Actueel

Bachfest Leipzig 2022:

Historie en klankschoonheid als hoogste troef

 

© Aart van der Wal, juni 2022
© Foto's: Bach-Archiv,Leipzig

 

Wat eraan voorafging
De geschiedenis van het Bachfest in zijn huidige vorm begint in 1900 met de oprichting van de Neue Bachgesellschaft (NBG), met als belangrijkste uitgangspunt dat alle daarmee verbonden activiteiten voor een zo breed mogelijk publiek toegankelijk moesten zijn. Hoewel opgericht in Leipzig had dit mede tot gevolg dat het festival zich niet tot deze stad beperkte, maar - wel of niet jaarlijks - afwisselend in verschillende Duitse steden werd gehouden. Dit was des te meer van belang omdat de vervoersmogelijkheden toentertijd voor de meeste liefhebbers op zijn zachtst gezegd vrij beperkt waren. Het festival moest daarom naar de mensen toe, en niet omgekeerd, zo was het idee, voor de eerste maal in 1900 in Berlijn en vervolgens in 1904 in Leipzig.

In 1908 werd het opnieuw Leipzig, met als belangrijkste aanjager het stadsbestuur, maar ook het feit dat deze stad Bachs laatste en, bezien vanuit de omvang van diens daar ontstane oeuvre, belangrijkste als in tijd gemeten langste 'werkplaats' was. Het was in deze stad met zijn bekende jaarbeurzen en gerenommeerde universiteit dat de daar gehouden 'Bachwochen' of 'Bachtage' - zij het met onregelmatige tussenpozen, onder meer als gevolg van twee wereldoorlogen - kon uitgroeien tot een belangrijke traditie die tot op de huidige dag ongebroken is gebleven.

Vanaf 1999 wordt het 'Bachfest' jaarlijks in opdracht van de stad Leipzig door het aldaar gevestigde, in 1950 opgerichte, Bach-Archiv georganiseerd, ieder jaar onder een ander motto, met centraal daarin de kerken van St. Thomas (met op het plein het bekende, door Carl Seffner ontworpen en in 1908 officieel ingewijde Bachmonument) en Nikolai.

Bachmonument van Carl Seffner (© Opera Inside)

Vanaf 1920 werd het 'Bachfest' afwisselend door de stad Leipzig en de NBG georganiseerd, maar in 1933 kreeg de nationaal-socialistische ideologie ook op dit muziekfeest vaste greep en werd het vervolgens omgedoopt in 'Bach-Händel-Schütz-Feiern'. Tot zelfs in 1943 bleef die opzet min of meer gehandhaafd, maar in de laatste oorlogsjaren kon van een festival geen sprake meer zijn.

Na de totale ineenstorting van nazi-Duitsland kwam het muziekleven toch weer snel op gang en werd reeds in het voorjaar van 1946 - dan nog onder toezicht van het toenmalige Russische militaire bestuur - met een heuse 'Bach-Festwoche' de traditionele draad weer opgepakt. Dit ondanks de misère waarin het land zich had gestort, de talloze verwoestingen en het schrijnend gebrek aan alles.

De DDR-regering greep in 1950 Bachs tweehonderdste sterfjaar aan om naast de oprichting van het Bach-Archiv ook met het 'Deutsche Bachfeier Leipzig' fors uit te pakken. Men wilde koste wat het kost Oost-Duitsland als 'cultuurnatie' weer op de kaart zetten en Bach en zijn muziek leken daarvoor de vrijwel ideale 'gereedschappen'. Uiteraard speelde het Bach-Archiv als nieuwbakken instituur daarin een belangrijke rol. De activiteiten werden zelfs nog danig uitgebreid met een heus Bachconcours, met niemand minder dan Dmitri Sjostakovitsj als een van de juryleden. Voor het eerst waren er nu ook seminars en, in het oude 'Rathaus', een speciaal aan Bach gewijde, uitgebreide tentoonstelling. De daarop volgende tien Bachfestivals richtten zich echter vooral op de 'wereldse' Bach, want de DDR-leiders hadden weinig op met religie - behalve dan de partijreligie! Voor Bachs kerkmuziek werd niet of nauwelijks plaats ingeruimd. Dat veranderde pas na de vreedzaam verlopen omwenteling, de 'Wende' in 1989. Vijf jaar later organiseerde de NBG haar negenenzestigste 'Bachfest' voor de eerste maal in nauwe samenwerking met het Bach-Archiv in Leipzig.

