Actueel

Nieuw seizoen NTR ZaterdagMatinee actueler dan ooit:

Duitse symfonicus Karl Amadeus Hartmann als boegbeeld

 

© Maarten Brandt, februari 2012

Zie ook:
Karl Amadeus Hartmann: een bevlogen componist
Karl Amadeus Hartmann: een bevlogen organisator
Karl Amadeus Hartmann: innerlijke emigratie
Karl Amadeus Hartmann en het strijkkwartet

Mail naar info@zaterdagmatinee.nl voor meer informatie/nieuwe seizoensbrochure

 

 
 
Karl Amadeus Hartmann

Maar liefst alle acht symfonieën en de Nederlandse vuurdoop van de opera Simplicius Simplicissimus van de Duitse componist Karl Amadeus Hartmann (1905-1963) staan centraal in de programmering van het nieuwe seizoen bij de sinds jaar en dag spraakmakende ntr-zaterdagmatinee. Meer nog dan ooit te voren kan die programmering als een niet mis te verstane oorlogsverklaring worden opgevat aan het adres van de door het fundamentalisme van de markwerking verblinde politici en beleidsmakers die de dreigende teloorgang van het klinkende erfgoed van de centraal-Europese cultuur op hun geweten hebben. Hetzelfde erfgoed waarvoor Hartmann zowel als componist als artistiek leider van het befaamde Musica Viva-festival in München als geen ander voor hem op de bres heeft gestaan, of om hem zelf te citeren:

“Ein Mensch, besonders ein Künstler, darf nicht in den grauen Alltag hineinleben ohne gesprochen zu haben.“

“Muzikale Holocaust”
En spreken deed Hartmann, zowel als componist maar tevens als organisator. De keuze voor deze unieke figuur als boegbeeld kon op geen beter moment geschieden dan nu. Immers, gedurende de periode 2012-2013 zullen de gevolgen van de draconische bezuinigingen van het kabinet Rutte op een uiterst pijnlijke wijze merkbaar worden; zo is het komend seizoen het laatste waarin de Radio Kamer Filharmonie zal bestaan, die daarna zal worden opgeheven. Ten gevolge van dit barbaarse voornemen verdwijnt een van de beste orkesten ter wereld op zowel het gebied van de eigentijdse als de klassieke muziek. De Zwitserse componist, hoboïst en dirigent, Heinz Holliger, die onlangs nog op Radio 4 was te horen en ook meer dan eens op de matinee te gast was, trok fel van leer en sprak van niet minder dan “a musical Holocaust.” En dat is dan nog maar slechts één van de vele onzalige voorbeelden van culturele destructie, waarvan de gevolgen op korte en zeker op lange termijn in de verste verte niet zijn te overzien. De destructie van een gigantische traditie die in het veelkleurige, bonte en ultiem expressieve symfonische oeuvre van Hartmann op een hoogst imposante om niet te zeggen intimiderende manier mee resoneert.

