Audioapparatuur

De gouden standaard:

Bowers & Wilkins 804 D3 en 805 D3 luidsprekers

 

© Aart van der Wal, oktober 2018

 

In de periode dat ik voor het muziektijdschrift 'Luister' talloze luidsprekers, versterkers en tuners technisch stevig aan de tand voelde (dat was overigens nog in de tijd dat er niet alleen werd geluisterd, maar ook werd gemeten!), waren er altijd wel enige merken die net of soms zelfs fors boven het maaiveld uitstaken. Dat tijdvak ligt inmiddels op de kop af achttien jaar achter mij, maar ik herinner me nog heel goed dat twee luidsprekers op mij de meeste indruk maakten: die van Quad (op basis van het fameuze elektrostaatprincipe) en de 800-serie van Bowers & Wilkins. En niet toevallig beide van Britse makelij. Voor mij golden ze als de gouden standaard voor de muziekbeleving thuis. Natuurlijk, er waren ook andere, meer dan voortreffelijke luidsprekers die een plaats in de huiskamer verdienden (met name de topmodellen van KEF en Wharfedale), maar ze haalden in mijn optiek toch niet het niveau van Quad en B&W; of net niet.

 
 
John Bowers in het Steyning Research Centre van B&W

Gouden standaard
Ik heb het in mijn aantekeningen nagezocht: meer dan een kwarteeuw terug. Hoe klonk het? Uitermate transparant, 'impulsief', gemakkelijk en vrij. De gelaagdheid in de muziek werd net zo overtuigend weergegeven als het losse klankkarakter. Zoals alleen al Martha Argerich in haar fameuze debuut-opname op DG uit 1970, toen nog op elpee, beladen met een intense muzikaliteit, zich in mijn woonkamer manifesteerde, weergegeven met de B&W 801 Matrix (het oorspronkelijke model dateerde al uit 1979, een van de belangrijkste troetelkinderen van John Bowers). Voor mij kwam het neer op een 'gouden standaard'. En dan te bedenken dat al jaren het basisprincipe hetzelfde was gebleven: die simpele bewegende spoel in een sterk magnetisch veld. Wie als fabrikant 'revolutionair' wilde zijn? Hij hoefde het daarin in ieder geval niet te zoeken. Maar gelukkig, de computer was toen al sterk in opkomst en bleek al snel meer in zijn mars te hebben dan die van een bescheiden dienaar.

John Bowers (1922-1987), oprichter van Bowers & Wilkins

Weerbarstig
'Trial and error' is dus allang geen puur handwerk meer, met in de eerste gelederen de computersoftware als waardevol hulpmiddel om de talloze problemen die nu eenmaal samenhangen met eerst het ontwerpen van een nieuwe luidspreker en vervolgens de ontwikkeling van het prototype te 'ontcijferen' en op te lossen. Met de weerbarstige praktijk als de steeds weer opduikende sta-in-de-weg. Maar al die verworvenheden ten spijt is het aan het einde van dat lange traject nog steeds niet zeker dat er dan nog slechts één compromis resteert: dat van de fysieke afmetingen.

Als het sleutelwoord 'Research & Development' ofwel R&D is, ligt het voor de hand dat creatieve ontwerpers met een stevig budget en voldoende faciliteiten er beter of gemakkelijker in slagen om een 'gouden standaard' te ontwikkelen. Waarbij we ons goed moeten realiseren dat wie een speaker op de markt brengt die naar eigen zeggen 'het beste biedt wat technisch mogelijk is', er eerlijk bij zouden moeten vermelden: 'voor mij dan'.

Listen and you'll see
Zoals altijd begint het verhaal bij R&D. Daar moet het immers eerst gebeuren: het ontwerp en de praktische uitwerking ervan, en ten slotte dan de serieproductie. Nog afgezien van de patenten is er het ingewikkelde 'binnenwerk' dat buitenstaanders - en daaronder reken ik ook de recensenten - doorgaans onvoldoende inzicht geeft in niet alleen dat ontwikkelingsproces, maar ook hoe een en ander precies in elkaar steekt. Hoe een 'compromisloze' speaker fysiek ontleden, de gebruikte materialen en hun toepassing te analyseren? Dat gaat niet en dus moet hij maar aannemen dat het klopt wat wordt beweerd.

De consument leest (waarschijnlijk) de folder, de recensent kan een paar stappen verder gaan, onder meer door de ontwerpers nader aan de tand te voelen of de fabriek te bezichtigen. Maar uiteindelijk gaat het natuurlijk maar om één ding: 'The proof of the pudding is in the eating'. Of, om het in B&W's eigen, vaak gehanteerde en geciteerde reclameslogan uit te drukken: 'Listen and you'll see '. Echt, daar zit geen woord Spaans bij.

