Actueel

Een van de gevolgen van het coronavirus:

de cultuursector op slot

 

© Aart van der Wal, 16 apil 2020

 

 

Gisteren liet het kabinet weten dat 650 miljoen wordt uitgetrokken voor de sectoren sierteelt, voedingstuinbouw en frietaardappelen. En dat 300 miljoen, waarvan een deel als lening, beschikbaar komt voor de cultuursector. Cijfers zeggen vaak meer dan woorden.

Geen verrassing
Minister van Engelshoven (OCW, D66) werd gisteren niet moe om te benadrukken dat die 300 miljoen zo ongeveer voor de poorten van de hel door haar waren weggesleept. Dat zegt dus, naast het schamele bedrag van 300 miljoen, tevens iets over de bescheiden waarde die door dit kabinet aan de cultuursector wordt toegekend. Wat voor de meesten onder ons overigens geen verrassing zal zijn. De kaalslag en de daaruit voortvloeiende puinhopen die staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD) in 2012 heeft achtergelaten teisteren diezelfde cultuursector nog steeds. Puin veroorzaken blijkt gemakkelijker dan puin ruimen.

Verdeling
De boodschap van Van Engelshoven kwam rijkelijk laat: “Cultuur doet ertoe. Juist in deze tijd van crisis blijkt hoe belangrijk kunst is. Om troost, afleiding en hoop te bieden. Ook het kabinet is daarvan doordrongen en stelt daarom extra geld beschikbaar boven op de generieke maatregelen.”

Het zwaartepunt van die 300 miljoen ligt bij de rijksgesubsidieerde instellingen die volgens de minister essentieel worden geacht voor de sector als geheel:“Door juist deze cruciale culturele organisaties nu te steunen, kunnen zij er na de crisis voor zorgen dat de opdrachtenstroom, ook richting zzp'ers, weer op gang komt.” De bedoeling is dat op zo kort mogelijke termijn met de uitvoering van het pakket wordt begonnen. Voor andere instellingen en vrije producenten is deze regeling overigens niet bestemd: voor hen gelden, evenals voor de in de kunstsector werkzame zzp'ers, andere specifiek daarop toegesneden regelingen, waaronder TOZO, de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers, waarover hier meer te lezen valt.

Er is sprake van vier verschillende segmenten: in het eerste segment vallen de extra fondsen voor de ophoging van subsidies voor instellingen die binnen de kaders van de culturele basisinfrastructuur vallen of waarbij sprake is van een meerjarige ondersteuning door de zes rijkscultuurfondsen. In het tweede segment is sprake van extra fondsen ten behoeve van de restauratie van rijksmonumenten. In het derde segment zijn extra fondsen beschikbaar voor de zes rijkscultuurfondsen ter ondersteuning van wat wordt genoemd cruciale instellingen in steden, regio's en provincies. Tot slot moet het vierde segment soelaas bieden aan Cultuur+Ondernemen, waaronder onder meer vallen kunstgaleries, theaterproducenten en commercieel getinte festivals.

Brandbrieven
Toen de coronacrisis eenmaal was losgebarsten, regende het brandbrieven vanuit de cultuursector. Geen wonder: geen enkele culturele instelling ontkwam aan de draconische maatregelen in het kader van de ‘intelligente lockdown' en de gevolgen daarvan leken al bij voorbaat dramatisch. Musea, bioscopen, concertzalen, theaters, opera- en balletgezelschappen werden van de ene op de andere dag en in de meest letterlijke zin in een onvoorstelbare leegte gestort. Rekensommen werden snel gemaakt: de belangenorganisatie Kunsten '92 kwam met het onvoorstelbare bedrag van bijna 1 miljard euro aan gederfde inkomsten; en dan moest de ‘lockdown' vooral niet langer duren dan tot 1 juni a.s.

Roep om meer daadkracht
Zoals verwacht begonnen de problemen in de sector zich alras op te stapelen. Er werd geroepen om meer daadkracht van de minister, maar die liet lang op zich wachten. Ook dat zal voor menigeen geen verrassing zijn geweest, want daadkracht is zogezegd niet haar fort. Al vrij kort na haar aantreden als minister was er alom kritiek op haar gebrek aan vechtlust, dat ze voor ‘haar' sectoren in onvoldoende mate opkwam en dat zij ernstig tekortschoot in het aantrekken van extra financiële middelen om de cultuursector voldoende financieel lucht te geven. Na Zijlstra's afbraak bleef ruimte voor voldoende herstel uit.

