|
Medtner: Pianoconcert nr. 2 in c, op. 50 - Pianokwintet
in C, op. posth.
Konstantin Tsjerbakov (piano).
Symfonieorkest van Moskou o.l.v. Igor Golovtsjin.
Ewald Danel en Milan Tedla (viool), Zuzana Bourová
(altviool), Jozef Podhoranski (cello).
Naxos 8.553390 . 63' .
Medtner wijdde zijn op. 50 aan Rachmaninov, die op zijn beurt zijn vierde
pianoconcert aan Medtner opdroeg. De componist kan een zekere originaliteit
zeker niet worden ontzegd, al bedient hij zich graag en nogal overvloedig
van de stijl van Rachmaninov en parallelle sexten die aan Brahms herinneren.
Voeg daarbij ook duidelijke invloeden van Prokofjev (toccata, openingsdeel)
en de lyriek van Tsjaikovski en we kunnen met recht van een smeltkroes van
stijlen spreken. Medtners bravoer en pianistische glitter in de hoekdelen
passen de virtuoze Tsjerbakov als een handschoen. De ritmische precisie
in combinatie met het
vederlichte toucher geven de rondo-finale glans en vaart. Hij weet
echter ook feilloos de weg in de lyrische, meer naar binnen gekeerde romance
in het middendeel. Golovtsjin is een geïnspireerde parner, al neigt
het orkestbeeld af en toe naar groezeligheid. De opname werkt bepaald ook
niet mee: de gelaagde structuur komt niet uit de verf, terwijl het vrij
fletse en vlakke klankbeeld met een bonkerige bas de dynamische grenzen
van het werk niet het volle pond geeft. Het duurdere, maar betere alternatief
is naar mijn smaak de Chandos-uitgave (2 cd's, nr. 9040) met de drie pianoconcerten
en de sonate op. 27 (Geoffrey Tozer met het Londens (Filharmonisch Orkest
o.l.v. Neeme Järvi).
De ontstaansgeschiedenis van Medtners laatste opus, het pianokwintet in
C, bestrijkt vanaf de eerste schetsen tot de uiteindelijke versie een periode
van niet minder dan 45 jaar. Het is een van sereniteit vervulde terugblik
die diepe indruk maakt door de smaakvolle vervlechting van liturgie met
romantiek, met soms expressieve verwijzingen naar de Russisch-Orthodoxe
gezangen. Interpretatie, technische afwerking en opname zetten dit magnifieke
werk in een fraai licht.
|