John Bowers en 'zijn' 801

Beroemde 801
'Hearing is believing', zoals dat ook gold voor die beroemde B&W 801. Als de lat echt zo hoog mogelijk wordt gelegd zonder dat sprake is van allerlei beperkingen kan een product op de markt worden gebracht dat objectief bezien het beste biedt wat op dat moment technisch mogelijk is. Dus niet omdat het in de reclamefolder zo staat vermeld, maar omdat het daadwerkelijk zo is. Als een innovatief ingestelde ontwerper met voldoende geld en middelen de ruimte krijgt een nieuw product te ontwikkelen. Maar ook dat voor de potentiële koper dat geld evenmin een wezenlijke rol speelt, zoals dat toentertijd al gold voor de beroemde 801 in eerst de verschillende stadia van ontwerp en productie en uiteindelijk de vertaling ervan in klinkende munt, ofwel de verkoopprijs. Dat werd een luidspreker die primair bestemd was voor professionele toepassingen (als monitor in gebruik bij opnamen en bij de latere editing) en voorts alleen bereikbaar voor een beperkte groep muziekliefhebbers met een ruime tot zeer beurs. Tsja, dat was dan wel een configuratie met alleen al een baskamer met een inhoud van zo'n 100 liter, een speaker ook die zonder mankeren onverzwakt doorliep tot in de laagste regionen (zelfs wat niet meer werd gehoord kon tenminste nog wel worden gevoeld: de provisiekast met inhoud stond hevig te schudden). Het gevoel ook van een rotsvaste bas met een harde kern en daarmee het bewijs leverend van geheel afwezige kleuring, met als extra bonus ook in die superlage regionen de verbijsterend strakke impulsweergave.

 
 
De 'D' staat voor Diamant...

Alles opnieuw
Men kan een succesvol concept lang handhaven en eventueel volstaan met kleine verbeteringen. Het is de logische consequentie van hoge ontwikkelingskosten die niet alleen moeten worden terugverdiend, maar ook tot ondernemingswinst moeten leiden. Maar het gebeurt onvermijdelijk dat de bron uitgeput raakt, er naar iets nieuws moet worden gezocht. Dat is het terrein van de ontwikkelafdeling (R&D).
Geen wonder dus dat het management van B&W enige jaren geleden R&D de opdracht gaf om een geheel nieuwe luidsprekerserie te ontwikkelen. 'From scratch', ofwel uit het niets. Absolute prioriteit: een nieuw ontwerp gestoeld op nieuwe inzichten. Dat werd dus de 800 D3-serie en net als de voorgaande serie met heuse diamant in de tweeter (vandaar de toegevoegde 'D').

Deze nieuwe serie bestaat uit zeven modellen: een statiefluidspreker, vier vloerstaanders en twee centerspeakers (speciaal ontworpen voor surround-toepassingen). Klik hier voor een korte film over het productieproces.

Het lijkt op het eerste gezicht misschien wat verwarrend. Vandaar de onderstaande afbeelding die duidelijk het onderscheid laat zien:

Boven de oude en onder de nieuwe modellen in de 800-serie

Voor de consument wordt de nieuwe lijn als geheel aangeduid met ‘800 Series Diamond’. De nieuwe modellen hebben alle het achtervoegsel ‘D3’ achtervoegsel. Dat levert de volgende productnamen op:
805 D3 (statiefluidspreker)
804 D3 (vloerstaander)
803 D3 (vloerstaander)
802 D3 (vloerstaander)
800 D3 (vloerstaander)
De huidige HTM4 wordt HTM2 D3 (center)
De huidige HTM2 wordt HTM1 D3 (center)

En in meer detail (alle modellen zijn geënt op het principe van de basreflexbox):

805 D3 tweeweg met 1 x 165mm bas/middentoonunit, 1 x 25mm tweeter
804 D3 driewegsysteem met 2 x 165mm laagunits, 1 x 130mm middentoonunit + 1 x 25mm tweeter
803 D3 driewegsysteem met kopconfiguratie, 2 x 180mm laagunits,
1 x 130mm middentoonunit + 1 x 25mm tweeter
802 D3 driewegsysteem met kopconfiguratie, 2 x 200mm laagunits,
1 x 150mm middentoonunit + 1 x 25mm tweeter
800 D3 driewegsysteem met kop configuratie, 2 x 250mm laagunits,
1 x 150mm middentoonunit + 1 x 25mm tweeter
HTM2 driewegsysteem, 2 x 165mm laagunits, 1 x 130mm middentoonunit, 1 x 25mm tweeter
HTM1 D3 driewegsysteem, 2 x 200mm LF, 1 x 150mm middentoonunit,
1 x 25mm tweeter

In de nieuwe 800-lijn is de HTM2 D3, de kleinere centerluidspreker, opgewaardeerd van twee- naar driegwegsysteem, met een vormgeving die aansluit bij de 804 D3. De grotere HTM1 D3 is bedoeld in combinatie met de andere vloerstaanders.

Met de nieuwe luidsprekers ontwierp B&W tevens bijpassende, nieuwe statieven: de FS-805 D3 heeft twee metalen kolommen (met kabeldoorvoer) die ter vergroting van de stabiliteit en met het oog op de noodzakelijke inertie met bijvoorbeeld zilverzand kunnen worden gevuld.
De FS-HTM D3 is een kortere, bredere versie met vier metalen kolommen, speciaal bedoeld voor het plaatsen van een centerspeaker (HTM2 D3 of HTM1 D3).

