|
DVD-recensie Uniek historisch document
© Paul Korenhof, december 2011
|
||
Mozart: Don Giovanni
Het Duitse tijdschrift FonoForum staat bij mij hoog aangeschreven: leesbaar, kritisch, actueel, ruimte voor substantiële artikelen en ook nog eens ruime aandacht voor audiotechniek, een combinatie die zowel in het Nederlandse als in het Engelse tijdschriftlandschap ondenkbaar is geworden. Een probleem heb ik alleen met operarecensent Manuel Brug, die zich niet alleen historisch weinig onderlegd betoont, maar die bij het bespreken van dvd's onverbloemd blijk geeft van vrijwel kritiekloze adoratie van het moderne regietheater. En zelfs dat zou niet zo erg zijn, als hij niet op grond daarvan iedere enscenering die ook maar enigszins neigt in de richting van traditie of zelfs visuele herkenbaarheid, bij voorbaat met zijn minachting overgiet. Een recensent moet altijd open staan voor kwaliteit, ook als zijn eigen smaak hem een andere voorkeur ingeeft. Historische stijlen Een duidelijk voorbeeld levert zijn bespreking (december 2011, p. 92) van de historische opname van Don Giovanni, de uitvoering waarmee op 24 september 1961 de nieuwe Deutsche Oper Berlin werd ingewijd. Op het muzikale niveau gaat Brug nauwelijks in (veel verder dan het woord 'droombezetting' komt hij niet), maar wel signaleert hij dat de decors en de kostuums eruit zien zoals die er toen uit zagen, dat er geacteerd werd zoals er toen geacteerd werd en dat de cameravoering 'statisch' is. Dat is natuurlijk heel intelligent opgemerkt, maar eerlijk gezegd: van een opname uit 1961 was toch moeilijk iets anders te verwachten. Noch bonter maakt Brug het als hij op grond van wat hij ziet, de conclusie trekt 'dat vroeger kennelijk niet alles beter was' ('Früher war eben doch nicht alles besser.') Wat had hij dan in 1961 verwacht? Een computergestuurd decor vol laserlicht, waarin een sadomasochistische Don Giovanni een homo-erotische relatie met Leporello heeft terwijl hij tussendoor een in een leren minirokje en netkousen geklede Zerlina verkracht? Afgezien daarvan: hoe is het mogelijk een begrip als 'beter' te hanteren bij het vergelijken van historisch bepaalde stijlen? Schilderde Van Gogh 'beter' dan Rembrandt en Picasso op zijn beurt weer 'beter' dan Van Gogh? Kunnen we van Rihm zeggen dat hij 'beter' componeert dan Mozart of Brahms, eenvoudigweg omdat het ridicuul zou zijn als hij nog muziek zou schrijven in de stijl van zijn voorgangers? En is een historische roman van Vestdijk, Haasse of Japin 'beter' dan de Ilias van Homeros op grond van het feit dat moderne schrijvers geen dactylische hexameters of andere versvoeten gebruiken? Hoe het ook zij, deze Don Giovanni blijft een ruim vijftig jaar oude registratie van een voorstelling die volledig beantwoordde aan de toenmalige maatstaven, en die toen waarschijnlijk zelfs modern genoemd kon worden. Op dat punt ben ik voorzichtig, omdat mijn eigen ervaring in die jaren nog niet verder reikte dan toneelvoorstellingen van de Haagsche en de Nederlandse Comedie, enkele voorstellingen van de Nederlandse Opera (waaronder ook een door Bernard Haitink gedirigeerde Don Giovanni) en een paar geïmporteerde voorstellingen in het kader van het Holland Festival. Natuurlijk heeft Brug in zoverre gelijk, dat we nu bepaalde zaken niet meer zouden accepteren en misschien zelfs lachwekkend zouden vinden, van de vreemde broek van Don Giovanni tot de in spel en uiterlijk weinig meisjesachtige Zerlina van Erika Köth. Toen vonden we zoiets echter normaal, terwijl ik de 'statische' cameravoering zelfs prefereer boven het onrustige gedoe van tegenwoordig, waarbij de camera ons bovendien voortdurend een blik wil gunnen op het inwendige van des zangers strottehoofd. Alsof totalen en halftotalen niet een veel betere indruk van de voorstelling geven - nog afgezien van het feit dat zingende zangers van heel dichtbij niet echt suggestief werken. Dan veel liever Pilar Lorengar ten voeten uit of hooguit tot haar middenrif in een gedetailleerd romantisch fantasiekostuum. Restauratie Daarmee kom ik dan meteen op de technische kwaliteit. Die blijkt verbazingwekkend, niet alleen waar het de werkelijk verbluffend heldere en dynamische mono-geluidsband betreft. Een groot deel van de diepte die we daarin horen, vinden we echter terug in het beeld, een vijftig jaar oude zwart-witregistratie uit het theater, wat met de toenmalige camera's geen sinecure moet zijn geweest. Bij de restauratie bleek de filmband daarnaast een breed spectrum aan grijstinten te bezitten, terwijl het decor van de legendarische Georges Wakhevitch meer filmisch dan naturalistisch van karakter is, waardoor het toneelbeeld minder 'kneuterig' overkomt dan men zou verwachten. Bij de digitalisering is men erin geslaagd de 'beeldruis' behoorlijk te elimineren, en op een goede televisie en vanaf een normale afstand bekeken blijkt het beeld van de primitieve tv-camera's weliswaar niet zo scherp als dat van een bioscoopfilm uit die periode, maar het is alleszins genietbaar. Bij de restauratie heeft men bovendien rafelrandjes en beschadigingen keurig weggepoetst, onder meer (althans die indruk krijg ik) door het beeld soms enigszins bij te snijden en daarna tot het juiste formaat uit te vergroten. Kijkend naar de regie van Carl Ebert begrijp ik trouwens niet dat Brug niet gezien heeft dat in die door hem verfoeide decors een mooi staaltje acteerkunst ten beste wordt gegeven, volledig in de Mozart-stijl die deze regisseur samen met Fritz Busch tot basis van het succes onder het Glyndebourne Festival had gemaakt. In de regie van de koorleden ontbreekt nog de individualisering die we later zouden leren kennen dankzij de 'Oost-Duitse' school van onder anderen Harry Kupfer, maar de personages zijn beter gedetailleerd dan in menige andere registratie die ons uit die tijd is overgeleverd. Goed, ze beantwoorden nog volledig aan wat we uit de partituur over hen te weten komen, maar daartegen heb ik niet zoveel bezwaar als collega Brug! Ferenc Fricsay Droombezetting index | ||