Audio-apparatuur

Een goede traditie wordt voortgezet:

B&W CDM1 en CDM2 luidsprekers

 

© Aart van der Wal, januari 1996

 

B&W lanceerde onlangs de nieuwe P-serie, vernieuwde het succesvolle 600-programma (Kevlar rules the sound waves!) en biedt inmiddels ook een groot assortiment voor Home Cinema-toepassingen. En alsof dit niet genoeg is werden kortgeleden twee nieuwe C(ompact)D(igital)(M(onitor) luidsprekers, type tweeweg basreflex, op de markt gebracht. En volgens B&W blijft het daar niet bij: er staat nog heel wat op stapel in de komende maanden. Wat wil je met een jaaromzet van bijna honderd miljoen gulden..


De CDM1 werd in '95 door een Europese vakjury uitgeroepen tot Luidspreker van het Jaar (European Award), maar dit wil nog niet zeggen dat iedereen er dan ook maar meteen achteraan moet hollen. Enig relativeren is bij dergelijke 'awards' altijd op zijn plaats. Maar nadat ik dit had gedaan, ontkwam ik toch ook niet aan de conclusie dat B&W voor f. 900,- per stuk (minus de psychologische gulden) een prachtige luidspreker in de aanbieding heeft. Wat niet wil zeggen dat de iets kleinere en goedkopere CDM2 (f. 650,- per stuk, minus psychologische gulden) voorbijgelopen moet worden. Hèt sterke punt van zowel de CDM1 als de 2 is het zeer gave midden/hoog dat moeiteloos het klankverschil aantoont tussen bijv. de Rotel 975 en de Meridian 508 20 bit cd-spelers. De CDM1 past qua afmetingen (bxhxd 220x370x274 mm) nog net in het assortiment boekenplankluidsprekers (let daarbij wel op de nogal bijzondere positie van de tweeter!), maar komt qua klank het beste tot volle wasdom in vrijstaande opstelling, op een stevig statief, met de tweeter uiteraard op oorhoogte. De positie in de kamer mag ook best kritisch worden genoemd, want het laag/midden verliest aan definitie en transparantie, en wordt zelfs wat opdringerig, als de speaker een plaatsje vlakbij een wand of in een hoek moet vinden. Minstens een halve meter van de wand en nóóit in een hoek is mijn advies, met een afstand tussen de beide luidsprekers van minimaal twee en maximaal drieënhalve meter. U wordt dan tevens beloond met een rotsvast stereobeeld met overtuigende dieptewerking. Het versterkervermogen mag ruim zijn: van 120 èchte Watts verblikken of verblozen ze niet, maar een goede versterker van 2x50 W is in een kamer van zo'n 40 m2 in de meeste gevallen ook voldoende. Dergelijke luidsprekers krijg je eigenlijk alleen kapot door kortsluiting, op uit de hand lopende feestjes of even met de vinger langs de pickup-naald bij opgedraaide volumeregelaar!

