Audio-apparatuur

Minisets:

JVC CA-MX44BK
TECHNICS SC-CH550
DENON 250

© Aart van der Wal, mei 1993

 

Zowel uit het spreekuur als uit de post blijkt een groeiende belangstelling voor tamelijk bescheiden geprijsde mini-sets. Ook de handel signaleert een stijgende vraag en dus is er aanleiding om enige sets eens aan de tand te voelen. Die van JVC en Technics passen in de lagere prijscategorie van rond de 1500 gulden. De Denon-set kost weliswaar 3000 gulden en daardoor aanmerkelijk duurder, maar is ook de kwalitatieve hoogvlieger in dit gezelschap en komt vooral in aanmerking wanneer wel de beschikbar ruimte, maar niet de prijs het grootste beletsel vormt.

Voordelen

De componenten van zo'n set zijn zowel uiterlijk als innerlijk op elkaar afgestemd en dit betekent in de praktijk dat de set binnen een paar minuten bedrijfsklaar is. Bij sommige modellen is het kabeloerwoud vervangen door een paar platte insteekpluggen en slechts een netsnoer. Het ene merk levert ook nog (bijpassende) luidsprekers, het andere laat de keuze geheel aan de koper over. Dankzij de zeer bescheiden afmetingen is er voor zo'n complete set altijd wel een goed plaatsje te vinden. Kortom, geen sta-in-de-weg, maar een handzame "stereotoren" die meestal gemakkelijk te bedienen is en van nature geen conflictstof tussen de (eventuele) huisgenoten oproept.

Nadelen

De nadelen hangen eerder met de geboden kwaliteit, dan met de afmetingen samen. De micro-techniek is inmiddels zo ver gevorderd dat hoogwaardige elektronica gemakkelijk in een kleine behuizing kan worden ondergebracht. Het zal echter duidelijk zijn dat een complete muziekinstallatie van om en nabij de vijftienhonderd gulden bescheidener prestaties levert dan een die het dubbele of meer kost. Het hangt voornamelijk van het beschikbare budget en de muzikale aspiraties af welke keuze er uiteindelijk gemaakt zal worden, waarbij het zaak is een aantal minimum-eisen goed in het achterhoofd te houden.
De mini-sets die ik in de afgelopen paar jaar in handen had, vertoonden een nogal sterk wisselende kwaliteit. Zowel de standaard bijgeleverde luidsprekers als het (analoge) cassettedeck waren meestal de zwakste schakel, en dan met name het dubbele deck, met of zonder autoreverse. Een niet bijster duurzaam en nogal zuinig geconcipieerd loopwerk bleek de onuitroeibare oorzaak van veel te hoge jankcijfers en was de bandloop volstrekt niet opgewassen tegen Mozart's KV 467. Ook de al snel optredende kopverzadiging en de daaraan inherente lage s/r-waarden stonden een goede weergavekwaliteit behoorlijk in de weg. Ja, kunt u uitroepen, maar ik houd helemaal niet van "serieuze" muziek en ik neem toch alleen maar op voor in de auto. Was het echter maar zo eenvoudig! Wanneer de set driftig in gebruik is en zowel de muzikale eisen als het repertoire na enige tijd worden bijgesteld, komen de gebreken onbarmhartig aan het licht en wordt het deck al snel op non-actief gezet.
Met die luidsprekers is het ook nogal eens droevig gesteld en geeft de fabrikant er overmoedig blijk van dat ze niet meer zijn dan de sluitpost op de kostenbegroting. Ter vergelijking: een luidspreker zonder wezenlijke gebreken kost toch algauw zo'n zeshonderd gulden...
De op de "kabel" aangesloten tuner, de bescheiden versterker en de CD-speler zijn doorgaans van gemiddelde, maar goede kwaliteit en zullen onder normale huiskamercondities niet snel aanleiding tot klachten geven.

