d'Albert: Der Golem
Mark Morouse (Der Golem), Alfred Reiter
(Rabbi Loew), Tansel Akzeybek (sein Jünger), Ingeborg Greiner (Lea), Giorgos Kanaris
(Kaiser Rudolf II), Mark Rosenthal (1. Jude),
Sven Bakin (2. Jude)
Koor van het Theater Bonn
Beethoven Orchester Bonn
Dirigent: Stefan Blunier
MDG 937 1637-6 (2 sacd's)
Opname, Bonn januari 2010
| |
 |
| |
Eugen d'Albert (1864-1932) |
Waarom weet ik niet, maar om de een of andere reden spreekt de muziek van Eugen d'Albert (1864-1932) mij bijzonder aan. Deze in Glasgow geboren Duitse pianist en componist van Franse afkomst studeerde bij zijn vader en daarna te Londen bij o.a. Pauer en Sullivan. Hij maakte naam als nieuw wonderkind op de piano, wat hem in contact bracht met Liszt, maar vanaf 1893 werden zijn activiteiten voor het theater belangrijker dan zijn carrière als concertpianist. Het pianistische element bleef echter wel doorwerken in een melodieuze, laat-romantische compositietrant, die onvermijdelijk schatplichtig is aan Wagner, maar tegelijk ook iets 'Franser' van karakter dan de partituren van tijdgenoten als Schreker of Schmidt. In zijn werken - voorzover ik zijn werken ken - resulteerde dat in een zo kleurrijke, makkelijk aansprekende muziek, dat ik het gebrek aan belangstelling van latere generaties vooral wijt aan het feit dat hij misschien niet 'modern' genoeg klonk voor een componist uit de 20ste eeuw.
Mijn eerste kennismaking vond plaats toen ik als teenager bij mijn vioolleraar een opname te horen kreeg van Tiefland, een 'Duits-veristische' opera die d'Albert in 1903 schreef op basis van een volksstuk, Terra Baixa, van de Catalaanse auteur Angel Guimerá. De indruk die de opening met een 'duet' van twee soloklarinetten op mij maakte, zal ik nooit vergeten en toen daarna twee tenorstemmen de ruimtelijke sfeer suggereerden die hoort bij herders in een verlaten berglandschap, was ik verkocht. Ik moet echter constateren dat ik door de jaren heen weinig medestanders gevonden heb. Het werk 'doet' het momenteel gewoon niet, zeker niet buiten het Duitse taalgebied, en hetzelfde geldt voor de eenakter Die Abreise (1898), muzikaal opgebouwd uit een reeks vroege pianocomposities, of het ooit ook nog redelijk populaire Die toten Augen (1916).
Wel lijkt er opeens belangstelling te komen voor Der Golem uit 1926,
wellicht omdat het thema momenteel op interesse kan rekenen onder invloed
van bepaalde films, boeken (men denke aan Mulisch: De procedure)
en de vooral bij jongere generaties populaire stroming die meestal als
'gothic' wordt aangeduid. d'Albert schreef dit werk in 1926 onder invloed
van zijn zesde echtgenote en aanknopend bij het succes van de (zwijgende)
griezelfilm Der Golem, wie er in die Welt kam (1920) van Paul
Wegener. De première in Frankfurt onder leiding van Clemens Kraus
leek werk te verzekeren van een plaats op het repertoire, maar onder
invloed van de nazi's, die weinig op hadden met een opera op een joods
thema, verdween het werk echter al na enkele jaren in de archieven.
Het libretto van Ferdinand Lion, gebaseerd op een toneelstuk van Arthur
Holitscher, is een dramatisering van de legende over de historische
rabbi Loew, die in de 16de eeuw uit leem een soort oermens zou hebben
geschapen om bewoners van het joodse kwartier van Praag te beschermen
tegen pogroms en andere antisemitische uitbarstingen. Zijn schepper
heeft er echter niet op gerekend dat de Golem ook menselijke gevoelens
zou ontwikkelen en als deze 'verliefd' wordt Lea, de pleegdochter van
de rabbi en de enige die hem als mens behandelt, maakt hij de fout om
de Golem op botte wijze ieder contact met Lea te verbieden. Met de woede
van het wezen ontkentent hij krachten die hij niet meer kan beheersen
en hij ziet zich genoodzaakt zijn eigen schepping weer te vernietigen.
Onder de kundige handen van d'Albert ontstond een opera in drie bedrijven
die misschien geen meesterwerk genoemd kan worden, maar die zeker een
plaats verdient naast bijvoorbeeld Cardillac van Paul Hindemith.
Een van de instellingen die in de afgelopen jaren een enscenering aandurfde,
was het Theater Bonn. In januari 2010 werd Der Golem daar opgevoerd
in een suggestieve enscenering van Andrea Schwalbach en onder de toegewijde
leiding van Stefan Blunier met in de bak een voortreffelijk reagerend
Beethoven Orchester Bonn.
Ook zonder grote namen kwam het solistenteam tot prestaties die grote
bewondering afdwongen, en dat geldt in het bijzonder voor de drie hoofdrollen:
de bariton Mark Morouse als de Golem, de sopraan Ingeborg Greiner als
Lea en de bas Alfred Reiter als Rabbi Loew. MDG was aanwezig om de voorstelling
(vooraf) vast te leggen voor een hybride cd-uitgave (stereo en SACD)
die de sfeer van de productie bijzonder goed weergeeft en eigenlijk
kan ik maar één ding betreuren: dat er niet tevens camera's
aanwezig waren om een van de voorstellingen vast te leggen voor een
dvd-uitgave.
Het cd-boekje bevat toelichtingen in drie talen, maar geeft het libretto
alleen in het Duits weer, waarbij opgemerkt moet worden dat slechts
zelden een operalibretto bij een cd-uitgave zo prettig leesbaar is.
Eén klein punt van kritiek: op de tweede cd begint de muziek
werkelijk meteen na het opstarten, terwijl een seconde (of twee) rust
vooraf wel zo prettig is.