Audio-apparatuur

Britse gegoede klasse:

Cyrus IIIi versterker

Cyrus FM7 tuner

Cyrus dAD3 cd-speler

Cyrus PSX-R voeding

Mission 753 Freedom luidsprekers

 

© Aart van der Wal, september 1997

 

Het leek me logisch om Cyrus en Mission in één recensie te verenigen, want de in Huntingdon gevestigde Mission groep zwaait de scepter over beide merken. Het is dus even voor de hand liggend dat Cyrus en Mission in Nederland door één importeur (TES) worden vertegenwoordigd. Cyrus en Mission staan bij muziekliefhebbers en vakpers hoog aangeschreven, wat ook blijkt uit de indrukwekkende verkoopcijfers, de positieve recensies en de altijd weer goed bezochte stand tijdens beurzen en tentoonstellingen.


Cyrus is door de jaren heen voorstander van de zogenaamde modulaire opzet. Zo kun je bescheiden beginnen en vervolgens opbouwen/opwaarderen met een extra voeding (PSX-R), een of meerdere aparte eindversterkers (Power), enz. Het is dan nog maar een klein stapje verder naar de audio/video-processor (AV-Master) en het multi-room systeem (MR3). Het door TES geleverde, fraaie audio-rek (de ‘Hark’ van Cyrus) maakt het dan het extra aantrekkelijk om in de huiskamer een waarlijk Cyriaanse piramide op te trekken. U kunt uit de losse componenten diverse zinvolle combinaties samenstellen. In de Cyrus-brochure wordt dit lekkers helder en duidelijk beschreven. Dus als uw afgunst is gewekt: bestook de importeur er maar mee!

Cyrus IIIi

hoewel het metalen buitenwerk op traditioneel ambachtelijke wijze van alle vrolijkheid is ontdaan (jawel: het is wéér eens zwart, nog steeds dé huiskleur van de audio-industrie), mag Cyrus zich best wel op de borst kloppen voor de originele vormgeving met afwijkende afmetingen (Cyrus koos heel eigenwijs voor een pittige diepte en een bescheiden breedte). In ieder geval zó origineel dat het niet gemakkelijk zal zijn om apparatuur van een ánder merk op of onder zo’n Cyrus-telg te plaatsen. Dat is een staaltje van zelfbewuste profilering waar de Engelsen het patent op lijken te hebben (denk aan Quad!)

Voorzijde

Het speelse frontpaneel zal niemand met knoppenvrees afschrikken. Zeven stevig uitgevoerde druktoetsen activeren de bronkeuze (phono, cd, tuner, audio/video, tape, auxillary, en sound presence=aux 2). Met de mute-toets wordt het geluidsvolume drastisch gereduceerd. Dan zijn er nog twee toetsen voor standby en balans, en - natuurlijk zéér geprononceerd - de regelaar met led-indicatie waarmee het volume in goed gemarkeerde stappen van 1 dB naar smaak wordt ingesteld (en waar uiteindelijk alles om draait). Tenslotte is er het bekende glazen oog voor de (infrarood) afstandbediening. Die volumeknop heeft een dubbele functie, omdat - in combinatie met de balanstoets - daarmee ook de balans (+/- 4 dB) wordt ingesteld. In de maximale stand wordt naar keuze het linker of rechter kanaal geheel uitgeschakeld. De gekozen balansinstelling blijft ook ná uitschakeling van het apparaat behouden.

Puzzelen

Met de aansluitingen aan de achterzijde is het vaak puzzelen. Zo heeft menigeen er moeite mee om wijs te worden uit zoiets als ‘tape out’ (ook met ‘replay’ aangeduid) en ‘tape in’ (of ‘record’). Met ‘pre out’ en ‘pre in’ is het al niet anders. De in de handleidingen afgedrukte aansluitschema’s zijn vaak onduidelijk en is het uitermate lastig om wegwijs te raken in het onontwarbare lijnenspel dat de aansluitingen symboliseert. Bij audio/video- en Dolby surround apparatuur lijkt de kluwen vaak onontwarbaar: het respect voor de consument is nogal eens ver te zoeken. De gebruiksaanwijzingen van Cyrus lijken qua uitmonstering en overzichtelijke eenvoud sterk op die van de inmiddels historische Quad 33/303/FM3 installatie, al vind ik dat sommige functies niet of te mager worden besproken (met name de pre out-functie), of te onduidelijk worden afgebeeld (functietoetsen van de afstandbediening). Ook is er wel wat af te dingen op de volledigheid van de technische doopceel.

