Audio-apparatuur

Twee receivers:

Denon DRA-54RD en Luxman R-351

 

© Aart van der Wal, oktober 1992

 

Nog niet zo erg lang geleden werd het de serieuze muziekliefhebber ontraden om een receiver -een gecombineerde tuner/versterker- aan te schaffen. Receivers kunnen het kwalitatief niet opnemen tegen afzonderlijke componenten in de vergelijkbare prijsklasse, luidde het wijdverbreide oordeel van zowel de vakpers als daarbuiten. Wanneer echter in ogenschouw wordt genomen dat de meeste tuners op het kabelnet worden aangesloten is het maar de vraag of die conclusie ook praktische waarde heeft.

Voor- en nadelen

Je hebt een signaalkabel en een netsnoer minder nodig en dat vind ik een uitgesproken voordeel. Achter mijn kast bevindt zich een oerwoud aan kabels en -gemakzuchtig als ik nu eenmaal ben- kom ik er maar niet toe orde in die chaos te scheppen. Kent u ook de ellendige zoektocht naar een steker die met acht collega's in een aansluitdoos zit? En de wirwar aan de achterzijde van de versterker is natuurlijk ook niet mis! Sommige receivers zijn niet groter dan een gewone versterker en dit levert een tweede voordeel op: wanneer je niet al te veel ruimte beschikbaar hebt is elke cm. mooi meegenomen. Maar een nadeel is er ook, want als het ontvangstgedeelte de geest geeft moet ook het versterkerdeel de deur uit (het omgekeerde gaat niet op, omdat een tuner zonder versterker alleen nog nutteloos kan knipogen). hoewel dat zeker niet altijd als een echt nadeel hoeft te worden gezien bieden de meeste receivers geen groot vermogen; 2x60 (echte) Watts aan 8 Ohm is in deze categorie al ophoorbarend. Kwalitatief zijn er tussen de verschillende merken en modellen evengoed verschillen aan te wijzen als bij afzonderlijke componenten het geval is. Daarom ook heeft het geen enkele zin om de gecombineerde tuner/versterker al bij voorbaat -op grond van het 'verschijnsel' op zich- naar de inferieure hoek te verwijzen. Zoals het ook onzin is om een aparte voor- en eindversterker al bij voorbaat hoger te klasseren dan zijn geïntegreerde broeder.

Luxman R-351 (versterkerdeel)

Infrarode standsbediening met o.a. motorgestuurde volumeregeling (ook gewoon met de hand te bedienen), zeven ingangen (phono, cd, aux 1/2, tape 1/2 en signaalprocessor), twee paar luidsprekeraansluitingen, loudness en subsonisch filter op de pickup-ingang (uitsluitend voor MM-elementen). Het gespecificeerde vermogen van 2x65 Watt (1 kHz, 8 Ohm, 0.1 %) werd op beide kanalen met 2 Watt overschreden. Het apparaat produceert aanzienlijk meer Watts, maar dan moeten de criteria worden verlegd: 76 W (1 %/8 Ohm), 89 W (0.1 %/4 Ohm) en 98 W (1 %/4 Ohm). De vervormingscijfers mogen ook gezien worden: 0.003 % op de cd- en 0.012 % op de pickup-ingang, net onder het 'clipping point'. De metingen werden verricht met uitgeschakelde klank- en contourregeling omdat anders de vervorming bij toenemend vermogen al snel oploopt (een gebruikelijke gang van zaken overigens). De ruisafstand op de cd-ingang kwam precies overeen met de specificatie: 95 dB, op phono nog 1 dB beter: 81 dB bij 5 mV; de niet gespecificeerde kanaalscheiding (rechts/links en links/rechts) was exact 67 dB. De overspraak van cd t.o.v. tuner en aux 1 bedroeg 64 dB en zult u geen last hebben van een hoorbaar radiosignaal wanneer naar cd-weergave wordt geluisterd. De gevoeligheid op de lijningangen en dus ook op cd (150 mV) houdt -we zien bijna niet anders meer- onvoldoende rekening met de hoge uitgangsspanning (rond 2 V) van de meeste cd-spelers. De afwijking van de RIAA-curve was niet groter dan 0.4 dB: zeer goed dus. Wanneer geen draaitafel wordt aangesloten, kan de phono-ingang worden omgeschakeld naar aux 3: u krijgt er dan gewoon een extra lijningang bij. Aan de achterzijde is daarvoor een schakelaar aangebracht. Je kunt naar bron A luisteren en gelijktijdig van bron B opnemen. Tape dubbing kan zowel van deck 1 naar deck 2 als omgekeerd en dit is vooral handig wanneer je naast een analoog deck ook een dat-recorder gebruikt. Een uitgang voor hoofdtelefoon is aanwezig, waarbij de luidsprekers met een toets desgewenst het zwijgen kan worden opgelegd. De klankregeling brengt me weer niet in vervoering: gewoon recht toe-recht aan, zonder instelbare kantelpunten en alleen bruikbaar voor geringe correcties. Er is een voorziening (systeembus) voor integrale afstandbediening van andere, aangesloten Luxman apparaten. De 'sleep timer' kan worden ingesteld tot 90 minuten met intervallen van 10 minuten, maar een monotoets ontbreekt helaas. Verbonden met de B&W 802 luidsprekers met uitlijnfilter in een kamer van 60 m2 was het beschikbare vermogen meer dan toereikend en blijft het klankbeeld stabiel en doorzichtig, ook bij zeer veeleisende opnamen, zoals Strawinsky's L'Histoire du Soldat op Reference Recordings. Langdurige belasting onder 4 Ohm zorgde voor een hogere, maar constant blijvende bedrijfstemperatuur en zo hoort het ook. Ook de tijdens de FIRATO gepresenteerde DENON test-cd's kwamen op deze receiver goed tot hun recht.

