Bellini: La sonnambula.
Cecilia Bartoli (Amina), Juan Diego Flórez (Elvino),
Ildebrando d'Arcangelo (Il conte Rodolfo), Gemma Bertagnoli
(Lisa), Liliana Nikiteanu (Teresa), Peter Kálmán (Alessio),
Javier Camarena (Un notaro), Koor van het Opernhaus
Zürich, Orchestra La Scintilla o.l.v. Alessandro De
Marchi.
Decca 478 1084 (opnamen 2007-2008) (2 cd's)
Bellini: La sonnambula.
Maria Callas (Amina), Nicola Monti
(Elvino), Nicola Zaccaria (Il conte Rodolfo), Edith
Martelli (Lisa), Fiorenza Cossotto (Teresa), Dino
Mantovani (Alessio), Franco Ricciardi (Un notaro),
Coro e Orchestra della Piccola Scala di Milano
o.l.v. Antonino Votto.
Testament SBT2 1417 (opname 21-8-1957) 2 cd's
Een jaar of tien geleden, toen Cecilia Bartoli nog
helemaal in haar 'Haydn-periode' zat, had ik in Salzburg
een lang gesprek met haar over het Italiaanse bel
canto uit het begin van de 19de eeuw. Ik wees haar
toen onder meer op de 'Malibran-versie' van I puritani
en op het feit dat Maria Malibran, een echte 'mezzo-sopraan',
eveneens een rol als Amina in La sonnambula op
haar repertoire had. Voor Bartoli was dit ten dele
nieuw en zij bleek bijzonder geïnteresseerd, maar
concludeerde toch dat zij het nog veel te druk had
met de 18de eeuw om zich - buiten Rossini om - intensief
met de 19de eeuw bezig te houden.
Een groot deel van dat interview heb ik als 'niet
actueel' ongebruikt laten liggen, maar nu begin ik
erover te denken het eens uit te zenden. De belangstelling
van Bartoli voor juist het 'Malibran-repertoire' biedt
daartoe voldoende aanleiding - jammer alleen dat de
resultaten een beetje tegenvallen. Dat stoorde mij
nog niet zo bij de verschijning van haar 'Malibran-cd'.
Ik constateerde toen stilistische oneffenheden van
een zangeres die, komend uit het Rossini-repertoire,
onvoldoende vertrouwd was met het specifieke Bellini-idioom,
maar in het kader van een recital-cd - en een eerste
proeve op dat terrein - tilde ik daar niet al te zwaar
aan. De verschijning van een complete opname van La
sonnambula met in de hoofdrollen Cecilia Bartoli
en Juan Diego Flórez is echter een andere zaak. Hier
moet de Bellini-stijl het volle pond krijgen en juist
daar gaat het volledig mis. Dat Bartoli de rol kan
zingen staat buiten kijf (enkele transposities in
de duetten lijken mij vooral bedoeld om haar stem
en die van haar partner beter te mengen), maar de
essentie van de benadering ontgaat haar.
Morbidezza
Wijlen Leo Riemens was een onvermoeibaar
strijder voor Bellini en hamerde voortdurend op de
noodzaak van 'morbidezza', de kunst om het pure bel
canto te 'kleuren' met emoties. Dat is namelijk de
essentie van 'bel canto': de expressie moet niet OP
maar IN de zang worden gelegd. In opera's van Verdi
mag een zanger accenten aanbrengen, lettergrepen of
woorden benadrukken, zelfs 'minder mooi' zingen ten
dienste van de dramatische expressie, kortom 'met
de stem acteren', en het verisme biedt nog meer mogelijkheden
in die richting (al blijf ik een tegenstander van
snikken en andere effecten, inclusief het befaamde
lachsalvo in Canio's 'smartlied' in Pagliacci).
