Actueel

Het 'Wonder van Utrecht'

 

© Maarten Brandt, maart 2013

 

"Wie kan er kiezen tussen de dubbelkorige grandeur van de Matthäus en de indringende dramatiek van de compactere Johannes-Passion." Zo luidt de openingszin van het programmaboekje dat De Nieuwe Philharmonie Utrecht haar luisterschare afgelopen vrijdagavond en zaterdagmiddag in de Nikolaikerk te Utrecht aanbood bij een vertolking van de Johannes-Passion van Johann Sebastian Bach. Een vertolking die wat mij betreft als het 'Wonder van Utrecht' in de annalen mag worden bijgeschreven. Zette de NPU zich vorig jaar (klik hier voor de recensie) met een grandioze Matthäus-Passion op de landkaart, ditmaal ontfermde het uit zzp'ers uit alle windstreken samengestelde keurensemble zich onder leiding van zijn chefdirigent Johannes Leertouwer over de Johannes. Het ligt in de bedoeling laatstgenoemd werk in de oneven jaren te laten klinken en de Matthäus in de even jaren, zodat er gelukkig niet gekozen hoeft te worden en men dus in de Domstad per vaste regelmaat topuitvoeringen van beide passionen kan bijwonen. Dat wil zeggen, als men financieel de touwtjes aan elkaar kan blijven knopen, want het orkest ontvangt geen structurele subsidie en is dus de facto aangewezen op sponsoren en particuliere initiatieven. Het moet me van het hart dat ik niet begrijp waarom de Gemeente Utrecht (bovendien liggend in een provincie die al geruime tijd geleden een eigen orkest verloor), ook al zou het nog zo een gering bedrag zijn, het orkest bij wijze van tegemoetkoming niet structureel ondersteunt, want dat deze stad met de NPU puur goud in huis heeft is zo duidelijk als wat.

Johannes Leertouwer

Immers, wat ik destijds al over Leertouwers en de NPU gecelebreerde Matthäus schreef is onverkort van toepassing op hun soevereine en uiterst coherente visie op de Johannes-Passion. Namelijk dat het gezelschap hiermee een traditie heeft geïnaugureerd die het volstrekt verdient even serieus te worden genomen als die van de Nederlandse Bachvereniging en het Koninklijk Concertgebouworkest. Met andere woorden, ons door passie-uitvoeringen dicht betegelde en -bevolkte landje beschikt nu over een pracht van een driehoek bestaande uit Amsterdam, Naarden en Utrecht. Een driehoek die als normerend kan worden beschouwd waar het om de uitvoeringspraktijk van Bach's onvolprezen Matthäus en Johannes-Passion gaat.

Licht
Leertouwer en de zijnen kozen met betrekking tot hun Johannes voor de meest bekende 1724-versie die, in tegenstelling tot de 1725-editie, eindigt met dat schitterende koraal "Ach Herr, lass dein lieb' Engelein" en die alle compromisloze dramatiek ten spijt, culmineert in de louterende verlossingsgedachte. Hierdoor komt het accent uiteindelijk niet zozeer op het lijden zelf te liggen als wel de diepere zin ervan: het lijden als middel tot bewustwording van de werkelijkheid van het goddelijke of, zo men wil, immateriële en aan het aardse tranendal ontstijgende licht. Het wonder schuilt in twee elkaar wederzijds beïnvloedende factoren, te weten de omstandigheid dat zowel koor en als orkest uit musici bestaan die zonder uitzondering van het allerhoogste solistische niveau zijn en een dirigent voor wie de facetten van de historiserende muziekpraktijk zodanig tot een tweede natuur zijn geworden dat men zich binnen de gebondenheid van Bach's noten 'Urtext' de grootste vrijheden kan permitteren, zonder daarbij ooit over de scheef te gaan. Vanaf de eerste inzet tot en met het riante en tegelijkertijd teder klinkende slotakkoord van het zojuist genoemde koraal was het dan ook aan geen enkele twijfel onderhevig dat men - geen muzikant uitgezonderd - geheel boven de materie stond.

Naadloze versmelting
Tijdens het enerverende beginkoor - een van de meest radicale brokken muziek die Bach ooit schreef - viel al meteen de optimale vocale wendbaarheid en homogeniteit van het, gelukkig klein bezette, koor op. Leertouwer slaagde er op uitmuntende wijze in tot een naadloze versmelting te komen van een vloeiend verlopende beweging en het aanbrengen van een natuurlijk werkende en weldadig scherp overkomende ritmische articulatie. Dit alles geschraagd door een puls waarbinnen het geheel volop ademde en dus ook de grandeur van deze muziek voorbeeldig tot haar recht kwam. En over articulatie en voorts, een diep inkervende ritmische markering gesproken, daarvan waren tijdens de opzwepende volkskoren vele imposante staaltjes te horen. Ik noem slechts een voorbeeld, dat representatief is voor vele anderen. Ik kan me niet herinneren de terrassen-dynamiek in de canon van "Wir haben ein Gesetz" uit het tweede deel dwingender en genuanceerder te hebben gehoord dan bij deze gelegenheid. En, nu we het toch over dynamiek hebben of beter wellicht, dynamische uitersten, mag het slotkoor "Ruht wohl" niet onvermeld blijven, waarbij Leertouwer het koor tijdens elke terugkeer van het refrein bij de inzet ervan zachter liet zingen, een aanpak waarvan een enorm suggestief en aangrijpend effect uitging. De koralen kregen in alle rust gestalte: lyrisch, open van klank en vooral waar dat was aangewezen, subtiele cesuren om aan bepaalde tekstwendingen extra nadruk te verlenen.

