel de geprononceerde volumeregelaar. Rechts zien we de TAPE 1 MONITOR toets en de schakelknop voor de ingangskeuze (phono/cd/tuner/aux/tape1/tape2). De rode leds zijn beschaafd toegepast: de kerstverlichting ontbreekt gelukkig. Een uitgang voor hoofdtelefoon ontbreekt.

Klank

Ruud Janssen stuurde me enige tijd geleden een orgelopname van klasse (Fidelio Prestant 6604: Wouter van den Broek bespeelt het orgel van de Grote of St. Nicolaaskerk te Vollenhove in werken van Sweelinck, Van Noordt, Scheidemann, Böhm en Bach). De Werckmeister-stemming (ais=440 Hz) is voor opname- én weergaveapparatuur extra kritisch. Dit is weer zo'n cd waarmee je al te optimistische fabrikanten van High Fidelity-apparatuur onmiddellijk het zwijgen kunt opleggen. De A2 laat dan horen waartoe hij in staat is en dat is niet misselijk. Sonoor, rijk, diep, zeer gedetailleerd en vooral: gemakkelijk. Het hoofd- en rugwerk komt levensecht de huiskamer binnenstromen, de pedaalregisters zijn zeer goed geprofileerd. Mixturen worden niet rommelig, de Prestant en Fluiten missen scherpte, maar niet hun pregnantie, Cornet en Trompet hebben dat heerlijke, ranzige randje. Ook andere opnamen (groot orkest, kamermuziek en solorepertoire) laten horen dat de A2 uitermate schappelijk is geprijsd voor wat hij biedt. Met een ook in huis zijnde topklasser van Sphinx (de Myth 5) was er slechts een marginaal verschil ten gunste van Sphinx te ontdekken. Dat vind ik een prestatie van de bovenste plank.

Waarschuwing

Alvorens tot aanschaf aan te gaan moet u zich goed realiseren dat de A2 zéér warm wordt. U weet wel, het bekende eitje dat u erop kunt bakken. Deze klasse A versterker moet dus bij voorkeur apart worden opgesteld, met voldoende ruimte aan alle kanten om afdoende ventilatie te verzekeren. Als u de A2 wilt integreren in een stereo-toren dient de versterker altijd bovenop te staan!

Conclusie

Alle componenten van de Elektra-serie bieden muziekweergave en bedieningsgemak van hoog niveau voor een mijns inziens aantrekkelijke prijs. De typisch Engelse degelijkheid, de traditioneel goede nazorg van de importeur (met eigen servicedienst!) en de uitstekende productbegeleiding (ook gestoeld op eigen ervaring!) laten u niet in de muzikale kou staan. Dit is wel wat anders dan de bekende dozenschuiverij!

De A2 is een echte klasse A versterker die, vergeleken met de E101, nog een stapje hoger klimt en ook qua uiterlijk en innerlijk uitstekend met de Elektra-serie harmonieert. U dient dan wel minstens over topklasse luidsprekers te beschikken om de geringe verschillen tussen de E101 en deze A2 in het midden/hoog en laag hoorbaar te maken. Maar hoe gering ook, ze zijn er wel! Dat is nu het leuke van HiFi: het zijn in de kwalitatief hogere regionen meestal maar kleine stapjes (die relatief veel geld kosten) vooruit, maar het geeft enorm veel vreugde als ze boven water komen. Het 'a ha Erlebnis' zogezegd!

Importeur: Viertron, Barendrecht (0180 618355)


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links