JVC

Deze met afstandbediening uitgeruste set is opgebouwd uit twee behuizingen. In de ene (275[b] x 171 [h] x 312 [d] mm) bevinden zich de CD-speler (eenbitter) en de versterker, in de andere (275[b] x 171[h] x 279[d] mm) de tuner/timer en het dubbele cassettedeck. Dankzij de handige insteekverbindingen en slechts een netsnoer zijn er geen aanpassingsproblemen en is de installatie in een oogwenk bedrijfsklaar.
De versterker levert 27 schone Watts aan 8 Ohm en dat is voor een gemiddelde kamer van om en nabij de 40 m2 best aanvaardbaar, mits er geen luidsprekers met een lage aanspreekdrempel aan worden gehangen. Dit is ook geen set voor de orgelliefhebber die 30 Hz op een fors niveau en ook nog onverzwakt in zijn kamer wil hebben...
Er zijn twee extra ingangen (phono en video/aux) voorhanden en er kan een paar luidsprekers worden aangesloten. De luidsprekerklemmen zijn uitsluitend voor doorsnee-kabel geschikt, maar wie hangt er nu een manila-tros aan zo'n mini-set? De conventionele klankregeling is slechts beperkt bruikbaar, maar dat is ook bij kostbare apparatuur eerder regel dan uitzondering, of ontbreekt zelfs geheel... Het inwendige toont relatief goedkope onderdelen, maar voor deze prijs kun je ook moeilijk een discrete bouwwijze verwachten! Ook de vervormingscijfers en de ruisafstanden wijzen op een eenvoudig gehouden ontwerp, maar zonder echte gebreken. Hetzelfde kan van de programmeerbare FM/AM-tuner en de CD-speler worden gezegd. Voor meer definitie en een beter gedrag op lage signaalniveau's moet echt meer worden neergeteld, maar dan zijn er weer beduidend kostbaarder luidsprekers nodig om de kwaliteitswinst hoorbaar in klank om te zetten.
In het begin was het dubbele (autoreverse en alleen Dolby B) cassettedeck voor zowel Beethoven (pianosonates) als Bach (orgelwerken en klavecimbelconcerten) niet erg hoffelijk. De lineaire jank lag op 0,28 % en dat was te horen ook. Na een paar uur intensief gebruik kwam het jankcijfer op 0,23 % uit en inmiddels, na vier weken, lijkt de maximaal haalbare grens ca. 0,21 % te zijn. Het begin van Beethoven's Vierde pianoconcert en het langzame deel in Mozart's KV 488 zijn mij niet strak genoeg. Het opnameniveau kan niet door de gebruiker worden ingesteld, maar of dat in dit geval een bezwaar is? De frequentiekarakteristiek blijft voor dit type deck ruim binnen mijn norm (met ijzerband -3dB bij 13,5 kHz), maar de gecombineerde opname/weergavekop haalt zeker niet het maximale uit de band: de band is beter dan de kop, maar dit is bij de meeste decks toch al meer uitzondering dan regel. Alleen de zeer dure decks met geheel gescheiden opname- en weergavekoppen (Nakamichi!) blijken daartoe in staat. Met de ruisafstand van 65 dB (Dolby B) met SONY UXS kan ik best vrede hebben, al is het spijtig dat Dolby C ontbreekt. Met metaalband kan dit deck niet uit de voeten: de karakteristiek is op geen enkele manier in het goede spoor te krijgen. Niet gebruiken dus.
Het autoreverse-systeem leidt ook nu weer tot azimuth- en fasefouten, maar op het gehoor was er nauwelijks iets van te merken. De kopinstelling bleek ook bijna goed te zijn en dat kom je zeker bij goedkope decks niet al te vaak tegen. Dat zoiets simpels als een bandteller ontbreekt, gaat mijn verbeeldingskracht te boven. Zoek maar eens een muzieknummer van 3 minuten op een bandlengte van 45 minuten zonder bandteller en u deelt prompt mijn ergernis. Met dit deck kan eveneens versneld worden gekopieerd (dubbing), maar ik kan deze methode niet aanraden. Er is dan zowel sprake van een behoorlijk verlies aan hoge tonen als aan definitie.
De tweeweg-luidsprekers met poort vormen duidelijk de zwakste schakel in het geheel door een boemerige en zwabberige laagweergave, kleuring in het lage midden die vrouwen- en mannenstemmen een onnatuurlijk timbre geeft en een midden/hoog dat afbreuk doet aan bijv. de piano en de viool. Muziek op authentieke instrumenten heeft een onaangenaam, scherp randje, maar ook het begeleidende klavecimbel in symfonieen van Haydn (Philips) treedt te sterk naar voren. Ik nam de proef op de som door de set aan goede luidsprekers te koppelen (in dit geval de B&W Matrix 1 en de Audiolab Laudate, maar ik had evengoed BNS of Hepta kunnen nemen) en kwam algauw tot de conclusie dat de set betere luidsprekers verdient. Gelukkig biedt JVC deze combinatie zowel met als zonder luidsprekers aan en kan daardoor met een goed "kleintje" worden opgewaardeerd.

