Actueel

In memoriam

Benjamin-Gunnar Cohrs (1965~2023)

 

© Aart van der Wal, november 2023

 

 

Hij is niet meer onder ons, de dirigent en muziekwetenschapper Benjamin-Gunnar Cohrs, die op dinsdag 21 november in zijn woonplaats Bremen overleed aan de gevolgen van een hartaanval. Hij werd 58 jaar.

Het begin
Mijn eerste contact met Ben dateert van de zomer van 2005, toen hij mij vroeg of ik mij met hem wilde inspannen voor de promotie van wat een geheel nieuwe editie van de Finale van Bruckners onvoltooid gebleven Negende symfonie moest worden. Een editie die volgens hem voor eens en altijd zou afrekenen met wat hij als de talloze ‘Unklarheiten' betitelde en dat, waar ondanks al het bronnenonderzoek toch nog onduidelijkheden of vaagheden zouden resteren, die als zodanig gemarkeerd in de nieuwe partituur zou zijn opgenomen. Via de mail stuurde hij mij een groot aantal documenten die de voortgang van het werk markeerden.

Getrouwe weerspiegeling
Het mondde uit in een mailwisseling die bijkans de omvang kreeg van een heus boekwerk, met daarin als rode draad Bens niet aflatende streven om Bruckners manuscript tot in ieder detail niet alleen recht te doen, maar ook - en dat was feitelijk het voornaamste doel - om daaruit een performing version samen te stellen die moeiteloos de tand des tijds zou moeten kunnen doorstaan. Hij maakte het mij al in alle toonaarden duidelijk: geen compromissen, geen tot zekerheden opgewaardeerde vermoedens, geen niet op feiten berustende veronderstellingen, maar het notenbeeld 'gewoon' zoals het diende te zijn, als getrouwe weerspiegeling van Bruckners bedoelingen, diens creatieve 'voetafdruk'. Alleen de coda, en enige verloren gewaande bi-folio's vroegen om andere, maar wel bij het werk als zodanig passende oplossingen. Zo discussieerden we over de coda, waarvan hij vond dat daarin ook de hoofdthema's van alle drie voorgaande delen een belangrijke plek dienden te krijgen, zoals dat ook in de Vijfde symfonie door Bruckner op meesterlijke wijze vorm was gegeven.

Zuiveringsproces
Bens enige drijfveer daarbij: zijn grote liefde voor Bruckners oeuvre en in samenhang daarmee zijn absolute wil om de door de vele decennia heen gedrukte Bruckner-partituren en daarmee de verschillende versies te zuiveren van de door vreemde hand ingeslopen fouten, onnauwkeurigheden, onjuiste aannames en niet te vergeten de redactioneel bedachte mengvormen (Haas / Nowak).

Startschot
Die nieuwe editie van de Finale van Negende symfonie bleek het startschot voor dat latere zo omvangrijke project: de Anton Bruckner Urtext Gesamtausgabe (of Anton Bruckner Urtext Complete Edition), dat uiteindelijk Bruckers gehele oeuvre (‘Sämtliche Werke') in nieuwe edities diende te omvatten. U kunt er hier meer over lezen. De onbetwiste leider van het speciaal daarvoor in het leven geroepen redactieteam: Dr. Benjamin-Gunnar Cohrs, met als eerste beschermheer Nikolaus Harnoncourt en na diens overlijden in 2016 Sir Simon Rattle.

Bescheiden oogst
Tot heden zijn daarvan slechts verschenen de symfonieën nr. 4 t/m 7, de Missa Solemnis, het Requiem en het Libera in F (klik hier). De door het team Samale-Phillips-Cohrs-Mazzuca voltooide Finale van de Negende verscheen als ‘Letztgültig revidierte Neu-Ausgabe' in 2012 (klik hier), maar maakt geen onderdeel uit van de reeds genoemde Anton Bruckner Urtext Gesamtausgabe (dit project was toen nog niet in gang gezet). Van Cohrs had ik evenwel begrepen dat deze uitgave in nog op enige ondergeschikte punten te redresseren vorm later alsnog in de‘Gesamtausgabe' zou worden opgenomen, maar het is er onder Cohrs' eindredacteurschap niet meer van gekomen. De door Cohrs verzorgde introductie bij de uitgave van 2012 is overigens alleszins het lezen waard (klik hier). Daarnaast verwijs ik graag naar mijn artikel over de Finale (klik hier).

V.l.n.r. John Phillips, Nicola Samale, Giuseppe Mazzuca en Benjamin-Gunnar Cohrs, Berlijn 2012

Schoolvoorbeeld
In datzelfde jaar, 2012, verscheen bij Musikwissenschaftlicher Verlag Wien in het kader van Wiener Bruckner-Studien een lijvig boekwerk, tevens schoolvoorbeeld van zowel eminent als spectaculair musicologisch (bronnen)onderzoek, met de hieruit volgende observaties en conclusies, eveneens van de hand van Benjamin-Gunnar Cohrs: Das Finale der IX. Sinfonie von Anton Bruckner – Geschichte, Dokumente, Werk, Präsentation des Fragments (klik hier).