 

Het vertrouwde Kevlar
Kevlar is al sinds 1974 het favoriete conusmateriaal van B&W. Het door DuPont ontwikkelde materiaal is niet alleen bij uitstek geschikt voor kogelvrije vesten, maar stond ook aan de basis van het tegengaan van mechanische resonanties (de zo gevreesde break-ups). Dat het ook met Kevlar niet lukte om die vibraties in dat zo uitermate kritische middengebied geheel uit te bannen was geen schande. Integendeel, er kwam na veel hierin geïnvesteerde denkkracht en geëxperimenteer een antwoord: het nadeel werd getransfereerd tot voordeel (je moet er maar opkomen), met als uitkomst toch een gladdere weergavekarakteristiek en bovendien een beter beheersbaar afstraalgedrag. Waar iedereen op zat te wachten werd een feit: neutrale weergave en een uitermate realistisch stereobeeld.

 

Tweeter
Het ontwerpfeest begon bij de tweeter, in de meest letterlijke betekenis van het woord een juweel omdat - het was nog nooit eerder vertoond - de basis ervan wordt gevormd door diamant (vandaar de toevoeging 'D' bij het typenummer, van ' diamant), met als belangrijkste eigenschappen zijn zeldzame lichtheid die gepaard gaat met grote stijfheid. Het ideaal dus uit twee verschillende werelden, zoals we die al kenden uit de voorgaande serie (zoals de D2). De tweeter is, keurig afgeschermd voor grijpgrage kindervingertjes, opgesloten in een kop gemonteerd die de vorm heeft gekregen van een turbine en die evenals de overige unit(s) door interne demping en ingenieuze ontkoppeling akoestisch volkomen inert is gemaakt. De resonantiefrequentie is bij 1.5kHz gelegd, terwijl het werkgebied pas bij 3kHZ begint.
De speling tussen behuizing en kast is geen fout, maar het gevolg van de gekozen, soepele ophanging. Het doel: kastinvloeden op de tweeter voorkomen. Het frequentiebereik van de tweeter ligt niet hoger dan bij zijn voorgangers, met een (gelukkig!) sterke afval die begint in het gebied waar toch alleen maar hoogfrequente rommel kan zitten. Als we bedenken dat het menselijk gehoor op zijn best 20kHz haalt, is een gladde doorloop tot 24kHz daarom een meer dan uitstekende waarde. Binnen de hoorbare frequentieband gedraagt deze tweeter zich voorbeeldig.

 

Zoektocht
Pas in 2007 kwam een significante verbetering ten opzichte van het zo vertrouwde Kevlar binnen handbereik. Het werd de 'Continuum' conus die wel een rigoureus einde maakte aan abrupte overgang van zuiger- naar break-upgedrag in het kritische middengebied, daar waar ons gehoor het meest gevoelig is.

Evenals de Kevlar conus, heeft de Continuum conus een geweven structuur. Dit nieuwe materiaal kwam niet zomaar uit de lucht vallen, maar vond zijn oorsprong in zeer geavanceerde software, 'Finite Element Analysis', waarmee de resonantieproblematiek virtueel maar wel perfect zichtbaar kon worden gemaakt. Het ontwikkelen van dit revolutionaire materiaal heeft maar liefst zeven jaar geduurd en vormt - in de woorden van B&W - de belangrijkste innovatie op audiogebied in de afgelopen dertig jaar. De samenstelling ervan wordt niet prijsgegeven: er loopt een patentaanvraag. Het is in ieder geval een ontwikkeling die past in het beeld van B&W's voortdurende zoektocht met alle pijlen gericht op het voorkomen van kleuring door resonerende kastdelen, conusmaterialen, luidsprekerchassis enz.

Twee bijzondere laagweergevers (804)
In tegenstelling tot de 805 D3 (een overigens niet minder goed doordacht concept, in dit geval op basis van eerste-ordefiltering en daardoor bijna breedband!) heeft de 804 D3 nog twee aparte basweergevers. Het gebruikte conusmateriaal is keurig weggewerkt onder een folielaag van carbonfibre. Verder weten we alleen dat het daadwerkelijk draait om een schuimlaag van onbekende samenstelling (ook voor dit materiaal loopt een patentaanvraag).

Maar eerst even terug in de geschiedenis. In 2003 bedacht B&W 'Rohacell', een uitermate stevige en stijve sandwichconstructie met als belangrijkste eigenschappen het voorkomen van break-ups binnen het hoorbare gebied en het realiseren van een perfect zuigergedrag (de laagunit met zijn typische pompfunctie werkt immers als een zuiger). Tevens heeft 'Rohacell' de eigenschap geluid te 'blokken', waardoor het binnen in de behuizing niet meer 'door de conus heen' hoorbaar kan worden weergegeven. In de 804 D3 is dit materiaal toegepast.

