Audio-apparatuur

Dolby Pro-Logic: zit daar muziek in?

TEAC AG-V3020, YAMAHA RX-V590RDS, PIONEER VSX-804RDS, KENWOOD KR-V7070 en TECHNICS SA-G690 receivers

NAD 917 tuner/voorversterker en 916 eindversterker

ROTEL RSP960AX Sound Processor en RB956AX eindversterker

 

© Aart van der Wal, oktober 1995

 

Je kunt tegenwoordig geen hifi-beurs bezoeken, of van alle kanten komt het geluid van vallende bommen, krijsende leeuwen, gierende banden en verpletterende watermassa's op je af. Maar soms hoor je tussen daverende ontploffingen door toch óók nog een paar muziekflarden, al zijn ze dan niet afkomstig van Canadian Brass... Demonstraties staan geheel of gedeeltelijk in het teken van Surround Sound en dat willen we weten ook: je wordt niet alleen omspoeld, maar ook nog dóórgespoeld. Een subtiele en vooral gedoseerde aanpak is hier duidelijk de vijand van het beukende spektakel. Als ik weer buiten sta zijn mij de oren gewassen. Terug in de auto blijkt 'gewoon stereo' maar een mager aftreksel te zijn van die gebeurtenis van zoëven en draai ik de volumeregelaar onwillekeurig harder. Een mens went snel!


Geschiedenis

Dolby Surround voor de huiskamer vindt zijn oorsprong in de bioscoop. Begin jaren '50 werd daar het grote Cinemascope-filmformaat met geluidseffecten over meerdere kanalen opgewaardeerd. In het daaropvolgende decennium werd de beeldkwaliteit weliswaar verbeterd en kreeg het geluid er een dimensie bij, maar moest de bioscoopbezoeker tot diep in de jaren '60 genoegen nemen met film- en geluidsapparatuur die nog uit de tijd van Herrijzend Nederland stamde. Pas in de tweede helft van de zeventiger jaren kwam een kentering: er verscheen niet alleen nieuwe apparatuur in de bioscopen, maar ook werd het in akoestisch opzicht tamelijk vooruitstrevende Dolby Stereo geïntroduceerd. Ray Dolby, de stamvader van de verschillende ruisonderdrukkingssystemen, had er weer een patent bij... De in Dolby Stereo opgenomen films hadden nu één ding met elkaar gemeen: het geluid was keurig volgens de voorgeschreven normen (Dolby A of SR) van de heer Dolby opgenomen. Wat niet wilde zeggen dat daarmee het lek gelijk boven was, want voor de geluidsweergave in de bioscoop waren naast de beschikbare apparatuur ook kennis en smaak van de film- en geluidsoperateurs min of meer bepalend. En dus hoorde je in de ene bioscoop een héél ander geluid dan in de andere. Toch kun je in het algemeen zeggen dat bioscoop- en theaterexploitanten in het laatste decennium niet alleen de foyers in een modern jasje staken, maar zich ook meer en meer bewust werden van de noodzaak om de geluidskwaliteit in eigen huis (en soms behoorlijk!) te verbeteren. Temeer, omdat menige bioscoopbezoeker thuis óók niet meer naar alleen maar een transistorradio of een gammel stereo-setje luisterde. Er bleek in dit opzicht zelfs een heus 'gat in de markt' te zijn: menig in de geluidstechniek gepokt en gemazeld bedrijf kreeg opdrachten uit bioscoop- en theaterwereld in de trant van 'kom eens naar ons geluid te kijken' (een lastige combinatie, maar toch...) De voortgang die daarmee is gemaakt kunnen we nu dagelijks in de amusementsindustrie aantreffen.

