Audio-apparatuur

5 kleine luidsprekers getest:

KEF, Minax, BNS, JMLab en Celestion

 

© 1995 Aart van der Wal

 

Steeds weer blijkt dat velen op zoek zijn naar kleine(re) luidsprekers. Je zou verwachten dat de prijs de doorslaggevende factor is, maar niets is minder waar, want het is meer de persoonlijke smaak of de beschikbare ruimte die de doorslag geeft. Ik koos voor deze test twee Nederlandse (BNS en Audiolab), een Franse (JMLAB) en twee Engelse (KEF en Celestion) luidsprekers die alle een uitgesproken muzikaal karakter bezitten, maar tóch (hoe kan het ook anders!) qua klank behoorlijk van elkaar verschillen.

De luidsprekers werden aangesloten op zowel de Aura VA-100 als de Thule IA-100 versterkers in combinatie met de Rotel RCD-975 cd-speler en het Philips 951 dcc-deck. Die keuze is niet toevallig: de bescheiden geprijsde Aura zet een transparant, overtuigend klankbeeld neer, terwijl de Thule naast die transparantie nog meer vermogen in huis heeft en met iedere luidspreker moeiteloos raad weet. De Philips 951 is een 18 bitter voor o.a. de weergave van heuse 18 bit opnamen en de Rotel RCD-975 (test volgt!) is naar mijn smaak een van de beste cd-spelers in de prijscategorie van rond ¦1500. Tenslotte werd de Meridian 508 cd-speler nog ingezet voor wat ik maar de 'finishing touch' zal noemen: de beoordeling van het klankbeeld aan de hand van een van de beste cd-spelers ter wereld (wat die 508 onbetwistbaar is). Ik gebruikte geen zilverkabel uit mijnschacht A138 in Putakula, maar gewone doorsneekabel van een paar gulden per strekkende meter. Ook lichtnetfilters en andere esoteria kwamen er niet aan te pas. Geen High-End, maar gewoon dus Mid-End! Want een verkeerde of nét even andere microfoonopstelling in de opname heeft véél meer effect op het klankbeeld dan dat 'pure zilverwerk' of het verschil tussen een versterker van ¦ 1.500 en ¦ 10.000 (om maar geen merken te noemen). De onzin met de bijpassende geld-uit-de-zak-klopperij is nog lang de audiowereld niet uit...

KEF Q-10

In het oktober '94-nummer werd de Q-30 unaniem tot standaard in zijn klasse uitgeroepen en deze kleinste (hxbxd 317x190x258 mm) uit de Q-serie scoort in midden en hoog even overtuigend. Transparant, brandschoon en puntgaaf zijn weer de in het oor springende kwalificaties. Het Q-principe zorgt voor een stabiel stereobeeld dat zich over een niet kritisch luistergebied uitstrekt en dat zowel bij staande of liggende, vrije opstelling en bijv. op een boekenplank niet merkbaar verandert. De 19 mm dometweeter is in het hart van de 160 mm laag/middenweergever gemonteerd, de poort bevindt zich onderaan de voorzijde, keurig weggewerkt achter het doekfront van de uit dik spaanplaat vervaardigde en goed afgewerkte kast. De gekozen bandbreedte loopt van 60 Hz tot 20 kHz (-3 dB) en dat is realistisch én verstandig. Boven 20 kHz is er muzikaal niets te beleven (je kunt in die regionen alleen maar ellende tegenkomen), terwijl het niet mogelijk is om uit zo'n kleine, passieve kast een 'natuurlijke' 40 Hz te toveren. Logisch dat de èchte beperking zich ook in de lagere regionen afspeelt: contra-octaaf van de piano, lage strijkers, diep slagwerk en orgelpedaal blijven goed gedefinieerd, maar komen in vrije opstelling aan volume tekort. Al moet worden gezegd dat bij plaatsing in bijv. een boekenwand of dichtbij de muur (op ca. 20 cm) het laag beduidend meer body krijgt, zonder dat het droge karakter ook maar enigszins verloren gaat. De Q-10 is niet kritisch voor versterkers en de gevoeligheid is meer dan voldoende voor een krachtbron van ca. 2 x 50 W nominaal in een kamer van ca. 40 m2. Een goed doordacht concept!