Voldoende in- en uitgangen

Het basismodel (de III) beschikt over zes standaard-lijningangen voor cd, tuner, video, tape opname) en 2x aux. De door de fabriek ingestelde gevoeligheid is een prettige 200 mV aan 50 kOhm, maar deze kan door de gebruiker zelf ook worden ingesteld (daarover straks meer). Zoals gebruikelijk zijn deze ingangen dus door elkaar te gebruiken: u kunt de tuner evengoed in de aux-ingang pluggen, of de cd-speler in de video-ingang. Het is maar welke naam het beestje wordt gegeven. Daarnaast is er nog een pu-ingang voor een standaard mm-element (gevoeligheid 2,75 mV aan 47 kOhm + 50 pF) die tot een gewone lijningang kan worden omgesmeed. Dat is nuttig voor diegenen die geen lp’s (meer) bezitten. Wat moeten ze er anders mee? De i bij het typenummer (de hier besproken IIIi) houdt in dat u er een extra lijningang bijkrijgt. Er zijn drie uitgangen: voor één paar luidsprekers, tape (afspelen) en de pre-out die vooral is bedoeld voor een apart aan te sluiten eindversterker. In de gebruiksaanwijzing wordt de uitgangsspanning aan de pre-out uitgang niet gespecificeerd, maar u kunt ervan uitgaan dat deze rond de 400 mV schommelt. Aan de achterzijde bevinden zich ook nog de aan/uit-schakelaar, de zekeringhouder, de lichtnetaansluiting (het losse netsnoer wordt uiteraard bijgeleverd), een aardklem én een aansluitbus voor de aparte PSX-R voeding (die elders in deze recensie wordt besproken).

MC-Bus systeem

Er is ook een in- en uitgang voor het MC-Bus systeem. Daarmee kan een lus worden gecreëerd die alle aangesloten Cyrus-apparatuur met elkaar verbindt en daardoor wordt geactiveerd. De Cyrus IIIi fungeert dan als een spin in het web. Een simpel voorbeeld: als de standby-toets op deze versterker wordt ingeschakeld, schakelt het gehele systeem over op standby. Het MC-Bus systeem werkt uiteraard niet met ándere apparatuur.

Aparte instelling van de gevoeligheid

Dat kom je zeker niet iedere dag tegen: de mogelijkheid om de ingangsgevoeligheid van de diverse signaalbronnen zèlf in te regelen. Dit is pure luxe waaraan je snel gewend raakt. De afwijking in de gevoeligheid van de diverse signaalbronnen (cd-speler, tuner, enz.) wordt d.m.v van een vijfstappenplan voor iedere bron afzonderlijk zó ingesteld dat iedere bron hetzelfde geluidsvolume aan de luidsprekers kan afgeven. Daarbij geldt de cd-bron als referentie. Deze instelling beïnvloedt natuurlijk niet het (opname)signaal dat door de versterker aan de aangesloten tape recorder wordt afgegeven.

Afstandbediening

Bij de Cyrus IIIi wordt een a.b. bijgeleverd waarmee ook de FM-7 tuner kan worden bestuurd. Het bereik is ruim voldoende om op iedere gewenste plek in een willekeurige huiskamer alle versterker- en tunerfuncties te activeren. Het was handig geweest als ook de cd-speler met deze a.b. kon worden bediend. Het bedieningsgemak wordt dan immers aanmerkelijk verhoogd (en weer een a.b. minder op de salontafel). Of nog beter: voor de bediening van apparatuur van ieder willekeurig merk, want dat is allang geen nieuwtje meer. De importeur vertelde me echter onlangs dat Cyrus - als u deze test leest - een a.b. op de markt heeft gebracht waarmee ook de cd-speler kan worden bediend en voortaan standaard bij ieder apparaat wordt geleverd.