Surround Sound aan de basis

Surround maakt al duidelijk waar het om gaat: rondom. De bedoeling is dat de luisteraar door het geluid wordt omspoeld (niet overspoeld!). Dat effect is met 'gewoon stereo' niet te realiseren. In de minst aansprekende, rudimentaire vorm wordt het 'gewone' stereo-signaal (dus twee kanalen) van een willekeurige bron (cd-speler, tuner, versterker, enz.) naar twee voor- en twee achterluidsprekers gevoerd. Met faseverschuiving en looptijdverschillen tussen de voor- en achterluidsprekers wordt een pseudo-ruimtelijk effect bewerkstelligd, maar dat gaat duidelijk hoorbaar ten koste van de geluidskwaliteit: het raffinement ontbreekt omdat de kanalen niet apart worden behandeld.

Dolby Surround: het passieve systeem

Hier liggen de geluidskaarten duidelijk anders, want het Dolby Surround-systeem gaat niet uit van twee, maar van vier aparte geluidskanalen. Dolby Surround kent t.o.v. Surround Sound een indrukwekkender geluidstoneel en een betere geluidskwaliteit, maar heeft als belangrijkste nadeel de beperkte kanaalscheiding annex forse overspraak. Het geluid is hoorbaar (luidspreker)kastgebonden. Bij de opname worden vier microfoons als basisopstelling gebruikt, t.w. 1 x links en 1 x rechts voor, 1 x midden en 1 x (mono) surround. De aldus verkregen signalen worden volgens de Dolby-normen gecodeerd en dusdanig in het linker en rechter kanaal geïntegreerd dat ook gewone stereo-weergave mogelijk is. Vierkanaals-surround-weergave is echter alleen mogelijk met behulp van een speciaal voor dit doel ontworpen Dolby Surround-decoder. Een dergelijke decoder kan apart worden aangeschaft, maar kan ook reeds zijn ingebouwd in bij voorbeeld een versterker of een receiver.

Dolby Surround Pro-Logic: het actieve systeem

Dit procédé vele raakvlakken met Dolby Surround, maar de aktieve matrix-schakeling is veel ingewikkelder en qua geluidsreproduktie overtuigender. Niet alleen is er sprake van een aanmerkelijk grotere scheiding tussen de kanalen, maar we krijgen er nóg een (vijfde) kanaal bij. Voor Pro-Logic zijn dus ook vijf luidsprekers nodig. Naar believen kan er nog een zesde aan toe worden gevoegd: de subwoofer voor het laag. Dat heeft overigens alleen echt zin wanneer de beide front-luidsprekers in het diepe laag tekortschieten. Het vijfde kanaal is bedoeld voor de midden-luidspreker en is geknipt voor met name het gesproken woord in de film: niet alleen worden de dialogen zeer realistisch weergegeven, maar het klankbeeld wordt ook rustiger, omdat de totale balans wordt verbeterd. Wanneer de midden(center)-luidspreker boven of vlakbij het (tv)scherm wordt geplaatst, komt dit ook de concentratie van de kijker/luisteraar ten goede. Bij een goede opstelling zijn beeld en geluid dusdanig met elkaar verweven dat een zeer overtuigend audio-visueel fenomeen in de huiskamer wordt opgeroepen, waarvan de dimensies vele malen groter zijn dan de kamerafmetingen doen vermoeden.

THX: de bioscoop nog dichter bij de huiskamer

George Lucas (van Lucasfilm en o.a. Star Wars) is de geestelijke vader van het THX-systeem en Tomlinson Holman de technicus die diens denkbeelden in concrete, maar nogal subjectieve normen (vrij vertaald: "wat ik goed en mooi vind, moet een ander ook vinden") heeft gegoten. THX borduurt wel voort op Dolby Pro-Logic, maar kent nog een aantal extra signaalbewerkingen en wordt van zeven kanalen zelfs niet verlegen! Zo wordt bij weergave de frequentiecurve boven 2 kHz met 1 dB per octaaf dusdanig aangepakt dat de oplopende karakteristiek van de bioscoopfilm wordt geneutraliseerd. De subwoofer krijgt alleen de lage frequenties tot 80 Hz toegediend: vanaf het kantelpunt gaat het laag naar de overige luidsprekers. Dit alles om te voldoen aan een van de belangrijkste uitgangspunten van THX: dat het geluid uit de luidspreker niet als zodanig kan worden gelokaliseerd.
De naam THX heeft een aardige achtergrond: Tomlinson Holman's Experiments! De zelfs met Dolby Pro-Logic niet tevreden Mr. Lucas is streng in de leer, want het THX-systeem in audio-apparatuur, theaters en bioscopen moet aan de hand van zijn specificaties worden goedgekeurd alvorens het THX-predikaat mag worden gevoerd. De speciaal voor THX ontwikkelde luidsprekers zijn door hun afstralingsgedrag overigens niet geschikt voor pure stereo-systemen. In dit artikel richt ik mij op Dolby Pro-Logic, maar het komt er misschien later nog van om ook aan THX meer aandacht te besteden. Al moet worden gezegd dat het aanbod van THX-software nog niet overweldigend is.