Minax Super

De kleine uit MDF vervaardigde kast (hxbxd 330x200x230 mm) herbergt een 17 cm woofer in een aperiodisch gedempte behuizing en een 19 mm dometweeter van een speciale aluminium legering. De poort bevindt zich aan de achterzijde, bovenaan. De interne bekabeling is verzilverd, de luidsprekerterminals zijn zwaar verguld. De resonantiefrequentie is sterk gedempt en zo hoort het ook. Midden en hoog zijn gaaf en transparant wat voor de strijkers en gemengd koor een zegen mag heten, terwijl het laag pittig genoeg is om contrabassen en tuba een merkbaar fundament te geven. Ondanks de geringe afmetingen wordt een behoorlijk volume (dat is iets anders dan pure luidheid!) afgegeven: zelfs orkestrale fortissimi komen overtuigend uit deze speakers (natuurlijk niet met het aplomb van de goede, grotere systemen). Houtblazers mengen fraai en het slagwerk heeft duidelijke contouren. Ook de vleugel overtuigt met een goede impulsweergave en een niet dichtlopende klank. De Minax Super is evenmin gevoelig voor versterkers en is 2 x 50 W meer dan toereikend. Plaatsing op stands (ca. 60 cm) verdient sterk aanbeveling (daar is deze luidspreker ook voor bedoeld). Te dicht bij een muur (ca. 30 cm) of in een boekwand gaat dit koste van het stereobeeld en de laagweergave. De afwerking aan de bovenzijde lijkt sterk op die van Meridian: een donkere glasplaat geeft deze degelijk afgewerkte luidspreker een voornaam uiterlijk.

BNS Advance A-40

In de kast (hxbxd 400x210x270 mm) is een 16 cm woofer met polypropyleen conus een 19 mm vloeistofgekoelde softdome-tweeter gemonteerd. Er zijn twee poorten aan de voorzijde, links en rechts onder de woofer aangebracht. Het frontdoek is zeer fraai in de behuizing verzonken. De resonantiefrequentie is weer sterk gedempt. De wisselfrequentie ligt op het voor ons gehoor zeer kritische gebied van 3 kHz, maar daarvan valt gelukkig niets te merken. Vergeleken met KEF en Minax zijn midden en hoog zijn een fractie minder luchtig, wat pittiger ook, terwijl de laagweergave weliswaar verder doorloopt dan die van de collegae, maar daarvoor moet in de lagere regionen enigszins een prijs worden betaald met een minder scherpe afbeelding. Van frequentieverdubbeling is echter geen sprake en de algehele indruk is zeker positief. De voornaamste indruk is dat de Advance een vriendelijke luidspreker is voor uiteenlopende muziek en ook in volumineuze koor- en orkestpassages behoorlijk in zijn element is. En wat even belangrijk is: de klank loopt ook bij complexe passages niet dicht. Het totaalbeeld is muzikaal, met een overtuigende klankbalans en een goede impulsweergave. Plaatsing bij voorkeur op stands, ca. 50 cm van de muur, want dan is het klankbeeld optimaal. Bouw en uitvoering passen in de beste BNS-traditie.