“Nu even niet”
Waarom geen daadkrachtiger beleid? Blijkbaar vond de minister teveel en te vaak haar collega van Financiën, Wopke Hoekstra (CDA), tegenover zich. Nog in november van het vorig jaar zei ze: “Ik snap het appèl, maar ik heb het nu even niet en ga het dit jaar van de minister van Financiën ook niet meer krijgen.” De aanleiding tot die bekentenis: haar werkbezoek aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, toen studenten en wetenschappers een klemmend oproep deden om extra geld ter beschikking te stellen. Voor de studenten die een of meerdere bijbaantjes hadden verloren had Van Engelshoven een warme boodschap: dan maar extra bijlenen, dus meer schuld aangaan. Hier was duidelijk geen bewindspersoon met visie aan het woord.

Vrijwel doodstil
In de omgeving van het kabinet-Rutte is het, wat de extra steun aan de cultuursector betreft, nadat het coronavirus was losgebarsten, wekenlang vrijwel doodstil gebleven. Sterker nog, het leek wel alsof die sector - anders dan in Duitsland en Frankrijk, waar de overheid wel snel actie ondernam en ruimhartig steunfondsen in het leven riep - niet eens bestónd, al lag er wel ruim een maand een door de Tweede Kamer aangenomen motie van D66 ter uitvoering, notabene de partij van Van Engelshoven, met als doel aanvullende steun aan de cultuursector. Gisteren, op 15 april, werd de uitvoering ervan dan eindelijk aangekondigd. We mochten het rechtstreeks uit de mond van Van Engelshoven vernemen: er komt een steunpakket van 300 miljoen euro. Terwijl ze nog kort daarvoor in een interview had gesproken van een “helaas verloren seizoen” voor de kunstensector. Maar beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald.

Lam of leeuw?
Misschien past de sector ook wel enigszins het verwijt dat het te nadrukkelijk en vooral te lang de rol van lam in plaats van leeuw op zich heeft genomen, mogelijk gevoed door de gedachte dat kunst van veel minder belang is voor de economie (het is maar wat je weinig noemt: de kunstensector is goed voor 4% van het BNP). Zoiets als voetbal als belangrijkste bijzaak. Sommige reacties lijken er althans naar wijzen. Zoals die van Janneke Staarink, de algemeen directeur van de Rotterdamse Doelen, die het onbegrijpelijk vond dat het kabinet wel KLM steunt, maar niet de kunstsector. “Waarvoor komen al die toeristen naar Nederland gevlogen? Voor het Rijksmuseum, concertzalen en festivals in bruisende steden.” Een goed bedoelde maar falende poging om kunst in het een of andere economische model te persen, het vooral zou aankomen op rekensommetjes, kosten en opbrengsten. Het lijkt op een onbedoelde weerspiegeling van het knullige gedachtegoed van Halbe Zijlstra en het daaruit voortgevloeide saneringsvirus.

“Geestelijke armoede”
Als het op politieke steun aan de cultuursector aankomt, lijkt de bal nergens te liggen, moet er eerst in de media luidkeels verzet klinken alvorens de verantwoordelijke minister echt in beweging komt. Dat er dan uiteindelijk niet meer dan 300 miljoen kon worden losgepeuterd tekent de “geestelijke armoede” waar de auteur Saska Noort over repte in haar adres aan de bewindsvrouw. Het is alles gevat in de korte termijn, terwijl een visie voor de langere termijn geheel en al ontbreekt.

Uitdijend oerwoud
Honderdduizenden werkenden zijn een aantal jaren geleden onvrijwillig uit de bestaande arbeidscontracten gewipt om vervolgens de nieuwe status van zzp'er aan te nemen. Alleen al in de kunstensector bedraagt het aantal zzp'ers inmiddels ruim 160.000, wat neerkomt op maar liefst 60% van het totale personeelsbestand. Door de virusuitbraak wordt de toch al heersende inkomensonzekerheid alleen maar verder versterkt en mag de zzp'er zijn weg zoeken in het uitdijend oerwoud van regelingen en voorwaarden (klik hier voor een recent overzicht), met alle denkbare bureaucratische hindernissen uiteraard op de eerste plaats. Zo zijn we dat immers gewend.

