Audio-apparatuur

Meridian 508 20 bit cd-speler

 

© 1995 Aart van der Wal

 

Deze 508-20 bit blijkt de nóg verder verbeterde versie van de 'gewone' 508 (die al uitzonderlijk goed is!) te zijn. 'Hoe klinkt het?' is de eerste en belangrijkste muzikale vraag. 'Formidabel' is mijn simpele antwoord. wat worden de prestaties van vele opnametechnici toch zwaar onderschat! En steeds weer blijkt hoeveel méér er steekt onder dat glimmende cd-oppervlak.. Als we de spullen maar hebben om die ongekende nuances boven water te krijgen! Deze Meridian hoort daar onmiskenbaar bij

Tijdens de begin vorig jaar gehouden, zesennegentigste A(udio) E(ngineering) S(ociety)-Conventie in Amsterdam kwam Meridian met een lijvig geschrift onder de veelzeggende titel Dynamic Range Enhancement using Noise-Shaped Dither Applied to Signals with and without Pre-emphasis. Zo, u weet nu gelijk waar dat boekwerkje over ging! En als u nog twijfelt: een heuse 20 bit differential-mode push-pull d/a-omzetter met de reeds van de 'gewone' 508 bekende vierenzestigvoudige overbemonstering. Met de door Meridian zelf ontwikkelde software voor de servo-aansturing zijn dit de belangrijkste ingredinten voor een wel zeer copieuze muzikale maaltijd die ook nog lang doet nagenieten (zo verging het mij en andere muziekminnaars althans). En als het u toch een beetje is ontgaan, kunt u het erop houden dat Meridian in nauwe samenwerking met de Amerikaanse Crystal Semiconductor Corporation met deze 508 20 bit (ik zal 'm verder maar met 508/20 betitelen) een cd-speler op de markt heeft gebracht met een d/a-converter die over alle digitale en analoge 20 bit-parameters beschikt. De nauwkeurigheid is nóg groter dan die van de (nou ja 'gewone') 508 High Resolution 19 bit-speler en dat is al een schitterende machine. En dan is er de driestraals-laser en het nóg verder verfijnde CDM-12 loopwerk van Philips met het oog op de noodzakelijke ultra-snelle en correcte gegevensverwerking. Waarbij het hier toegepaste focus-systeem van Focault vrijwel verouderingsvrije aftasteigenschappen garandeert en nieuw ontwikkelde software ervoor zorgt dat de eigenschappen van het loopwerk automatisch worden aangepast aan de kenmerken van iedere cd. Ook is vermeldenswaard dat de date eerst radicaal worden 'geschoond', alvorens ze aan het decodeer-proces toevallen (laser pick-up analogue-processing system). Tenslotte werd aan de foutcorrectie bijzonder veel aandacht geschonken, wat in de praktijk trouwens ook bleek: mijn gehele verzameling kruidjes-roer-mij-niet werden vlekkeloos afgespeeld.

Uitmonstering

Die komt grotendeels met die van de reeds besproken 506 overeen. Ook de afmetingen zijn identiek: (lxbxd) 88 x 321 x 332 mm. En uiteraard weer die chique Meridian-lijn: de fraaie behuizing van zeer solide kunststof met de bovenkant van spiegelend zwart glas. Er is naast de vergulde (vaste) analoge, digitale coax- én optische uitgang ook nog een gebalanceerde extra uitgang (XLR l/r). De netzekeringen zijn - en dat is heel handig - in het netdeel gemonteerd en vanaf de buitenzijde gemakkelijk bereikbaar. De speler hoeft dus niet te worden opengeschroefd om de zekering te vervangen. Het uitschakelbare display blijft ook op afstand goed afleesbaar en toont op eerst verzoek alle benodigde informatie. De bijgeleverde en voor sommige functies (repeat, store, clear, scanning, snelzoeken, index) onmisbare PSR afstandbediening is van het zogenaamde RC-105 type en dus ook bruikbaar voor b.v. Philips-apparatuur. De absolute fase kan wel worden omgekeerd, maar dat lukt alleen m.b.v. de apart leverbare, eveneens in het juli-nummer besproken en voor een compleet Meridian-systeem (versterker, tuner, cd-speler, enz.) bedoelde MSR-afstandbediening (ƒ 175,-).