Centrum van de handeling
Ik zei het al, het totale gezelschap bestond uit niets anders dan topsolisten. Veelzeggend genoeg maakten de vocale solozangers daarom tegelijkertijd deel uit van het koor dat zich tijdens de grote aria's en lange recitatieven op de achtergrond hield, met uitzondering van de evangelist en Christus die van begin tot eind te midden van de orkestmusici waren gezeten. Dat is ook symbolisch, aangezien zij zich zodoende zowel letterlijk als overdrachtelijk in het centrum van de handeling bevonden. De evangelistenpartij kwam voor rekening van de tenor Andreas Karasiak van wie ik tot op heden nog nooit had gehoord, maar dat zal ongetwijfeld gaan veranderen. Want wat een pracht van een stemgeluid bezit deze man! Alles klinkt open, gemakkelijk verstaanbaar, prima gearticuleerd zonder dat van onverschillig welke overdrijving sprake is. Een stem die tevens onafgebroken mooi kleurt en waarbij de zanger ook tijdens de meest extreme liggingen van zijn bewerkelijke partij altijd over voldoende reserve beschikt. Een verhaal apart was de geladen- en uitgebalanceerdheid waarmee Karasiak de afsluiting van de verloocheningsscène vocaal wist te verbeelden. Om nooit meer te vergeten. Tom Sol's Christus is zoals we die van hem sedert jaar en dag in andere uitvoeringen zijn gewend: nobel, streng, van wijsheid getuigend en in al zijn soberheid indringend.

Waarheidsgetrouwe emotie
De verdere cast was al even imponerend. Het voert te ver om alle hoogtepunten te belichten, want in feite bestond deze uitvoering uit niets anders dan dat. Maar een ding staat voor mij zo vast als een huis en dat is dat ik de aria - naar mijn smaak de mooiste sopraanaria uit het oeuvre van Bach - "Zerfliesse, mein Herze" live nooit indrukwekkender heb horen zingen dan deze keer door Stefanie True, die voor mij op hetzelfde exemplarisch hoge niveau staat als Maria Keohane die aan de spraakmakende Pierlot-opname (op het Mirare-label, klik hier voor de recensie) meewerkte. Dit is niet zomaar 'mooi zingen' maar het belichamen van een zo waarheidsgetrouwe emotie, dat die zonder omwegen het hart raakt. Alleen al de manier waarop True (What's in a name?) het woord 'Tod' voor het voetlicht bracht is van een dermate huiveringwekkende en ontroerende schoonheid dat geen mens zijn ogen daarbij droog kan houden.

Hiermee wil ik de anderen uiteraard niet te kort doen. Wat een schitterende presentaties werden er door hen geleverd. Door de altus Mark Chambers in "Es ist Vollbracht" bijvoorbeeld of de tenor Guy Cutting in de zowel inhoudelijk als vocaal hels moeilijke "Erwäge"-aria dan wel door de bas Marc Pantus die onder andere in het aan genoemde aria voorafgaande arioso "Betrachte meine Seel" ongekend hoge troeven uitspeelde. Superlatieven schieten derhalve te kort om alle fraaie details van vocale bijdragen te beschrijven en laat staan, voldoende recht te doen.

Totaalvisie
En dan zwijg ik nog over het instrumentale fundament met onder meer een fenomenaal aandeel van celliste Viola de Hoog, de bassist Richard Myron, de luitspeler Guzman Ramos (niet alleen hoorbaar tijdens "Betrachte meine Seel", maar als vast onderdeel opererend van de verder uit orgel, bas en cello bestaande continuogroep), de Flauto traverso van Lina Leon Ruciero, de viola da gamba van Bob Smith en zo voort, en zo voort. Zij en allen die hier ongenoemd moeten blijven leverden aan de lopende band topprestaties. Daarbij gedirigeerd door een musicus die over het benijdenswaardige vermogen beschikt zowel in het landschap te staan als het totaal van A tot Z in vogelvlucht te overzien. Dit met als uitkomst een Johannes-Passion waarin niet alleen alle puzzelstukken op hun plaats vielen, maar die tegelijkertijd een totaalvisie opleverde waar zelfs met de grootst denkbare moeite geen speld tussen valt te krijgen. Hopelijk wordt deze uitvoering op cd of dvd gezet; althans daar lijkt het wel op, want er waren tijdens het gebeuren tal van opnametechnici in de weer. En over het resultaat hoeft men zich geen zorgen te maken, want Leertouwer kan zich geheel meten met de andere kompanen en coryfeeën op dit gebied. Om het even of zij nu Brüggen, Koopman of Herreweghe heten. Dat heeft hij nu opnieuw klinkend bewezen. Samenvattend: een historisch moment binnen de rijke passietraditie en -geschiedenis van ons land.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links