 

De volgende stap was een belangrijke wijziging in de geometrie van de conus om aldus maximale stijfheid te bereiken, daar waar die het meeste nodig was. In 2012 begonnen de proeven met behulp van zogenaamde 'blank sheet' simulatie. In 2013 leidde dit tot een geheel nieuwe basconus, volgens B&W de 'ideale combinatie van vorm, gewicht en stijfheid'. Het materiaal, een zeer stijf foam-composiet, heeft als belangrijkste eigenschap dat ondanks de vaak stevige pompfunctie het geen millimeter van zijn oorspronkelijke vorm prijsgeeft en voorts resonanties geen kans krijgen hun grilleige sporen te trekken.

Wel weten iets van de gebruikte techniek om de conusmassa zo laag mogelijk te krijgen: die stamt af van de vliegtuigindustrie: de 'Aerofoil' technologie. Het betreft het door de computer geoptimaliseerde model van de doorsnede van een vliegtuigvleugel waarbij de engineer kan bepalen op welke locaties hij minder of meer materiaal nodig heeft voor de beoogde stijfheid. B&W paste deze technologie onverkort toe op de straal van de nieuwe basluidsprekerconus, die binnen zijn werkbereik daardoor geen break-ups meer ken. De ideale woofer dus. Baanbrekend, na acht jaar onderzoek en computersimulatie .

 
 
Probleemgebied in matrix bij 900Hz

Matrix
Er is geen andere optie dan metingen en simulaties om chassis-, kast- en plintresonanties op te sporen en vervolgens onder controle te krijgen. Dat geldt dan in de eerste plaats voor de basweergave want die veroorzaakt doorgaans de meeste vibraties. Wat daarbij al meer dan een kwarteeuw geleden is vastgesteld is dat het niet de ingesloten lucht is die de hoorbare problemen veroorzaakt, maar dat de resonanties beginnen in het drijverchassis om zich dan vervolgens voort te zetten in de kastpanelen. Het lag dus voor de hand om het chassis volledig van de kast te isoleren, maar gebleken is dat het nog beter is om in het chassis zelf iedere mogelijkheid tot vibreren uit te bannen, wat de technici van B&W uiteindelijk ook is gelukt. Voorkomen is beter dan genezen, zogezegd.
Dat is op een uitgebreide computersimulatie ook goed te zien: de rode gebieden op het chassis tonen de vibraties in hun volle hevigheid, de gele in mindere mate en de groene de inerte gebieden. Wat er dan via de lucht nog mogelijk aan trillingen resteert wordt door het eveneens heel lang geleden door B&W bedachte en onlangs nog verder ontwikkelde matrix- of honingraadconcept uitgebannen. De matrix die nu een dusdanig stadium heeft bereikt dat - ik kom weer terug op de computersimulatie - nog uitsluitend sprake is van een groene arcering. Ook het voor ons gehoor zo kritische middengebied profiteert er duidelijk van: daar bevindt zich immers de belangrijkste informatie binnen de (hoorbare) kaders het gehele muzikale spectrum. Alles wat in dat gebied wordt weergegeven en wordt beïnvloed door (nog resterende) resonanties (vooral in het laag) doet afbreuk aan de zuiverheid ervan.

Een stijvere, meer geavanceerde matrixstructuur voor de nieuwe 800-serie

Het is een simpele constatering: luidsprekerweergave wint enorm dankzij het perfect onder controle houden van vibraties, wat zoveel wil zeggen dat trillingen van onder meer conus, chassis, wisselfilter, bekabeling en panelen geen enkele kans krijgen in het hoorbare gebied, maar ook buiten dat gebied daarop geen invloed kunnen uitoefenen. B&W is daarin met vlag en wimpel geslaagd: de trillingen behoren tot het verleden en daarmee lijkt het ideaal van vrijwel iedere luidsprekerontwerper met glans en overtuigend bereikt.

 

Plint
Het mag zeker niet over het hoofd worden gezien: het belang van de plint. In de grotere 800-modellen werd daar namelijk de crossoverelektronica in ondergebracht. De voordelen ervan: een eigen behuizing voor deze gevoelige onderdelen en daardoor zowel mechanische als elektrische isolatie van de luidsprekerkast met daarin zijn componenten, terwijl de oppervlakte van de plint ook nog als koellichaam dient.
De nieuwe plint voor de 800 D3-serie is geheel van massief metaal vervaardigd (zink/aluminium bij de 802 en 803, aluminium bij de 800). De crossover-elektronica is nu in een aparte ruimte aan de achterzijde van de luidspreker ingebouwd, terwijl het massieve metalen deel als koellichaam fungeert. Deze opzet reduceert niet alleen de totale hoogte en afmetingen van de plint, maar biedt ook een nog betere betere mechanische stijfheid. Door de spikes in lijn te brengen met de ondersteunende voeten wordt de massa van de gehele luidspreker bovendien beter naar de spikes overgebracht en is de hanteerbaarheid van het geheel met behulp van castors nog aanzienlijk verbeterd.