Metingen: zin en onzin

Naaldpulsen, blokgolven, de bekende monotonie, kanaalscheiding, ruisafstand, nul-doorlaatvervorming, THD op zeer lage signaalniveau's (tot -50 dB), frequentiekarakteristiek: zó goed dat je er moedeloos van wordt. De sinus wordt vrijwel niet aangetast, dus ook daaraan valt geen eer te behalen. De vraag is natuurlijk of dááruit die formidabele geluidskwaliteit kan worden verklaard. Ik vrees van niet en kan ik slechts deemoedig het hoofd buigen voor het feit dat zelfs de meest uitgebreide metingen nooit en te nimmer het gehele klankverhaal kunnen (na)vertellen. Niemand die ervoor te porren is om de gehoormatige indrukken van b.v. 1000 mensen op te schrijven en om vervolgens een serieuze poging te doen om de daaruit te destilleren verschillen meettechnisch te verklaren... Dat is veel interessanter dan alle grafieken bij elkaar. Te veel journalisten en technici denken dat het meetapparaat dè antwoorden op dè vragen levert, maar niets is werkelijk minder waar. De Japanners hebben dat tot voor enige jaren bewezen door luidsprekers op de markt te brengen die meettechnisch in orde waren, maar muzikaal minder presteerden dan de westerse soortgenoten. Het beste en gevoeligste meetinstrument is en blijft ons eigen gehoor.

Loopwerk

Als de cd op het grote ladeblok is neergevleid en vervolgens de starttoets wordt ingedrukt verdwijnt het blok geruisloos in het binnenste van de speler en begint onhoorbaar(!) het afspelen. Alle andere merken die ik tot nu toe onder handen hebben gehad presteren dit niet: je hoort de servo, het loopwerk en de omwentelingen van het schijfje, vooral aan het begin van de cd. In muzikaal opzicht is dit aspect natuurlijk nooit doorslaggevend, maar je krijgt bij deze Meridian weer dat onmiskenbare Rolls Royce-gevoel. En de uitgekiende demping zal er op de een of andere manier zeker toe bijdragen dat trillingen van buitenaf niet tot het inwendige kunnen doordringen. Dat verbetert de stabiliteit nog eens extra.

Luisteren: dè zin van alles

Ik vind het een nogal wezenloze discussie: omdat je meestal niet weet hoe de opname is gemaakt en onder welke omstandigheden mag je volgens menigeen - leek en professional - ook niet op het gehoor de (nuance)verschillen tussen cd-spelers beoordelen. Want je weet niet wat er precies op het schijfje staat en zou je hooguit mogen zeggen dat er hoorbare verschillen tussen de opnamen bestáán. Dat is een vorm van puriteinse voorzichtigheid zonder reuk of smaak die - op zich beoordeeld - geheel en al de zin ontneemt aan het streven naar kwaliteitsverbetering van audio-componenten, van voorversterker tot cd-speler, van eindversterker tot luidspreker. Nog een stapje verder en we gaan de unieke klankwaarde van de Glenn Gould-opnamen, die door het SBM-procédé zijn gehaald, in twijfel trekken ('zo kan-ie nooit gespeeld hebben') en leggen we de nadelen van multitrack-opnamen of scrupuleuze editing op de borreltafel ('da's niet natuurgetrouw, want zo speelt-ie niet in de zaal: zelf gehoord'). Alsof 'concertzaal-realiteit' de èchte 'waarheid' zo maar even ongenaakbare statuur verleent (welke stoel, welke rij?) Dergelijke gedachten kwamen bij me op toen ik een dikke week met de 508/20 had doorgebracht en inmiddels van de ene in de andere verbazing was gevallen. Ik was inmiddels zover dat het me geen biet meer kon schelen wat nu wel of niet op de schijfjes stond: het klonk fantàstisch. En al diegenen die mochten meegenieten en op haifai-gebied heus wel wat gewend zijn genoten méé. Borodins Vorst Igor (Kirov/Gergiev) werd in één ruk uitgezeten.

De 'vriendelijke' cd-speler

Het is werkelijk een koud kunstje om zo'n speler te maken. Zoals het ook een peuleschil is om een speler te ontwerpen die 'helderheid' combineert met onuitstaanbare scherpte. 'Vriendelijk' in de zin van een voortkabbelend klankbeeld dat niet irriteert en pakweg 30% van hetgeen op die cd stáát ongemoeid laat. Dan lijken de snaren van de strijkinstrumenten uit puur Chinese zijde te zijn gemaakt, maar verandert de sopraan in een mezzo en lijkt de cello verdacht veel op de contrabas. De harmonische structuur, het onderscheid tussen instrumentale groepen, de verhouding tussen piano en orkest, enz. zijn dan opgeofferd aan dat ene 'ideaal': een rustig alles ontziend klanktapijt dat nog nét op de overtreffende trap van de muzak staat. Het produkt van een onmachtige ontwerper die de strikte instructie van zijn baas heeft gehad om de mensheid voor een zachte prijs met zachte weergave op te schepen. Wat in ieder geval toch nog beter is dan het op de markt brengen van een onvriendelijke speler die je de hars van de broek doet kloppen en alles dusdanig uitvergroot dat je er na verloop van tijd doodmoe van wordt.

De opname: we hebben ons oordeel klaar...

