Audio-apparatuur

Hepta 'Spring' luidspreker

 

© 1994 Aart van der Wal

 

Vanaf 1955 waren het eerst vader Chris Rutges (de grondlegger van Hepta) en vervolgens zoon Cris (zonder h!) die de luidspreker van vaderlandse bodem een behoorlijke impuls gaven. Het is al weer geruime tijd geleden dat Hepta's in deze rubriek werden besproken en was het de hoogste tijd om aan dit merk weer eens aandacht te besteden. En dat viel niet tegen!

Deze slanke, uit 18 mm MDF board vervaardigde, kolomluidspreker (hxbxd 83 x 15,5 x 23 cm) zal bij menigeen in de smaak vallen. Elegant van lijn, geen sta-in-de-weg (Jan Kool formuleerde dat eens voortreffelijk met 'lage, vrouwelijke impedantie = weerstand') en ook nog verkrijgbaar in niet minder dan 144 RAL-kleuren. Kortom, een zeer charmante verschijning die het in vrijwel alle huiskamers goed zal doen. Het tweeweg-systeem bestaat uit een 2,5 cm dometweeter van textiel (ca. 2 - 25 kHz) en een 17 cm midden/laageenheid (ca. 40 Hz -2 Khz).

Het wisselfilter is eenvoudig gehouden, maar de bedrading, luchtspoelen en condensatoren blijken van goede kwaliteit. Bi-wiring/bi-amping aansluitingen ontbreken, maar of dat nu echt een gemis is? In de vergulde insteekhouders met schroefverbinding passen gelukkig ook dikke kabels. Aan de achterzijde van de behuizing bevindt zich een goed afgestemde (40 - 50 Hz) poort.

Zoals zoveel fabrikanten van complete behuizingen vervaardigt Hepta de eenheden niet zelf, maar brengt wel de coating aan en worden bij de eindcontrole geen al te ruime toleranties aangehouden. Opvallend is dat de midden/laagweergever opzij, net boven het midden van de kast is geplaatst. Hepta motiveert dit met de constatering dat geluid zich als een golffront voortplant en de invalshoek daarbij niet per se gelijk is aan de uitvalshoek. Ik gun ze deze filosofie graag, maar iedere luidsprekerfabrikant heeft zo zijn voorkeuren qua ontwerp en toepassing.

Het enige dat uiteindelijk telt is het karakter, het totale klankbeeld van de luidspreker. Hoe dan ook, de faselineariteit heeft bij Hepta in dit geval niet en de ruimtelijke weergave wel voorop gestaan, en al luisterend is daar best wat voor te zeggen.

Plaatsing

De hoogweergever moet de kamer instralen zonder door obstakels (tafels, stoelen e.d.) gehinderd te worden. De koepel is wel hoog in de kast gemonteerd, maar door de bescheiden kasthoogte kunnen de hoge frequenties worden belemmerd. Een stevige voet of standaard, eventueel in combinatie met spikes, is dan de oplossing. Ik behaalde het beste resultaat met de luidsprekers iets naar binnen gericht, op ca. 50 cm van de muur. De ruimtelijke (stereo)-weergave is dan maximaal. En dat is, los van de prijs, enigszins het zwakke punt: het stereotoneel is wel breed en diep, maar het oplossend vermogen stelt hier toch beperkingen.

Wanneer gedurende een langere periode naar zo'n luidspreker wordt geluisterd, neemt de perceptie voor dergelijke details af en denkt men dat het zo hoort. Zoals ook de gewenning aan een agressief klinkende luidspreker ertoe kan leiden dat men teleurgesteld is wanneer men het karakter van een echt goede hoort: men denkt dan ten onrechte dat men met een dof klinkend exemplaar te maken heeft!

Met de cd is het net zo: veel muziekliefhebbers meenden het klankkarakter van een authentiek orkest dankzij de verworvenheden van de cd goed te kennen, todat zij er in de zaal mee werden geconfronteerd. Dan pas blijkt dat de strijkersklank aanzienlijk milder is, zonder aan definitie en doorzichtigheid in te boeten.
Het is mogelijk om de basluidsprekers niet naar elkaar toe, maar van elkaar af te positioneren, waardoor volgens de fabriek een nog grotere, ruimtelijke spreiding wordt bereikt, zonder dat dit ten koste gaat van de laagweergave. Ook daarmee heb ik uitgebreid geexperimenteerd, maar in drie kamers bereikte ik geen beter resultaat. Dit kan echter wel degelijk van kamer tot kamer verschillen!