Software

Radio en tv, LaserDisc, video-cd, cd-audio, cd-rom, video (zowel S- als VHS) zijn natuurlijk dè bronnen, maar hoe is het in o.a. de winkel daarmee gesteld? Over wat zich buiten die winkel afspeelt kan ik in ieder geval kort zijn: radio- en tv-zenders die in stereo speelfilms uitzenden brengen ook de Pro-Logic-informatie de huiskamer binnen, mits u ook in stereo kunt ontvangen natuurlijk. Pech is dat de BBC aan deze kant van het Kanaal nog de ingrepen van PTT Telecom moet missen en het NICAM-systeem i.p.v. PAL gebruikt, wat inhoudt dat wij op mono-ontvangst zijn aangewezen. Pro-Logic kan met alleen maar een toegevoerd mono-signaal niets beginnen en dat sluit hier het gebruik van Pro-Logic uit. Dat geldt dus ook voor alle mono-videorecorders!
De meeste in de winkel en de videotheek verkrijgbare speelfilms zijn in Dolby Stereo opgenomen en dus geschikt voor Pro-Logic-weergave. En dat hoeven geen nieuwe films te zijn: ook de honderden video-films in Dolby Stereo die al meer dan een jaar of tien op de markt zijn, zijn voor Pro-Logic-weergave gecodeerd. Met het aanbod van de kwalitatief betere beeldplaten en cd's (audio, video én rom) met klassieke muziek is het nog steeds droevig gesteld. Het vrije nieuwe actieve cd-i full motion is zeker sterk in opkomst, maar is voor uitsluitend de liefhebbers van 'serieuze' muziek nog niet echt een hebbeding.
Op de verpakking van Surround-software wordt duidelijk aangegeven om welk formaat het gaat (Dolby Surround of Dolby Surround Pro-Logic).
Wees er op bedacht dat er banden in omloop kunnen zijn gebracht die afwijken van het origineel en door vermenigvuldiging en bewerking de oorspronkelijke Surround-codering niet meer bezitten. Amerikaanse NTSC-laserdiscs leveren problemen op wanneer ze op ons PAL-systeem worden afgespeeld. Het aantal ld-spelers dat met PAL én NTSC overweg kan is echter behoorlijk toegenomen. Video-cd's kunnen alleen worden afgespeeld op een cd-i speler, een cd-speler met F(ullM(otion)V(deo)-module of met apparatuur die overweg kan met video-cd's volgens de White Book-normen.
Apart of geïntegreerd?
Het Dolby Pro-Logic-systeem kan prima worden ingepast in uw huidige stereo-installatie. Of beter, het kan een naadloze aanvulling op uw installatie zijn. Wat u nodig heeft zijn een processor (zoals de hier besproken Rotel), drie extra versterkerkanalen voor de aansturing van één midden- en twee surround-luidsprekers en uiteraard ook drie extra luidsprekers (1 x midden, 2 x surround/achter). Uw voor de 'klassieke' stereo-weergave bedoelde en tot uw tevredenheid stemmende linker en rechter front-luidsprekers kunnen in principe dus op hun plaats blijven. Ook de vertrouwde stereo-installatie blijft gewoon aktief: de front-luidsprekers l/r worden namelijk door de bestaande versterker aangestuurd.
Er zijn ook andere opties. Bij voorbeeld een Dolby Pro-Logic Receiver (tuner/voor- en eindversterker) die het hart van de installatie vormt. Of een processor, een tuner/voorversterker (NAD 917) en een zeskanaals-eindversterker zoals de NAD 916. Of kiezen voor een decoder, aparte voorversterker en aparte eindversterkers, enz. Een aparte decoder kan gewoon in de tapelus van de versterker worden opgenomen en wordt d.m.v. de tape monitor-toets naar believen in- of uitgeschakeld. In uitgeschakelde toestand wordt het gewone stereo-signaal aangeboden.