‘In gesprek’ met de traditie
En dat brengt mij gelijk al op het sterke van de programmering. Want wat zou nu gemakkelijker zijn dan Hartmanns werk louter in getto-verband te presenteren? Zoals bij de zeldzame gelegenheden waarop zijn werk tot op heden in ons land tot klinken kwam doorgaans gebeurde. Een van de weinige uitzonderingen is het Rotterdams Philharmonisch Orkest, die gedurende een aantal seizoenen onder Ingo Metzmacher enkele symfonieën van Hartmann heeft uitgevoerd. Terwijl, als er al een 20ste eeuwse componist naast Stravinsky valt te bedenken die voortdurend ‘in gesprek’ was met de traditie in de singuliere zin van dat begrip, het wel Hartmann was. Hoewel zijn stijl ondubbelzinnig aansluit bij die van Alban Berg, en dan vooral die van de explosieve Drei Orchesterstücke en het muziekdrama Wozzeck, was hij minstens even geboeid om niet te zeggen: geobsedeerd door het contrapuntische metier van Bach, het heroïsche karakter van Beethoven, de expansiviteit van Bruckner en Mahler, de betoverende klankwereld van Debussy alsmede de rechtlijnigheid van Stravinsky. Met zijn Russische en thans alom populaire en gevierde (om niet te zeggen: voor de volle honderd procent doodgespeelde) confrater Dmitri Sjostakovitsj deelt hij zijn politieke isolement in een totalitair regime. Waarbij Hartmann overigens nog consequenter was dan eerstgenoemde door zich tijdens het Nazibewind geheel uit alle openbare functies terug te trekken en in een oorverdovende stilte het fundament te leggen voor het leeuwendeel van zijn symfonische nalatenschap. Het resultaat van dit langdurige en, om het alchemistisch te verwoorden, fermenteringsproces is een symfonische ‘opera omnia’ die, naast de symfonieën van zijn onmiddellijke voorgangers, Bruckner en Mahler, volstrekt overeind blijft. Het is op zijn minst merkwaardig dat een gezelschap als het Bruckner- en Mahlerensemble bij uitnemendheid, het Koninklijk Concertgebouworkest, niet allang heeft geopteerd voor een integrale Hartmann-cyclus. Maar die handschoen is nu dus door de onvolprezen artistiek leider van de ntr-zaterdagmatinee, Kees Vlaardingerbroek, met verve opgepakt, waarbij mag worden gehoopt dat dit zal leiden tot een bredere waardering voor de meeslepende en hartstochtelijke klanktaal van deze intens bewogen muziekvinder.

Een miskend meesterwerk van een verzengde emotionaliteit
Aan de samenstelling van de programma’s zal het niet liggen. Enkele van de vele voorbeelden mogen dit illustreren. Markus Stenz, de onlangs benoemde chefdirigent van het Radio Filharmonisch Orkest, combineert de Eerste van Hartmann, voorzien van de veelzeggende benaming Versuch eines Requiems, met de Vierde van Mahler die, opvallend genoeg, eindigt met Das himmlische Leben. Met andere woorden, een productie waarvan het geheel dus meer is dan de optelsom van de delen en die een echt verhaal vertelt. Beide symfonieën zijn bovendien deels vocaal. En voor dat laatste heeft Mahler vanzelfsprekend voor Hartmann duidelijk als voorbeeld gediend. Jaap van Zweden, de vorige chef van het Radio Filharmonisch Orkest, ontfermt zich over de Zevende symfonie, die meer nog dan de turbulente Zesde, in het teken staat van ingenieuze en soms uiterst complexe contrapuntische verwikkelingen, welke op hun beurt zijn gekoppeld aan een alles omverwerpende en verzengende emotionaliteit. Het tweede deel, een hoogst gepassioneerd adagio, behoort zonder twijfel tot de meest indrukwekkende en aangrijpende brokken symfonische muziek uit de 20 ste eeuw. Het is dan ook een magistrale vondst deze symfonie, een miskend meesterwerk van een kolossale grandeur, te combineren met Bach’s Ricercata in de instrumentatie van Hartmanns leermeester Anton Webern en – als schitterend apollinisch contrast met deze in meer dan een opzicht dionysische Zevende – het Vioolconcert van Brahms.