Prestaties

Het eerste compliment gaat naar de volumeregelaar die over het gehele bereik (tot -65 dB!) niet alleen zeer nauwkeurig bleek, maar dan tevens maximale kanaalgelijkheid waarborgt. De afwijking tussen de beide kanalen is nergens groter dan 0,15 dB. Dat is een waarde waar zelfs Alps zich niet voor hoeft te schamen. De signaal-ruisverafstand ligt bij de lijningangen op rond de 98 dB. Bij phono is dat een zeer respectabele 78 dB. Ook de vervormingsgetallen op lijnniveau zijn achtenswaardig: 20 % onder het clipping point is de totale harmonische vervorming bij 1 kHz niet meer dan 0,0035 %. Het afgeleverde, nominale vermogen is voldoende voor de meeste toepassingen: 53 W aan 8 Ohm en 78 W aan 4 Ohm. De vervormingscijfers in ogenschouw genomen betekent het dat door de bank genomen bij continu 45 W aan 8 Ohm en 60 W aan 4 Ohm de sopranen nog niet uit de bocht vliegen. Het zal duidelijk zijn dat deze versterker het best gedijt in niet al te grote huiskamers (tot maximaal zo’n 50 m2) en niet al te ongevoelige luidsprekers. Met de PSX-R voeding is er nog enige vermogenswinst te halen: ca. 60 W aan 8 Ohm en ca. 90 W aan 4 Ohm. Alleen uitgedrukt in dB’s méér heeft dit echter geen betekenis. De piekstroom ligt dan rond de 30 Ampère.

FM7 FM-stereotuner

In het midden van het frontpaneel bevindt zich het display met rechts daarvan de grote afstemknop (voor handmatige afstemming) en links toetsen voor fijnafstemming en de zoekfunctie, alsmede het glazen oog van de a.b. en de standby-toets/indicator. Onder het display bevinden zich zeven pre-selectietoetsen. Aan de achterkant vindt u de lijnuitgang naar de (voor)versterker, de aansluiting voor het MC Bus systeem en de 75 Ohm antenneingang. Dan zijn er nog de aan/uit-schakelaar, de aansluitterminal voor het netsnoer en de zekeringhouder. Met de meetzender komen er betere waarden uit de bus dan uit de specificatie blijkt (ik zal ze niet allemaal voor u opsommen): dit is weer eens een tuner die zelfs een draaibare buitenantenne verdient! Zeer goede cijfers dus voor spiegel- en piloottoononderdrukking, kanaalscheiding, gevoeligheid en ruisafstand. Het uitgangsniveau bij 95% modulatie ligt op 790 mV en daar hebben de meeste versterkers geen enkele moeite mee.

Afstemming

U kunt op twee manieren afstemmen: met de zoektoets of met de afstemknop. De zoektoets is handig als u de frequentie van het programma niet weet. Bij iedere zender wordt keurig gestopt. Met een druk op de knop vervolgt u de zoektocht. Met de afstemknop wordt eenvoudig de frequentie van de gewenste zender (bijv. Radio 4, Lopik, 98,9 mHz) opgezocht. Afstemming kan desgewenst in stappen van 10 kHz. De juiste afstemming wordt evenals de signaalsterkte (van 20 tot 60 dBµV in stappen van 2 dBµV) in het display aangegeven. Zwarte blokjes en het ‘magische oog’ in het display helpen u daarbij.

Voorkeuzezenders

Het is mij niet duidelijk waarom Mission slechts ruimte heeft gelaten voor zeven voorkeuzezenders op het frontpaneel. Het dubbele aantal of méér is vandaag de dag eerder regel dan uitzondering, en die hadden toch gemakkelijk een plaatsje kunnen vinden achter die 7 druktoetsen. Dit komt het bedieningsgemak ten goede. Met de tot voor kort bij de versterker meegeleverde a.b., maar ook met de nu leverbare, nieuwe a.b. kunnen echter nog eens 22 voorkeurzenders worden geprogrammeerd. Dit lijkt mij onder alle omstandigheden ruim voldoende.

dAD3 cd-speler

De opzet van het voorpaneel lijkt sterk op die van de FM7. Onder het display is de cd-lade ondergebracht. Daaronder zijn zeven functietoetsen gegroepeerd (memory store/repeat/search forward/search reverse/next track/previous track/play-pause). Links van het display weer het bekende glazen oog en de standby-toets met indicator. Aan de achterkant de standaard audio-uitgang, een digitaal-optische uitgang, de MC Bus connector, aan/uit-schakelaar, zekeringhouder, lichtnet-terminal en een PSX-R 5 pens-aansluiting.