Natuurlijk neigden ook Donizetti en Bellini al steeds
meer naar een realistische weergave van emoties, maar
dat realisme had te maken met het feit dat karaktertekening
een steeds grotere plaats innam, terwijl bij Rossini
het 'stemmingsbeeld', de emotie van de situatie, nog
helemaal centraal stond. Het gevolg daarvan is dat
er steeds duidelijker een vermenging van emoties optreedt,
culminerend in bijvoorbeeld het typisch verdiaanse
contrast tussen een aria en een cabaletta, maar daarover
gaat 'bel canto' niet. De essentie van 'bel canto'
is de weergave van iedere emotie door zang alleen,
door 'pure' zang dus, zonder hikken en snikken, zonder
uiterlijke effecten, zelfs zonder accentuering door
bijvoorbeeld een plotseling versterkt vibrato. Puur
bel canto eist dat alle expressie van binnen uit komt
en zich vertaalt in kleuring en intensiteit, en op
dit punt verhoudt Bellini zich tot Puccini zoals bijvoorbeeld
een lied van Schubert zich verhoudt tot Salome
of Elektra (waarbij ik natuurlijk niet
doel op dat afgrijselijk 'dramatische gedoe' dat we
soms in Der Erlkönig horen).
Luisteren we naar de Sonnambula van Bartoli,
dan blijkt de Italiaanse diva op dat punt de boot
te missen - en niet zo'n klein beetje ook. Zij zingt
de muziek alsof die door Rossini geschreven is en
gaat zich in haar interpretatie te buiten aan een
overmaat aan spinnen en kopjes geven. Zelden heb ik
iemand muzikaal een plank zo ver horen misslaan, maar
evenals bij de Bellini-missers van Fleming denk ik
dat we ook nu de schuld niet moeten zoeken bij de
soliste, hoewel Bartoli ongetwijfeld zelf heel wat
in de melk gebrokkeld zal hebben. De ware schuldigen
zijn degenen die haar geadviseerd hebben en die haar
linea recta hadden moeten verwijzen naar een dirigent
die weet wat de Bellini-stijl inhoudt. Toegegeven,
echte Italiaanse specialisten als Serafin, Votto en
Gavazzeni zijn er niet meer, maar Richard Bonynge
is nog altijd actief en ook een man als Julian Reynolds
had hier goede raad kunnen geven.
Dirigentenramp
Dat brengt ons bij de grote ramp van deze
opname: een zekere Alessandro De Marchi. Hij dirigeerde
deze uitvoering en ik kan maar één ding zeggen: had
hij het maar niet gedaan! Niet alleen heeft hij geen
flauw benul van de Bellini-stijl, maar hij slaagt
er zelfs niet in de stemmen van Bartoli en Flórez
in hun duetten exact gelijk te krijgen, laat staan
dat er sprake is van 'naar elkaar toe kleuren', nota
bene een eerste vereiste bij bel canto. Soms had ik
zelfs de indruk dat de stem van Flórez was 'ingedubd',
zo groot was het contrast... We hoeven alleen maar
het duet 'Prendi, l'anel ti dono' te leggen naast
uitvoeringen van Pagliughi-Tagliavini of Callas-Monti
en we horen een wereld van verschil. Het verschil
tussen solisten die weten hoe zij Bellini moeten zingen
en solisten die er geen flauw benul van hebben!
Callas in Edinburgh
Extra duidelijk wordt dat alles, als we
deze opname van La sonnambula leggen naast
een andere nieuwe uitgave. Op Testament verscheen
namelijk vrijwel gelijktijdig een live-opname die
werd gemaakt tijdens de befaamde serie voorstellingen
die de Scala in 1957
in Edinburgh gaf met Maria Callas en Nicola Monti.
Je hoeft maar even te horen hoe zij beiden de frase
'Pur nel sonno il mio cor ti vedrà' aan het slot van
het duet 'Son geloso' fraseren en naar elkaar toe
kleuren om te weten waar het bij Bartoli en Flórez
mis gaat. Wat Callas en Monti doen is puur 'morbidezza'
ofwel het 'echte' Bellini-belcanto. Een ander voorbeeld:
'Care compagne', het openingsrecitatief van Amina.
