|
CD-recensie
©Gerco Schaap , juli 2011
|
Die symphonische Bruckner-Orgel Schmidt: Präludium und Fuge in D - Chaconne in cis Bruckner: Präludium in C - Spektral SRL4-08032 · 76' · Importeur: Lavial (B): www.lavial.be
De talentvolle Hongaarse organist Robert Kovács (1976) deelde in 2006 de eerste prijs met de Nederlander Chiel-Jan van Hofwegen op het Internationaal Orgelimprovisatieconcours in Haarlem. Nadien won hij nog het orgelimprovisatieconcours in Schlägl (O). Van 2004 tot 2006 was hij Stiftsorganist van het klooster St. Florian in Oostenrijk, waar Anton Bruckner een van zijn illustere voorgangers was. Tegenwoordig is Kovács domorganist en “ Kirchenmusikreferent ” in Eisenstadt.
Het Bruckner-orgel heeft in zijn huidige vorm niet zo heel veel overeenkomst meer met het oorspronkelijke Krismann-orgel uit Bruckners tijd. In 1873 werd het aanvankelijk driemanuaals instrument vergroot tot een vierklaviers orgel met 78 registers. Begin jaren ’30 van de 20 e eeuw werd het wederom uitgebreid en kreeg het kegelladen en elektro-pneumatische tractuur. Na de bezetting van het klooster door de nationaalsocialisten werkte de firma Zika jarenlang aan het orgel, waarbij getracht werd weer enig recht te doen aan Krismann, onder meer door het aanbrengen van sleepladen. Sinds de restauratie van 1994-1996 door de Oberösterreichische Orgelbauanstalt Kögler staat de teller op 103 registers, verdeeld over positief, hoofdwerk, bovenwerk, een zwelbaar labiaalwerk, trompettenwerk, regaalwerk en pedaal. De Oostenrijkse componist Franz Schmidt (1874-1939) schreef een aanzienlijk orgelœuvre, dat rond 1970 door Kurt Rapf compleet op lp werd opgenomen en zeven jaar geleden door Andreas Juffinger integraal op cd werd gezet (Capriccio Records). Het “Hallelujah”-Preludium en Fuga in D is Schmidts bekendste orgelwerk en komt vooral op wat grotere orgels imposant over. De Chaconne in cis-Moll is een werk van ruim een half uur, gebaseerd op een thema van 5 maten, waarin – als ware het een symfonie – vier delen te onderscheiden zijn. Kovács toont zich hierin een vaardig organist die de aandacht weet vast te houden en de mogelijkheden van het Stiftsorgel optimaal weet te benutten. Veel orgelliefhebbers betreuren het dat de symfonicus Anton Bruckner zo weinig voor zijn en hun lievelingsinstrument heeft geschreven. Hij moet een meesterlijk improvisator zijn geweest, maar van de orgelwerken die van hem bekend zijn, is er eigenlijk maar één dat de voor Bruckner typerende harmonische wendingen bevat: het Perger Präludium in C. (We hebben het eenmaal afgedrukt in Cornelis van Zwols artikel over ‘Bruckner en het orgel’ in de Orgelvriend van oktober 1996.) Kovács neemt het korte preludium mooi breed, zodat het toch nog drie minuten in beslag neemt, en weet daarbij een boeiende crescendo-decrescendo-opbouw te realiseren. index |