Spikes worden niet bijgeleverd en daarom zijn er ook geen schroefgaten aan de onderzijde. U kunt natuurlijk altijd spikes aanschaffen maar verwacht er geen opbeurend effect van.

Gedrag

De wisselfrequentie is goed gekozen: bij ca. 2 kHz en dat is ruim buiten het zo kritische gebied rond 3 kHz. Hepta specificeert een frequentiebereik van 39 Hz tot 25.000 kHz, maar geeft daarbij het -3 dB punt niet aan. Het laag valt rustig af vanaf 45 Hz, maar bij zorvuldige plaatsing is de laagste e van de contrabas (41 Hz) toch nog op een behoorlijke sterkte. De keurig verlopende impedantiekromme zakt nergens beneden 3,3 Ohm en dat betekent dat de Spring vriendelijk is voor de versterker. De afsluitweerstand bedraagt nominaal 8 Ohm, de gevoeligheid is redelijk (zo'n 87 dB bij 1 Watt op 1 meter). In een kamer van ca. 40 m2 is een versterker die tenminste 50 echte Watts per kanaal levert, heus wel toereikend. Er is dan nog voldoende reserve voor die felle sopraan of dat volmondige koor.

Een aanzienlijk groter versterkervermogen is nooit een bezwaar, mits niet bij fors opgedraaid volume met een borsteltje aan de pick-upnaald wordt geklungeld of testtonen worden toegevoerd. Te weinig vermogen brengt eerder schade toe dan een royale vermogensjas! De continue belastbaarheid ligt rond 60 (echte!) Watt. Een piekbelasting van ca. 100 Watt kan gedurende een paar seconden worden doorstaan. Deze luidspreker verdient een goede versterker!

Luisteren

Om in stijl te blijven werd de 'Spring' eerst met Johann Strauss' Frühlingsstimmen (DG/Battle/Karajan) gevoederd. Dat bleek geen al te zware maaltijd: de stem blijft in alle sterktegradaties helder en soepel, de strijkers en het koper krijgen geen scherp randje en het laag blijft kernachtig, ja imponeert zelfs. Ook de Musikverein blijft goed herkenbaar. De houtblazers in Schumanns Lente-symfonie (EMI/Sawallisch) zijn helder, maar fluit en hobo zijn me net te pregnant.

Ook nu stelt de basweergave niet teleur. Het koper is volop aanwezig, maar zonder vermoeiende scherpte, terwijl de pauken de juiste attaque hebben. Solisten, koor en orkest in Bruckners Te Deum (Philips/Haitink) blijven goed op hun plaats, worden helder gedefinieerd en missen de neuzigheid en die veel luidsprekers in deze prijsklasse kenmerken. In het mezzoforte mis ik enigszins de warme toon van de tenoren en is deze ook niet geheel vrij van kleuring. Prettig is dat het klavier niet buiten zijn natuurlijke grenzen treedt, zoals bleek uit die prachtige Decca-opname van Liszt's Annèes de pèlerinage (Suisse): Bolets Bechstein komt goed tot leven, in een juist gedoseerde ruimte. De aan dit instrument inherente, nogal felle diskant krijgt geen overdreven accenten. De opname bevat echter meer dan de Spring kan onthullen.

De eruptieve klankmassa's in de coda van het eerste deel van Bruckners Negende (Sony/Walter) klinken echt feierlich en wijds. For unto us a child is born uit Handels Messiah (L'Oiseau-Lyre/Hogwood) is voldoende doorzichtig en glashelder, en gelukkig zonder vervorming. Het authentieke en semi-authentieke instrumentarium wordt door de bank genomen mild en lenig gepresenteerd, al blijven sommige details in strijkers en blazers in de grondverf steken.

De vele Philips-opnamen van het Orkest-van-de-Achttiende-Eeuw tonen nog eens uitdrukkelijk aan dat 'authentiek musiceren' niet betekent dat je de hars van je broek moet kloppen en dat die vaak niet te harden, stalen klank wel door sommige opnametechnici of weergave-apparatuur, maar zeker niet door het orkest wordt voortgebracht. Liederrecitals worden niet ontsierd door pregnante ssss-en en overmatige huigen.

Alleen in het legato bij lange frases is wat korreligheid, een onbedoelde accentuering, waar te nemen. De stemmen van de nieuwslezers zijn bij een correcte microfoonopstelling helder en zonder de vaak vermoeiende nadruk in het midden/laag. Het maakt bij dit alles niet uit of met of zonder luidsprekerdoek wordt weergegeven.