In 1999, op de kop af tien jaar na de val van de Oost-Duitse communistische partijtop en daarmee de Muur, ging  het eerste 'Bachfest Leipzig' van start dat vanaf nu jaarlijks voor het merendeel door de stad en aanvullend door private partijen (onder andere Sparkasse Leipzig) werd gefinancierd en waarvan de organisatie in handen was van het Bach-Archiv. Het aanvankelijk overwegend nationale karakter van het evenement heeft door de jaren heen plaatsgemaakt voor de bij de aanmerkelijk opgeschroefde ambities passende internationale uitstraling. Wat nit wegneemt dat de NBG ondanks het jaarlijkse 'Bachfest Leipzig' vasthoudt aan haar oorspronkelijke concept en nog steeds een eigen jaarlijkse festivaltraditie in verschillende Duitse steden in stand houdt. Alleen in de jubileumjaren (die eindigen op 0 of 5) sluit het NBG zich aan bij het jaarlijkse evenement in Leipzig en dat betekent per saldo dat de liefhebbers in de overige jaren zelfs twéé Bachfestivals per jaar kunnen bezoeken!

'Werkplaats' Leipzig
Ik memoreerde het al eerder: dat Bach in Leipzig een groot deel van zijn werkzame leven doorbracht wordt uiteraard weerspiegeld in zijn oeuvre.
Die ontwikkeling werd in gang gezet In 1722, toen Bach vanuit zijn toenmalige standplaats Köthen (waar hij was verbonden aan het hof van keurvorst Leopold) solliciteerde naar de functie van cantor aan de Thomaskerk en die van 'Director musices', als opvolger van Johann Kuhnau die op 5 juni 1722 was overleden. Niet zonder tegenstand werd Bach na het achtereenvolgens wegvallen van andere kandidaten (hij was bepaald niet eerste keus) uiteindelijk in 1723 na een heus examen door de stadsraad benoemd. Tot zijn dood in 1750 bleef Bach ondanks allerlei strubbelingen aan Leipzig verbonden en ontstonden er naast zijn instrumentale muziek ook de voornaamste religieuze werken zoals kerkcantates, passiemuzieken en missen. Als Thomascantor ewas Bach verantwoordelijk voor de muziek tijdens de liturgie in de beide hoofdkerken, St.  Thomas en St. Nikolai.

Thomaskirche (© Musico Reizen)

Nikolaikirche (Wikipedia)

Historische grond
De beide hoofdkerken betekenen voor iedere Bachliefhebber 'historische grond'. Immers, dáár musiceerde Bach, was hij als componist en uitvoerend musicus onder meer betrokken bij de 'Gottesdienst' op zon- en feestdagen.

Het is deze entourage die een bijzondere aantrekkingskracht uitoefent op zowel musici als toehoorders, al is er al lang en breed afgerekend met de illusie dat het daar toen zo moet hebben geklonken als wij het nu ervaren. Afgezien van de door de tijd afgedwongen akoestische veranderingen weten we slechts weinig over hoe in die dagen werd gemusiceerd; wat niet alleen geldt voor de speelwijze, maar ook voor de instrumentale en vocale bezetting. Wat niet wegneemt dat in Leipzig maar ook in de wijde(re) omgeving onverkort sprake is van historische locaties waar Bachs muziek voor het eerst heeft geklonken, al is er zeker na de 'Wende' het nodige, zij het historisch verantwoord, gerestaureerd of opnieuw opgebouwd.

Zicht op het interieur van de Nikolaikirche vanaf de orgelballustrade

Het is (soms) niet wat het lijkt
Maar er is toch zo het een en ander tussen de raderen van de tijdmachine verdwenen. De argeloze bezoeker die op zoek is naar de fameuze Thomasschool zal mogelijk niet beseffen dat het aan de Thomaskerk grenzende gebouw waarin Bach onderwees en tevens zijn intrek had genomen, al in 1902 werd afgebroken en twee jaar later werd vervangen door het presesgebouw. Ook de Thomaskerk is minder 'origineel' dan wellicht wordt gedacht of aangenomen, want na de Duitse hereniging volgde in 1991 een omvangrijke en dringend noodzakelijke restauratie waarbij ook alle beschadigde delen werden vervangen. Daaraan was tussen 1961 en 1964 nog de renovatie van het interieur aan voorafgegaan. En wie op zoek gaat naar dat fameuze Café Zimmermann zal niet worden beloond.

Orgels
De beide orgels in de Thomaskerk hebben niets van doen met de instrumenten waarop Bach (maar ook Mozart op 12 mei 1789!) ooit heeft gespeeld. Tussen 1884 en 1889 werd door Wilhelm Sauer tijdens de nieuw-gotische herinrichting van de kerk op de westelijk gelegen koorgalerij een nieuw romantisch orgel geïnstalleerd dat oorspronkelijk drieënzestig stemregisters kende, maar dat in 1908 met nog eens vijfentwintig werd uitgebreid.

In 1966 begon Alexander Schuke met de bouw van een tweede orgel, maar het werd al in 1999 verplaatst naar de St. Mariendom in Fürstenwalde. In datzelfde jaar volgde ten slotte de bouw van een nieuw orgel op de noordgalerij van de Thomaskerk in de traditie van de midden-Duitse orgelbouw uit de achttiende eeuw. Bij het ontwerp van Gerard Woehl werd deels ook uitgegaan van de bewaard gebleven bouwtekeningen van het orgel in de verwoeste Universiteitskerk waarop Bach heeft gemusiceerd. Het instrument werd in 2000 tijdens de festiviteiten rond de herdenking van Bachs tweehonderdvijftigste sterfdag in de inmiddels geheel gerestaureerde Thomaskerk luisterrijk ingewijd.