Bridging: '(over)bruggen'

Kanalen kunnen worden overbrugd, waardoor meer vermogen beschikbaar komt. Een eenvoudig voorbeeld van een zes-kanaalsversterker (6x 30 W): 4 x 30 W (stereo) worden gebrugd tot 2 x 90 W (mono), waarna nog 2 x 30 W (stereo) overblijft voor b.v. de beide achter-luidsprekers. Een zes-kanaalsversterker (3 stereo-groepen) kan d.m.v. een overbruggingsschakeling in een oogwenk worden omgetoverd in maximaal 3 zware mono-eindtrappen. Het totale uitgangsvermogen t.o.v. de stereo-groepen wordt dan verdubbeld. In dergelijke gevallen is het wel zo verstandig om geen luidsprekers met een impedantie lager dan 8 Ohm aan te sluiten. Want er moet altijd rekening mee worden gehouden dat bij overbrugging de luidspreker-impedantie wordt gehalveerd Dan is 8 Ohm is echt het minimum, want bij 4 Ohm gaat het mis: de versterker 'ziet' dan een luidsprekerbelasting van slechts 2 Ohm en bij parallelle aansluiting van 2 luidsprekers van 4 Ohm zelfs 1 Ohm!

Tijdvertraging en balans

Niemand kan de tijd vertragen, maar dat begrip is nu eenmaal zo ingeburgerd. De tijdvertraging tussen de voor- en achterluidsprekers wordt bepaald door de afstand tussen de luisteraar en die luidsprekers. U bepaalt eerst afstand A tussen u en de luidsprekers vóór (b.v. 6 meter) en vermenigvuldigt deze met de factor 3 (=18); vervolgens bepaalt u afstand B tussen u en de luidsprekers achter u (b.v. 3 meter) en vermenigvuldigt u deze eveneens met 3 (=9). Dan is A (18) min B (9) + de vaste factor 10 de benodigde tijdvertraging in milliseconden (19 ms). Tenslotte dient nog het volumeniveau van de luidsprekers onderling te worden ingesteld. Daarvoor is de Level Check-schakeling. Eerst wordt de gewenste geluidssterkte met de Master Volume-regelaar ingesteld en vervolgens wordt met Level Check een testtoon opgeroepen en kan naar eigen smaak en behoefte de balans voor alle luidsprekers worden ingesteld. Beide instellingen zijn essentieel voor de goede werking van Pro-Logic.

Akoestische effecten

De intimiteit van een jazz-café, de grotere ruimte van een concertzaal, een groot theater: een druk op de knop en hup, er is plotsklaps een andere akoestiek. Met behulp van de DSP (Digital Sound Processor) kunnen verschillende luisterruimten nagebootst. Iedere fabrikant gebruikt daarvoor karakteristieken naar eigen smaak. Bij een goed doordacht concept valt de vervorming echter alleszins mee. Zo zijn met 1 V uitgangsspanning de vervormingscijfers bij de l/r front-kanalen van de Rotel RSP960AX: Jazz 0,0035, Hall 0,0045 en Stadium 0,0060 %. In de Dolby-stand loopt de vervorming verder op: 0,1 %. Bij de center- en surround-kanalen ligt de vervorming rond de 0,02 % (Stadium) en 0,5 % (Dolby).

