Audioapparatuur

Verbeteringen

 

© Armand van Ommeren, november 2023

 

Bij het verbeteren van technische zaken, of dat nu een auto, een broodrooster of een versterker is, wordt normaal gesproken een analyse gemaakt van bestaande problemen en eventueel van openstaande wensen. Anders gezegd, er moet bekend zijn wàt er moet worden verbeterd. Voor muziekweergave zou dat het verder verfijnen van de strijkersweergave kunnen zijn, waarop een leger techneuten zich op de elektronica werpt om uit te zoeken waar de beperking zit en wat er aan kan worden verbeterd. Helaas wordt die werkwijze onder invloed van een nog veel groter leger marketingjongens nog maar zelden gevolgd. In plaats van een analyse van problemen, wordt veel meer gekeken naar wat de markt en/of marketing wil en worden problemen verzonnen die met de klank niets te maken hebben, hoogstens met functies en andere flauwekul. Of, vooral in het Verre Oosten, wordt een door niemand begrepen detail in de elektronica (of de kabels, of andere spookachtige onzin) opgeblazen tot een levensgrote catastrofe om – eventueel compleet met gedrukte tekst op de voorzijde van het apparaat – de loftrompet te kunnen blazen over de knappe koppen die het toch maar weer hebben opgelost. Kortom, de marketing bedenkt wel een aansprekende oplossing rondom de al ontwikkelde elektronica of mechanica. Klank of een systematische, wetenschappelijke benadering van de werkelijke beperkingen, spelen hierin geen enkele rol. Elk verband tussen probleemstelling en oplossing berust op louter toeval. Een slechte investering: onzin dus.

Ik nam zojuist de strijkersweergave als voorbeeld en dat was niet toevallig. Het weergeven van violen, èn van de menselijke stem, is nog altijd het moeilijkste wat je een muzieksysteem aan kunt doen. Maar ook het beoordelen op zich is al veel moeilijker dan velen denken; van de opnamen die we afspelen kennen we de werkelijkheid niet, we waren er niet bij en heel wat verschijnselen in de weergave lijken op die in werkelijkheid optreden, zoals de flutter (snelle jank) van een orgel. Of de ruwe klank van de strijkers. Doorgaans krijgt de luidspreker, de CD of het pickup element daar de schuld van, maar dat is niet altijd terecht. Heb je zulke dingen nog nooit in werkelijkheid gehoord dan kun je ze ook niet herkennen. Opmerkelijk is ook dat altijd het apparaat waar je mee bezig bent de schuld krijgt van de problemen, terwijl dat nog maar de vraag is?

Zolang het doel je niet duidelijk voor ogen staat, is het onmogelijk iets als beter of slechter te beoordelen. Hoogstens kun je dan zeggen dat je dit of dat mooier of lelijker vindt; niet dat het beter is. Als je niet weet wat het reisdoel is weet je ook niet dat de chauffeur de verkeerde weg genomen heeft? We weten allemaal globaal hoe een piano klinkt, maar de kenmerkende verschillen tussen diverse fabricaten, tussen een goede piano en een matige vleugel, moet je gehoord hebben om ze te kunnen herkennen. En dan nog is het lastig omdat ons geheugen voor geluiden minder goed is dan we geneigd zijn te denken. De wisselwerking tussen ruimte en instrument en het verschil tussen de ruimte-indruk die een vleugel van zichzelf heeft en die welke ontstaat door de ruimte er omheen, zijn allemaal dingen waar je toch iets van moet weten, luister ervaring in moet hebben, wil je ze kunnen aangeven en wil je in staat zijn een oordeel te vellen over de weergave van zo'n instrument.

Om serieus met muziek en audio bezig te kunnen zijn is het noodzakelijk dat je aan kunt geven wat er nog te wensen is aan de klank, voordat je kunt gaan vertellen dat iets beter is geworden. Net zo goed als je bij het beoordelen van de klank van bijvoorbeeld een Steinway kunt zeggen wat je nog mooier zou vinden – bijvoorbeeld een minder opvallende over – gang van één naar tweesnarige tonen, moet je bij een luidspreker kunnen zeggen welke punten je verbeterd zou willen zien. En dan heb ik het niet over het stereobeeld, maar over de klank. Ook die twee fenomenen zijn in de loop der jaren veel te veel door elkaar gaan lopen: het effect (stereo) is soms zelfs belangrijker geworden dan de kwaliteit (klank). Vrijwel niemand test nog ooit een luidspreker in mono. Toch is dat voor het bepalen van klanktechnische kwaliteiten noodzakelijk: het stereo-effect leidt af van de klank en in mono (één luidspreker) valt een luidspreker veel sneller door de mand. Juist bij luidsprekers zou ik maar zelden van ‘verbeteringen' willen spreken: het is erbarmelijk wat je om je heen te horen krijgt: ook de grote merken gaan meer en meer mee met de sis-boem mode (sissend hoog, dreunend laag).