Het hoofdorgel in de Thomaskirche (@ Clemensfranz)

Waar ligt Bach?
Ook Bachs overblijfselen laten de nodige vragen open. In 1950, Bachs tweehonderdste sterfjaar, werd zijn stoffelijk overschot onder een bronzen plaat in de Thomaskerk begraven. Oorspronkelijk bevond het zich op het Johanniskerkhof, aan de zuidzijde van de Johanniskerk, die in de Tweede Wereldoorlog door een bommenregen werd verwoest. Ondanks alle verwoede pogingen valt valt helaas niet met zekerheid te zeggen of het daadwerkelijk Bach is die in de Thomaskerk zijn laatste rustplaats heeft gevonden.

Graf- of gedenksteen? (@ Thomaskirche)

Doopvont
De door Franz Döteber vervaardigde alabasten doopvont dateert van rond 1615. Het fraaie door een onbekende meester ontworpen vleugelaltaar stamt uit de vijftiende eeuw, maar stond tot 1968 in de onder veel protest opgeblazen Pauliner of Universiteitskerk, opnieuw herbouwd in moderne architectuur. Een deel van de geschilderde portretten van de vele stadsbestuurders gaat terug tot 1614. In de sacristie aan de zuidzijde bevindt zich nog een interessante verzameling goed geconserveerde muziekinstrumenten uit de eerste helft van de achttiende eeuw. Het betreft twee violen, een altviool, een cello, een contrabas (violone) en twee pauken.

Doopvont van Franz Döteber (@ Thomaskirche)

Ook de Thomaskerk heeft in de loop der tijd veel moeten doorstaan. Zo werd de kerk in 1806 door troepen van Napoleon gebruikt als munitieopslagplaats, fungeerde het in 1813/14 als opvangcentrum voor de gewonden van de zogenaamde volksslacht en raakte de toren op 4 december 1943 door brandbommen ernstig beschadigd.

Bach - We Are Family
Na een onderbreking van twee jaar als gevolg van de coronapandemie kon van 9 tot en met 19 juni in het al uitbundig zomerse Leipzig het 'Bachfest' weer plaatsvinden, ditmaal met als gekozen motto 'Bach - We Are Family', bedoeld als stevige knipoog naar een traditie die al teruggaat naar de zeventiende en achttiende eeuw, toen de in Duitsland wijdvertakte, zeer muzikale Bach-familie eenmaal per jaar op wisselende locaties in de deelstaat Thüringen gemeenschappelijk musiceerde en feestvierde. Het achterliggend idee van het motto is die bijeenkomsten van de Bach-familie te projecteren op musici en publiek die uit alle continenten naar Leipzig komen als het Mekka van de 'Bachbeleving' (al beperken de concerten zich bepaald niet tot alleen het werk van Johann Sebastian).

Dit jaar steunt het festival op drie pijlers. De eerste betreft het werk van die gehele Bach-familie, de tweede zijn de Bachkoren afkomstig uit alle werelddelen, de derde het 300-jarig 'jubileum' van Bachs 'Wohltemperiertes Klavier', met de pianisten Angela Hewitt en András Schiff).

'Das Wohltemperierte Klavier I' door András Schiff op 16 juni in de Grote Zaal van het Gewandhaus. Een ware grootmeester en niet alleen in dit repertoire.

'Das Wohltemperierte Klavier II' door Angela Hewitt op 17 juni in het Paulinum. Bevlogen en inspirerend.

Uiteenlopende locaties
Naast de reeds genoemde Thomas- en Nikolaikerken vonden de concerten plaats in onder andere (ik noem ze echt niet allemaal) het Gewandhaus, het Mendelssohn- en het Schumann-huis, Michaeliskirche, Paulinum, Peterskirche, Salles de Pologne, Alte Börse, Altes Rathaus. maar ook op de Markt ('BachStage') en het Centraal Station. Zoals er ook uitvoeringen waren in het kader van de vele concertreizen per bus, steevast vertrekkend vanaf de Thomaskerk en altijd weer een belevenis.