Luidsprekers

Om met de center-luidspreker te beginnen: kies er een van goede kwaliteit en probeer qua klankkleur zo goed mogelijk aansluiting te vinden bij de twee front-luidsprekers l/r. Laat u niet door verkeerde voorlichting van de wijs brengen: het is beslist niet zo dat een 'gemiddelde', kleine luidspreker zo maar ongestraft als center-luidspreker kan dienen. In het spraakgebied (dialogen!) komen oneffenheden namelijk al snel aan het licht, is er van een doeltreffende magnetische afscherming vaak geen sprake en worden bij verticale plaatsing van die luidspreker (b.v. op het televisietoestel) storende klankverschillen waargenomen wanneer alleen al op de bank een beetje heen en weer wordt geschoven. Goed ontworpen center-luidsprekers voor het thuistheater zijn magnetisch goed afgeschermd (geen beïnvloeding van het tv-beeld), en treden bij verticale (liggende) opstelling geen klankverschillen op omdat de afstand tussen tweeter en middenweergever niet verandert met looprichting of zelfs hoofdbewegingen. De tweeter hoort daarom - met de kast in verticale positie - niet náást, maar bóven (o.a. B&W), of zo dicht mogelijk bij de middentoner geplaatst te zijn. KEF had in '88 een vooruitziende blik: bij het Uni-Q principe is de tweeter is in het hart van de middenweergever gemonteerd en verandert de afstand tussen tweeter en middentoner in alle denkbare kastposities niet!

TV-kwaliteit

Met Dolby Pro-Logic hard- en software in optima forma wordt een zeer realistisch en soms buitengewoon indrukwekkend klankbeeld neergezet, maar het oog wil natuurlijk ook wat. Een matige tv met een klein scherm is als een vlag op een modderschuit. Met de onlangs gerecenseerde BeoVision Avant en de nog te bespreken Philips Matchline 28 PW 9501/01 met een beeldschermdiagonaal van rond de 70 cm kun je met recht spreken van een boeiende beeld- en geluidservaring. Dat het allemaal nóg groter kan (schermen van meer dan een meter zijn geen uitzondering) wil nog niet zeggen dat het ook indrukwekkender of béter wordt. Ik vind althans de beeldkwaliteit van die grote schermen nog niet je dat. De nadelen van grote schermen (vooral beeldscherpte en contrast) zijn nog niet overwonnen.

Geluidskwaliteit

Puur beoordeeld op geluidskwaliteit en niet op effect is 'gewoon stereo' gewoon beter. Pro-Logic moet het vooral hebben van de integratie van beeld en geluid, het spektakel, de effecten, het 'erbij zijn'. Het ontkomt niet aan compressie en het voor weergave uiteenrafelen van het bewerkte stereo-signaal en dat vraagt een prijs, hoe nauwkeurig en hoe goed dit proces ook verloopt. De noodzakelijke vertaalslag, de wederzijdse benvloeding van de (vele) kanalen, de onvermijdelijke overspraak, de aanmerkelijk mindere kanaalscheiding: ze eisen toch hun prijs. Maar die is relatief klein, want wie maalt daar nu echt om wanneer je met huid en haar opgaat in een spannende film of een boeiende muziekvideo? Dat wisten de ontwerpers en fabrikanten natuurlijk ook en is enige tolerantie best aanvaardbaar. Wèl is het altijd van belang dat de haalbare kwaliteit niet negatief wordt beïnvloed door een te krap bemeten vermogen. Alleen voor de achter- of surround-speakers mag een vermogensoogje worden dichtgeknepen. De beide front-luidsprekers én de center-luidspreker (o.a. heftige dialogen!) eisen een behoorlijk vermogen vermogen en het ultieme laag eveneens. Waarbij het bovendien ook nog zo is dat in de film véél op hetzelfde moment gebeurt: b.v. een enorme regenbui met hevig onweer, diep rommelend en donderend laag, explosies, huppelende dinosaurussen, een krijsende menigte, dit alles gelardeerd met heftige filmmuziek. Het is dan niet de bedoeling dat de elektronica zich een hoedje schrikt of puffend en hijgend ineenzakt.