Je komt heel vaak het woord 'emotie' tegen. Apparatuur moet emotie bevatten. Elektronica moet emotie overbrengen. Dat laatste is juist, maar de emotie is dan wèl iets van de artiest en de luisteraar. Emotionele elektronica is voor mij een ontploffende eindtrap. Of een desintegrerende luidspreker. Desnoods een alle dienst weigerende CD-speler. Emotie zit in de boodschap en niet in de brenger van die boodschap. Een goede versterker bemoeit zich daar niet mee, staat er bóven.

Wij muziekliefhebbers houden ons bezig met de emotie van een gedachte die in muziek wordt uitgedrukt en zo neutraal mogelijk moet worden overgebracht. Dat is zonder de emotie van elektronen en mechanismen al lastig genoeg. In dat opzicht doet het mechaniek van de piano wèl en dat van mijn cassettedeck niet mee. Wat niet wegneemt dat bepaalde verschijnselen wel mee kunnen doen, maar dat is erg persoonlijk. Sommige oude opnamen van Lipatti, Solomon of Rachmaninov dragen door hun ouderdom soms wel iets aan de belevenis bij, maar die nostalgische emotie kun je bezwaarlijk een technisch voordeel gaan noemen! Het blijft een nadeel dat soms de nostalgie versterkt, maar moeilijk een voordeel kan worden genoemd?

Een aantal jaren geleden was ik met collega Hans Goddijn bij de inwijding van het Van den Heuvel orgel in de Saint-Eustache te Parijs, een van de grootste mechanische orgels ter wereld. Ter gelegenheid van de inwijding is een CD gemaakt (Dorian DOR-90134 aanbevolen!) en bij het draaien ervan thuis was de klank van kerk en orgel bijna tastbaar. Zeldzaam fraai gedaan. In zo'n geval beoordeel je de CD heel anders dan wanneer je niet in die kerk zou zijn geweest en dat geldt ook voor de apparatuur die je op dat moment gebruikt. Ik testte toen juist de KEF 105.4 en was diep onder de indruk hoe levensecht dat geweldige orgel werd weergegeven.

Helaas laten ook de beste en meest voorstaande luidsprekerfabrikanten het qua stellingname op het punt kwaliteit de laatste tijd afweten. Het begon een paar jaar geleden met het toepassen van absurd dure bedrading in de kasten, hoewel ik daar nog enig begrip voor had: het voorkomt dat fanatici de boel gaan slopen om er zelf Uncle Benz of Heras kabels in te zetten, de zaak verzieken en dan om garantie komen zeuren. Hetzelfde geldt voor het aanbrengen van dubbele aansluitingen voor het gebruik van dubbele bekabeling (bi-wiring) en zelfs dubbele versterkers (bi-amping). Dat ook gerenommeerde fabrikanten daaraan niet ontkomen onder druk van de marketing van anderen, alà. Maar dat in het begeleidende drukwerk deze onzin ook nog wordt aanbevolen vind ik teleurstellend. Want onzin vind ik het. Enig positief effect van de extra investering in kabels en/of versterkers is zo zonder meer niet aangetoond. Integendeel, een paar simpele proeven tonen ondubbelzinning het negatieve effect van bi-amping aan. Het kàn wel goed, maar dan heb je echt wel meetapparatuur nodig en moet je weten wat je doet. Je zit dan op het gebied van actieve luidsprekers waarin dat ook gebeurt, maar dan wel grondig ontworpen en gemeten. De niet ingewijde bestede zijn geld beter aan andere zaken.

Nu is het vervelende dat er bij elke verandering die we in een installatie aanbrengen, altijd wel een paar CD's of platen te vinden zijn die ervan opknappen. Wat onvermijdelijk tot de conclusie leidt dat je eigenlijk elke stelling kunt bewijzen. Door de keus van programma-materiaal en de wijze van afspelen kan het resultaat zodanig beïnvloed worden dat de uitkomst van een demonstratie tevoren vast staat. Elke demonstrant (!) met een behoorlijke ervaring kan bewust of onbewust een demonstratie zo manipuleren dat de uitkomst tevoren vast staat. Daarin zit ook het gevaar van directe vergelijkingen van twee (laat staan meer!) luidsprekers, versterkers, CD-spelers enz. Wat te denken van een zeer positieve test van een apparaat dat bij mij op tafel (hetzelfde exemplaar!) een forse brom blijkt te produceren? Of een CD-speler die een erbarmelijke vervorming op -50 dB niveau blijkt te hebben? Beide apparaten werden elders aangeprezen als de 'nieuwe referentie'? Natuurlijk mag iedereen het mooi vinden maar het gaat me te ver om het aan te prijzen. Het is namelijk niet goed, het is een kwaal. Kwalen, ook bij mensen, kunnen zeer charmant zijn, maar het blijven kwalen. Als je niet weet, c.q. wilt weten, hoe een viool klinkt, bemoei je dan ook niet met de reproductie ervan!