Optische uitgang

Met de (optische) tos-link verbinding kan het digitale uitgangssignaal van de cd-speler eventueel naar een losse d/a-converter van ieder willekeurig merk worden gevoerd. Dat kan b.v. ook een dat-recorder zijn. Ik vind de keuze van Cyrus voor een optische verbinding echter niet voor de hand liggend. Het is namelijk allang bekend dat de digitale coax-verbinding sowieso betrouwbaarder en minder storingsgevoelig is. Veel fabrikanten zijn inmiddels van de optische verbinding afgestapt en kiezen voor coax. Cyrus had desnoods beter kunnen kiezen voor twee digitale uitgangen: 1 x TOS-Link en 1 x coax. Dit had op het totale kostenplaatje niet veel uitgemaakt. Voor diegenen met een fijnzinnig gehoor is er een faseschakelaar. Een symbool in het display geeft aan wanneer de absolute fase is omgedraaid (dat is bij menige cd het geval!) Handig is dat de uitkomst in het geheugen kan worden vastgelegd.

Q-factor

Dit kennen we al van luidsprekers, maar Cyrus introduceert deze - zij het natuurlijk als een geheel andere variant - ook voor de dAD3 cd-speler. In het display prijkt de helder oplichtende Q, mits...u hebt gekozen voor een optionele upgrade. Wat wil zeggen dat u bij de dealer een chip bestelt die hij vervolgens inbouwt en waardoor u volgens de handleiding de voordelen geniet van een prestigieuze, externe d/a-converter en niet (meer?) gebonden bent aan de beperkingen van een digitale interface in de trant van de bescheiden (single wire) opzet. Zo bezien lijkt de ‘standaard’ dAD3 dus een instapmodel, maar voor f. 1700 mogen er dan desalniettemin hoge eisen aan worden gesteld. Ik moest het voor deze test zonder ‘q-factor’ doen, maar in deze test kunt u lezen dat die ‘gewone’ dAD3 zeker niet te versmaden is. U kunt natuurlijk ook direct de dAD3-Q aanschaffen.

Opwaardering met PSX-R

De Cyrus PSX-R vind ik een zinvolle toevoeging die ook past in een gestage opwaardering van het Cyrus-systeem. Het is niets anders dan een aparte, gestabiliseerde voeding die het klankbeeld ten goede komt en bovendien een uitstekend wapen is in de strijd tegen ‘lastige’ luidsprekers. Het resultaat uit zich in grotere doorzichtigheid, meer details en een strakkere laagweergave. Het geheel klinkt gemakkelijker, losser. Het voordeel van zo’n losse voeding is universeel toepasbaarheid binnen het Cyrus-systeem. Grosso modo geldt dit natuurlijk ook voor vermogensopwaardering in het algemeen. Wat vandaag nog toereikend is, is het morgen misschien niet (meer) en het is dan aardig om uitbreidings- en opwaarderingsopties achter de hand te hebben. Logisch redenerende mag u ervan uitgaan dat de aanschaf van de dAD3-Q waarschijnlijk weinig zin heeft als u er niet tevens de PSX-R bij aanschaft. Dat laatste beetje klankverfijning van de Q komt er in combinatie met de Cyrus III(i) versterker zónder extra voeding anders niet (voldoende) uit. Al met al sluit het modulaire concept van Cyrus uitstekend aan bij uw wensen tot opwaardering. Uw mogelijkheden zijn eigenlijk alleen beperkt als het om uw luisterruimte en/of budget gaat. Net als die groeidiamant...