Ook ten aanzien van Bruckners Tweede symfonie had Cohrs al het nodige voorwerk verricht (klik hier) en zag hij er evenmin tegenop om de Bruckner-interpretatie tegen het licht te houden in Anton Bruckner's Symphonies - Aspects of Performance Practice (klik hier).

Moeizaam proces
Wat en wie daarbij een rol hebben gespeeld vertelt de historie niet, maar wel is het een voldongen feit dat rond 2010 geen dirigent en geen orkest belangstelling toonden voor de uiterst nauwgezette 'Redaktionsarbeit' van Cohrs cum suis ten aanzien van de Finale van de Negende. Gesprekken hierover werden uit de weg gegaan, partituren en orkestpartijen niet aangevraagd. Het heeft in dit bestek geen zin om al die namen te noemen, want de lijst zou dan te lang worden. Steekhoudende argumenten om de Finale wél uit te voeren waren er in overvloed, terwijl het mijns inziens evenmin kwaad kon om de weigeraars te verwijzen naar Mozarts Requiem dat nu eens écht in fragmentarische staat was overgeleverd, maar door hen zonder blikken of blozen wel werd uitgevoerd; en dan meestal ook nog in de behoorlijk gemankeerde Süssmayr-versie.

Er dook evenwel een spijtoptant op: Jonathan Nott, chef-dirigent van de Bamberger Symphoniker, die in eerste instantie weliswaar nee had gezegd, maar alsnog wilde aanhaken, om op het laatste moment echter alsnog af te haken omdat hij het werk voor 'zijn' orkest te moeilijk vond. Toch waren er in 2011, zes jaar na mijn eerste contact met Ben, één dirigent én één orkest die wél wilden en het nog deden ook: Friedemann Layer leidde Het Brabants Orkest in twee uitvoeringen, op 15 en 16 oktober 2011, in respectievelijk Breda en Eindhoven. Een waar wapenfeit die tot veel positieve reacties leidde en zelfs later nog de nodige tongen losmaakte!

Schaapje...
Het tij leek te keren toen Ben mij belde met de verheugende mededeling dat de eerste dirigent van internationale allure zich bij hem had gemeld voor de uitvoering van de vierdelige versie van de Negende: Sir Simon Rattle. Of ik er met hem over wilde spreken tijdens het bezoek van de dirigent aan Rotterdam? En zo geschiedde (klik hier).

Het is - en dat geldt niet alleen voor de muziekwereld - niet ongebruikelijk dat als één schaapje over de dam is, er al spoedig meerdere volgen. Rattle dirigeerde de vierdelige Negende onder meer in Berlijn (met de Berliner Philharmoniker) en heeft daardoor zonder enige twijfel bijgedragen tot een verdere verspreiding van het werk, al is de oogst desondanks tot heden nog veel te dun gezaaid. Het laatste positieve nieuws is dat Riccardo Chailly de versie volgend jaar, op 6 februari, in ons land dirigeert, met op het podium het Concertgebouworkest.

Het is tevens het vermelden waard dat Cohrs zich evenzeer om twee onvoltooid gebleven missen van Mozart heeft bekommerd: diens Requiem KV 626, daarbij voortbordurend op het werk van Eybler, en de Mis KV 427, beide door Cohrs in 2013 voltooid.

Ben is bijna tot het laatst actief gebleven, hoewel hij langdurig met gezondheidsproblemen te kampen had. Mijn laatste contact met hem dateert van enige dagen vóór zijn overlijden, naar aanleiding van mijn recensie van de Zevende symfonie door het London Symphony Orchestra onder leiding van Simon Rattle (hier besproken). Daarna volgde nog een uitgebreide mail, waaruit ik het volgende citeer:

Alas, I don't know a single real perfect recording of it... I like the old historical Horenstein, Rosbaud, Bruno Walter - and a very good live performance of Harnoncourt with Vienna Phil from Salzburg 2004 (which was planned as a CD release for Harnoncourts 80th birthday, but was forbidden by the orchestra!!), but I find in general always the first movement to be taken too much moderato instead of allegro, and the Finale vice versa. In my imagination both movements should last ca 15 minutes - the very small notes in the Finale need a slower tempo as usual, and the first movement needs a sweep and swing throughout! Walter gives a good idea of the Finale at least.

And the percussion problem in the Adagio: I think it is wrong, but tempting for any conductor who cannot keep the intensity in the climax without it - here Walter is amazing, and so was Harnoncourt (I have a - bad - aircheck of that). And the second theme should be a real moderato! (Do you remember Norringtons Beethoven Nine with the Classical Players? In that slow movement there is the right mood! A pity that Rogers Bruckner Seven with Stuttgart is so dry and the Finale so ruthless!)

Dr. Benjamin-Gunnar Cohrs zal gemist worden. Requiescat in pace.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links