Actueel

Van tijdgebonden stuk naar eschatologisch meesterwerk

 

© Maarten Brandt, 14 november 2014

 

   

Oratorium Das Floss der Medusa van Hans Werner Henze eindelijk in Nederland te horen dankzij
NTR ZaterdagMatinee

We schrijven 9 december 1968. Een datum die bij oppervlakkige beschouwing niet iedereen veel zegt, maar die voor de doorwinterde muziekliefhebber, en zeker voor diegene welke de eigentijdse toonkunst een warm hart toedraagt, van even grote betekenis is als bijvoorbeeld 29 mei 1913, toen in het Théâtre des Champs Elysées te Parijs de geruchtmakende vuurdoop plaatshad van Le sacre du printemps van Igor Stravinsky. Op die al genoemde negende december, om precies te zijn in de Planten un Blomen-Halle B in Hamburg stond op die bewuste avond de eerste uitvoering gepland van een van de grootste werken van de Duitse componist Hans Werner Henze (1926-2012) tot op dat moment, zijn magistrale en tot op heden hoogst zelden te horen en tweedelige 'oratorio vulgare e militare', het op een libretto van Ernst Schnabel gebaseerde Das Floss der Medusa (1968, herzien in 1990) en dat op 22 november aanstaande in het kader van de NTR-zaterdagmatinee voor het eerst in ons land tot leven zal worden gewekt. Henze, die de algehele leiding over de uitvoering - die uiteindelijk niet bewaarheid zou worden, waarover later meer- zou hebben, had hoog ingezet, aangezien hij zich van de medewerking van niemand minder dan de wereldberoemde bariton Dietrich Fischer-Dieskau en de sopraan Edda Moser had weten te verzekeren.

Barricaden
Das Floss der Medusa is in eerste aanzet een typisch tijdgebonden stuk uit de roerige jaren zestig van de vorige eeuw waarin de barricaden door de linkse intelligentsia, met de studentenbewegingen en de culturele elite van die dagen voorop, te pas en te onpas werden beklommen. Niet alleen in Duitsland en - nadrukkelijk - in Parijs (met name bij de Sorbonne), ook en bepaald niet in de laatste plaats in ons land, waarin bijvoorbeeld de Actie Tomaat en die van de Notenkrakers plaatsvonden, en niet te vergeten natuurlijk de Maagdenhuis-bezetting in Amsterdam die zich een jaar na de gereedkoming van Henze's oratorium voltrok. Hetzelfde jaar overigens waarin de door het uit Louis Andriessen, Peter Schat, Jan van Vlijmen, Reinbert de Leeuw, Misha Mengelberg, Hugo Claus en Harry Mulisch bestaande kunstenaarscollectief de opera Reconstructie schreef. Een werk dat uiteraard, ook al omdat de Cubaanse revolutie er in wordt verheerlijkt en Fidel Castro en vooral Che Guevara, de Argentijns-Cubaanse neomarxistische politicus, als superhelden worden binnengehaald, bij de gevestigde orde hevige reacties uitlokte. Henze, die ideologisch gezien op hetzelfde spoor zat als de Nederlandse 'angry young men', werd door de Notenkrakers en hun medestanders (waaronder Jan van Vlijmen die niet aan de actie heeft meegedaan omdat hij de methode van actievoeren verwerpelijk vond) als een oninteressante salonsocialist verguisd en was natuurlijk al bij voorbaat verdacht omdat hij door de toenmalige artistiek leider van het Concertgebouworkest, Marius Flothuis, was uitgenodigd bij dit gezelschap eigen werk te dirigeren.

Brachten de scheppers van Reconstructie door middel van dit muziekdramatische werk een ode aan Che Guevara, voor Henze gold dit bepaald niet minder, getuige zijn Das Floss der Medusa, dat door de componist als een Requiem voor deze revolutionair werd beschouwd. Een componist die zeer goed was ingevoerd in Cuba en, sterker nog: een van zijn meest weerbarstige werken, zijn provocerende Zesde symfonie - onlangs in een nieuwe uitvoering door het Rundfunk Sinfonieorchester Berlin onder Marek Janowski op cd beschikbaar gekomen (Wergo, klik hier voor de recensie) - opdroeg aan het in de hoofdstad van Cuba, Havana, zetelende Orquestra Sinfónica Nacional, met welk ensemble Henze er de eerste uitvoering van gaf. Wat allemaal niet wegneemt dat hij, toen de Cubaanse revolutie haar eigen kinderen begon op te eten, zich - in tegenstelling tot de 'Reconstructisten' - op niet mis te verstane wijze van het regime distantieerde.