Mission 753 Freedom luidspreker

De luidsprekers van Mission vielen herhaaldelijk in de prijzen. Allerlei ‘toonaangevende’ tijdschriften en de vakpers hebben zich van positief tot laaiend enthousiast over de diverse modellen uitgelaten. De 753 is een tweeweg-plus systeem en in feite de grotere broer van de sucesvolle 751. Voor het hoog is er een 2,5 cm ferro-gekoelde zijden dome en voor het laag een 13 cm papieren, geplastificeerde conus die van een dubbele laag aluminiumfolie is voorzien, beide in multi-opstelling met twee woofers en 2 domes. De crossover-frequenties liggen bij 200 en 2300 Hz. Aan de onderkant wordt niet gefilterd. De behuizing is van stevig MDF, het dempingsmateriaal is in lagen opgebouwd, met als hoofdbestanddeel het brandvertragende polyurethane. Er is een voorziening voor bi-amping en bi-wiring, de aansluitterminals zijn verguld. De afwerking is uitstekend en er is niet op de verkeerde zaken bezuinigd. Zo is het crossover-deel ‘hard wired’, wat in deze prijsklasse beslist niet bon ton is.

Hoe klinken ze?

Mission heeft onmiskenbaar gevoel voor proporties. Dit is geen luidspreker die primair is ontworpen om in de winkel gelijk de hoogste (?) ogen te gooien. U kent ze vast wel: luidsprekers waar je vanaf de eerste seconde bijna plat voor gaat, je overweldigen, om er dan pas later achter te komen dat die eerste indruk toch niet écht de juiste was... Het is treffend om te zien dat rustige (zo u wilt ‘schone’), evenwichtige luidsprekers meestal niet dé keus zijn. Ze worden namelijk voor saai versleten. Men wil hoog, vooral véél hoog, een bas van jewelste en een piano die driemaal groter is dan levensecht. Daarom denk ik dat veel Nederlanders opgescheept zitten met luidsprekers die absoluut niet deugen en hen een volkomen verkeerd beeld geven van de muziek en de uitvoerenden waarnaar zij luisteren. Met het verdwijnen van de betere hifi-speciaalzaken zal dit fenomeen - vrees ik - eerder toe- dan afnemen. Dat is geen doemdenken: ik zie het gewoon om mij heen gebeuren. Dat doet de 753 dus niet. Hij zal dus best een van de eerste slachtoffers zijn in een luidruchtige winkel. Dat is dan erg jammer, want u mist dan een muziekweergever van de goede soort die heus wel enige beperkingen laat horen, maar sterk naar voren komt op de hoofdpunten evenwichtigheid, impulsweergave, stereobeeld en klankbalans. Hier hebben we er weer een stel waarmee je moeiteloos Lohengrin of Parisfal kunt uitzitten, die je écht laat genieten van de rijk geschakeerde klankkleuren van de ‘Pastorale’ en het ‘Keizerconcert’ niet reduceert tot tingeltangel met gamelanbegeleiding. Zoiets pittigs als Liszt’s pianosonate met de nóg pittiger Argerich (DG) wordt glansrijk doorstaan. Waar zitten de beperkingen? Er is wat kleuring in het midden/laag, wat alleen opvalt bij stemmen (de immer kritische Tallis Scholars op Gimell). Soms is er een vleugje ‘dikte’ bij de cello van Jacqueline du Pré. Het -6 dB punt ligt bij 35 Hz, wat in uw kamer vrijwel niets zegt, maar u kunt het erop houden dat u nog een fatsoenlijke 40 Hz mag verwachten met de speakers ca. 1 m van de muur/wand af. Wat inhoudt dat het volledige toonspectrum van het Bruckner-orkest tot uw beschikking staat. Bij Mahler, Prokofjev of Sjostakovitsj ligt het iets anders, omdat het ultieme laag er dan niet meer op volle sterkte is. Terug in de tijd geldt dat natuurlijk ook voor de orgelwerken van Bach of Buxtehude. Die zéér diepe geheimzinnige, zachte pedaaltonen komen dan niet indrukwekkend en soms allesoverheersend door uw kamer gegleden: u zult ze er deels bij moeten dénken. Aan de andere kant hoeft u dan ook niet met iets van spijt uw bankrekening te bestuderen.

