|
CD-recensie
© Aart van der Wal, februari 2007 |
|
Malin Hartelius (sopraan), Richard Wyn Roberts (altus), James Gilchrist (tenor), Peter Harvey (bas), The Monteverdi Choir, The English Baroque Soloists o.l.v. John Eliot Gardiner. SDG 124 · 58' + 58' · (2 cd's) Deel 7 van Gardiners eigen label Soli Deo Gloria bevat wederom live-opnamen uit de Bach Cantata Pelgrimage 2000, ditmaal live opgenomen op 24 september in de abdij van Ambronay (Frankrijk) en op 29 september in de Onze-Lieve-Vrouwe-kerk in Bremen. Dit mag met recht als een huzarenstukje van de bovenste plank gelden, ruim 60 concerten op wereldschaal, in hoog tempo. Wat dit betreft kan Gardiner en zijn ensemble zich moeiteloos meten met die andere (bijna) álleskunner, Valery Gergiev die of alleen of met het Kirov-ensemble in zijn kielzog, vliegtuigen en hotelkamers als zijn primaire onderkomen heeft gekozen. Muzikale nomaden die geen rust kennen en altijd en eeuwig onder weg zijn naar het volgende concert of de volgende voorstelling, waar dan ook in de wereld. Ook hier doet zich de voor de hand liggende vraag voor of onder dergelijke 'moordende' omstandigheden de kunst nog gedijen kan. Trekt de enorme stress die verbonden is aan de voorbereidingen, het repeteren, het reizen met al zijn ongemakken en onverwachte, meestal onplezierige situaties en het gekrakeel eromheen geen al te grote wissel op waar het toch uiteindelijk om gaat, de manier van musiceren die het publiek in de ban slaat? Wat muziek in ieder geval niet verdraagt zijn haast en routine. Zo bezien is Gardiners Bach Pelgrimage niet alleen in kwantitatief, maar ook in kwalitatief opzicht een wonder. Er wordt gewéldig gemusiceerd, de vonken spatten er vanaf en er is sprake van groot stijlbesef. Ook Gardiner en zijn 'crew' raken steeds beter op dreef in dit bepaald niet gemakkelijke repertoire, wat onder meer blijkt uit strak geleide uitvoeringen die toch alle kenmerken van een 'losse' pols hebben: de flexibele uitwerking van frases, de ogenschijnlijk spontane interacties tussen solisten en orkest, maar ook de spirituele gloed die over deze vertolkingen ligt maken het luisterplezier compleet. Wat ook opvalt is de wakkere ensemblegeest, het spelen op de spreekwoordelijke punt van de stoel, de aandacht voor het detail. Nee, consistent naadloos is het niet, wat dan vooral op het conto van de solisten komt, want zij lijken nogal eens voor de gelegenheid gegroepeerd te zijn. De bijdrage van de sopraan Malin Hartelius is zeker zwak te noemen en de tenor James Gilchrist vertoonen larmoyante trekjes (dat is overigens niet de eerste keer), maar op de altus Robin Tyson en de bas Peter Harvey valt weinig aan te merken. Vooral Harvey springt eruit met zijn solide basstem en met een dictie die respect afdwingt. Gardiner helpt zijn zangers soms ook niet, wanneer hij in de hitte van het moment de tempoteugels fors laat vieren. Zo wordt er in de cantate 'Jesu, der du meine Seele' wel érg 'geeilt' en wordt het duet tussen sopraan in alt 'Wir eilen mit schwachen, doch emsigen Schritten' eerder oncomfortabel dan vastberaden. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Ton Koopman laat Gardiner zich soms door de muziek dusdanig meeslepen dat hij naar een te hoge versnelling overschakelt. Maar door de bank genomen zijn het toch kleine minpunten in deze diep doorleefde, uitstekend vastgelegde vertolkingen waar de vonken er menigmaal vanaf spatten en die een belangrijke plaats innemen in het Bach-cantaterepertoire. Wie had trouwens zo'n twintig jaar geleden kunnen bevroeden dat er inmiddels zovele cd-uitgaven van de Bach-cantates voorhanden zijn? En dat het aantal integrale cycli nog steeds toeneemt? index |