Audio-apparatuur

Meer of minder bits?

Denon DCD-890 cd-speler

 

© Aart van der Wal, december 1992

 

De cd-spelers van het Japanse Nippon Columbia maakten altijd - ook in de goedkopere klasse - een goede indruk, zowel op de meters als gehoormatig. De spreiding in de produktie lijkt gering te zijn, zoals verschillende spelers aantoonden.

Meer of minder bits

Bij de cd-speler komt het er vooral op aan hoe nauwkeurig de conversie verloopt. De afregeling van de MSB (Most Significant Bit) bepaalt daarbij het wel of niet binnendringen van derde harmonischen die verantwoordelijk zijn voor een meer of minder agressieve weergave, vooral te horen bij (goed opgenomen!) strijkers. Zelfs nu, zo'n negen jaar na de introductie van de eerste generatie cd-spelers, kunnen we soms nog worden vergast op een matige weergavekwaliteit bij meerbitters en niet omdat ze zo slecht zijn geconcipieerd, maar omdat de afregeling niet blijkt te kloppen. Voor de eenbitters geldt hetzelfde verhaal, maar daaraan valt door de importeur niets meer af te regelen.

Produktietoleranties, vervoer, klimaat en veroudering kunnen ervoor verantwoordelijk zijn dat de ene meerbitter van merk A beter of slechter klinkt dan de andere en, niet in de laatste plaats, dat de ene fabrikant het uiteindelijke resultaat beter in de hand blijkt te hebben dan de andere. Bij de slechtere is de strijkersweergave duidelijk minder rustig, zit er een scherp randje aan de mooiste sopraan en schiet de doortekening in het laag tekort. Ook bevestigt het gedrag op de (zeer) lage signaalniveau's (zo vanaf -40 dB) dat we met een minder geslaagd produkt te maken hebben.

De (nieuwere) eenbitter is natuurlijk ook niet zonder problemen en moet ook worden getransporteerd vanuit verre landen, maar heeft het voordeel dat dergelijke invloeden geen gevolgen hebben op de lineariteit. Van die zo lastige, later uit te voeren naregeling kon afscheid worden genomen: de éénbitter toont een goed karakter in die zin dat hij zelf regulerend is. Maar bezwaren zijn er ook: er werd ons al voorgerekend dat de converter maximaal 44.100 maal 65.536 maal per seconde bij maximale signaalwaarde moet schakelen. Een processor die in GigaHerz die taak op zich kan nemen is nog niet beschikbaar en vandaar dat de fabrikanten gedwongen zijn tot omwegen die ruis veroorzaken, terwijl ruis nu juist een volstrekt ongewenst bijprodukt is in de weergave van muziek. Dus moest de ruis worden aangepakt en werd 'noise shaping' toegepast, maar daarvoor gaat de fasereinheid weer op het offerblok (gemakshalve noem ik het 'ruis' omdat het op de scoop als zodanig herkenbaar wordt). Het is duidelijk dat het symptoom daarmee wordt bestreden, maar de ziekte zelf niet. Het residu in de hoge frequenties, bij eenbitters ook duidelijk aanwezig, kan uiteraard op een deskundige manier worden onderdrukt, maar toch is het -niet gefilterd- op de scoop zichtbaar te maken, door de ruis héén. Een uitvoerige luistertest op betere tot zeer goede spelers maakt echter duidelijk dat de weergavekwaliteit dermate hoog is dat de nog bestaande, technische tekortkomingen van een relatief wel erg lage orde zijn, onverschillig of het om een- of meerbitters gaat. Waarbij ik dan gelijk maar de marketingfabel van tafel veeg van 'hoe meer bits hoe beter de kwaliteit'. Er zijn 16-bitters die een 20-bitter met gemak achter zich laten.

