Actueel

Jordi Savall te gast bij het
Rotterdams Philharmonisch Orkest

 

© Aart van der Wal, 22 november 2018

 

Bach: Ouverture nr. 4 in D, BWV 1009
Rameau: Les Boréades (suite)
Salieri: 26 Variaties op 'La Folia di Spagna'
Händel: Music for the Royal Fireworks HWV 351 (suite)
Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Jordi Savall
Gehoord: 22 november 2019, De Doelen, Rotterdam


Het is misschien nog te vroeg om van een kentering te spreken, maar een feit is wel dat meer en meer symfonieorkesten de stap naar het barokrepertoire geleidelijk aan weer aandurven. Ik herinner me nog dat Edo de Waart, toen nog chef-dirigent van het Radio Filharmonisch Orkest, mij in zijn riante appartement aan de Amsterdamse Jacob Obrechtstraat voorhield dat als hij Bach wenste te dirigeren, hij daarvoor naar Australië moest. Dat moet ergens in de jaren negentig zijn geweest, dus nog niet eens zo lang geleden.

Door de al in het begin van de jaren zeventig snel om zich heen grijpende historiserende uitvoeringspraktijk werd de rol van het symfonieorkest in de barokmuziek al snel uitgehold, tot er vrijwel niets meer van over was. Slechts incidenteel klonk nog Bach of Händel bij de traditionele vaderlandse orkesten. Het was het onvermijdelijke gevolg van de voortschrijdende symbiose tussen muziekwetenschap (met in de voorste gelederen daarvan het bronnenonderzoek) en de de uitvoeringspraktijk. Oude Muziek die 'op historisch verantwoorde wijze' als Nieuw moest klinken. En zoals bij iedere nieuwe ontwikkelingen waren er uiteraard voor- en tegenstanders van deze stroming.

Maar er volgde na verloop van tijd ook een interessante kruisbestuiving, toen in de ‘authentieke' praktijk gepokte en gemazelde dirigenten ook menig symfonieorkest tot hun ‘klantenkring' mochten rekenen. Sprekende voorbeelden daarvan waren Nikolaus Harnoncourt bij het Koninklijk Concertgebouworkest en de Wiener Philharmoniker, en Philippe Herreweghe bij het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Vlaanderen. En dan was er natuurlijk ‘onze' Ton Koopman die inmiddels een groot aantal symfonieorkesten heeft geleid, zowel in binnen- als buitenland, waaronder zelfs de Berliner Philharmoniker en de New York Philharmonic. Terwijl de verworvendheden van die authentieke praktijk uiteraard ook doorsijpelden in de traditionele praktijk.

Ook de Catalaanse dirigent (hij is van huis uit gambist) Jordi Savall waagt zich regelmatig op het pad van het traditionele symfoniorkest, zoals deze vrijdagavond en komende zondagmiddag in de Rotterdamse Doelen, als gastdirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest (RPhO). Nu even niet Le Concert des Nations (hij nam wel de percussionist van dit ensemble mee naar Rotterdam!,) Cappella Reial de Catalunya of Hespèrion, maar een volbloedig symfonieorkest in een met zorg uitgekozen programma, waarin de barokmuziek zich uitstekend liet mengen met een variatiewerk van Antonio Salieri (1750-1825).

Dat de Doelenzaal slechts matig bezig bleek was voor mij min of meer een verrassing, want Savall maakte in ons land bepaald niet voor het eerst zijn opwachting terwijl hij met zijn talloze cd-opnamen (waaronder op het eigen label Alia Vox) even talloze prijzen in de wacht sleepte. Savall is niet alleen een groot musicus maar ook een musicoloog met grote kwaliteiten. Wie een zoektocht op onze site onderneemt ziet al snel waartoe dit in de afgelopen decennia heeft geleid.

Het is uiteraard altijd afwachten: of de ‘chemie' er in voldoende mate is tussen dirigent en orkest en of het zich echt als een vis in het water voelt in repertoire dat al zo'n dertig jaar ernstig is verwaarloosd. Zoals ook de orkesten die moderne en eigentijdse muziek veelal mijden ook die draad niet meer adequaat weten op te pakken als het er toch een keer van moet komen. We weten het van Alban Berg: klassieke muziek uitvoeren alsof zij modern is; en moderne muziek alsof zij klassiek is. Het klinkt eenvoudiger dan het is.

Maar gezegd moet worden: Savall en het orkest kwamen een heel eind. Natuurlijk, hij kent dit repertoire als geen ander en zijn enorme ervaring als gambist en dirigent staat borg voor op zijn minst een uitvoering die boven de middelmaat utitsteekt. Dat bleek ook vrijdagavond, waarin hij het orkest in een tamelijk maar niet overdreven uit de kluiten gewassen bezetting (met de violen keurig links en rechts gepositioneerd), met voor de drie hoornisten en drie trompettisten een bijzondere ‘barokke' glansrol (wat ze overigens meer dan voortreffelijk deden). Wat zeker ook bijdroeg aan het menigmaal spectaculaire beeld waren de blazers die zonder uitzondering stonden (met de contrafagot stevig op een stoel geplant). Dat paste perfect bij de barokke speelpraktijk, zoals vele afbeeldingen ons laten zien. Ook de aanwas van zeer talentvolle jonge musici (waaronder eminente hout- en koperblazers) maakt duidelijk dat het auditiebeleid zijn vruchten afwerpt.

Zeker, het RPhO acteerde in deze barokmuziek in de fraseringen bijna net zo snedig en ritmisch scherp geprofileerd als de daarin gespecialiseerde ensembles dit plegen te doen(met het Orkest van de Achttiende Eeuw als het meest exquise referentiekader). Daaruit blijkt duidelijk dat het orkest liet horen in dit genre duidelijk op de goede weg te zijn. Hopelijk zet deze ontwikkeling zich voort en krijgen we meer barokmuziek door dit ensemble voorgeschoteld, al is het dan nog vooral 'work-in-progress'.

Het orkest slaagde eveneens met vlag en wimpel in de weinig opzienbarende en zelden uitgevoerde ‘folia'-variaties van Salieri. De 26 korte variaties op het bekende ‘La Folia di Spagna', gecomponeerd in 1815, bewezen echter opnieuw dat Salieri niet meer dan een matig componist was, tamelijk ver verwijderd van de schaduw van Mozart, Beethoven en Schubert.

Na de stormachtige bijval voor Savall en het orkest kon een toegift niet uitblijven: het werd 'Contredanse très vive' uit 'Les Boréades', met daarin tevens een actieve rol van het publiek!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links