TECHNICS

Vier losse componenten in een vrijwel identieke uitmonstering, bestaande uit een voorversterker/equalizer (270 x 89,55 x 263 mm), eindversterker/tuner/timer (270 x 119 x 332 mm), CD-speler (270 x 89,5 x 257 mm) (eenbitter) en een dubbel cassettedeck met autoreverse en Dolby B/C (270 x 119 x 264 mm), die samen met de luidsprekers en de afstandbediening een onafscheidelijk systeem vormen. De verbindingen komen eveneens d.m.v. platte insteekpluggen tot stand. Zelfs aan Karaoke, de uit de Philippijnen overgewaaide meezing-mode met begeleiding, is gedacht. Ik had liever een fatsoenlijke bandteller gezien...
De versterker is met 37 schone Watts aan 8 Ohm wat ruimer bemeten dan die van JVC en beschikt eveneens over twee ingangen: phono en video/aux. Er is een aparte uitgang voor twee "surround"-luidsdprekers. Op de uitsluitend voor doorsnee-kabel geschikte luidsprekerklemmen kan een luidsprekerpaar worden aangesloten. In plaats van de gewone klankregeling nu een equalizer die zowel kan naar eigen smaak worden ingesteld of worden geprogrammeerd (o.a. jazz, disco, concertzaal). De waarde ervan moet niet worden overschat, maar bij een zeer bescheiden en vooral verstandig gebruik heb je er meer aan dan aan de standaard-klankregeling. Te veel FM-ruis of dubieuze platen kunnen bij het kantelpunt van ca. 6 kHz redelijk succesvol worden getemd, zonder dat dit tot ernstige aantasting van het klankbeeld leidt. De gangbare, graphic equalizer mag overigens niet worden verward met de (o.a. door B & W ontwikkelde) digitale sound processors die van een geheel andere orde zijn en de kamer-akoestiek behoorlijk naar hun hand kunnen zetten, maar zonder muzikale aantasting van het signaal. Evenals JVC koos Technics voor een eenvoudige, elektronische opzet, maar van een goede kwaliteit. Alle componenten zijn in dit opzicht aan elkaar gewaagd en zijn de prestaties zonder voorbehoud goed, de prijsklasse uiteraard ook in aanmerking nemende. Het cassettedeck scoort met 0,17 % aan ongewogen jank zelfs heel behoorlijk en dit geldt ook voor de s/r-afstand: 67 dB (Dolby B) en 73 dB (Dolby C) met SONY UXS. De instelling van de gecombineerde opname/weergavekop kon een fractie beter, maar de voor/naband-controle liet een goede indruk achter, ook in autoreverse. Met chroomband kwam de frequentiecurve bij 15 kHz op -3dB en dit wijst op een niet te grote beperking. Kortom, een prima deck dat beter verdient dan Gert en Hermien Timmerman, al wordt door dit deck evenmin het maximale uit de band gehaald.
De luidsprekers, type drieweg-systeem met poort, zijn enigszins boemerig en nogal vaag in het laag, terwijl in het midden en hoog de klank wat te veel presentie en te weinig definitie heeft. Zeker in het lage midden is het klankbeeld ook wat onrustig en krijgt bijv. de cello te weinig relief. Rond de centrale c van het klavier kan ik mij een egalere klank voorstellen. Het heeft er alle schijn van dat de ontwerpers primair hebben gemikt op een jonge(re) generatie die sneller warmloopt voor de the Nits of U2, dan voor Haydn.