Luxman R-351 (tunerdeel)

FM, MG en LG, 20 posities voor de zenderkeuze, mono-schakeling, signaalsterkte-meter en, heel belangrijk, de mogelijkheid om in stappen van 25 kHz af te stemmen. De antenne-aansluiting voor FM heeft een 75 Ohm bus. Een steker met ingebouwde omzetter van 75 naar 300 Ohm wordt bijgeleverd, maar ik raad deze toepassing nooit aan: 75 Ohm is altijd het beste. Eerst een paar meetgegevens: de gevoeligheid bij 50 dB ruisafstand bedroeg stereo 40 µV; met 1 mV in stereo op 1 kHz was de ruisafstand 64 dB en de kanaalscheiding 48 dB, geen waarden van topklasse, maar wel gewoon goed. De harmonische vervorming bij 65 dBf schommelde tussen 0.21 en 0.22 % voor beide kanalen. Gevoegd bij de goede selektiviteit en een keurig weggefilterde piloottoon is sprake van goede prestaties. Met een draaibare buitenantenne moeten de eisen wat verder worden aangescherpt (we komen dan bijv. bij een gevoeligheid van zo'n 25 µV voor 50 dB s/r niveau stereo terecht), maar er zal dan een speciaal voor dit doel geschikte (aparte) tuner worden overwogen. Voor aansluiting op de 'kabel' is de R-351 zonder voorbehoud geschikt. Midden- en lange golf bleken -met de apart bijgeleverde antenne- nog tot over de grens redelijk bruikbaar, al blijft het met muziekuitzendingen behelpen. Het amberverlichte, niet uitschakelbare display is bescheiden gehouden (geen kerstboomverlichting) met als enig minpunt dat de gekozen bron niet erg duidelijk zichtbaar is: de led's zijn wel duidelijk, maar de bijbehorende belettering niet.

Denon DRA-545RD (versterkerdeel)

Afstandsbediening -ook met motorgestuurde volumeregeling-, zes ingangen (phono, cd, video, tape 1/2, pre-out), twee paar luidsprekeruitgangen, regelbare loudness- of contourschakeling en ingebouwd subsonisch filter. Er worden bij 8 Ohm links 57 en rechts 63 'schone' Watts geleverd (de specificatie vermeldt 2x60 W). Het vermogensverschil tussen beide kanalen is niet zo dramatisch als het lijkt door een gering verschil in de gelijkloop van de beide kanalen. De vervorming komt wat hoger uit dan bij de Luxman met 0.008 % op de cd- en 0.017 % op de phono-ingang, maar deze waarden zijn goed en het verschil zult u nooit kunnen horen. Het s/r-niveau op cd bedroeg 102 dB en op phono 85 dB (zeer fraai!). De (wederom niet gespecificeerde) kanaalscheiding lag op gemiddeld op 61 dB en de overspraak op 66 dB. De gevoeligheid op de lijningangen was ook hier 150 mV. Op de -niet omschakelbare - pickup-ingang kunnen alleen MM-elementen worden gebruikt en de RIAA-curve was met 0.5 dB even perfect. Het is niet mogelijk om bron A op te nemen en tegelijkertijd naar bron B te luisteren. Tape dubbing kan van deck 1 naar deck 2, maar niet omgekeerd. Weer de bekende hoofdtelefoon-uitgang en uit te schakelen luidsprekers. De klankregelaars werken op de zelfde manier als die van de Luxman. De contourregelaar kan naar smaak worden ingesteld en daarnaast is er nog een schakelaar die uitsluitend de laagweergave een stevige lift geeft. De cd-direct toets is (gelukkig) verdwenen, maar de mono-toets ook! Op dezelfde wijze aangesloten als de Luxman constateerde ik geen verschil.

