Actueel

De muzikale jeugd heeft de toekomst ...

... Alleen niet voor de Raad voor Cultuur

 

© Aart van der Wal, juli 2020

 

 

De Nationale Jeugdorkesten Nederland (NJON) hebben bezwaar aangetekend tegen het op 4 juni jl. door de Raad voor Cultuur (RvC) negatief uitgebrachte BIS-advies met betrekking tot de NJO.

In de BIS (Basisinfrastructuur) regeling voor de periode 2020-2024 wordt wel positief geoordeeld over de belangrijke rol die de NJON vervullen en dan met name als belangrijke schakel voor jonge musici die op termijn deel willen uitmaken van een professioneel orkest of ensemble. Er is ook waardering voor de degelijkheid van de leertrajecten, de kwaliteit van de aangetrokken dirigenten en coaches, het gekozen repertoire en de combinatie van leertraject met uitvoeringen voor publiek. Activiteiten die overigens de kern vormen van de NJON. Dus zou je verwachten dat na dit lofgetrompetter de beloning niet kan uitblijven.

Maar niets is minder waar, een verschijnsel overigens dat we al zo vaak in de adviezen van de RvC hebben gezien: eerst grote waardering uitspreken en vervolgens nul op het rekest geven.

Geen misverstand erover: de beschikbare financiële middelen zijn beperkt, keuzes zijn dientengevolge onvermijdelijk, maar het schort de RvC vooral aan twee belangrijke elementen ten aanzien van die advisering: een lange(re)termijnvisie en de deugdelijke onderbouwing van de ingenomen standpunten. Terwijl de minister (Van Engelshoven, D66), al evenmin gezegend met veel kennis van de sector, laat staan met een gedegen toekomstvisie, de adviezen doorgaans gehoorzaam opvolgt. Dat is de prijs van de politieke, aculturele mores zoals die al jaren in Den Haag heerst en waarin de Tweede Kamer zich alleen bij hoge uitzondering wil roeren. De cultuurbegroting wordt vrijwel altijd zonder morren aanvaard of er volgens na enig gekrakeel om niets alsnog enige marginale aanpassingen. Meer lam dan leeuw dus. Business as usual. Onopgemerkt door het grote publiek verschuiven zo de subsidiepanelen, totdat voor menige kunstinstelling het doek valt of op zich waardevolle doelstellingen niet meer kunnen worden gehaald.

Waar het bestuur van de NJON zich vooral boos over heeft gemaakt is – de geschiedenis herhaalt zich keer op keer – de bar slechte kwaliteit van het gepubliceerde advies. De vele slordigheden en onjuistheden die het bevat en het ogenschijnlijk gemak waarmee op grond daarvan de NJO-aanvraag niet werd gehonoreerd. En alsof de afwijzing zelf al niet genoeg is, heeft de motivering ervan ook uiterst negatieve gevolgen voor de organisatie op een ander vlak: de weinig florissante indruk die erdoor wordt gewekt bij partners en financiers van de NJON. Dat die motivering op meerdere punten niet deugt doet aan het negatieve effect ervan uiteraard niets af. Het rapport is immers openbaar en alleen insiders kunnen de kromme redeneringen op de enig juiste waarde schatten.

Zo is het onbegrijpelijk dat de RvC zich negatief heeft uitgelaten over de Fair Practice Code, de Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit, en - het kan niet genoeg worden herhaald - tot overmaat van ramp daarvoor onjuiste argumenten in stelling heeft gebracht. Net zo verbijsterend is de in het rapport neergelegde conclusie dat de NJON ‘niet vernieuwend' zouden zijn en ‘te weinig educatie en participatie' aan de dag zouden leggen. Het staat niet alleen haaks op de feiten (praktijkgeschiedenis), maar houdt evenmin rekening met de uitstekend geformuleerde onderbouwing van de NJON in de aanvraag. Educatie en participatie vormen namelijk de kern van de NJON-activiteiten en gelden als buitengewoon belangrijke ingrediënten voor zowel verjonging als vernieuwing van de sector.

Waar de RvC in zevenmijlslaarzen aan voorbij is gegaan is de belangrijke functie van de NJON voor de honderden jonge musici in de leeftijdsgroep van 14 tot 26 jaar die ieder jaar worden begeleid en klaargestoomd voor de professionele muzieksector.

Niemand die kan ontkomen aan de vaststelling dat de NJON door de jaren heen ware kweekvijver zijn voor jong muzikaal talent en dat ‘vernieuwing', zo langzamerhand het belangrijkste stokpaardje van de RvC, daarvan onverbrekelijk deel uitmaakt. Hoe valt een kweekvijver trouwens anders uit te leggen? En was de RvC niet zelf al positief over het gekozen repertoire? Terwijl de NJON bovendien binnen en buiten de Randstad volle zalen trekken en in staat blijken om steeds weer een breed publiek aan te trekken. Met daaraan toegevoegd dat al ruim zestig jaar twee van de NJON-orkesten (klik hier) een belangrijke rol vervullen in het concertleven en daarbuiten, met bovendien al een decennium lang een eigen festival waarin veel wordt geïnvesteerd en enthousiasme een niet weg te denken factor is.

De RvC mag dat om onbegrijpelijke redenenen anders zien, een feit is dat de instituten die dagelijks midden in het muziekleven staan juist grote waardering hebben voor de NJON: conservatoria en (beroeps)orkesten onderschrijven zonder voorbehoud het belang ervan. Wat zich ook uit in de verschillende samenwerkingsverbanden en het aanzienlijke aandeel van voormalige NJON-deelnemers in de professionele orkesten en ensembles. Met daaraan toegevoegd dat al ruim zestig jaar twee van de NJON-orkesten een belangrijke rol vervullen in het concertleven en daarbuiten, met bovendien al een decennium lang een eigen festival waarin veel wordt geïnvesteerd en enthousiasme een niet weg te denken factor is.

Edoch, de RvC lijkt er allemaal geen boodschap aan te hebben. En nu maar hopen dat de bezwaarprocedure alsnog het tij kan doen keren.

______________________
Lees hier meer over dit onderwerp:

https://www.njo.nl/BIS-advies

https://www.raadvoorcultuur.nl/bis-2021-2024/documenten/adviezen/2020/06/04/ontwikkelfunctie2


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links