Rekenwonder
Metingen lijken eenvoudig, maar zijn het niet, omdat zij het gehele audiospectrum beslaan. Letterlijk: iedere frequentie is er een. Wat daarbij echter wel helpt is de lasertechniek die het gedrag van alle mogelijke delen van de speakerconfiguratie in kaart kan brengen. De computer is dan het rekenwonder dat aan het werk wordt gezet om de meest uiteenlopende curven, grafieken en getallen te (re)produceren. Waarbij het aan de ontwerpers is om daaruit de juiste conclusies te trekken en aldus verbeteringen aan te brengen, zowel in als buiten het gebied waarin tweeter, middentoner of laagweergever werkzaam is. Vaak is de oplossing het gevolg van een uiterst moeizaam en tijdrovend proces, soms echter zo simpel dat het bijna over het hoofd werd gezien. Glyn John Adams heeft dienaangaande voor B&W jarenlang baanbrekend werk verricht.

Voorbeelden van de identificatie van probleemgebieden (resonanties):

 
In de Marlan-kop bij 4kHz
In de tweeter-behuizing bij 4kHz
Matrix bij 600Hz
Matrix bij 900Hz
Chassis middentoner bij 1500Hz
Chassis middentoner bij 4000Hz
 
Het gedrag van Rohacell
 
Het gedrag van Aerofoil

Ook het zo belangrijke wisselfilter vereist grote investeringen in apparatuur, moeite en tijd. Dat heeft in de loop der jaren tot uiteenlopende standaardmodellen geleid die - als het prototype eenmaal goed in de steigers staat - als vertrekpunt kunnen dienen voor ieder daaraan gekoppeld meetproces, waarna het aan de rekenkracht van de computer is om alle relevante variabelen in kaart te brengen en zodoende de kleinst haalbare afwijking te genereren. We hebben het dan, uitgedrukt in decibel, over slechts enige tienden.

 
 
Een typisch wisselfilter

Bij het wisselfilter komt het erop aan dat de curve zo dicht mogelijk bij de ideale grafiek komt te liggen. Als die gegevens vanuit het gekozen concept eenmaal vastliggen kan met behulp van eveneens computersimulatie in de productiefase tijdens de controle van het eindproduct het ideaalbeeld worden gecontroleerd en desnoods worden bijgesteld. Met als bijkomend detail dat daaruit voortvloeit dat exacte paring een vaststaand gegeven is.

Geen gelopen race
Het kan niet voldoende worden beklemtoond: de 800 D3 serie omvat echt geheel nieuw ontworpen luidsprekers. Dat straalt niet alleen van het uiterlijk, maar ook van het binnenwerk af. De toegepaste eenheden zijn nieuw, het wisselfilter is nieuw, het matrixmodel is nieuw, de algehele configuratie is nieuw. Maar belangrijker: zo klinken ze ook, althans de 804 D3 en de 805 D3. Die constatering heb ik niet uit de een of andere reclamefolder gehaald, maar zelf proefondervindelijk vastgesteld. Wie echter mocht denken dat dit voor de luisteraar zomaar een gelopen race is vergist zich. In de topklasse zijn de verschillen - hoe kan het ook anders - altijd relatief en per definitie gering. Er is immers sprake van een dusdanig hoge kwaliteit dat geen enkel aspect van de weergave nog hoorbaar afbreuk kan doen aan wat ik maar de volmaakte muziekbeleving zal noemen. Wie het beste van het beste in huis heeft (gehad) weet dat uiteraard als geen ander. Natuurlijk speelt de kamerakoestiek daarbij een grote rol ('tot u spreekt de kamer'), komt het altijd neer op een wisselwerking tussen de speaker, diens positionering en de akoestische eigenschappen van de luisterruimte. Maar dat laat onverlet dat zowel de 804 als de 805 moeiteloos kan meekomen in het topsegment (en dan doel ik niet alleen op de prijs), dankzij de uitmuntende detaillering, het ruime en stabiele stereobeeld, en het ver doorlopende frequentiebereik.

Zeldzaam fraai
Luidsprekers dus die verbijsterend mooi klinken, met een zeldzaam fraaie doortekening in zowel hoog, midden als laag (ook dat laatste is heel wat minder gewoon dan u misschien denkt). Waarbij ik gelijk aanteken dat het mij een volkomen raadsel is hoe zo'n sublieme, diepe laagweergave uit de 805 'boekenplank' kan komen. Het is bovendien het gemak waarmee door beide modellen de meest uiteenlopende instrumenten, vocalisten, ensembles, orkesten en koren worden weergegeven, zelfs op soms afschrikwekkend luide niveaus, wanneer ook dan alles meesterlijk op zijn plaats blijft, de muzikale gelaagdheid fier overeind blijft. Terwijl juist op laag volume de detailrijkdom nog steeds opzienbarend is.