Richtingenstrijd
Maar nu terug naar 1968, die gewraakte negende december in Hamburg. Al geruime tijd voor de aangekondigde uitvoering van Das Floss der Medusa was er een richtingenstrijd tussen de radicale en extreem-radicale linkse studentenbeweging losgebarsten. Laatstgenoemde groep studenten vond de muziek van Henze in wezen burgerlijk en wilde het volgens hen vermeend revolutionaire karakter daarvan tot iedere prijs ontmaskeren. Maar omdat men ook besefte dat een dergelijke actie evengoed in het voordeel van de gegoede burgerij zou kunnen uitpakken die van Henze's muziek zonder meer wilde genieten, kwam het tot een voorlopig staakt het vuren. Voorlopig, want toen duidelijk werd dat Henze ermee had ingestemd dat de opdracht aan Che Guevara in het programmaboek van Das Floss der Medusa mocht worden geschrapt, waren de rapen gaar. Helemaal toen een student pal voor het begin van de uitvoering op de dirigentenbok een grote poster ophing met een afbeelding van Guevara. Die werd door de programmadirecteur van de NDR meteen verwijderd met als opgave van redenen dat "kunst en politiek niet samengaan." Daarna barstte de hel pas echt los; er verschenen diverse rode en zwarte vlaggen met afbeeldingen van de revolutionair. Inmiddels hadden Henze en de solisten al het podium betreden. Maar te elfder ure weigerde het RIAS-koor zijn medewerking. Men eiste dat de vlaggen werden verwijderd. Tot overmaat van ramp slaagde Henze er bovendien niet in voldoende duidelijk te maken in naam van onverschillig welke en al dan niet politieke partij men zou gaan zingen. Daarom verlieten de koorleden op een gegeven ogenblik het podium om er niet meer terug te keren. Vervolgens kwam de politie ten tonele en de studenten alsmede librettist Ernst Schnabel werden door de zijdeur afgevoerd. Tenslotte maakte Henze nogmaals op het podium zijn opwachting om aan het publiek of wat daar nog van over was uit te leggen dat de politie een uitvoering van het werk en een debat erover onmogelijk had gemaakt en koos toen snel het hazenpad, zij het niet nadat een deel van het publiek zijn Ho Ho Ho Chi Min-zang had gescandeerd met ritmisch geklap.

Hans Werner Henze (r.) en regisseur Charles Regnier tijdens de repetities in de Planten un Blomen-Halle B (december 1968)

Een geluk bij een ongeluk was dat de integrale muziek van Das Floss der Medusa tijdens de repetities (met inbegrip van de generale) was opgenomen en dus in plaats van de bedoelde live-vertolking via de radio kon worden uitgestraald. En wat meer is: voorts ook voor elpee is vereeuwigd en nadien gelukkig op cd uitgebracht in de riante Henze-Edition van Deutsche Grammophon. De eerste openbare uitvoering met publiek was in 1971 en de eerste scenische opvoering in 1990. Daarna is het oratorium nog een enkele maal gespeeld, zoals in 2001, toen Ingo Metzmacher het werk dirigeerde en het stuk voor de eerst maal in Hamburg was te horen. En dan is er op 22 november de verlate en niet te missen Nederlandse première gedurende het Matineeconcert in het Concertgebouw te Amsterdam door Roman Trekel (bariton, staande voor de zeeman Jean-Charles), Lenneke Ruiten (sopraan, verbeeldende de dood), Franz Grundheber (spreekstem, de gids door de onderwereld Charon), het Groot Omroepkoor, Vlaams Radio Koor, Nationaal Kinderkoor, Nationaal Jeugdkoor en het Radio Filharmonisch Orkest onder leiding van chefdirigent Markus Stenz.