Eerste hulp
Hoe lang de periode zal zijn waarvoor de toegezegde 300 miljoen toereikend wordt geacht zal de praktijk moeten uitwijzen. Volgens Jan Zoet, voorzitter van Kunsten '92, zou het “voor de eerste maanden” toereikend moeten zijn en dat daardoor wordt verhinderd dat allerlei kunstinstellingen, gezelschappen en productiebedrijven al binnenkort ter ziele gaan. Die 300 miljoen dan in samenhang met andere maatregelen, zoals opschorting van de huur voor de gesubsidieerde musea (mits zij gebruikmaken van een gebouw dat wordt geëxploiteerd door het Rijksvastgoedbedrijf) en het verstrekken van voorschotten op toekomstige subsidiegelden. Een andere ‘actie' is, hoe goed bedoeld ook, meer van het vrijblijvende soort: het niet terugvragen van door het publiek reeds betaalde tickets. Het zijn ongetwijfeld maatregelen die enige soelaas bieden voor de (zeer) korte termijn, maar wat daarna?

Plannen maken
De wel in woord maar helaas niet zozeer in daad (denk alleen maar aan de schadeafwikkeling in Groningen) parmantige minister van economische zaken Eric Wiebes (VVD) heeft bedrijven en instellingen opgeroepen alvast een plan klaar te hebben voor na (mogelijke) versoepeling van de bestaande ‘lockdown'. Welke plannen zouden binnen dit bestek door de cultuursector kunnen worden gemaakt?

Nog ver weg: het vaccin
Wat vaststaat: we zijn voorlopig nog niet van dit virus verlost en vrijwel alle wetenschappers van naam zijn het erover eens dat alleen een vaccin uitkomst zal bieden. Over de termijn waarop dat beschikbaar kan zijn lopen de meningen echter fors uiteen, al is er wel consensus over het feit dat het zeker niet binnen enige maanden zal zijn. De meest optimistische voorspelling komt uit Brussel, bij monde van Ursula von der Leyen, de nieuwbakken voorzitter van de Europese Commissie/ Zij voorspelde dat dat het vaccin aan het einde van dit jaar zou worden geïntroduceerd. Maar zelfs als dat het geval is betekent dit nog niet dat het dan spoedig aan iedereen kan worden toegediend. Productie en distributie zullen nog veel tijd vergen.

Wat in de tussentijd te doen in een anderhalve-meter-samenleving? Het betekent voor onder meer concerten, opera en ballet slechts voor hoogstens een kwart gevulde zalen. En hoe richt je de podia zelf in? Op het podium in de Grote Zaal in het Amsterdamse Concertgebouw is onder die omstandigheden hooguit plek voor zo'n 50 musici op het podium. Er is plaats voor maximaal 2000 bezoekers, maar het lijkt onwaarschijnlijk dat zelfs na veel passen en meten een kwart daarvan, dus 500, zouden kunnen worden toegelaten.

Geen terugverdieneffect
Onder dergelijke barre omstandigheden kan van een sluitende exploitatie geen enkele sprake zijn. Alleen voor bioscopen (dankzij een gespreide zaalbezetting in combinatie met meer dagvoorstellingen) en musea (vaste looproutes in combinatie met afgebakende tijdblokken) kan wellicht nog een enigszins werkbaar verdienmodel' worden ontwikkeld. Wat daarbij al bij voorbaat vaststaat is dat hoe dan ook al die gederfde inkomsten vanaf de invoering van de ‘intelligente lockdown' als gevolg van de verplichte sluiting onmogelijk kunnen worden terugverdiend.

Wel goed communiceren
Een bijkomend, maar zeker niet onbelangrijk aspect daarbij is dat de kunstinstellingen op dit moment nog geen duidelijkheid hebben verschaft over de door abonnementhouders betaalde maar ook los verkochte toegangskaarten voor voorstellingen die als gevolg van de coronacrisis werden geschrapt. Dat geldt tevens voor bijvoorbeeld de museumjaarkaart. Er wordt, net als in de reisbranche, gaan aan vouchers in plaats van terugbetaling, maar ook aan royale kwijtschelding.

Maar het begint bij een goede communicatie, waarvan de Stichting Museumkaart gisteren een wel heel slecht voorbeeld gaf, zoals blijkt uit het mailbericht dat ik van de stichting ontving:

Beste museumliefhebber,
Nu musea vanwege het coronavirus tijdelijk gesloten zijn, kunt u helaas geen gebruik maken van uw Museumkaart. We hebben hard gewerkt aan een oplossing daarvoor, samen met andere culturele organisaties, en zijn blij u daarover te kunnen informeren. De musea gaan een lastige tijd tegemoet doordat veel inkomsten wegvallen. U kunt ze als museumliefhebber een handje helpen! Hoe? Door uw recht op verlenging om te zetten in een donatie. Dat klinkt misschien ingewikkeld, maar dat is het niet. We leggen het hier stap voor stap uit.  