In de audio-journalistiek is het een Elfde Gebod geworden om over opnamen de meest baarlijke nonsens te etaleren. Ik heb veel opname-sessies bijgewoond, maar kwam zelden een audio-journalist tegen en sowieso geen een die de partituur kon lezen... Dat is toch het minste wat je moet kunnen, wil je een muziekwerk in al zijn geledingen via de luidsprekers of de hoofdtelefoon kunnen beoordelen (lijkt me zo). En wat doen we verder met z'n allen? We oordelen over hetgeen we horen aan de hand van de weergavespullen die ons ter beschikking staan. We hemelen op en we dragen ten grave. Met een schok bracht de Meridian 508/20 me terug in de werkelijkheid van oordelen en veroordelen. Mijn simpele gevolgtrekking was: wat staat er toch véél op de cd! En hoe weinig horen we toch van die ettelijke nuances die begraven liggen onder die ogenschijnlijke vitrage, waar we nog wèl nét doorheen kunnen kijken! En naarmate de definitie, de resolutie in de opnameketen vanaf microfoon tot regeltafel nog toenemen, stijgt het belang van overeenkomstige eigenschappen in de cd-speler.

Hearing IS believing...

Dit motto van B&W kan onverkort op deze Meridian worden losgelaten. De sampler-cd die u in het november-nummer heeft aangetroffen, is het eerste voorbeeld van dat geloof. Die cd leek me een goed vertrekpunt, want veel lezers zullen deze inmiddels hebben beluisterd of dat zeker nog doen. Track 11 openbaart de grootse mezzo Anne Sofie von Otter in een strálende akoestiek. Een akoestiek die stráált? Ik weet 't, maar ik kan niets beters bedenken. Die stem staat zó fenomenaal en zó diep en diep glanzend in de ruimte dat de term kippevel hier tekortschiet. De geringste ademtocht, het minste of geringste bijgeluid: het is er allemaal. En die sobere, statige orkestmaten van de inleiding hebben een definitie die bijna ademloos maakt. De levenslustige strijkersfiguren in track 8 (Vivaldi's RV 166) staan er noot voor noot haarscherp op met volledig openliggende harmonieën in de lage strijkers (de luisteraar mist trouwens geen enkele basnoot in de snelle passages!) In track 18 is het stereo-toneel van deze Don Giovanni werkelijk superieur: voor, achter, linksvoor, rechtsvoor, je kunt de solisten zó aanwijzen; en dan de strijkers vanaf 2:39 gevolgd door de felle dramatiek vanaf 4:21.. En ten slotte hoorde ik in de opname in de finale van Beethoven IX (track 20) een minuscule oneffenheid die ik nog niet eerder had opgemerkt. Met overigens weer een sublieme definitie van de strijkers in het fugato. Maar ook oude opnamen kunnen aan een nieuw leven beginnen (b.v. Haskil/Grumiaux/Marketvitch en Mahler IX/KCO/Haitink op Philips) en niet te vergeten die terecht door TF de hemel ingeprezen Vuurvogel-suite van Stravinsky in DG's The Originals-serie. En dan Mercury's Living Sound en dan... Het houdt het niet op en resteert slechts de allesoverheersende indruk van een extreem hoge resolutie tot op de zeer lage niveau's en een volledig openliggende harmonische textuur, met tutti zo doorzichtig als glas, vlijmscherpe impulsen en daarbij het altijd weer comfortabele gevoel van het rijden in een zescylinder met een gangetje van net 100 km. Maar de kroon van dit alles gaat toch naar een fenomeen waar in principe geen muzieknoot aan te pas komt: de ruimte die nu ècht voelbaar wordt. Zonder dat er ook maar een nuance verloren gaat. Dat het onmiddellijk 'goed zit' hoor je metéén, als een soort zesde zintuig. De wat droge akoestiek van het Marijinski Theater in Sint-Petersburg lééft in Tsjaikovski's Pique Dame, met het toneel ruim vóór je, waarbij ieder instrumentale solotrekje en alle vocale prestaties precies op hun plaats vallen. En John Culshaws Sonic Stage bij Richard Strauss' Salomé en Elektra (Solti) is een verpletterende gebeurtenis.

Conclusie

Dit is dus de beste cd-speler die ik tot nu toe onder handen heb gehad. Betere of evenwaardige spelers? Misschien best wel, maar dan zult u eerst de lotto moeten winnen. Het staat voor mij zo vast als een huis dat deze Meridian 508/20 als eerste in aanmerking komt om uw audio-gelederen te versterken. Met als strikte voorwaarde dat de rest van uw spullen op dit zelfde niveau mee kunnen acteren. Anders betaalt u relatief véél voor weinig toegevoegde waarde. Mini- en midi-sets uit de alleen prijstechnisch interessante gaarkeukens mijdt u dus!

Prijs: fl. 4750,- incl. PSR afstandbediening
Importeur: Viertron b.v., Barendrecht (tel. 0180-618355)


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links