Ongeschonden muziekweergave
Wat is mij het meest opgevallen, of wat heeft mij het meest getroffen? Het onbeperkte, onbekommerde ongeforceerde, alsof er werkelijk niets tussen mij en de muziek staat. Zelfs geen ragdunne vitrage. Het klinkt volkomen glad (perfect ontworpen en uitgevoerd wisselfilter!), ongerept, maar ook genadeloos en onthullend als het om matige tot slechte opnamen gaat, volkomen eerlijk en onopgesmukt, zingend en sprankelend, machtig en diep. Van de hoogste percussie (die ook bij het uitklinken strikt helder blijft) tot de laagste lusten (orgel!), maar ook in allerlei formaties van hoge strijkers en kruidige houtblazers tot stevig uitpakkend koper en dito slagwerk is het een voortdurend luisterfeest. Dit is ongeschonden muziekweergave van de bovenste plank door luidsprekers die je bijna dwingen om de ene na de andere elpee en cd uit de kast te trekken, waarbij ik me soms echt meerdere keren ervan wilde vergewissen of het wel waar was, of het wel klopte: voor het eerst dat tinkeltje van de triangel dat zich net even wat langer liet horen, die zachte klop op de grote trom die nog net even mocht nazinderen. Waar nog bijkomt dat al dit moois ook op lage volumes tot zijn recht komt.

Referentiespeakers van B&W in opnamestudio's wereldwijd

Revolutionair
Was de zeer prestigieuze Nautilus al revolutionair, de nieuwe 800 D3-serie doet er zeker wat dit betreft nog een schep bovenop. Des te merkwaardiger dat B&W heeft nagelaten om door middel van een sterk afwijkende typeaanduiding duidelijk aan te geven dat bij de D3-serie anders dan de voorgaande D2-serie sprake is van een compleet ander concept. Want het enige dat nog aan de D2 herinnert zijn de tweeter dome, de in het wisselfilter toegepaste Mundorf-condensatoren en de speakerterminals. Door de typenummers zo op elkaar te laten lijken wordt ten onrechte de suggestie gewekt dat het 'allemaal niet zoveel voorstelt', een kleine stap slechts van Mk. I naar Mk. II, terwijl het omgekeerde nu juist het geval is: het stelt juist heel veel voor! Alleen al de toepassing van nieuwe eenheden betekende in dit geval niet alleen de komst van een nog kritischer weergavespectrum, maar daarmee tevens de noodzaak om zelfs nog resterende, minieme resonanties opnieuw onder de loep te nemen. Kortom, een volkomen nieuw ontworpen luidspreker verdient een nieuwe naam.

Uitsluitend topklasse?
De vraag die zich dan vervolgens opdringt: vraagt al dit moois ook om daarop aangesloten topapparatuur? Met andere woorden: komen deze speakers voldoende tot hun recht binnen een keten van meer bescheiden componenten? Het antwoord kan volmondig met 'ja' worden beantwoord. Ik stond nog steeds verbaasd van de hoge weergavekwaliteit na aansluiting op eerst een - jawel! - Quad 33 voor- en 303 eindversterker en vervolgens een Sphinx Myth 8 geïntegreerde versterker. Het verschil met mijn standaard Naim, Meridian en Accuphase sets uit het topsegment bleek zelfs minder dan verwacht. Er waren nauwelijks verschillen in nauwkeurigheid, neutraliteit en definitie, en dus ontbrak bij mij de behoefte om al snel weer om te schakelen. Dat opent de mogelijkheid om deze luidsprekers aan te schaffen en pas later de keten eventueel (nog) verder te 'upgraden'. U hoeft er dus niet gelijk een Mark Levinson, Perreaux of Classé aan te hangen... En al evenmin exotische luidsprekerkabels, pluggen en interlinks (koop er maar mooie cd's voor of neem een seizoensabonnement op het Concertgebouw...) Met een gevoeligheid van 89dB is dit voor iedere gangbare versterker zonder meer een prettige teamgenoot.

Kiezen
De keus is of moeilijk...of gemakkelijk. Eerst maar eens de prijskaartjes voor de verschillende modellen per paar:

800 D3           € 30.000,-
802 D3           € 22.000,-
803 D3           € 17.000,-
804 D3           €   9.000,-
805 D3           €   6.000,-

(De afbeeldingen, uitvoeringen en technische specificaties van de verschillende modellen vindt u hier en hier).

 
 
B&W 804 D3 in hoogglans zwart

De 800 D3, 802 D3 en 803 D3 heb ik bewust niet ter recensie aangevraagd omdat ze binnen het bestek van onze site financieel een paar maten te groot zijn. De overige twee modellen kwamen daardoor eerder in aanmerking. Waarbij het er niet zozeer om gaat wat u als muziekliefhebber tekort komt als u niet kiest voor de 800, 802 of 803, maar wat u wint als u kiest voor de 804 of 805; en dat is, neemt u dat maar van mij aan, al heel veel. Dat de 804 ten opzichte van de 805 beduidend schaalvergrotend uitpakt, een beduidend groter beeld neerzet, mag duidelijk zijn (met in de overtreffende trap de 803, 802 en 800 in de overtreffende trap, ook qua prijsstelling), maar al eena aantal weken met beide modellen 'levend', komt de 804 vooral in aanmerking in grotere kamers (zo rond de 60m2) en de 805 in kleinere ruimten (zo rond de 40m2). Misschien ten overvloede: niet iedere luidspreker komt in iedere ruimte optimaal tot gelding (plaatsing vormt daarbij bovendien altijd weer een verhaal apart). Dankzij de gevoeligheid van 89dB (op 1 meter) kunt u met een versterker van zo'n 50W al uitstekend uit de voeten. Trouwens, luidsprekers die wel veel vermogen vragen zouden wat mij betreft opnieuw op de ontwerptafel moeten.