Uit niets blijkt waaruit dat 'harde werken' heeft bestaan. De geboden 'oplossing' lijkt daarentegen in niet meer dan een handomdraai tot stand te zijn gekomen. Er wordt wel een verhaal opgetuigd over de donatie, maar niet wanneer en op welke wijze de gedupeerden hun geld terug kunnen vragen of abonnementen kosteloos kunnen worden verlengd. Wat op dit moment overigens een lastige zaak lijkt omdat het verre van duidelijk is hoe lang de musea nog gesloten zullen blijven. Maar communiceer er dan tenminste over, zou je zeggen.

Struikelblok
Stel dat het wel mogelijk is om voor bepaalde kunstsectoren tot een werkbaar, zeg maar gerust overlevingsscenario te komen? Het echt met elkaar beleven van een kunstuiting is uitgesloten, het groteske sfeerverlies een voldongen feit, of het nu een (pop)concert, een theatervoorstelling of een cabaretuitvoering betreft. Zo geredeneerd is die anderhalve-meter-doctrine al een struikelblok van jewelste. Er is nauwelijks nog aardigheid aan; en niet alleen tijdens de voorstelling, maar ook vooraf en erna. Kaartjescontrole, garderobe, koffiehoek, het is allemaal problematisch, zelfs als maar een kwart van het publiek wordt toegelaten. Terwijl de ruimten waarin zich dit alles afspeelt, ook nog daarvoor geschikt moet zijn. Zo kent ons land vele theaters met nauwe in- en doorgangen, niet zijn gebouwd met die anderhalve meter in gedachte.

Net zo problematisch is de toename van het verkeer als gevolg van de gedeeltelijke openstelling. Het openbaar vervoer, de eigen auto en dus de parkeergarage, het draagt allemaal bij tot een mogelijk verdere verspreiding van het virus.

Nieuwe formules
Maar desondanks wordt nagedacht over nieuwe formules. In het Amsterdamse Muziekgebouw worden miniconcerten op meerdere inpandige locaties overwogen. Het lijkt daarmee enigszins weg te hebben van een markt met verschillende kramen en daaraan aangepaste looproutes (ook voor de horeca-activiteiten en de toiletten). Het is een geforceerde vorm van creativiteit die waarschijnlijk slechts weinig bezoekers zal trekken, al is het uiteraard wel het proberen waard.

Bij het Concertgebouworkest leeft de gedachte om in de Grote Zaal de stoelen noodgedwongen te verwijderen teneinde in die grote lege ruimte het orkest te kunnen positioneren (zo ging het in het verleden bij plaatopnamen ook), uiteraard met ieder orkestlid keurig op anderhalve meter afstand. Dan kan het eerder genoemde aantal van 50 fors worden uitgebreid, al lijkt een volbezette Mahler-symfonie verder weg dan ooit. Er resteert dan nog net voldoende ruimte voor een klein publiek, wat voor het orkest uiteraard heel belangrijk is, want niemand speelt graag zonder, in een soort luchtledige. Aldus opgetuigd kan het concert vervolgens plaatsvinden en tegelijk worden geregistreerd in beeld en geluid, opdat het ook buiten de zaal, dus online, worden genoten. Een belangrijk voordeel van deze aanpak: het contact tussen musici en publiek blijft daardoor gehandhaafd, zoals dat ook uit andere daarmee vergelijkbare activiteiten blijkt (klik hier).

Loterij?
Dan is er het onvermijdelijke probleem van de willekeur. Want als door de bank genomen slechts een kwart van het publiek kan worden toegelaten en het publieksaanbod is aanmerkelijk groter, rijst onmiddellijk de vraag: wie wel en wie niet? Erom loten? Het is nogal bizar om mensen voor een ticket te laten betalen en dat dan samen te laten gaan met een loterij. Of anders: wie het eerst komt, het eerst maalt? Dat vraagt weer om administratieve toetsing en is daardoor kostenverhogend. Moet dit dan de voorbode vormen van een gezellig avondje uit? Het is nauwelijks voorstelbaar. En dan heb ik het nog niet over al die verplichte looproutes, markeringslinten bij de bars en toiletten, zaalreiniging tijdens de pauze, enz. Heel veel werk, heel veel gedoe, met als uiteindelijke financiële uitkomst een behoorlijk verliesgevend evenement.