Beschikbare ruimte

Het betekent zo op het oog nogal wat: minstens drie extra luidsprekers moeten een plaatsje vinden (of misschien zelfs vier, als er een subwoofer bij moet komen...) en in menig geval zullen tegenstribbelende huisgenoten tot Pro-Logicaanse bekering moeten worden gebracht. Toch blijkt het in de praktijk best mee te vallen. Die center-luidspreker kan zoals gezegd óp de tv worden neergevleid en vormt dus geen sta-in-de-weg. Met de kanttekening dat deze speaker sowieso zo dicht mogelijk bij de tv een plaatsje moet vinden. U kunt niet naar een dialoog kijken, terwijl de stemmen een meter of wat van het beeldscherm lijken te zijn verwijderd. De beide surround-achterluidsprekers komen niet in de echt lage klankregionen en mogen zonder bezwaar klein zijn, maar moeten wel een redelijk goede weergavekwaliteit bieden. Want tussen 120 Hz en 7 kHz valt best het een en ander te beleven, hoe onduidelijk de geluiden uit de surround-luidsprekers soms ook zijn. De subwoofer komt in aanmerking als uw front-luidsprekers het bij ca. 45 Hz voor gehoord houden.

Dolby Pro-Logic of stereo zonder beeld: aan u de keus

Ik ben minder overtuigd van Pro-Logic zónder bijbehorend beeld. Dat lijkt mij te veel op het bijwonen van een muziekuitvoering met de ogen dicht. In de concertzaal kun je je visueel op het podium en op de musici oriënteren en doet het er weinig toe dat het geluid je overspoelt. Je hoort zoals je ziet. Bij Pro-Logic is het niet anders. Bovendien vallen zónder beeld de klankeigenschappen meer op. Nee, dan liever 'gewoon' stereo, met de duidelijke plaatsing van instrumenten en solisten vóór je, een betere definitie, grotere transparantie en kanaalscheiding, en (veel) minder overspraak.

Mijn proefopstelling voor Dolby Pro-Logic

Luidsprekers van B&W: links en rechts vóór 802/III, midden, op de Philips Matchline 70 cm tv de H(ome)T(heater)M(onitor), achter links en rechts 805 plus de actieve REL Strata II subwoofer. De woofer alleen voor de aardigheid ter vergelijking, want de 802's reiken voor het testprogramma diep genoeg. De afstand vanaf de luisterpositie tot de 802: 6 meter; tot de 805: 3 meter; ingestelde tijdvertraging 19/20 ms. De software: de speelfilms Jurassic Park, Dances with Wolves, Army of Darkness, Apocalyps Now en The Bodyguard; de laserdiscs Barbra The Concert en Sade Life; de audio-cd Canadian Brass (Philips Classics).
Eerst luisteren in stereo
De receivers werden eerst zónder ingeschakeld Surround-circuit aan de tand gevoeld. Teac, Pioneer, Kenwood en Technics bieden ongestoorde weergave op middenklasse-niveau: de klank is wat dikker en vager, pittiger ook dan die van Yamaha en NAD. Het laag is warm en heeft voldoende fundament, maar mist die typisch droge doortekening die versterkers van een hoger kwaliteitsniveau kenmerken. En je hebt de neiging om de volumeregelaar niet te ver open te zetten, want dan wordt het algauw agressief. Het moet uit de lengte of uit de breedte komen! Een goede stereo-versterker met een ruim vermogen (2 x 90 W aan 8 Ohm of daaromtrent) kost algauw ƒ 1.000,- en voor een tuner is ƒ 600,- niet te veel. Drie tot vier eindtrappen méér plus Dolby Pro-Logic-circuit mogen zéker ƒ 1.500,- kosten en daarmee zitten we al op ƒ 3.100,-. Voor ƒ 1000,- tot ƒ 1500,- all-in kan het niet anders of er moeten qua bouw en afwerking min of meer behoorlijke concessies worden gedaan. Dat voel je (aan de regelaars!), dat zie je (binnenwerk!) en...dat hoor je. Zo bezien is de prijs/kwaliteitsverhouding van deze receivers zeker zéér gunstig!
De klank van de solide afgewerkte Yamaha is open en luchtiger, vriendelijker ook voor de oren. Het volume kan zonder bezwaar verder worden opgedraaid, al kent het middengebied enige grove trekjes en blijven sommige détails in de laagweergave in de grondverf steken. NAD is zonder enige twijfel de beste, maar ook de duurste (een belangrijk punt natuurlijk!): zowel meettechnisch als gehoormatig wordt hoog gescoord. De Rotel is een (overigens zeer positief) verhaal apart: in dit geval is namelijk uitsluitend van processor plus eindversterker sprake.
Selectiviteit en gevoeligheid van het tunerdeel van de receivers passen prima bij ontvangst via het kabelnet. Hogere aspiraties zijn er ook niet. Het stereobeeld voldoet, maar je mist de luchtigheid, dat beetje extra ruimte rondom de instrumenten, die wel degelijk in de betere uitzendingen aanwezig is. Alleen het tunerdeel van de NAD 917 kan ik onvoorwaardelijk voor toepassing van een buitenantenne aanbevelen.