De verwantschap tussen de 804 en 805 is net zo duidelijk als dat de muziek door de 804 op grotere schaal wordt afgebeeld. Bovendien loopt de grotere broer (of zus) verder door in het laag. Het zijn ook twee verschillende ontwerpen. Maar let wel: naarmate men zich hoger in het kwaliteitssegment bevindt, worden verbeteringen geringer maar de prijs ervan beduidend hoger. Het grote symfonische werk gedijt - het ligt voor de hand - het beste bij de 804, maar wie een groot hart heeft voor kamermuziek zal zich heel blij voelen met de net zo gedetailleerde weergave van de 805. En wie denkt dat dit, gelet op de afmetingen, 'maar' een boekenplankluidspreker is, vergist zich deerlijk, want deze speaker hoort echt te worden gepositioneerd op een standaard van hoge kwaliteit, bij voorkeur op een hoogte van zo'n 60cm en ongeveer zo'n 30cm uit de muur en de hoek. Dan komt zelfs de orgelliefhebber nog volop aan zijn trekken, want al is er niet dat ultieme laag, wat er is paart wel een indrukwekkend volume aan een zeer hoge kwaliteit. Om wat dit betreft even de gedachte te bepalen: de 804 laat nog bijna onverzwakt de lage Bes van de contrafagot (29Hz) horen, maar de 805 haalt toch nog steeds vrijwel onverzwakt de lage E van de contrabas (41Hz). Wat beide luidsprekers stevig met elkaar verbindt is de gedetailleerde gelaagdheid en evenwichtigheid in de muziek.

Zijn de overige, duurdere modellen in deze serie nog beter? Ik heb er geen idee van, maar het ligt voor de hand dat deze een grotere afbeelding in hun mars hebben. Maar ik kan mij niet voorstellen dat zij qua detaillering nog iets toevoegen.

True bass...
In audiotijdschriften wordt vaak overdreven aandacht geschonken aan het belang van de weergave van de laagste frequenties (rond 30Hz), terwijl in dat gebied nu juist niet veel muzikale informatie te vinden is. En dat terwijl juist het evenwichtige karakter van een luidspreker veel belangrijker is. Schril hoog, een opgepept middengebied en een boemerige bas zijn de eerste verschijnselen van een matig tot slecht ontworpen luidspreker, met al snel intredende luistermoeheid tot gevolg. Het zal duidelijk zijn dat het ontwerp en de fabricage van het wisselfilter hierin net zo'n belangrijke rol speelt als de kwaliteit en de opbouw van de eenheden en de kast.

Zeker, het 'ultieme laag' kan een belangrijk onderdeel zijn van een realistische muziekbeleving. Denk maar aan het orgel, de grote trom, de Chinese gong, maar ook de akoestische informatie die in dat gebied huist. Jammer alleen dat veel luidsprekers die dat in huis hebben verre van evenwichtig blijken te zijn. Kortom, een speaker die vrijwel onverzwakt tot zo'n 30Hz doorloopt (en pas daarna stevig gaat afvallen, met bijvoorbeeld 6dB per octaaf) is per definitie(!) nog geen goede.

Het is een adagium dat zijn waarde en betekenis in de luisterpraktijk bewijst: True bass in never forgotten. Het is dus maar te hopen dat die kwaliteit in de speaker huist. Liever dus een scherpe afval bij 50Hz, met alles wat daarboven zit (akoestisch) scherp gedefinieerd, dan een rommelige, bonkerige, boemerige 'doorloop' naar een onverzwakte 30Hz of nog lager. De fabrikant die zijn speaker tot die lage regionen laat afdalen zonder aan definitie in te boeten krijgt van mij de zegepalm. B&W dus. Zo simpel kan het zijn, zoals blijkt uit de 804 D3. De 805 D3 mag dan minder diep reiken (hier ligt het -3dB punt bij 42Hz, wat nog steeds zéér respectabel is), de laagweergave is er niet minder exemplarisch door. Bij pianoweergave staat bijvoorbeeld het contraoctaaf werkelijk als een huis: de afbeelding is bij beide modellen zonder meer formidabel, al is die bij de 805 D3 - het is door mij al eerder opgemerkt - duidelijk schaalvergrotend en heeft het laag een nog sterker geprofileerd karakter. Tsja, dat prijsverschil moet ook wel ergens vandaan komen!

 
 
B&W 805 D3 in hoogglans zwart

Ultieme test
Het lijkt zo simpel: er moet 'gewoon' uitkomen wat erin is gestopt. Niets meer, maar ook niets minder. Dat neutraliteit dus het eerste gebod is. Versterkers, onverschillig of het buizen- of transistorversterkers zijn, maar ook cd-spelers, d/a-omzetters, tuners, versterkers, receivers, tuners behoren niets anders te doen dan dat. Theorie en praktijk zijn echter twee volkomen verschillende zaken. Luidsprekerfabrikanten voeren al decennialang hun strijd tegen kleuring en andere onbedoelde effecten, met wisselend succes. Bovendien hebben zij te maken met misschien wel de meest ongewisse factor in dit hoorspel: de akoestiek van uw kamer en de apparatuur die u daarvoor verder nog in stelling brengt.
Natuurlijk, metingen in het vrije veld en in dode kamers zijn bijzonder nuttig om het luidsprekergedrag zonder akoestische invloeden te onderzoeken, maar de ultieme test is toch elders, bij u thuis. En zoals er geen gemiddeld gezin of een gemiddeld huis bestaat, bestaat er geen gemiddelde kamer.

