Actueel

Fenomenaal Van Baerle Trio in Jurriaanse Zaal

 

© Aart van der Wal, 11 maart 2020

 

Beethoven: Pianotrio nr. 5 in D, op. 70 nr. 1
MacMillan: Fourteen Little Pictures (1997)
Saint-Saëns: Pianotrio nr. 2 in e, op. 92
Van Baerle Trio: Hannes Minnaar (piano), Maria Milstein (viool), Gideon den Herder (cello)
Gehoord: 10 maart 2020, Jurriaanse Zaal, De Doelen, Rotterdam

Het Van Baerle Trio

Het werd weer eens tijd: een concertbezoek aan de Jurriaanse Zaal, de kamermuziekzaal van de Rotterdamse Doelen; en dan ook nog wel optreden van het Van Baerle Trio dat met een boeiend programma niet alleen weer en wind, maar ook het de gemoederen sterk bezighoudende coronavirus trotseerde. Gelukkig, want wat in Brabant althans voorlopig niet meer kan, kan in de andere provincies en dus ook in de Randstad (nog) wel, want van afgelastingen van grote evenementen is  geen sprake.

Overigens: moet een concert in het domein van de kamermuziek tot een ‘groot' evenement worden gerekend? Qua inhoud misschien wel, maar qua publieksaantallen meestal niet. De zalen zijn immers doorgaans klein, wat het intieme karakter ervan alleen maar onderstreept.

Geen intimiteit
Het is een merkwaardig fenomeen: instrumentalisten in de rol van solist, optredende in grote zalen met een repertoire dat daarvoor nooit en te nimmer bedoeld is geweest. Wég intimiteit!  Zo zijn er allerlei ‘meesterseries' in binnen- en buitenland met de pianist of violist eenzaam op het podium, spelend voor een zaal met minstens 2000 toehoorders. Wie daarvan nog enige intimiteit verwacht is wel heel naïef. Voorstanders van een dergelijk concept zullen echter ongetwijfeld beweren dat op deze manier meer mensen van het desbetreffende concert kunnen genieten en dat het de solist toch niet uitmaakt. Terwijl het natuurlijk ook goed is voor gage en kassa. Bovendien: niet iedereen zit op intimiteit te wachten en is de drempel naar de grote zaal lager dan die naar de kleine zaal (zo is de gedachte). 

Alles hoorbaar
Hoe het ook zij, in een relatief klein bemeten zaal als de Jurriaanse worden muzikale details hoorbaar die in een voor dit doel (te) grote ruimte hopeloos verdrinken. Musici beseffen dat ook en zijn zich er voortdurend van bewust dat ook geringe technische hiaten in het spel onder deze omstandigheden nog onverbiddelijker waarneembaar zijn. Waarbij ik niet beweer dat de Jurriaanse Zaal de ideale akoestiek biedt voor onverschillig welke kamermuziekuitvoering of welk solo -of liedrecital ook. Toegeeflijk is zij in ieder geval niet, waardoor het aankomt op – in dit geval het pianotrio –  vlekkeloos intoneren en het creëren van de ideale balans tussen de drie instrumenten. ‘Ideaal' betekent dan dat de twee strijkinstrumenten volkomen evenwichtig zijn gepositioneerd ten opzichte van de  dominante pianopartij (het wordt niet zonder reden piano trio genoemd). Maar die akoestiek kan ook helpen om een volkomen natuurlijke dispositie te bereiken. Of anders gezegd: dat de pianist zich niet nodeloos hoeft in te houden ten gunste van de beide strijkinstrumenten en dus de pianistische dynamiek niet hoeft te worden opgeofferd aan de van nature nu eenmaal zachtere strijkinstrumenten. Ik heb menige kamermuziekuitvoering meegemaakt waarin dat tot zeer ongunstige effecten in de interpretatie leidde.

Sterke variaties
Ik herinner me een liedrecital in de Doelen door het duo Mark Padmore en Kristian Bezuidenhout. Ik was uitgenodigd voor de repetities en was naast het fameuze tweetal de enige in de zaal. De vraag kwam eerst van de Britse tenor: hij zou bepaalde frases zingen  en of ik op verschillende plekken in de zaal het akoestisch effect ervan wilde beoordelen, waarbij het hem met name ging om de balans tussen zangstem en fortepiano (uit de fraaie collectie van Edwin Beunk). Ik wierp tegen dat mijn oordeel ten eerste subjectief was en ten tweede dat het ‘experiment' in een nog volkomen lege zaal plaatsvond. Kristian bemoeide er zich mee: “Aart, gewoon doen, voor ons is het echt belangrijk.” Wat bleek? Het klankbeeld varieerde sterk, niet alleen afhankelijk van de ingenomen positie in de zaal, maar ook die van de beide musici op het podium. Niet alleen wisselde de balans, maar ook de stemkleuring, terwijl de klank van de pianoforte wel vrij stabiel bleef. Een toch wel merkwaardig fenomeen dat beide musici ‘meenamen' in het recital dat twee uur daarna zou beginnen: ze stemden hun positie op het podium erop af. 

Proef op de som
Ook het Van Baerle Trio zal ongetwijfeld de akoestiek van de Jurriaanse Zaal eerst hebben beproefd, al gold ook voor hen dat het plaats moest vinden in een lege zaal. Hoe dit proef ook mag zijn verlopen, het publiek zal hebben gesmuld van een fenomenaal uitgevoerd programma, waarbij de volmaakte speltechniek zo als vanzelfsprekend leek dat het uitsluitend om de muziek kon gaan. Geen wonder, want daar zaten drie prijswinnaars (talloze malen genomineerd en in de prijzen gevallen) die ook in onze recensies voor hun spel uitbundig werden geprezen.

Aparte kunst
Geen drie musici die nauwlettend naar elkaar moeten omzien, maar die frank en vrij het volmaakte samenspel etaleren. Geen gelegenheidstrio, maar wel een ensemble dat elkaar de ruimte geeft in een onophoudelijke, elektriserende stroom van spiritualiteit, inventiviteit, passie en lyriek. Het betaalt zich volledig uit, deze jeugdige frisheid en dit muzisch speelplezier in samenhang met een krachtige ritmische puls en een sterk ontwikkeld gevoel voor dynamische gradatie. Ja, deze stukken zijn door en door ingestudeerd, maar er is die indruk van improvisatie en intuïtie die als het ware boven deze drie werken hangt. Die aparte kunst ook van de indruk van het zich erin verliezen en toch permanent bij de les te zijn. Het lukt alleen als je elkaar tot in het kleinste detail aanvoelt, elkaars speelwijze tot in het kleinste detail kent en het discours van begin tot eind beheerst, want pas dan laat het zich spontaan ontvouwen.

James MacMillan

Veertien staties
Dat het trio de ‘Fourteen Little Pictures' van de Schotse componist James MacMillan (1959) in het programma had opgenomen toont moed. In de zin van ruim twintig minuten ver weg van de gebaande paden. Wie het werk (in opdracht van de BBC) voor het eerst hoorde zal mogelijk  moeite hebben gehad met het ontwarren van de onderliggende structuur; en te meer omdat de veertien deeltjes zonder onderbreking in elkaar overvloeien. Het stuk ging op 21 mei 1997 in première in het Londense Wigmore Hall en maakt sindsdien deel uit van het eigentijdse repertoire van menig pianotrio.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links