Kevlar

B&W zweert (net als het leger met z'n kogelvrije vesten en granaatschermen!) al járen bij Kevlar van Dupont op grond van de aan dit materiaal toegedichte hoge stijfheid en de snelle demping van resonanties en past het in de duurdere tot duurste typen onverkort toe; en dus ook weer bij deze CDM1 en 2. Het midden/hoog van de CDM1 wordt verzorgd door een vloeistof- gekoelde 26 mm tweeter met metalen dome en een warmtebestendige 31 mm Kapton-spreekspoel die met grotere vermogens goed raad weet. De keramische magneet en de magnetische vloeistof leveren hun bijdrage om de massa zo gering mogelijk te houden. Voor een zeer goede transiënt-weergave sowieso een eerste vereiste. U ziet op de foto dat de tweeter niet in, maar bovenop de afgevlakte kast is gemonteerd. Dat heeft als voordeel dat negatieve beïnvloeding door de kast zelf minimaal is. Het midden/laag is voor de 165 mm Kevlar-eenheid die in een stevige ijzeren korf boven de basreflex-poort verankerd zit. De wissel-frequentie van het eerste orde filter (eenvoud siert mens en muziekweergave!) ligt bij 3 kHz en op de as gemeten is de afwijking van de frequentiecurve van 60 Hz tot bijna 20 kHz niet groter dan 1,8 dB, met de -6 dB punten bij 46 Hz en 25 kHz. Vooral in het kritische middengebied heeft een dergelijke vlakke karakteristiek een balsemende uitwerking op de weergave. De horizontale en verticale spreiding is van hoog niveau, terwijl de harmonische vervorming binnen de audioband bij een geluidsdruk van 85 dB op 1 meter nog ruim beneden 1% blijft! Het milde impedantie-verloop heeft een maximale uitschieter rond 4 Ohm. De gevoeligheid van 87 dB (2,83 V op 1 m) vraagt voor een gemiddelde kamer geen zware versterkers en ook de meeste sub-woofers vallen binnen dit bereik. Als u dus per se véél lager wilt (u bent bijv. een fervent orgelliefhebber), is dit geen enkel probleem. Zoals het hoort bij een fase-lineair concept zijn de beide spreekspoelen keurig op één lijn gebracht. De ervaring die B&W in de loop der vele jaren met kastresonanties heeft opgedaan (men denke aan het Matrix-concept) mist ook nu haar uitwerking niet: de kast trilt nauwelijks en de stijve constructie levert een fundamentele bijdrage aan het tegengaan van ongewenste resonanties. De basreflex-poort bevindt zich onder de middeneenheid en kan naar wens worden 'gedicht' met bijgeleverde plug van schuimplastic. Het systeem gedraagt zich dan min of meer als een gesloten box, wat weer invloed heeft op de impedantie-karakteristiek en de resonantie-frequentie. Met de 'prop' gaat de laatste omhoog en neemt de output in die contreien met zo'n 7 dB toe. Het effect was indrukwekkend met menige track van de KEF1 cd (een compilatie van subliem opgenomen nummers in het populaire genre), maar voor 'klassieke' muziek gaf ik toch de voorkeur aan weergave 'zonder prop'.

CDM2

De kleinere broer van de CDM1 (bxhxd 220x316x242 mm) lijkt door de afmetingen en de conventionele plaatsing van de tweeter zonder meer geschikt om als boekenplankluidspreker te dienen. Zeker, u kunt naar hartelust boeken op, onder en naast deze dreumes stapelen, maar de basreflex-poort bevindt zich aan de..achterkant! Boekenplanken zijn meestal niet al te breed en aan of tegen de muur bevestigd, en dan lijkt me zo'n poort aan de achterzijde nu niet echt de meest voor de hand liggende oplossing. Ik zie toch liever énige ruimte tussen poort en muur. Al geef ik toe dat de afmetingen van deze luidspreker het deksels moeilijk, zo niet onmogelijk maken om ergens in de baffle ook nog een poort aan te brengen. Maar so what: ook de CDM2 komt toch het beste tot zijn recht in vrije opstelling, op statief, nu tenminste ca. 30 cm (de CDM1 heeft minstens een halve meter nodig) van wanden en hoeken verwijderd. De CDM2 beschikt evenals de CDM1 over de lichtmetalen 26 mm dome-tweeter en de 165 mm middeneenheid met 120 mm Kevlar-conus en 31 mm spreekspoel, maar de tweeter is nu traditioneel in de kast, pal boven de woofer gemonteerd. De basreflex-poort bevindt zich aan de achterzijde en kan eveneens met behulp van de bijgeleverde plug van schuimplastic worden afgesloten. Het wisselfilter is net als bij de CDM1 de eenvoud zelf: slechts een met de middeneenheid in serie geschakeld simpel spoeltje en een filter met weerstand voor de noodzakelijke aanpassing van het hoog. De wisselfrequentie (eerste orde filtering) ligt weer bij 3 kHz en de frequentiecurve is op de as gemeten alweer een plaatje: binnen de audioband is de afwijking niet groter dan 2 dB! Het -6 dB punt ligt voor de CDM2 bij 51 Hz, maar de laagweergave is best nog indrukwekkend: strak en droog, met de laagste E van de contrabas nog op redelijke sterkte. Met een gevoeligheid van 88 dB en een zachtmoedige impedantie-curve kan ook de CDM2 met iedere redelijke versterker uit de voeten.