'BachStage' op de Markt

Hoog uitvoeringsniveau
In de meest algemene termen: het hoge niveau qua uitvoeringen was net zo onmiskenbaar als de inventieve programmering. Niet dat de grote namen er per definitie garant voor staan, maar veelbelovend klinken ze wel. Ik noem in dit verband slechts het Amsterdam Baroque Orchestra & Choir (Ton Koopman), Collegium (Vocale) 1704 (Václav Luks), Gaechinger Cantorey (Hans-Christoph Rademann), I Barrochisti (Diego Fasoli), Amarcord, Monteverdi Choir & English Baroque Soloists (John Eliot Gardiner), Akademie für Alte Musik Berlin, Les Talens Lyriques (Christophe Rousset), Les Arts Florissants (William Christie), Nederlandse Bachvereniging (Shunske Sato), Kammerchor Stuttgart (Frieder Bernius), Neues Bachisches Collegium Musicum (Reinhard Goebel), Holland Baroque, Kölner Akademie (Michael Alexander Willens), Amandine Beyer (tevens artist-in-residence, optredend als soliste in Bachs sonates en partita's en als als artistiek leidster van Gli Incogniti), Miriam Feuersinger, Hanna Blaziková, Anna Prohaska, Dorothee Mields, Isabel Schicketanz, Tobias Berndt, Klaus Mertens, Peter Harvey, Maarten Engeltjes, Sergey Malov (hij verving de tijdelijk door een ongeval gevelde cellist Jean-Guilhen Queyras, op de violoncello da spalla, afwisselend aangestuurd door elektronica; wat menigeen de wenkbrauwen deed fronsen of zelfs voor vervroegd vertrek zorgde), Pieter Wispelwey, Mahan Esfahani, Paolo Giacometti, Konstantin Lifschitz (feitelijk de enige in dit 'koor' die in de Goldberg-variaties echt tegenviel), Daniil Trifonov en de reeds genoemde Angela Hewitt en András Schiff. Bovendien uitvoeringen die veelal in het teken stonden van de historiserende uitvoeringspraktijk, een bevestiging overigens van het muzikale 'klimaat' dat zich in en buiten het muziekbedrijf niet meer laat wegdenken.

Amandine Beyer op 10 juni in de Thomaskirche met het eerste deel van Bachs sonates en partita's (het tweede deel volgde een dag later in de Nikolaikirche). Subliem solospel zoals slechts zelden wordt gehoord.

'Wurzeln und Früchte'
Een ander uitstekend idee was om in zes concerten op verschillende wijze de (muzikale) wortels van Johann Sebastian eens duchtig te verkennen. Ze golden immers mede als voorbeelden voor zijn scheppingen en dan met name wat betreft de vroege(re) cantates en motetten.

Motetten 'Habiler Komponisten': Kammerchor Stuttgart o.l.v. Frieder Bernius op 15 juni in de Thomaskirche. Fenomenale koorklank.

Dat die wortels in strikt muzikale zin in de vorm van originele of gekopieerde manuscripten goed bewaard zijn gebleven danken we aan Johann Sebastian Bach zelf. Dat levenssporen van zijn voorouders geheel of deels in de donkere, meedogenloze krochten van de geschiedenis zijn uitgewist lijkt van minder belang dan dat hun composities althans deels goed bewaard zijn gebleven. De verzamelwoede van de grote Thomascantor heeft dus zijn vruchten afgeworpen, want in zijn muziekbibliotheek bevond zich een twintigtal religieus-vocale werken van zijn voorgeslacht. De manuscripten kregen een plaatsje in wat hij als 'Alt-Bachische Archiv' betitelde. Ze golden aan het einde van de Tweede Wereldoorlog als verloren, maar twintig jaar geleden werden ze alsnog in het staatsarchief in Kiev, de hoofdstad van Oekraïne (dat tot de val van de Sovjet-Unie in 1991 daarvan deel uitmaakte) teruggevonden en vervolgens aan de Bondsrepubliek teruggegeven, waar ze in Berlijn werden gearchiveerd.

Voor Bach waren deze manuscripten zomaar 'familiesouvenirs', maar stelden ze hem in staat zijn eigen historische en artistieke positie mede te bepalen.Ze vormden voor hem tevens een belangrijke toetssteen ten aanzien van zijn eigen artistieke kunnen en in dit verband zijn wens dat zijn eigen werken een plek zouden krijgen in deze muzikale 'familiekroniek'. In een in 1754, vier jaar na zijn dood, samengestelde necrologie wordt Bach aangemerkt als deel uitmakend van een geslacht 'welchem Liebe und Geschicktlichkeit zur Musick, gleichsam als ein allgemeines Geschenck, für alle seine Mitglieder von der Natur mitgetheilet zu seyn scheint'.

Dat 'verzamelen' ging overigens al ver terug, want nog als jonge en begaafde musicus in Mühlhausen (1707/08) voelde hij zich aangezet tot 'einen guthen apparat der auserleßensten kirchen Stücke'. Helaas is deze verzameling niet bewaard gebleven, maar kunnen we redelijkerwijs wel raden welk repertoire het toen betrof zoals dat onder meer viel terug te horen in het programma van het concert op 12 juni in de Nikolaikerk, onder de titel 'Auserlesenste Kirchen-Stücke', met werken van Heinrich Schütz (1585-1672), Johann Michael Bach (1648-1694), Johann Christoph Bach (1642-1703), Dieterich Buxtehude (1637-1707) en de Thomascantor zelf.

'Auserlesenste Kirchen-Stücke': het Amsterdam Baroque Orchestra o.l.v. Ton Koopman op 12 juni in de Nikolaikirche. Topniveau.