Je ziet Callas hier staan als een bescheiden meisje,
met half geloken ogen, alsof ze rechtstreeks uit het
klooster komt, maar niets daarvan bij Bartoli die
meteen gaat kroelen als een poes die zo ontzettend
graag aardig gevonden wil worden. Er zijn critici
die staande houden dat het 'bel canto' ophoudt bij
Rossini en onlangs las ik de periode onmiddellijk
daarna zelfs aangeduid als 'bel cantismo', maar die
vermeende vermenging van 'bel canto' en 'verismo'
is heel relatief en zeker bij Bellini ontbreekt iedere
overeenkomst.
Scala-schandaal
De uitvoering die nu op Testament verscheen,
kenden we al uit het 'grijze circuit', maar hier horen
we technisch beduidend betere banden van Walter Legge,
die de voorstelling voor zichzelf had laten opnemen.
Zoals bekend eindigde deze serie voorstellingen met
een enorm schandaal toen Callas vertrok zonder dat
de Scala-directie de leiding van het Edinburgh Festival
had aangekondigd dat zij slechts vier van de aangekondigde
vijf voorstellingen zou zingen. Kennelijk had de Scala
gehoopt de zangeres op het laatste moment nog te kunnen
overreden, maar eerlijk is eerlijk: wie een beetje
op de hoogte is van de manier waarop de diva in de
periode daarvoor juist door dit theater was bejegend,
kan zich levendig voorstellen dat zij daar geen zin
in had. Ook op dat moment speelde de Scala echter
geen open kaart en schoof vervangster Renata Scotto
naar voren onder het mom dat Callas 'niet gedisponeerd'
was. Na vier voorstellingen waarin zij zich van haar
beste kant had laten zien - en horen! - was dat olie
op het vuur van de pers en het schandaal was geboren.
Authentieke instrumenten...
Dankzij de uitgave van Testament zijn we
getuige van de tweede voorstelling op 21 augustus
1957 met Callas op haar best, waarbij zij omgeven
is door een welhaast ideaal ensemble dat we ten dele
ook kennen van de officiële EMI-opname, en dat vrijwel
geheel gelijk is aan de bezetting die een maand eerder
in Keulen te horen was. Met Tagliavini en Valletti
blijft Monti ideaal voor Elvino, in zijn legato stond
Nicola Zaccaria weliswaar niet helemaal op het niveau
van Cesare Siepi, maar deze sonore en altijd betrouwbare
Griekse bas behoorde jarenlang terecht tot de 'vaste
kring' rond Callas en in de bijrollen vinden we bekende
namen uit de vaste comprimario-kern van de Scala.
Dirigent was de in dit repertoire doorknede Antonino
Votto, die volledig de vloer aanveegt met de prestaties
van De Marchi op Decca. Natuurlijk, het orkest van
de Piccola Scala klinkt in de verste verte niet zo
genuanceerd als het 'authentieke ensemble' La Scintilla
dat Bartoli begeleidt, maar het spel bezit meer sfeer
en laat ook veel meer frasering horen.
Leuk voor Decca dat de Bartoli-opname een 'wereldpremière-opname
op authentieke instrumenten' is, waarbij bovendien
gebruik werd gemaakt van een 'nieuwe kritische editie',
maar ik heb toch liever een goede uitvoering! Behalve
de moderne stereoklank is er in feite maar één punt
waarop Decca in het voordeel is: het koor van de Opera
in Zürich lijkt uit een totaal andere wereld te komen
dan dat van de Piccola Scala, waarvan de prestaties
klinken alsof het bestaat uit een groepje slecht getrainde
dilettanten. Verder biedt Decca de cd's aan in een
fraai boekwerk, terwijl Testament volstaat met de
rolverdeling, enkele foto's en een toelichting (het
libretto is in pdf-formaat te vinden op www.testament.co.uk).
Waarom Testament deze uitgave op de markt brengt onder
de noemer 'Antonino Votto conducts Bellini' (met grote
letters op de cd!), is echter een raadsel. Met alle
waardering voor Votto: wie koopt deze uitgave vanwege
de dirigent? Sterker nog: wie koopt ooit een Bellini-opname
vanwege de dirigent?