Schilderij
Maar nu het werk zelf. Waar draait het om in Das Floss der Medusa? Een van de belangrijkste inspiratiebronnen voor Henze was het monumentale en zich in het Parijse Louvre bevindende schilderij Le radeau de la Méduse uit 1819 van de jong gestorven kunstenaar Jean Louis Théodore Géricault (1791-1824). Dit is het kunstwerk bij uitstek waarin de verontwaardiging tot uitdrukking komt over de houding van de toenmalige Franse regering jegens de slachtoffers van de ramp in 1816 van het fregatschip Méduse dat, als deel van een Franse oorlogs-expeditie, was uitgevaren naar de door de Britten bezette Senegalese kust. Het schip in kwestie liep op 2 juli onherstelbare averij op bij de zandbanken van de Cap d'Arguin vlak bij het Noordwest Afrikaanse Mauritanië. De kapitein en zijn onmiddellijke gevolg zochten een veilig heenkomen in een sloep. Drie dagen werd nog van alles in het werk gesteld om het fregat naar dieper water te bewegen, wat uiteindelijk op niets uitliep, zodat de ruim 150 opvarenden die zich nog op het schip bevonden in allerijl in een haastig in elkaar getimmerd wrak vlot werden gezet. Hoewel men had geprobeerd de zaak met touwen aan de sloep vast te binden en zo het vlot achter zich aan te slepen, leidde de omstandigheid van het bar slechte weer ertoe, dat op last van de kapitein die zich slechts om zijn eigen welzijn bekommerde, die touwen tenslotte werden doorgesneden en men dus geheel aan de speling van lot werd overgelaten. Zo volgden voor de schipbreukelingen twee weken vol ontluisteringen en ontberingen. Waaronder een dermate groot voedseltekort dat men zich te buiten ging aan kannibalisme. Toen het vlot op 17 juli eindelijk door het schip De Argus werd opgemerkt, waren er nog maar vijftien mensen in leven, waarvan er vijf, eenmaal aan land gekomen, alsnog stierven. De Franse overheid liet geen mogelijkheid onbenut deze tragedie in de doofpot te stoppen, maar toen de kwestie eenmaal aan het licht kwam - waaronder tevens het feit dat de leider van de expeditie toen hij de opdracht aannam al 25 jaar niet meer op zee was geweest - was het hek van de dam. En het schilderij van Géricault, waarop het moment is vastgelegd tijdens welke de slachtoffers aan de verre horizon een schip ontwaren, geeft daar voor vriend en vijand op niet mis te verstane wijze gestalte aan.

Brug
Slachtoffers die aan hun lot worden overgelaten, ziehier een tragedie van alle tijden. Om het even of het daarbij gaat om de schipbreukelingen van het fregat Méduse, de inzittenden van de MH 17 op weg naar het Verre Oosten dan wel de door wanbeheer geteisterde bejaarde bewoners van onze zorginstellingen. In 1968 mag Das Floss der Medusa dan een Requiem voor Che Guevara zijn geweest en door menigeen - gedreven om niet te zeggen verblind als men veelal was door de toenmalige waan de dag in het linkse kamp - als een politiek klinkend manifest in die zin zijn beschouwd, tegenwoordig is dit oratorium niets meer of minder dan een Requiem voor onverschillig welk individu of welke groep die ten prooi is aan onrecht en aan het vertrappen van de menselijke waardigheid. In dat opzicht, en dat zij met de grootst mogelijke nadruk gesteld, overstijgt dit fenomenale werk verre alle polarisaties tussen links en rechts of wat ook en slaat het juist een brug tussen tegenstellingen van elke denkbare aard. Door de kritische distantie die wij anno 2014 ten aanzien van dit oratorium bezitten - of althans zouden moeten bezitten - wordt opeens de bijkans eschatologische dimensie van Das Floss der Medusa duidelijk en worden ook de raakvlakken met soortgelijke monumenten uit de muzikale traditie voel- en hoorbaar, dus met composities als bij voorbeeld Bach's Johannes Passion, Beethovens Eroïca en - om een recenter voorbeeld te noemen - de Eerste symfonie 'Versuch eines Requiems' van Henze's geestelijke vader Karl Amadeus Hartmann.