Maar ook in andere concerten kwamen deze namen terug, zoals in de uitvoering in de Nikolaikerk op 10 juni in werken van Schütz, Schein en Bach met het door Gardiner geleide Monteverdi Choir en de English Baroque Soloists (met sackbuts!), een waar schoolvoorbeeld van filigraine koor- en orkestkunst. Al had het dan die middag tijdens de repetities in diezelfde kerk heel wat voeten in de aarde om de door Gardiner gewenste balans in zowel koor als orkest te realiseren. Er werd gaandeweg zo'n vijftien keer van allerlei posities gewisseld, met Gardiners assistent als interim-dirigent en hijzelf zich door de kerkruimte bewegend om het resultaat van al die positiewisselingen goed te kunnen beoordelen. Echter, de erin gestoken energie en niet in de laatste plaats het geoefende geduld werd in het avondconcert in de Nikolaikerk ruimschoots beloond: solisten, koor, orkest en dirigent zorgden voor een waar klankfeest.

Het Monteverdi Choir en de English Baroque Soloists o.l.v. John Eliot Gardiner in de 'Musicalische Exequien' (begrafenismuziek) op 10 juni in de Nikolaikirche. Opnieuw werd een grote reputatie waargemaakt.

'Aus aller Welt'
Zoals ook in het programmaonderdeel 'Bach-Chöre aus aller Welt' in zes cantate-uitvoeringen koren ut Paraguay(!), Japan en Canada zich naadloos als 'familie' en bovendien op uitstekend niveau wisten te manifesteren. In 2024 krijgt dit een vervolg, want dan is het op de kop af driehonderd jaar geleden dat in Leipzig Bachs cantatejaargang 1724/25 klonk. Het projectkoor 'Bach - We Are Family' voert dan onder leiding van Ton Koopman (hij werd in mei 2019 benoemd tot president van het Bach-Archiv, als opvolger van de wel erg snel verdwenen John Eliot Gardiner) in de Thomaskerk twee Bach-cantates uit.

'Lobgesänge': Les Arts Florissants o.l.v. William Christie op 13 juni in het Gewandhaus. Zelden zal met zoveel plezier in deze lofzangen zijn gemusiceerd!

Oekraïne
Niet alleen lag het voor de hand, maar het mocht zelfs onvermijdelijk heten: de aandacht voor het lot van Oekraïne na de Russische inval. In de Nikolaikerk was op het linkerbalkon een doek gespannen dat de zinloosheid van de oorlog onderstreepte, maar daarnaast was er op de openingsdag (9 juni) het optreden van het Jeugdsymfonieorkest uit Oekraïne samen met het Gewandhausjugendchor en Amarcord onder leiding van afwisselend de jonge Oekraïense dirigente Polina Lebedieva en de artistiek leider van het jeugdkoor uit Leipzig, Frank-Steffen Elster, met op het programma werken van Bach, Mykola Lysenko (Oekraïense Suite), Mahler en Mendelssohn. Het benefietconcert werd vanuit de Thomaskerk wereldwijd gestreamd onder het motto 'Verleih uns Frieden' (geef ons vrede). Een dag later was het orkest 's avonds te horen en te zien op de Markt in het kader van 'BachStage'.

'Grosse Ausdrückende Lamenti': Václav Luks met Collegium Collegium 1704 op 9 juni in de Nikolaikirche. Gloedvolle expressie.

Bijzondere workshop
Ik moest het helaas missen, maar zowel bezoekers als een aantal van heinde en verre gekomen koorleden reageerden enthousiast op de door Ton Koopman op 18 juni gehouden workshop in de Thomaskerk, samen met vier solisten (sopraan Viola Blache, alt Elvira Bill, Tenor Patrick Grahl en bas Tobias Berndt), het We-Are-Family-Chor en het Leipziger Barockensemble. Het koor bestond uit 92 zangers uit 16 landen, met op het programma twee cantates van Bach: 'Auf Christi Himmelfahrt allein' BWV 128 en 'Gelobet sei der Herr, mein Gott' BWV 129.

Workshop o.l.v. Ton Koopman op 18 juni in de Thomaskirche

Mijlpaal
Binnenkort, dat wil zeggen in of na de zomer, verschijnt bij 'The Packard Humanities Institute' (u vindt hier de website) in ruim honderd delen en met zestien facsimile-bijlagen het complete oeuvre van Carl Philipp Emanuel Bach (1714-1788). Dat mag zeker een mijlpaal worden genoemd, wat aan het 'Bachfest' evenmin voorbij is gegaan. Op 11 juni vond in de Thomaskerk een concert plaats onder de titel 'Bach-Familienkonzert Hamburg 1786, als 'Festkonzert anlässlich der Fertigstellung der C.-P.E.-Bach-Gesamtausgabe', met solisten, Vocalconsort Berlin en Les Talens Lyriques onder leiding van Christophe Rousset.