DENON

Niet alleen uiterlijk, maar ook innerlijk een schoonheid en door zowel prijs als prestaties in dit gezelschap een hoogvlieger. Ik koos voor de van afstandbediening voorziene UTP-250 voorversterker/FM/AM-tuner/timer (270 x 86 x 330 mm), de UPO-250 (eind)versterker (270 x 96 x 330 mm), de UCD-250 cd-speler (270 x 86 x 313 mm) en het UDRS-250 (enkel) cassettedeck (270 x 96 x 318 mm) zonder autoreverse, maar met twee kaapstanders! Denon biedt als alternatief het UDRW-250 dubbel cassettedeck met autoreverse. Er worden standaard geen luidsprekers bij geleverd!
Met 57 Watt aan schoon vermogen kunnen in een ruime kamer ook minder gevoelige luidsprekers probleemloos worden aangestuurd. Er zijn drie ingangen: phono, video/aux en pre-out, de laatste voor het signaal naar de eindversterker. Alle componenten bezitten een eigen netsnoer en de signaalverbindingen zijn van het cinch-type. In dit geval ontkomt u dus niet aan het kabeloerwoud!
De uitstekende kwaliteit van de gehele keten staat buiten kijf en zou ook grote modellen niet misstaan. Het forse voedingsdeel, de stevige toetsen en regelaars, de toepassing van hoogwaardige i/c's en bekabeling bevorderen zowel de duurzaamheid als de stabiliteit op langere termijn. Het versterkerdeel verzekert u van neutrale weergave dankzij de volstrekt verwaarloosbare vervorming en de uitstekende ruisafstand. De klankregeling stelt met zo'n 8 dB aan maximale correctie helaas weer weinig voor. Het door de tuner afgegeven muzieksignaal biedt niet het summum aan gevoeligheid en kanaalscheiding, maar kan, ook de klankkwaliteit in aanmerking genomen, in de hogere middenklasse uitstekend meekomen, mits aangesloten op het net van een zorgvuldig werkende kabelexploitant. De CD-speler, een meerbitter, levert betere prestaties dan die van JVC en Technics: een nog gavere strijkersklank, een hechtere laagweergave en meer ruimte rondom de instrumenten.
Het cassettedeck heeft twee kaapstanders en een fraai uitgebalanceerd loopwerk. Dat is ook te merken aan het lineaire jankcijfer van 0,13 % (gewogen 0,06 %). De gebruiker kan het opnameniveau zelf instellen en daardoor een beter s/r-niveau bereiken dan bij de zelfinstellende decks het geval is. De eveneens gecombineerde opname/weergavekop haalt ook nu niet het maximale uit de SONY UXS-band, maar er komen toch zeer goede s/r-cijfers uit de bus: 69 dB (Dolby B) en 76 dB (Dolby C). Een fraai frequentieverloop met zowel ijzer- als chroomband: het -3dB punt ligt voor type II bij 17 kHz en voor type I bij 15 kHz. De bandteller geeft zowel de minuten en seconden als de 'tracks' aan en werkt buitengewoon plezierig.
Het leek me in dit geval verantwoord om de 'grote' B&W 802's met laag-doorlaatfilter op deze DENON-set aan te sluiten. Ik werd niet teleurgesteld: zeer evenwichtig, diep en sonoor. Vergeleken met de QUAD 66/606-combinatie slaat de DENON-set geen slecht figuur, al miste ik enigszins het achteloze gemak waarmee de QUAD-combinatie de hevigste sopraan en de klanken van de Chinese gong of de grote trom in de kamer tot leven wekt. Maar aan die QUAD hangt nog een forser prijskaartje!

Resumé

Bij Technics zit de voornaamste beperking in de kwaliteit van de luidsprekers (die een vast onderdeel van de set vormen). Bij JVC zijn zowel het deck als de luidsprekers voor verbetering vatbaar, maar staat het u vrij andere luidsprekers aan te schaffen. De muzieksoort en de muzikale aspiraties bepalen mede in hoeverre daaraan zwaar(der) moet worden getild. Het populaire genre stelt door de bank genomen minder hoge eisen dan de weergave van klassieke muziek en bij de keuze lijkt het mij wel zo verstandig om daarmee rekening te houden. De DENON is superieur, maar gezien de forse prijs eerder voorbestemd voor diegenen die meer met de beschikbare ruimte dan met het budget moeten worstelen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links