Denon DRA-545RD (tunerdeel)

FM, MG en 24 voorkeurposities, mono-schakeling en RDS (Radio-Data System). Wat ontbreekt zijn een signaalsterkte-meter en de mogelijkheid om in stappen van 25 kHz af te stemmen: ik vind dit een regelrecht gemis en snap ook niet waarom op dergelijke essentiële punten wordt bezuinigd. De antenne-aansluiting voor FM bestaat uit een 75 Ohm bus. Zowel de gevoeligheid bij 50 dB van 35 µV (stereo) als de ruisafstand van 77 dB (stereo, 1 mV) zijn voorwaar niet mis, maar de kanaalscheiding van 40 dB is wat minder dan ik eigenlijk verwacht had. De harmonische vervorming bij 65 dBf (stereo) vond ik bij eerste meting wat aan de hoge kant met 0.6 %. Naregeling bracht de waarde terug tot 0.3 %. Het lijkt me in dit geval zeker zinvol wanneer de importeur aan dit punt wat extra zorg besteedt omdat het dus duidelijk beter kan. Laat ik eraan toevoegen dat 0.6 % vervorming voor een kabelnet al een zeer nobel streven is! De eigenschappen van het ontvangstgedeelte zijn goed genoeg voor aansluiting op de 'kabel'. Het blauw oplichtende display vind ik nogal opdringerig, maar dat zal wel een kwestie van smaak zijn. Het uitsluitend op FM bruikbare RDS-systeem (voor dit doel wordt de informatie digitaal van de zender naar de tuner overgebracht) laat op het display zien welke zendgemachtigde en/of zender, programma aan het 'woord' is.

Luisteren

Ik luisterde naar een rechtstreekse uitzending vanuit het Amsterdamse Concertgebouw met het Nieuw Sinfonietta en was met zowel de kwaliteit daarvan als de weergave op zowel de Luxman als de Denon zonder voorbehoud tevreden. Hetzelfde gold voor de integrale uitvoering van Van Beethoven's sonates voor cello en piano door het duo Natalia Gutman en Eliso Wirsaladze. Zowel uitvoering als opname kwamen zeer fraai tot leven.

De cijfers onder elkaar

Gemakshalve heb ik de meetgegevens voor u onder elkaar geplaatst:

Luxman Denon
versterkerdeel versterkerdeel
Vermogen, 1 kHz, 8 Ohm, 0.1 % 65/65 57/63
Vervorming 0.003 % 0.008 %
S/R 95 dB 102 dB
Kanaalscheiding 67 dB 61 dB
RIAA-correctie 0.4 dB 0.5 dB

tunerdeel tunerdeel
Golfbereiken FM/MG/LG FM/MG
Aantal voorkeursposities 20 24
Afstemming 25 kHz 50 kHz
Gevoeligheid 40 µV 35 µV
S/R 64 dB 77 dB
Kanaalscheiding 48 dB 40 dB
Vervorming 0.22 % 0.3 % (na corr.)

Aan de hand van deze vergelijking kun je onmogelijk concluderen dat de ene receiver beter is dan de andere. Scoort de Denon qua ruisafstand en gevoeligheid hoger dan de Luxman, met de kanaalscheiding en de vervorming is het juist andersom. Ik heb een lichte voorkeur voor de Luxman omdat op de Denon zowel de signaalsterktemeter als de afstemming in stappen van 25 kHz ontbreken. Het is ook verder aan u of het prijsverschil van fl. 100 in de overwegingen nog een rol speelt.De beide receivers maakten gedurende het gebruik een betrouwbare indruk en zowel in- als uitwendig is sprake van een degelijke bouwwijze en hebben beide fabrikanten de nodige aandacht aan de afscherming besteedt. De slotconclusie luidt evenwel dat -aangesloten op de kabel- beide receivers een goede kwaliteit bieden en het versterkervermogen ruim voldoende is voor gebruik in de huiskamer.


______________________________
Luxman R-351 fl. 1000
Importeur: Audioscript bv, Soest

Denon DRA-545RD fl. 900
Importeur: Penhold bv,Amsterdam


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links