De QUAD-66 voorversterker beschikt over een kantelbare karakteristiek (de details kon u in het juni-nummer lezen). Een verrassing was dat op zowel stand +2 als +3 dB en na enig experimenteren met de opstelling in de kamer deze luidsprekers méér in de kast bleken te hebben.

De toevoer van meer laag en de gelijktijdige afname van het hoog zorgden voor een nog realistischer en afgewogener klankbeeld. De aldus bereikte karakteristiek lijkt de Spring vriendelijker te stemmen.Hieraan mogen echter geen al te ferme conclusies worden verbonden, want u heeft misschien die Quad, maar zeker mijn kamer niet! Een feit is wel dat méér laag in dit geval niet tot frequentieverdubbeling en een troebele, bonkerige weergave leidt. En de midden/hoogweergave kan bij veel opnamen trouwens best een lichte tempering verdragen.

Perspectief

Het is een wijdverbreid misverstand dat het eenmaal door de opnametechnicus in de studio vastgelegde perspectief door het aanspreken van de klank- of contourregeling op de versterker kan worden gewijzigd. Integendeel, het is juist de bedoeling dat dit in de kamer weer op ware grootte kan worden opgeroepen met behulp van de volumeregelaar. Die is dan ook het belangrijkste instrument! Niet alleen de versterker, maar ook de luidspreker moet in staat zijn om dat perspectief zonder ongewenste vervormingsprodukten zo goed mogelijk te benaderen. De Spring heeft daarmee geen moeite, met de prettige bijkomstigheid dat b.v. een strijktrio realistische afmetingen aanneemt. Ook op een zacht geluidsniveau blijft het klankbeeld nog de aandacht vasthouden.

Prijs en kwaliteit

Voor f.1200,-- krijgt u een luidsprekerpaar in huis dat u zonder al te grote belemmeringen laat genieten van muziek. Een altijd aardige graadmeter is Berlioz' Les Troyens: deze wel zeer lange opera kan moeiteloos in een sessie met volle teugen worden genoten (mits u natuurlijk van Berlioz houdt!). Er is sprake van een uitstekende prijs/kwaliteitsverhouding, maar de beperkingen zijn er vanzelfsprekend ook (het zou niet zo moeten zijn voor f.600,-- per stuk), al valt daarmee best te leven.

Hoger mikkende ontwerpen bieden een nog doorzichtiger en gaver hoog, een scherpere definitie, minder kleuring in het midden/laag, een stabieler klankbeeld en (soms!) bij de grote trom en het voetpedaal van het orgel een meeneuriend middenrif. Het kolossale orgelpedaal (zacht, maar toch heel opdringerig!) in Respighi's Via Appia (Decca/Dutoit) en het lage slagwerk in Coplands Fanfare voor de gewone man (Decca/Dorati) krijgen niet het volle pond (dat kan ook nauwelijks anders in dit formaat), maar van de 41 Hz die uit deze luidspreker komt, kan geen contrabassist toch echt ongelukkig worden!

Resumé

Hout- en koperblazers klinken helder en markant, soms neigende naar enige spitsheid, maar zonder echt uit de toon te vallen. Stemmen komen natuurgetrouw en zonder sterke accenten over het voetlicht. De solisten staan niet op een kluitje, maar worden goed geintegreerd weergegeven. Strijkers zijn, mits de opname ook echt goed is, niet opdringerig en behouden zowel in luide als in zachte passages hun karakter. Stevige impulsen, waaronder felle piano-aanslagen, worden zonder problemen verwerkt. Het totale klankbeeld is soepel, ruimtelijk, stabiel en redelijk open. De Hepta Spring behoort tot de betere luidsprekers met bovendien vijf jaar garantie en voor een bescheiden prijs. Zo een die voedsel geeft aan de slogan 'Koopt Nederlandse Waar'. De bescheiden afmetingen, het charmante uiterlijk en de keuze uit 144 RAL-kleuren (tegen meerprijs) ronden dit gunstige beeld af.

Beluisterd op QUAD-66 systeem, QUAD CD-67 cd-speler, Philips 850 dat-recorder.


IMPORTEUR: Hepta b.v., Zaandam (075) 173264
PRIJS: f.600,-- per stuk (minus de psychologische gulden) in zwart hoogglans laminaat of zwart/wit zijdeglans.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links