Voorbeeldfunctie
Maar het is natuurlijk niet allemaal Hartmann wat de klok slaat en, zoals mag worden verwacht, is tevens de muziek van eigen bodem weer substantieel vertegenwoordigd. Onder andere met werk van ‘huiscomponisten’ als Willem Jeths (de wereldpremière van zijn Symfonie waarvan sommige delen al afzonderlijk zijn uitgevoerd, waaronder het voor het Koninklijk Concertgebouworkest geschreven Scale) en Peter-Jan Wagemans (de vuurdoop van zijn nieuwe opera Andreas weent) maar ook nieuw werk van Peter Adriaanz en Giel Vleggaar. Van de oudere generatie klinken composities van Louis Andriessen en Otto Ketting (die ooit bij Hartmann studeerde en in opdracht van de matinee een Hymne voor orkest schrijft). In hoge mate typerend voor de matinee is dan weer de wijze waarop deze muziek aan de man wordt gebracht: altijd in zinvolle samenhang met internationaal repertoire. De Symfonie van Jeths is broederlijk verenigd met werk van Sibelius, Wagner en Richard Strauss, de Hymne van Ketting wordt gevolgd door stukken van Mahler en Zemlinsky. Eigenlijk precies zoals het hoort en zoals dat bijvoorbeeld in de jaren vijftig, zestig en zeventig van de vorige eeuw te doen gebruikelijk was bij vele van onze landelijke en regionale orkesten maar dat tegenwoordig helaas zeer uitzonderlijk is. Ook in deze vervult de zaterdagmatinee een voorbeeldfunctie zonder gelijke en zulks bijna als enige, want zoveel is zeker: de Nederlandse muziek is in het kader van de programmering bij het merendeel van onze orkesten, met uitzondering van het Koninklijk Concertgebouw en het Noord Nederlannds orkest, totaal gemarginaliseerd om niet te zeggen geheel afwezig.

Artistieke legitimatie
Betekent dit nu dat het ijzeren repertoire ontbreekt? Geenszins. Met dien verstande dat onverschillig welke overbekende stukken er klinken daar altijd een grondige artistieke legitimatie voor is. Over het voorbeeld van de Vierde van Mahler werd zojuist al gerept. Een ander sterk staaltje is die van de uiterst populaire Schilderijententoonstelling van Moessorgski in de welbekende orkestratie door Maurice Ravel, die een programma deelt met Timbres, espace, mouvement van de Franse grootmeester op het gebied van uitgekiende instrumentaties, de aloude nestor Henri Dutilleux. Een voor de hand liggende keuze, zult u zeggen en terecht. Want het werk is gebaseerd op het schilderij La nuit étoilée van Vincent van Gogh, ware het niet dat ik deze combinatie nog nergens heb aangetroffen. Of, wat dacht u van de combi van Bruch’s Eerste vioolconcert met Strauss’ suite Der Burger als Edelmann, gebaseerd op Molières blijspel Le Bourgeois Gentilhomme uit 1963, een werk dat hoogst sporadisch op een abonnementsconcert valt te beluisteren? En dan zwijg ik nog over een componist als de uit Duitsland afkomstige en veel in Amerika geweest zijnde Engelsman Frederick Delius, waar in ons land met een wijde boog om wordt heen gelopen en wiens prachtige symfonische gedicht Brigg Fair wordt vertolkt tijdens een concert waarop ook onder meer Dvoráks geliefde en ‘Engelse’ bijgenaamde Achtste symfonie zal worden verklankt.

Meerwaarde
Uit dit alles en meer blijkt zonneklaar dat Kees Vlaardingerbroek er, net zoals zijn voorgangers, opnieuw in is geslaagd een artistiek uiterst veelzijdig aanbod te realiseren, waarin alle denkbare soorten – en niet in de laatste plaats ook de oude - muziek in een op en top consistente context worden aangeboden. Een veelkleurige waaier waarvan niet alleen de programma’s afzonderlijk, maar tevens dankzij hun intrinsieke samenhang een onmiskenbare meerwaarde opleveren. Een aanbod dat qua financiële toegankelijkheid weldadig laagdrempelig is, zoals dit de matinee van oudsher eigen is, maar waarbij inhoudelijk geen enkele concessie is gedaan aan iets wat ook maar bij benadering tendeert in de richting van de goedkope smaak en, laat staan, de waan van de dag. Het zijn precies diezelfde eigenschappen die ook in zo hoge mate kenmerkend waren voor de artistiek leider van het Münchense Musica Viva-festival: Karl Amadeus Hartmann. Een groter compliment kan ik het hoofd van de ntr-zaterdagmatinee niet maken, maar het is van harte gemeend.

Wie nadere informatie wil krijgen of de nieuwe seizoensbrochure wil ontvangen wende zich tot info@zaterdagmatinee.nl

index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links