Afwerking

Dit zijn met én zonder aangebrachte zwarte grille bovendien bééldige luidsprekers om te zien, leverbaar in rood of zwart essen. De zijkanten en de achterkant van de kast zijn opgetrokken uit 18 mm dik MDF; de voorzijde (de 'baffle'), waarin de eenheden zijn gemonteerd, is nog 2 mm dikker. Het binnenwerk is opgebouwd uit extra verstevigde kamers die met akoestisch schuimplastic zijn gedempt. Het echt houten fineerwerk is voorzien van een beschermende laklaag en van hoge kwaliteit, met een aparte waardering voor de achterzijde, die door menige fabrikant ten onrechte nogal eens wordt verwaarloosd. De vergulde terminals met bi-wiring-voorziening en geschikt voor zeer dikke, blanke draad of de bekende banaanplug, harmoniëren volmaakt met het gevlamde rood-essenfineer. Dergelijke details worden belangrijker naarmate de luidsprekers verder van de muur af komen te staan en de achterkant in het zicht komt. Een puntje van kritiek betreft de 20 mm grille van plastic en textiel, die weliswaar niet resoneert, maar waarvan ik de bevestiging niet echt solide vind (al bij de eerste verwijderingspoging vielen bij drie exemplaren de bevestigingsdopjes op de grond). Bovendien beschermt dit front de beide eenheden niet echt tegen grijpgrage kindervingers of een stevig gehanteerde stofdoek. U kunt het er net zo goed aflaten. Maar met of zonder grille: het klankbeeld is exact hetzelfde en zo hoort het ook.

Luisteren

De CDM1 en 2 zijn geen varianten op bestaande B&W-concepten en werden geheel nieuw ontwikkeld. Toch kan de familierelatie met de B&W 802/III moeiteloos worden vastgesteld. En dat doet deugd, want de 802 behoort met de 801 tot die beperkte schare referentie-luidsprekers die ook professioneel en op wereldwijde schaal wordt ingezet. Wat het eerst opvalt is het gemak en het volume (dat is iets anders dan luidheid!) waarmee complexe klankpatronen door deze kleine luidsprekers worden geëtaleerd. Dat geldt voor vol orkest met koor en orgel evengoed als voor pianomuziek. Deze B&W's overleven zonder een rafeltje of ook maar een spoortje vermoeidheid de vaak furieuze pianistiek van Martha Argerich (DG 447430-2) en dat wil wat zeggen! De impulsweergave staat op zeer hoog niveau en soms betwijfelde ik het zelfs of elektrostaten het béter konden. De Archiv sampler-cd laat horen dat het met de klankbalans ook al dik in orde is. Waarin zit 'm nu het prijsverschil in tussen de CDM1 en 2? De CDM1 heeft meer druk in het laag, kan de regionen rond 50 Hz beter aan en overtuigt het midden/hoog een fractie (niet meer dan dat!) meer, waarschijnlijk als gevolg van de plaatsing van de tweeter óp de kast. De CDM1 is zo'n kleine luidspreker die mij niet snel naar een aanvullende sub-woofer deed verlangen. Toch zou ik met beide typen met een gerust hart naar een onbewoond eiland kunnen vertrekken om aldaar de rest van m'n leven met alleen maar móóie muziek te slijten. Beide zijn bijzonder geschikt als basis voor een niet overdreven dure, maar wèl kwalitatief hoogwaardige hifi-set die de ergernis buiten de deur houdt en prachtige muziekweergave binnenlaat.

Conclusie

B&W is er met de CDM1 en 2 in geslaagd om voor een niet exorbitante prijs kwalitatief zeer hoogwaardige luidsprekers op de markt te brengen. Het enige kritiekpuntje is de grille die een betere bevestiging had verdiend. Dit is een marginaal aspect, aangezien het zwarte front gewoon opgeborgen kan worden. Ook luidsprekerfabrikanten worden steeds commerciëler in de strijd om de gunst van de consument. B&W laat weer eens zien dat voor een niet al te gekke prijs luidsprekers van niveau kunnen worden gemaakt die de titel 'monitor' dubbel en dwars verdienen. Diegenen die de CDM1 of 2 aanschaffen, zullen er geen spijt van hebben. Dat durf ik hier zonder enig voorbehoud te zeggen!

________________________________________
Beluisterd met Rotel 975 en Meridian 508/20 cd-spelers, Thule IA100 en vM MA222 versterkers.

Importeur: Audioscript bv, Loosdrecht (tel. 035-6020302)

Prijs: B&W CDM1 f. 1800,- per paar (afgerond)
B&W CDM2 f. 1300,- per paar (afgerond)


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links