Celestion 5 Mk2

De grotere broer (bxhxd 206x350x250 mm) van de bejubelde 3 met een 25 mm dometweeter van titaniumlegering en een met glasvezel versterkte 15 cm woofer. De poort is aan de achterzijde, bovenin aangebracht. In midden en hoog een luchtige, zijige klank en weer die bewuste beperking in het laag: het -6 dB punt ligt bij 50 Hz. De resonantiefrequentie wordt niet gespecificeerd, maar ligt op ca. 45 Hz. Het klankbeeld is zeker homogeen: massale strijkers en koor, heftig koper en gepassioneerd pianospel (Argerich!) vertroebelen niet, orkestrale klankblokken blijven goed gedefinieerd, zachte passages behouden hun kern. Wel merkte ik in de hogere regionen dat het slagwerk minder sprankelend is en aan definitie tekort komt. Bij 16 kHz zakt de frequentiekarakteristiek al behoorlijk in en dat gaat enigszins ten koste van de klankbalans (de Celestion 3 scoort dan merkbaar hoger). Blijkbaar heeft de fabrikant daarvoor bewust gekozen en gaat er van de klank een weldadige rust uit. Engelse thee met een wolkje... De Celestion combineert dan ook ideaal met bijv. een wat vinnig klinkende cd-speler. In tegenstelling tot het advies van de importeur vind ik de Celestion als boekenplankluidspreker minder geschikt: het stereobeeld gaat merkbaar achteruit en het laag vertoont de verschijnselen van frequentieverdubbeling. Vrij opgesteld op stands levert naar mijn smaak het beste klankbeeld op. De afwerking staat op hoog niveau.

JMLAB Micron Carat

De duurste van dit kwintet en naar mijn smaak de beste, hoewel die combinatie nooit zo vanzelfsprekend is. De MDF-kast (bxhxd 94x300x202) bevat een 13,6 cm woofer met neoflex conus en twee spreekspoelen en een 72 mm dometweeter van tioxide. De poort bevindt zich bovenin aan de achterzijde. Dit is de enige luidspreker die geschikt is voor bi-wiring (mijns inziens een ondergeschikte en volstrekt overgewaardeerde optie). De klankkarakteristiek doet sterk aan de KEF Q-10 denken, maar de dynamische grenzen krijgen ruimer gestalte. Kort gezegd: ik had het gevoel naar een grotere luidspreker te luisteren! Midden en hoog zijn zeer gaaf en de overgang van midden naar laag (cello!) verloopt zonder storende pieken of dalen. Bachs polyfonie is helder en pregnant in een overtuigend totaalbeeld. Evenals bij de BNS ligt de wisselfrequentie op 3 kHz en dus in het zeer kritische hoorgebied, maar ik heb daarvan geen enkel nadelig effect kunnen bespeuren. In het laag is er weer de zinvolle beperking (60 Hz, -3 dB) en het hoog loopt niet onzinnig door, maar wordt er bij 23 kHz keurig ingegrepen. Het schone laag zorgt ervoor dat bijv. snelle streekwisselingen in de bas gemakkelijk te volgen zijn. Vergeleken met grotere systemen kan de piano de kamer niet vullen en moet de impulsweergave ook aan de prijs worden gerelateerd, maar muzikaal word je niet tekort gedaan. De afwerking is zeer geslaagd: met of zonder frontdoek een fraai geheel.

Slotconclusie

De keus is in dit geval lastig en er moet natuurlijk ook naar de prijs worden gekeken. Vandaar dat ik een vergelijkingsschema heb opgesteld dat de keuze kan vergemakkelijken. De hier besproken luidsprekers zijn geen van alle onder de maat en veroorzaken bij langdurig luisteren geen luistermoeheid omdat van opvallende gebreken geen sprake is. Bedenk dat de beperking van de kleine systemen vooral in de laagweergave huist en dat kostbaarder eenheden méér kunnen laten horen van wat er op de cd staat. Maar met een 'kleintje' kan ook véél van muziek worden genoten, al zal eens de drang naar een groter en beter systeem ontstaan. Die dreumes kan dan misschien naar zoon- of dochterlief verhuizen, of een dankbaar plaatsje vinden in werk- of slaapkamer om daar nog járen trouw dienst te doen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links