Luisteren in Dolby Pro-Logic

De eerste ervaring met Surround is bijna altijd: verbijsterend, ongehoord, alsof een nieuwe wereld voor je opengaat. Na enige gewenning volgt onherroepelijk een kritischer oor en komen de beperkingen van veel Pro-Logic-apparatuur aan het licht. De kanaalscheiding zakt al drastisch, maar wat ronduit fnuikend is, is het tekortschietende vermogen. En zeker als kwalitatief hoogwaardige en minder gevoelige luidsprekers worden ingezet. De achterluidsprekers vragen niet veel vermogen, maar de overige wèl en als er dan ook nog een passieve subwoofer is aangesloten, kan het in een ruime kamer (50 m2) behoorlijk dichtlopen. De klank wordt dan groezelig, het laag krijgt iets onbestemds en het surround-perspectief (de plaatsing van het geluid) neemt af. In menige speelfilm komen natuurlijk herhaaldelijk akties voor die plotsklaps en langdurig een geluidsorkaan doen ontstaan. De integratie van beeld en geluid vermindert de perceptie voor geluid van mindere kwaliteit. Je wordt sterk door het beeld geabsorbeerd (als de film dit althans toelaat!) en luister je onwillekeurig toch minder kritisch naar de geluidskwaliteit. Het is natuurlijk ook zo dat vervorming bij veel filmgeluiden (dreunende motoren, een vrachtwagen die een houten brug passeert, e.d.) niet altijd gemakkelijk kan worden waargenomen. En niet mag worden vergeten dat niet alle soundtracks van goede kwaliteit zijn, terwijl ook faseproblemen de kop op kunnen steken.
Dat de beperkingen grotendeels in de eindtrappen van de receivers schuilen blijkt al snel na het aansluiten van goede, aktieve luidsprekers. Het geluidsbeeld knapt dan behoorlijk op. De dreunende voetstappen van de dinosaurussen (Jurassic Park) worden wel èrg realistisch (voor zover ik dit bij dieren uit het prehistorische tijdperk kan beoordelen), het middengebied wordt doorzichtiger en is beter doortekend, dialogen verliezen een nasaal randje en het is gedaan met het slap weergeven van impulsen. Wat blijft zijn de mindere kanaalscheiding annex overspraak.

NAD 917/916: een goed compromis

De NAD 917 is 'slechts' een tuner/voorversterker met ingebouwde Dolby Pro-Logic processor en laat u dus geheel vrij in de keuze van de eindversterking. De uitgangsspanning laat universele toepassing van iedere denkbare eindversterker(s) toe. Aanpassingsproblemen zijn er niet. De eindversterkers van NAD zoals deze 916 zijn overigens niet al te gek geprijsd en hebben een behoorlijke dynamische reserve. Vermogensoverbrugging (bridging) is onbeperkt toegestaan zonder concessies aan de geluidskwaliteit. Qua klank en meettechnische eigenschappen beviel het tunerdeel me van alle hier behandelde apparaten het beste, en is de handleiding over het gebruik van een goede buitenantenne zeker niet ten onrechte optimistisch. De FM-band wordt immers met zenders overspoeld en zonder zeer goede selectiviteit word je toch met getjilp en gelispel opgescheept. Bij klassieke muziek is dat sowieso onaanvaardbaar. Deze tuner is voor ontvangst via een eigen buitenantenne én voor de 'kabel' geschikt!