Bioscopen
Mogelijk hebben de bioscopen nog de beste opties binnen handbereik. Zeker de grote zoals Pathé beschikken over meerdere zalen die tegelijkertijd kunnen worden benut, al moet ook hier sprake zijn van aanzienlijk mindere bezoekersaantallen. Maar er is daardoor wel meer flexibiliteit, al moeten uiteraard ook in dit geval voorzieningen worden getroffen aangaande verplichte looproutes en het gebruik van bars en toiletten. Voor de kleine(re) bioscopen lijkt dit helaas geen toereikende oplossing omdat zij nu eenmaal niet beschikken over de daarvoor vereiste ruimte(n) en de voorzieningen veelal verouderd zijn. Maar groot of klein, er zijn ook behoorlijk veel zorgen over het filmaanbod, want het lijkt voor filmproducenten en hun distributeurs niet aantrekkelijk om nieuwe producties uit te brengen onder het beperkende juk van het anderhalve-meter-scenario.

De kwetsbare ouderen
We zien dus met helicopterblik met welke grote problemen de cultuursector worstelt en nog in het verschiet liggen. Terwijl op dit ogenblik niemand weet hoe lang deze coronacrisis gaat duren. Maar zelfs als het Nieuwe kan worden omgeruild tegen het Oude Normaal is het nog maar de vraag hoe snel het publiek, en dan met name de groep ‘kwetsbare ouderen', zich weer in grote getale naar de verschillende evenementen zullen begeven. De angst voor besmetting kan zeker voor deze groep in een goed tot vol bezette zaal niet zomaar worden weggenomen. Dat maakt het sowieso voorstelbaar dat een groot deel van het (concert)publiek dit jaar massaal wegblijft. Tel uit je winst.

Vernauwing
En dit dan allemaal in het licht (of beter: duisternis) van de door Halbe Zijlstra in 2012 in gang gezette bezuinigingen met als voornaamste doel niet een zo breed mogelijke spreiding van cultuur, maar juist vernauwing door het subsidiestelsel nieuwe stijl zodanig in te richten dat daardoor de afhankelijkheid van de instellingen van de kassaopbrengsten aanzienlijk werd vergroot. Wat uiteraard direct gevolgen had voor de programmering, waaruit her en der het progressieve en avontuurlijke meedogenloos werd weggesneden of elders de kaasschaaf werd gehanteerd. De cultuur als hartpatiënt als gevolg van vaatvernauwing.

“Geen vetpot en niet leuk”
Door dit sterk gemankeerde overheidsbeleid werden tevens de nog bestaande reservebronnen danig uitgekleed, wat de kaalslag nog verder verhevigde. Met tevens een schier eindeloze stroom reorganisaties en het versneld teloorgaan van vaste contracten tot gevolg. Het werd de nieuwe norm: de zzp'er in de kunstensector. De speciaal daarvoor in het leven geroepen regeling is – aldus onlangs Van Engelshoven – “geen vetpot en niet leuk,” terwijl bovendien niet iedereen er aanspraak op kan maken als gevolg van de bestaande verschillende contract- of opdrachtvormen. Het is een myriade van niet alleen zzp'ers, maar ook van musici en anderen die deels in dienst zijn of die beschikken over een of andere flex(ibele) overeenkomst. Een groot aantal van hen heeft bovendien een partner met een eigen inkomen, en zo verder. Aan het overheidsloket moet het eerst allemaal worden nagegaan alvorens er euro's loskomen, zo hoor ik van velen. Ondernemers zijn wat dit betreft beter af: ze kunnen gebruik maken van algemeen geldende regelingen met toetsing achteraf (zelfs tandartsen hoeven niet op een houtje te bijten). Of ze het al gelijk nodig hadden? Veel ondernemers, met name in de horeca, schreeuwden al na enige dagen bijna moord en brand over het omzetverlies en “we hebben geen reserves,” wat volgens mij meer weg had van een brevet van onvermogen qua goed ondernemerschap dan van een voorlopige pas-op-de-plaats.

Koffiedik
Zal de cultuursector het coronavirus overleven? Het is koffiedik kijken, maar wel staat vast dat er nog zeer moeilijke tijden zullen aanbreken en een aantal instellingen het mogelijk niet zal redden, velen in hun val meeslepend.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links