Het onderliggende idee: een zo nauwkeurig mogelijke 'replica' van het concert dat op 9 april 1786 om vijf uur 's middags in de 'Handlungsakademie' in Hamburg, in de 'Fuhlentwiete', plaatsvond. Carl Philipp Emanuel Bach presenteerde er de 'Generation Bach-Händel', met onder meer een keuze van zijn beste werken, de dan 72-jarige tevens als interpreet op zowel klavecimbel als fortepiano. Daarmee zou het tevens zijn laatste openbare optreden zijn.

Een 'replica' dus, zij het dat het toenmalige programma in Hamburg een 'Sinfonie, von Herrn Kapellmeißter Bach' bevatte, zonder verdere aanduiding. Rousset koos, nogal voor de hand liggend, voor de Sinfonia in D, Wq 183 nr. 1. Het werd op 11 juni in de Thomaskirche een fenomenaal vormgegeven klankfeest, met onder andere het magnifieke 'Magnificat' (1779) voor sopraan, alt, tenor, bas, vierstemmig koor, twee traverso's, twee hobo's, twee hoorns, drie trompetten, pauken, strijkers en basso continuo; en het 'Heilig' Wq 217 voor twee vierstemmige koren, twee traverso's, twee hobo's, fagot, drie trompetten, pauken, strijkers en basso continuo.

'Bach-Familienkonzert Hamburg 1786' met Les Talens Lyriques o.l.v. Christophe Rousset op 11 juni in de Thomaskirche. Groots evenement.

Hoogtepunten...met hier en daar iets minder...
Het begrip 'hoogtepunt' veronderstelt dat er in dit geval ook kwalitatief mindere, zo niet dieptepunten, te registreren waren. Maar eerst enige opmerkingen vooraf. Ik kan alleen oordelen over de concerten die ik zelf heb bijgewoond, een twintigtal binnen een tijdspanne van ruim een week (klik hier voor het overzicht van de hoogtepunten in pdf). Waarbij wat de beoordeling betreft de akoestische ruimte waarbinnen de uitvoering zich afspeelt meeweegt. Of anders gezegd: de ene ruimte is vriendelijker, toegeeflijker dan de andere. Zo legt de bescheiden ruimte van de Salles de Pologne (Hainstraße 18) veel meer details in het spel bloot dan de wat dit betreft aanmerkelijk ruimhartiger akoestiek van de Thomaskerk (met de Nikolaikerk als typische 'deugd in het midden'). Meer galm betekent sowieso minder detail. Het is altijd goed om daarmee ter dege rekening te houden.

'Tastenrausch': Vier klavecimbels en het Amsterdam Baroque Orchestra o.l.v. Ton Koopman op 16 juni in het Gewandhaus. Betoverend klankfeest.

Van een dieptepunt in de ware betekenis was gelukkig geen sprake, al viel er wel het nodige af te dingen aan de uitvoering van de Goldberg-variaties door de Russische pianist Konstantin Lifschitz, op 15 juni in de Salles de Pologne. Zijn in het programmaboekje opgenomen biografie was weliswaar veelbelovend, maar hij maakte de daaruit volgende verwachtingen helaas niet waar, met de vele merkwaardige accenten in met name de rechterhand, de veelal ruwe aanpak (de fraai gestemde en geïntoneerde Bechstein kreunde nog net niet), een stuitend gebrek aan raffinement en toonkleuring, onverklaarbare dynamische uitschieters en onderkoelde mineur-variaties. Het was een aanpak die ook nogal wat schade toebracht aan Bachs uitgekiende werkstructuur. Wat overigens niet wegnam dat de publieke bijval na afloop groot genoeg was om Lifschitz tot een toegift te verleiden.

Een tegenvaller: Konstantin Lifschitz op 15 juni in Salles de Pologne

Voort zijn er bij twee concerten (een ervan opgesplitst in twee delen) enige kanttekeningen te plaatsen. De eerste teleurstelling kwam met de mededeling dat de Franse cellist Jean-Guilhen Queyras als gevolg van een ongeval verstek moest laten gaan. Hij werd vervangen door Sergey Malov (1983, Sint-Petersburg), een virtuoos op zowel de violoncello da spalla, (barok)viool als altviool. Die virtuositeit buitte hij op zijn schoudercello in de beide concerten (nr. 39 en 50) met de zes cellosuites BWV 1007-1012 stevig en met veel raffinement uit (zoals hij ook als intermezzo op de viool uitstekend de weg wist), maar de door hem toegevoegde elektronica als beoogd 'voor- en tussenspel' bederfde helaas veel. Ik kon er althans niet echt muzikaliteit in ontdekken. De fraai gewelfde, expressieve Sarabande in BWV 1011 ging daardoor zelfs volkomen de mist in: toch al door Bach 'donker' getoonzet deden de diepe bastonen uit de elektronische trukendoos er zelfs nog een behoorlijke schep bovenop. Maar ook elders in de suites was Malov teveel uit op effect ten koste van het affect Dat het publiek de uitvoering wel op prijs stelde bleek uit het aanhoudende applaus, wat Malov alsnog tot een toegift bewoog. Hem gevraagd naar de reden van zijn trukendoos: het 'oude' met het 'nieuwe' verbinden, waarbij dat 'oude' van het stof kon worden ontdaan. O ja?