Rotel RSP960AX/RB956AX

In dit overzicht biedt Rotel de RSP960AX een Dolby Pro-Logic processor (dus zonder voorversterker en tuner) die eveneens universeel toepasbaar is, zowel in combinatie met Rotel-voor-en eindversterker(s) als met andere combinaties. Het vermogen van de RB956AX eindversterker lijkt met 6 x 35 W aan de krappe kant, maar in de 'dynamische' praktijk bleek dit ruim voldoende: deze versterker staat zijn mannetje. In gebrugde toestand levert de 956 bij 20 % onder het clipping-niveau, zonder zucht en mono-geschakeld bijna 100 W. En bi-amping kan natuurlijk ook, hoewel ik de in de audio-wereld daaraan toegedichte klankverbetering met enige zware zakken zout neem. Alvorens in kwalitatief opzicht een bijzonder kenmerk te kunnen melden, moet meestal eerst aan veel andere criteria worden voldaan... Rotel bewijst voor de zoveelste keer zonder veel ophef en marketing-tamtam dat zij goed doordachte produkten van kwalitatief hoog niveau op de markt brengt.

De digitale (naaste) toekomst

Dolby Pro-Logic, THX, varianten zoals AC-3 en Musicam en welke systemen er misschien nog meer zullen komen: alleen de digitale signaalbewerking én verwerking van a tot z met op maat gesneden software hebben dè toekomst. En als er en masse ook nog digitale, actieve luidsprekers (met ingebouwde d/a-converter en eindtrap) op de markt komen, zal het Theater Thuis in nieuwe klankdimensies losbarsten en zullen we de beperkingen van de huidige technologie (hoe goed die momenteel ook kàn zijn) achter ons laten. Multi-Media is tegen die tijd trouwens ook heel wat méér dan slechts een kreet waarachter nog slechts bescheiden mogelijkheden schuilgaan. Waarmee niet gezegd wil zijn dat dit zeer nabije toekomstbeeld voor iedere beeld- en geluidsenthousiast financieel ook snel binnen bereik zal komen. Meridian heeft intussen het Digital Theatre Concept (ontworpen rond de 562V Digital Controller en de 565 Surround Decoder) op de markt gebracht en dat lijkt veelbelovend.

Conclusie

Alle hier onderzochte receivers bieden in stereo-modus klankkwaliteit op middenklasse-niveau en hebben in surround de aan de goedkopere Dolby Pro-Logic-opzet inherente beperkingen. De Teac AG-V3020 en Technics hebben geen enkele rechtstreekse uitgang voor de aansluiting van een of meerdere aktieve luidsprekers en dat vind ik een nadeel. Van dit sextet komt de NAD 917/916 combinatie het beste uit de bus, direct gevolgd door de Yamaha RX-V590RD, die in het middengebied iets grover is dan de NAD. Een 'matige' receiver zit er niet tussen. Het tunerdeel van de NAD 917 scoort het hoogst en is in dit verband een eigen (draaibare) buitenantenne geen overbodige luxe. De vergelijking op basis van kwaliteit zonder daarbij de prijs van het gebodene te benadrukken is misschien niet helemaal eerlijk, maar dat is niet mijn schuld. De importeurs kregen de gelegenheid om receivers in de prijsklasse tot ca. ƒ 3000 (bruto-adviesprijs) ter beschikking te stellen. Tja, als men dat dan niet doet of kan... De Rotel blijft buiten mededinging, omdat voorversterker en tuner-deel ontbreken. Ik had die set er ter vergelijking toch graag bij. In kwalitatief opzicht blijkt Rotel wederom een merk te zijn om ernstig rekening mee te houden!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links