Emotionaliteit
Niet alleen de tekst van Schnabel, waarvan de verhaallijn voor rekening komt van een spreekstem die als het ware Charon verbeeldt die de doden door de onderwereld leidt, maar meer in het bijzonder het samengaan daarvan met de muziek verleent aan het geheel zijn verschroeiende kracht en - nooit ook maar naar het sentimentele neigende - emotionaliteit die, in weerwil van alle soms complexe rijkdom van deze partituur, geen mens onberoerd kan laten. Speciale aandacht verdient in onderhavig verband de ongelooflijk bewerkelijke sopraanpartij waarin een enorme muziektraditie mee resoneert, reikende van de solo-madrigalen van Claudio Monteverdi tot en met Lulu van Alban Berg, want Henze kende de muziekgeschiedenis en vooral de daarin opgesloten mogelijkheden voor de menselijke stem als weinig anderen van zijn generatie. Naarmate het werk vordert en we tijdens het relaas vernemen hoe de slachtoffers steeds meer in de greep van de dood komen en waarbij het aandeel van de koren nog meer aan raffinement wint, is de klanktaal in Das Floss der Medusa dikwijls van een huiveringwekkende om niet te zeggen hallucinerende schoonheid. Henze, hoezeer hij ook in de ban van zijn voornemen tot het bewerkstelligen van een 'Weltrevolution' mag zijn geweest, toont zich in deze partituur onafgebroken als een 'grand seigneur', ja een super-aristocraat van het zuiverste water en bovenal als iemand die, gedreven door een ideologie (en we weten aan welke kant hij stond) zijn inspiratie vond, maar zich niettemin allerminst door diezelfde ideologie liet knechten en, laat staan, verleiden tot voor de hand liggende oplossingen. Want, laten we wel zijn, als het hem louter om de politieke boodschap was te doen, had hij het zich veel gemakkelijker kunnen maken. Namelijk, door zich van weliswaar provocerende maar ook heel simpele muzikale middelen te bedienen, terwijl in Das Floss der Medusa geen enkele concessie wordt gedaan in de richting van goedkope effecten, zoals in Recon-structie duidelijk wel, en dat in zeer ruime mate, het geval is. Maar dat is dan ook een werk dat, wanneer men het nu terughoort, nog het meeste weg heeft van een danig uit de hand gelopen middelbare school-experiment dat stijf staat van de onderbroekenlol.

Religieus meesterwerk
Nee, bij Henze vormt de ideologie slechts de aanzet tot een subliem totaal waarvan het geheel aanzienlijk meer is dan de optelsom van de delen, ja tot een meesterwerk dat men gerust religieus mag noemen. Religieus niet in de confessionele zin van dat woord, maar wel in termen van een ultieme gedrevenheid door een visionair en in diepste wezen alle partijen te boven gaand ideaal, zoals dat zo ongemeen aangrijpend gestalte krijgt in de laatste maten van Das Floss der Medusa, waarbij het slagwerk het Ho Ho Ho Chi Min ritme scandeert en de spreker, die zich in de volgende bewoordingen over het lot van de schipbreukelingen die nog in leven waren en speciaal de zeeman, Jean Charles uit: "Der Mulatte Jean Charles, der - den Blick auf das rettende Schiff gerichtet - den roten Fetzen geschwenkt hatte, lag in Agonie, als man ihn barg, und ist nicht mehr erwacht. Die Überlebenden aber kehrten in die Welt zurück: belehrt von Wirklichkeit, fiebernd, sie umzustürzen." berleben

Wie hierbij zijn of haar ogen droog kan houden, mag het zeggen. Kunst moet over de grote levensvragen en kwesties gaan, aldus artistiek leider van de NTR zaterdagmatinee Kees Vlaardingerbroek. Welnu, het is aan geen enkele twijfel onderhevig dat Henze's Das Floss der Medusa op en top aan dit belangwekkende criterium voldoet. Tot ziens op 22 november om 14.15 uur in de Grote Zaal van het Concertgebouw.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links