Natuurlijk helpt een topluidspreker, maar dat wil nog niet zeggen dat hij in uw situatie het beste van zichzelf kan laten horen (zien is meestal geen probleem). Wie echt oog en oor op een dure speakerset heeft laten vallen doet er verstandig aan om niet alleen bij de dealer of de importeur te luisteren, maar ook thuis. En dan vooral de verleiding te weerstaan om a/b te vergelijken. Hearing is believing, maar ook: take your time, neem er tijd voor om het klankenspel eerst goed op u te laten inwerken alvorens een vervolgstap te maken. En als u toch a/b wilt vergelijken: zorg ervoor dat er geen volumeverschillen tussen a en b zijn, want dan wordt het gegarandeerd een dwaalspoor.

 
 
Perfecte afwerking

Voor mij was de ultieme test in de afgelopen weken de B&W 804 D3 en de 805 D3. Ik heb ze werkelijk van alles 'gevoerd' dat mijn recensietafel in de loop der jaren is gepasseerd, waarbij ik uiteraard wel eerst het opnamekaf van het -koren heb gescheiden (matige tot slechte opnamen blijven matig tot slecht, onverschillig door welke luidspreker weergegeven). Het pakte uit als een bijzonder indrukwekkende ervaring die een net zo bijzondere dimensie toevoegde aan waar het uiteindelijk om gaat: de muziekbeleving. En dat zonder 'uitstapjes' naar bi-amping of bi-wiring (meer iets voor audiofielen die muziek gebruiken om naar hun apparatuur te luisteren...). Ook goed nieuws: de met magneetjes zich gemakkelijk aan de kast vasthechtende grille blijkt volkomen transparant en heeft geen invloed op de weergave.

Luidsprekers die echt alles aankunnen en de toehoorder niet opzadelen met luistermoeheid zijn zeldzamer dan u misschien mocht denken. Ook in de door mij thuis georganiseerde luisterpanels bleek groot enthousiasme voor wat B&W op dit gebied heeft gepresteerd. Beide speakersets zouden dus in 'mijn omgeving' prima dienst kunnen doen als referentieset. Een hogere waardering lijkt mij niet mogelijk en dit zegt wat mij betreft meer dan genoeg. Welke u ook kiest: dit zijn luidsprekers voor het leven.

_________________
Beluisterd: B&W 804 D3 (vloerstaander)
Technische doopceel:
Frequentiebereik: 20Hz-35kHz
Frequentiekarakteristiek (+/-3dB): 24Hz to 28kHz  
Gevoeligheid: 89dB (1m, 2.83Vrms)
Nominale impedantie: 8Ohm (minimaal 3Ohm)
Aanbevolen versterkervermogen: 50-200W 8Ohm
Drive units: 1x ø25mm (1 in) diamond dome tweeter
1x ø130mm (5 in) Continuum conus FSTT middentoner
2x ø165mm (6.5 in) Aerofoil conus basweergever
Aantal speakerunits: 4
Speakerterminals: plug, spade, draad
Aansluiting: standaard, bi-amping, bi-wiring (2 jumpers meegeleverd)
Afmetingen: (H x B x D) 1019 x 238 x 345mm
Spikes: meegeleverd (4x, inschroefbaar)
Gewicht: 33kg
Grille: zwart, grijs (alleen bij satijnwit)
Kastkleur: hoogglans zwart, satijnwit, noten
Garantie: 5 Jaar
Verkoopprijs: € 9.000.- p.p.

Beluisterd: B&W 805 D3 (statiefluidspreker)
Technische doopceel:
Frequentiebereik 34Hz-35kHz
Frequentiekarakteristiek (+/-3dB): 42Hz to 28kHz  
Gevoeligheid: 89dB (1m, 2.83Vrms)
Nominale impedantie: 8Ohm (minimaal 4.6Ohm)
Aanbevolen versterkervermogen: 50-120W bij 8Ohm
Drive units: 1x ø25mm (1 in) diamond dome tweeter
1x ø165mm (6.5 in) Continuum® conus basweergever/middentoner
Aantal speakerunits: 2
Speakerterminals: plug, spade, draad
Aansluiting: standaard, bi-amping, bi-wiring (2 jumpers meegeleverd)
Afmetingen: (H x B x D) 424 x 238 x 345mm
Gewicht: 12,6kg
Grille: zwart, grijs (alleen bij satijnwit)
Kastkleur: hoogglans zwart, satijnwit, noten
Garantie: 5 Jaar
Verkoopprijs: € 6.000,- p.p.

Film: The making off..


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links