Verschillen?!

Bij versterkers is dat steeds opnieuw een heikel onderwerp, omdat zich altijd en eeuwig de vraag voordoet of de ene versterker wel of niet beter klinkt dan de andere. En áls het zo is (of lijkt!) kunnen allerlei factoren daarbij een rol spelen, zonder dat duidelijk wordt of het nu aan die versterker(s) ligt, of niet. Dit verschijnsel kennen we natuurlijk ook van cd-spelers: meettechnisch valt er niets bijzonders te ontdekken, maar het gehoor vertelt ons een ander verhaal. We belanden onherroepelijk in subjectieve waarnemingen, waaruit weer eindeloze discussies kunnen ontstaan en begrippen als redelijk, goed of slecht, beter of best, door een ieder weer anders worden geïnterpreteerd. En dan heb ik het nog maar niet over de voor- en tegenstanders van transistor- en buizenversterkers, de lp versus de cd of analoog versus digitaal. U begrijpt dat uw recensent zich dus ook in meer subjectieve zin staande moet zien te houden. Uw brieven helpen hem daarbij...

Déze combinatie dan?

Deze slotvraag is feitelijk ook de conclusie. De Cyrus-installatie is meer dan alleen een goed begin voor de liefhebber. Er is zeker niet uiterlijk en innerlijk bezuinigd en het klinkt allemaal uitstekend. Een extra wimpel gaat naar de tuner die zelfs in deze prijsklasse tot wel zeer fraaie prestaties komt. Hij verdient zelfs een buitenantenne van de beste soort! De cd-speler is een uitstekende éénbitter die van alle gemakken is voorzien en qua klank en afwerking gerangschikt dient te worden in de hogere middenklasse. Het geluidsbeeld is open en transparant, met een fraaie strijkersklank (heel belangrijk!), een overtuigend stereotoneel en ook op zachte niveau’s voldoende ‘schoon’ om van de akoestische karakteristiek van een opname te kunnen genieten. Het laag is warm en rijk aan contour, lekker droog als het droog moet zijn. De eerste indruk is die van enige saaiheid in het midden/hoog, maar dat is bedrieglijk: het is er echt allemaal. Omdat het ‘schoon’ klinkt wordt een argeloze luisteraar al snel op het verkeerde been gezet. Het kan best zijn dat de opwaarderingsmodule nog een extra dimensie eraan toevoegt, maar eerlijk gezegd vind ik het prima zo. De uitstekende eigenschappen van met name de cd-speler worden door de versterker niet helemaal naar boven getild. De III presteert weliswaar uitstekend en kan in het grote versterkerveld in deze prijsklasse uitstekend meekomen, maar ook bij deze versterker hoor ik soms nét nog het gaas tussen de musici en de luisteraar. Nogmaals, dat is subjectief (de meetgegevens zijn prima), maar die indruk kon niet worden weggenomen met andere aansluitkabels en polariteit. Hoe het ook zij, de aparte PSX-R voeding biedt dé toegevoegde waarde die het basissysteem opwaardeert en voor de doorzichtigheid en definitie zorgt die wij bij (aanmerkelijk) duurdere of kwalitatief vergelijkbare systemen aantreffen. In combinatie met de dAD3-Q cd-speler lijkt mij het zelfs een must. De Mission 753 luidsprekers zijn kwalitatief goed genoeg om met deze Cyrus-apparatuur een uitstekende combinatie te vormen. Mijn devies: ga luisteren als u aan iets nieuws toe ben!

 

________________________________________
Cyrus:
IIIi geïntegreerde versterker: f. 1900
FM7 FM-stereotuner: f. 1200
dAD3 cd-speler: f. 1700
dAD3-Q cd-speler (incl. Q upgrade): f. 3000
PSX-R extra voeding: f. 1100

Afstandbediening: zie tekst

Mission:
753 Freedom luidspreker (zwart): f. 2600 p.p.
idem in eiken/palissander: f. 2800 p.p.

Importeur: TES Nederland b.v., Waddinxveen (tel. 0182 612669)


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links