Met vraagtekens: Sergey Malov op 12 juni in de Salles de Pologne

Een ander probleem, zij het van een geheel andere orde, deed zich voor in 'Klangrausch' (nr. 95), waar in de Nikolaikerk maar liefst vier koren (Vocalconsort Leipzig, Leipziger Vocalensemble, Aamici Musicae en Kammerchor Josquin des Prez) zich van hun beste kant lieten zien (dat bleek bepaald niet gering en dat voor vocale ensembles die geen vaste band met elkaar onderhouden), maar helaas deels teveel werd gefocust op puur effect, met in Thomas Tallis' 'Spem in alium' en Mendelssohns 'Mitten wir im Leben sind' (MWV B 21) de koren verdeeld over de linker- en rechtergalerijen, terwijl ze afwisselend per strofe van zich lieten horen. Het gevolg eas een sterk verbrokkeld beeld dat de homogeniteit in beide werken behoorlijk onder druk zette.

Tot slot nog een kritische noot of eigenlijk twee bij de uitvoering van de 'Johannes-Passion' in de (tevens laatste) versie van 1749 op 14 juni in de Thomaskerk door koor en orkest van de J.S. Bach-Stiftung St. Gallen onder leiding van Rudolf Lutz, met als solisten Daniel Johannsen (tenor – Evangelist en aria's), Peter Harvey (bas– Jesus), Miriam Feuersinger (sopraan), Alex Potter (altus), Matthias Helm (bas – Pilatus en aria's).

Ten eerste de overbodigheid van de entrée, een voor de gelegenheid merkwaardig uitgedost orgelpreludium (gespeeld door Thomas-organist Johannes Lang) van de hand van dirigent Rudolf Lutz, dat zich binnen de context van deze 'Johannes' als vreemde eend in de bijt manifesteerde. Ten tweede de tekst van de tenoraria 'Erwäge', die niet thuishoort in deze versie van 1749. Dat had immers moeten zijn: 'Mein Jesu, ach dein schmerzhaft bitter Leiden'. Waarom niet voor de laatste is gekozen is mij onbegrijpelijk, al is het slechts een geringe smet op een verder bijzonder geslaagd evenement.

Rudolf Lutz leidt zinderende 'Johannes-Passion' op 14 juni in de Thomaskirche

Medaille voor András Schiff
Dit jaar werd de 'Bach-Medaille der Stadt Leipzig' uitgereikt aan de pianist András Schiff wegens zijn bijzondere verdiensten op het gebied van zijn Bach-uitvoeringen. Zoals dat ook voor zijn vele voorgangers gold, die eveneens de prijs ontvingen, waaronder Gustav Leonhardt (2003), Helmuth Rilling (2004), Ton Koopman (2005), Nikolaus Harnoncourt (2007), Philippe Herreweghe (2010), Herbert Blomstedt (2011), Masaaki Suzuki (2012), Robert Levin (2018), Angela Hewitt (2020) en Christoph Wolff (2021).

András Schiff ontvangt de 'Bach-Medaille der Stadt Leipzig' uit handen van 'Oberbürgermeister' Burkhard Jung. Links Peter Wöllny, directeur van het Bach-Archiv.

Nieuwe uitgave BWV
Tussen de vele muzikale bedrijven door vond op 13 juni in de 'Alte Börse' aan de Naschmarkt de presentatie plaats van de inmiddels derde herziene uitgave van het BWV, ofwel het 'Bach Werke Verzeichnis', ditmaal onder redactie van Peter Wollny, Christoph Wolff, Christine Blanken en Nick Pfefferkorn. Het omvangrijke, twaalfjarige project vloeide voort uit een samenwerkingsverband tussen het Bach-Archiv Leipzig en het bekende uitgevershuis Breitkopf & Härtel (klik hier).

Het eerste BWV verscheen in 1950, ter gelegenheid van Bachs tweehonderdste sterfjaar (tevens het jaar waarin, zoals reeds vermeld, het Bach-Archiv werd opgericht), onder redactie van Wolfgang Schmieder, die in 1990 nog een herziene en verder uitgebreide editie verzorgde. In 1998 verscheen de 'kleine' uitgave van de hand van Alfred Dürr, Yoshitake Kobayashi en Kirsten Beißwenger. Met de nu verschenen nieuwe uitgave is niet alleen de reeds beschikbare informatie aan de laatste stand van zaken aangepast, maar kon ook een niet onaanzienlijk aantal aan Bach toegeschreven werken worden ontkracht en na diepgaand onderzoek onbetwiste andere toegevoegd. In dit nieuwe BWV (880 bladzijden) zijn voor de eerste maal tevens werken van andere componisten opgenomen, zoals die in Bachs bibliotheek bewaard zijn gebleven.