Zachte signalen

Rond 0 dB, het maximale signaalniveau dat we op commercieel geproduceerde cd aantreffen, is het verschil tussen de tientallen merken en modellen nu klein geworden (vind ik). Zeker, er zit weleens een 'gemene' tussen (vooral bij de portables), maar door de bank genomen is er sprake van subtiele verschillen. Zo subtiel dat we wel heel erg goede audiospullen in huis moeten hebben om die verschillen ook werkelijk waar te nemen (dat is iets anders dan het hóren van verschillen omdat we fl. 4.000 hebben neergeteld...). Deze constatering mag worden doorgetrokken naar een niveau van zo'n -20 dB. Ik neem hierbij een veilige marge omdat ik niet àlle cd-spelers ken, maar ik kan u geruststellen: diegene die ik onder handen heb gehad en gerekend mogen worden tot de goedkope prijsklasse (zo rond fl. 500) zeker tot en met -30 dB hun mannetje stonden. Op nog lagere niveau's (tot -60 dB) komen de verschillen duidelijk(er) aan het licht en is het zeker niet zo dat duurdere spelers -ook van dezelfde fabrikant!- het in deze regionen zonder uitzondering beter doen dan de goedkopere! De DENON test-cd's laten al snel horen wat de speler presteert vanaf -30 dB. Ongerechtigheden kunnen hoorbaar worden in de vorm van spetters, gekraak, pure vervorming en kruiend grind. En zult u er achter komen dat niet alleen het signaalniveau bepalend is voor het gedrag van de speler, maar ook de muziek zelf! De ene speler scoort bij de contrabas beter dan bij piano maar ook omgekeerd. Wel heb ik gemerkt dat de menselijke stem wel erg verraderlijk is en al snel het feilen aantoont. Hebt u een speler die bij -60 dB 'schoon' klinkt, dan mag u van een wel zeer gelukkige koop (in dat opzicht!) spreken. Spelers die bij -60 dB zeer hoog scoren zijn o.a. de QUAD (die binnenkort besproken zal worden), B&O CD 7000, Luxman D-107, Onkyo 708, Kenwood DP-1030, en enige toppers van Sony. Er is echter geen enkele noodzaak om een speler die de eerste ongemakken bij -40 dB laat horen, prompt in te ruilen.

Denon: van twee werelden één

Deze 20-bitter met achtvoudige bemonstering met superlineaire (door Denon zelf ontworpen) converter is geconcipieerd op basis van het -voor de hand liggende- uitgangspunt om het concept van de eenbitter met de meerbitter te combineren. Dus de eenbitstechniek voor de lineariteit en het meerbitsprocedé voor de schakelsnelheid. Bijkomend voordeel is dat deze toepassing niet peperduur uitpakt, zoals de DCD-890 bewijst. Maar werkt het in de praktijk ook? Ik heb de meetplaten eerst in de kast laten staan en begon met de nieuwste test-cd van Denon zelf. De ongerechtigheden komen pas op -60 dB (tracks 89, 94 en 99) en ik vind dat een prestatie van de bovenste plank, zeker in deze prijsklasse. Dat 400 Hz zelfs op -70 dB nog goed uit de verf komt vind ik minder veelzeggend, omdat muzieksignalen nu eenmaal complexer van aard zijn en ook sneller tekortkomingen openbaren.

Waar het om begonnen is: muziek

De speler, aangesloten op de QUAD versterker en B&W 802's, heb ik uitvoerig 'muzikaal' aan het woord gelaten. Begonnen werd met dat aarzelende, o zo breekbare begin van het adagio van Schubert's Strijkkwintet in C (EMI CDC 747018). Een gekoesterde uitvoering met een schier oneindige reeks aan subtiliteiten en vooral erg veel sfeer. Dan het adagio van Beethoven's Vioolsonate op. 96 door het duo Perlman/Ashkenazy op DECCA 411948. Geen détail ging verloren, de ruime akoestiek kwam volledig 'mee', de vleugel klonk diep en sonoor, de viool zonder een zweem van scherpte. De zeer diepe pedaalnoten van het orgel in Bach's Pastorale BWV 590 (Tom Koopman op ARCHIV 423200) bleven uiterst strak. De stralende stem van Jessye Norman in Strauss' Im Abendrot op PHILIPS 411052 kwam niets tekort en dat gold ook voor de warme gloed van de strijkers in het voorspel tot de laatste akte van Wagners Tristan met Böhm op DGG 4198892. De schitterend opgenomen Bösendorfer van Andras Schiff op DECCA 430425 met pianowerken van Schubert (zojuist verschenen) bleek ook in de huiskamer formidabel te zijn. De strijkersweergave op B&W 001 was pittig, maar zonder enige scherpte, precies zoals het (naar mijn gevoel!) moet zijn. Wat wil je nog meer?

Nog duurder?

Het is een misverstand te menen dat duurdere prijsklassen ook vanzelfsprekend een betere klankkwaliteit betekenen. Zeker, er zijn spelers waarbij -met moeite, afgeluisterd op een elektrostatische hoofdtelefoon - een fractie meer tekening op sommige cd's aanwezig lijkt te zijn. Zo merkte ik in de eerste Etude Op. 25 van Chopin door Ashkenazy op DECCA 414127 dat de QUAD cd-speler de linkerhand een fractie duidelijker weergaf, een heel subtiel verschil. Hetzelfde valt op (wanneer je er naar zoekt!) bij contrabas en fagot samen: beide instrumenten blijven op de QUAD iets duidelijker apart herkenbaar (het langzame deel van Mozart's Linzer), maar met de nadruk op iets!

Resumé

Een zeer fraaie speler met veel faciliteiten (die u maar in de handleiding moet lezen) en -zoals we van Denon gewend zijn- degelijk gebouwd, een weergavekwaliteit die niets te wensen over laat en voor een overzienbare prijs.

________________________________

Importeur: Penhold bv, Amsterdam (020-6114957)
DCD-890 cd-speler: fl. 800


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links