Probleem is ook dat een echte muziekliefhebber muziek koopt en wel in de uitvoering die zij of hij hebben wil. Is dat toevallig mooi opgenomen, dan is dat fijn. Maar het kan evengoed een matige opname zijn die muzikaal uiterst boeiend is. En het is belangrijk dat een muziekinstallatie dàt ook kan! Een klankregeling (en niet 'toon'-regeling!) plus een goed filter zijn voor zo'n liefhebber onontbeerlijk; Het weglaten ervan op veel apparatuur – tegen meerprijs! – is meer dan onzin. De techniek in dienst van de muziek, dat moet het uitgangspunt zijn. Elke technische opzet of constructie moet een bijdrage zijn en de combinatie kamer/opname of opstelling van de luidsprekers moet gecorrigeerd kunnen worden.

De veel geprezen opnamen uit de jaren zestig werden nagenoeg allemaal gemaakt met regeltafels en bandrecorders die gespecificeerd werden met een frequentiebereik tot hoogstens 15 kHz. Voorbeelden daarvan zijn de Studer A80 en de Telefunken M15A, die gespecificeerd werden binnen 2dB van 40 tot 16 kHz. Op 38 cm per seconde wel te verstaan! De vervorming bedraagt dan maximaal 1% bij een ruisafstand van 65dB. Bedenk dat een redelijk cassettedeck van nu dat ook kan! Tellen we daar nog wat ruis en andere ongerechtigheden uit regeltafel en microfoons bij op, denken we aan de problemen rond de snij- en perstechnieken, plus die van de afspeeltechniek, dan hebben we een resultaat dat toch wel héél ver verwijderd is van de huidige stand van de techniek. Terzijde: het is vooral de weergavetechniek die ingrijpend is verbeterd; aan de opnamekant is de vooruitgang aanzienlijk kleiner.

Er zijn in die tijd ook heel wat direct gesneden platen uitgebracht, die volgens sommigen een aanzienlijk beter resultaat lieten horen. Nog los van de muzikale (wan)prestaties van mensen als Boyd Neel, heeft o.m. Stanton later aan de hand van foto' s, gemaakt met een elektronen microscoop, laten zien dat de snijfouten in die platen werkelijk ontoelaatbaar waren. Voor de oplettende luisteraar was dat slechts een bevestiging van wat ze al hadden gehoord. Opmerkelijk is ook dat bij de zogeheten “revival” van LP's niemand het heeft over DMM (Direct Metal Mastering) van Teldec wat een enorme verbetering van het snijproces is maar kennelijk niet belangrijk voor de nostalgie?

Wat overigens niet wegneemt dat er wel degelijk fraaie opnamen zijn uit die tijd, maar die onderscheidden zich vrijwel zonder uitzondering door een uiterst eenvoudige opnametechniek: weinig microfoons en een goede akoestiek, waardoor een doorzichtig geluidsbeeld behouden bleef. Vandaag de dag beschikken we over opnametechnieken die moeiteloos de 20 kHz halen en binnen tienden van dB' s, de vervorming ligt in de orde van tienden van procenten en de ruisafstand benadert de l00dB. Jank is geheel afwezig...

Ook de ets- en perstechnieken dragen niet of nauwelijks in negatieve zin aan het klinkend resultaat bij. En zelfs de goedkoopste CD-speler levert een klankbeeld op dat heilig genoemd mag worden in vergelijking met een platenspeler van dezelfde prijs. Dit is geen pleidooi vóór de goedkoopste CD-speler. Het is een pleidooi tégen de marketing-benadering die voorschrijft dat elke adver tentie en elke advertorial eerst een nieuw probleem moet creëren, om vervolgens als in een aflevering van Baantjer te worden opgelost. Opmerkelijk daarbij is dat je zelden twee keer iets hoort over zo'n probleem: het jaar erop is de kwaal van vorig jaar vergeten. Nieuw onderzoek of nieuw reclamebureau?


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links