Het boek (ISBN: 978-3-7651-0400-8) lijkt mij vooral bedoeld voor musicologen, muziekhogescholen, bibliotheken en universiteiten, want de verkoopprijs is niet mals: € 446,90.

De presentatie van het nieuwe BWV op 13 juni in de 'Alte Börse'. V.l.n.r. Nick Pfefferkorn (Breitkopf & Härtel), Peter Wollny, Christoph Wolff en Christine Blanken (Bach-Archiv) (© Christian Modla).

Bach-Museum
Wie een bezoek brengt aan het museum tegenover de Thomaskerk zal kan dankzij de voortschrijdende digitale technieken de voordelen ervan genieten en bovendien gebruik maken van nog een uiterst handig hulpmiddel: de 'audioguide' (ook in het Nederlands!). Naast de vaste tentoonstelling is er een speciaal aan de componist en 'Hofkapellmeister' in Dresden, Heinrich Schütz, gewijde expositie ingericht waarin zowel interactief als qua klank de verbindende schakels tussen Schütz en de Thomascantors Bach en Sethus Calvisius (1556-1615), tot Johann Kuhnau (1660-1722) op direct aansprekende wijze worden uitgelicht, daarbij ondersteund door een aantal zeldzame manuscripten en drukken, waaronder de stemboeken van Schütz' 'Geistlicher Chor-Musik', voor het doel uitgeleend door de Marienbibliothek in het nabijgelegen Halle, en een partituurafschrift van de 'Actus Musicus auf Weyh-Nachten' van Johann Schelle (1648-1701), afkomstig uit de Kantoreibibliothek van de Nikolaikerk in Luckau. Een ander belangrijk document dat wordt tentoongesteld is het 'Spendenbuch' van de Thomasschool, met daarin een dringende oproep om de noodlijdende koorknapen in 1635 (als de Dertigjarige Oorlog nog verre van uitgewoed is), te steunen. Dat de beide cantors Calvisisus en Kuhnau en passant ook nog tot andere prestaties in staat waren blijkt uit de geëxposeerde astronomische kalenderberekeningen uit Calvisius' 'Opus chronolgicum' (1605) en Kuhnau's satirische(!) roman 'Der musicalische Quack-Salber' (1700).

Interessant zijn daarbij ook de vele in muziek gevatte voorbeelden en de korte animatiefilm waarin Schütz' compositiemethodiek helder uit de doeken wordt gedaan. Daarnaast waren er de acht museumconcerten waarin de op de tentoonstelling gepresenteerde muziek 'live' tot klinken werd gebracht door het in de Midden-Europese barokmuziek gespecialiseerde en door Gregor Meyer geleide Ensemble 1684. Met museumcurator Henrike Rucker als moderator pakte het uit als een ongetwijfeld voor menigeen boeiende ontdekkingstocht. De door haar verzorgde tentoonstellingscatalogus 'Von Schütz zu Bach' (in het Duits en Engels, ISBN 978-3-95755-669-1), met veel afbeeldingen en verdiepende teksten, is te koop bij het Bach-Museum of in de boekhandel.

Bach-Museum

Cijfers
Op 19 juni werd het festival traditioneel afgesloten met Bachs 'Hohe Messe', waarna statistisch voorlopig de balans kon worden opgemaakt: 153 evenementen in elf dagen, zo'n 30.000 toegangskaarten (variërend van € 3,-- tot 120,--) verkocht aan liefhebbers uit meer dan 50 landen. Alleen al bij de groepsreizen waren 23 reisbureau's uit negen landen betrokken. Het Bachfest telde 3072 medewerkenden waaronder 51 koren met 1801 leden, 43 orkesten met 870 musici, 94 leden van kleine ensembles, 178 vocale en 30 instrumentale solisten, 54 dirigenten, 15 organisten, 30 sprekers en 6 moderators. Daarnaast nog opnameteams voor streaming en de verzorging van uitzendingen, met Deutsche Welle (DW) ditmaal als mediapartner. Op het eigen YouTube kanaal verzorgde DW livestreams van de Johannes-Passion (14 juni) en Matthäus-Passion (17 juni). Daarnaast waren er in kader van 'Deutsche Welle Festival Concerts' uitzendingen gewijd aan Bachs cellosuites (Sergey Malov) en orgelwerken (Johannes Lang). Veel aandacht was er ook online voor '300 Jahre Wohltemperiertes Klavier', waarbij festivalintendant Michael Maul in drie webvideo's een aansprekende toelichting verzorgde.

Het Bachfest 2023 staat gepland van 8 t/m 18 juni, met ditmaal als motto '300 Jahre Amtsantritt Bachs in Leipzig'. Mits COVID-19 met al zijn varianten geen spelbreker is...

Na afloop van het slotconcert met Bachs 'Hohe Messe' op 19 juni in de Thomaskirche. Hanna Herfurtner en Lucia Cirillo (sopraan), Margot Oitzinger (alt), Bernhard Berchtold (tenor), Klaus Mertens (bas), Coro della Radiotelevisione en I Barocchisti o.l.v. Diego Fasolis


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links